All posts by Natasja

Deze moet je lezen: Het Hedendaagse Heldenboek

Rachel van de Pol deed 365 goede daden en beschreef dat in Het Hedendaagse Heldenboek

Vorige week liep mijn proefabonnement van de bieb af. Omdat de bieb perfect past bij mijn ontspulpraktijken én streven om zo duurzaam mogelijk te leven, sloot ik een abonnement af. Bij de bibliotheek in Den Haag kun je kiezen uit verschillende passen. Ik heb de Kleine Pas genomen. Deze kost € 15,50 per jaar. Ik betaal dan wel per boek dat ik leen € 0,25 en voor elke reservering € 0,50. Met de Basispas van € 32,- leen en reserveer je boeken gratis, maar dan moest ik meer dan 66 boeken per jaar lezen om de extra kosten van deze pas eruit te kunnen halen. En zoveel krijg ik helaas niet weggelezen. Ik nam na het afsluiten van mijn abonnement meteen een boek mee dat al een tijdje op mijn te-lezen-lijst stond: Het Hedendaagse Heldenboek van Rachel van de Pol.

Rachel van de Pol kende ik al van haar geweldige website ikreddewereld.nl en ik vind haar initiatief geweldig! Rachel heeft in 2014 een jaar lang elke dag een goede daad gedaan. Van kleine dingen, zoals het zoeken van een milieuvriendelijke zonnebrand of het oprapen van zwerfies tot stiekem de ramen van de buren zemen, vluchtelingen computerles geven en een overnachting regelen voor een dakloze. Ze inspireerde met al haar kleine en grote goede daden vele andere mensen die hun heldendaad delen met de hashtag #ikreddewereld.

Het Hedendaagse Heldenboek - Rachel van de Pol

Al haar ervaringen, tips, trucs en een selectie van 103 heldendaden heeft Rachel gebundeld in ‘Het Hedendaagse Heldenboek’. Ik las het boek in een paar avonden uit en werd er erg vrolijk en geïnspireerd van. Rachel heeft een fijne, luchtige schrijfstijl met hier en daar een knipoog. Ze schrijft vanuit haar persoonlijke visie en daardoor is haar boodschap niet belerend, maar juist extra krachtig. In het eerste hoofdstuk laat ze zien wat haar redenen waren om te proberen de wereld een stukje beter te maken. Ze schrijft hoe ze vroeger als kind al probeerde om iets goeds te doen: als fanatieke WNF-ranger en als magneet voor mensen die wel wat extra hulp en aandacht konden gebruiken. Haar pogingen om het juiste te doen hadden niet altijd een positief resultaat, maar door de jaren heen leerde ze wat wel en juist niet werkte voor haar en haar omgeving. Van een aantal veranderingen in haar eigen leven leerde ze een heel waardevolle les:

“Ik kan mijn gedrag veranderen als ik me in een onderwerp verdiep en mezelf de vraag blijf stellen wat er voor mij toe doet. En wanneer ik mijn eigen gedrag verander, verandert dat van anderen in mijn omgeving ook, of ik nu wil of niet. Als ik met zo’n persoonlijk besluit de wereld om mij heen al kon veranderen, wat was er dan nog meer mogelijk?”

Door zichzelf deze vraag te stellen, kwam ze op het idee om 365 goede daden te doen, elke dag een nieuwe. Met haar boek motiveert ze de lezer om in te zien dat echt iedereen iets kan betekenen voor zijn of haar omgeving én dat goede daden niet stoppen bij degene die ze uitvoert.

“Ze echoën verder. Vanuit de sociale neurowetenschappen is onderzocht dat het in onze natuur zit elkaar te willen helpen.”

Openhartig deelt ze haar ervaringen tijdens dit heldenjaar waarbij ze meteen laat zien wat de voordelen én wat de valkuilen van een heldhaftig bestaan zijn. Dat levert grappige anekdotes en prachtige verhalen op. Rachel ontmoette heel veel verschillende mensen en werd erg blij van het helpen van anderen. En de mensen die ze kon helpen, waren uiteraard blij met haar. Ze schrijft echter ook eerlijk over de mindere kanten van deze uitdaging: hoe zwaar het was om echt elke dag iets nieuws te doen, ook als ze ziek of moe was of privéproblemen had. En hoe jammer ze het vond dat ze de mensen die ze ontmoette al zo snel weer uit het oog verloor, omdat ze zich alweer moest richten op de volgende heldendaad. Toch heeft ze het hele jaar volgemaakt en alle dagen iets betekend voor een ander. Geweldig vind ik dat!

Het boek sluit af met 100 (+3) heldendaden ter inspiratie. Van kleine tips die je vanuit je luie stoel kunt doen tot daden waarvoor je op pad moet en nieuwe mensen leert kennen. Ik raakte erg geïnspireerd door het boek, want ik doe graag aan random acts of kindness. Ik laat bijvoorbeeld regelmatig boeken achter in de trein, met een briefje erin, geef vreemden een complimentje of help mensen uit de brand wanneer ik zie dat ze hulp nodig hebben. Ik merk vaak dat mensen verbaasd zijn dat er ineens zoiets gebeurt en dat ze er heel blij van worden. En dat geeft zo’n fijn gevoel! Rachel heeft me met haar boek extra overtuigd dat je met een open blik door het leven moet gaan, zodat je oog hebt voor de behoeften van anderen. Daar wordt niet alleen de wereld een betere plek van, maar daar word je zelf ook gelukkiger en beter van! Zo’n win-win-situatie kun je toch niet weerstaan :)? Dus, wanneer schilder jij een S op een oud t-shirt en knoop je een cape om?

Mijn garderobe tiny-house-proof maken

Minimaliseren van mijn kledingkast om in het tiny house te passen

Ik zag er behoorlijk tegenop, maar nu we bezig zijn met The Minimalism Game ontkwam ik er niet meer aan: mijn garderobe onder handen nemen. Ik heb al een aantal keren mijn kledingkast uitgeruimd en heb al veel weggegeven en gedoneerd aan de kringloop en het Leger des Heils. Daardoor stond het idee van nóg een keer alles uitzoeken me erg tegen. Het zou allemaal toch heus wel passen in ons tiny house? Met een beetje passen en meten…?

Ik werd vorige week vrijdag uit die droom geholpen door Roy en Shirly. Zij wonen in een tiny house dat dezelfde afmetingen heeft als ons toekomstige huisje. Ik mocht een kijkje nemen in hun kledingkast (een paar vakken in hun trapkast) en besefte meteen: daar gaat mijn ‘collectie’ niet inpassen. Nu zullen wij net andere kastruimte hebben dan zij, maar dat betekent niet dat we deze volledig kunnen vullen met kleren. Bovendien zijn er talloze mensen die prima gekleed door het leven gaan met een fractie van het aantal kledingstukken dat ik heb. Ik kon er niet meer omheen: aan de bak!

Ik besloot dat ik eerst overzicht moest hebben. Want als ik aan mijn kleding dacht, had ik het idee dat ik veel te veel kleding had, maar dat elk item daarin wel écht nodig was. Zolang ik niet wist hoeveel ‘veel’ nu precies was, bleef het uitzoeken van de kast mentaal een te grote uitdaging. Ik haalde daarom alles uit de kast en legde het op ons bed. De katten vonden dat trouwens een feestje, die liepen er vrolijk doorheen. En bedankt, harige monsters… Vooral de kleding uit het hanggedeelte van mijn kast was een behoorlijke berg en de moed zakte me nog een beetje verder in de schoenen. Ik moet zeggen dat mijn humeur bij dit klusje ook niet optimaal was, Gerbrand kan dat beamen 😉 Maar goed, wie A zegt, moet ook B zeggen, dus met pen en papier bij de hand begon ik alle items te tellen. Alles, dus niet alleen de truien, vesten, broeken en jurken, maar ook mijn sportkleding, ondergoed en maillots. Alleen de sokken heb ik niet meegeteld, die dragen we namelijk samen en zijn dus niet exclusief van mij. De sokkenmand hebben we maanden geleden al aangepakt, want we bleken samen 60 paar te hebben…Daar zijn er nog zo’n vijftien paar van over.

Garderobe minimaliseren, ontspullen van kleding

Alles uit de kast op het bed. Slik…

Na een zorgvuldige telling en het wegjagen van katten, kwam ik uit op 131 items. In eerste instantie schrok ik daarvan: 131! Ik keek nog wat gedetailleerder naar mijn lijst, om te zien hoeveel stuks ik van elke soort heb:

2 outdoorbroeken
6 sportbh’s
6 maillots
6 panty’s
2 bikinitops
1 bikinibroekje
1 bikini-omslagdoek
3 bh’s
5 truien
5 spijkerbroeken (een donkergrijze, een lichtgrijze, een lichtblauwe en twee donkerblauwe)
7 rokjes (2 zwart, 2 blauw en 2 zwart-wit)
1 korte broek
3 nachthemden
1 slaapshirtje
2 leggings om in te slapen
1 hardloopbroek kort
2 fitnessbroeken
2 hardloopbroek lang
1 hardloopbroek ¾
2 hardloopshirts winter
3 hardloopshirts korte mouw
1 hardloophemdje
1 hardloopjasje
3 basic shirts met lange mouw
5 tops met lange of ¾ mouw
11 shirts met korte mouw
4 zwarte ondergoedhemdjes
8 hemdjes
2 blouses
10 vesten
4 jasjes (1 spijkerjasje, 2 nette jasjes, 1 grijs ‘zacht’ jasje)
10 jurken
10 onderbroeken

Vooral op vesten en jurkengebied scoorde ik ruim, terwijl ik op andere vlakken wel wat aanvulling kan gebruiken. Maar voordat ik over aanvulling na ga denken, was het eerst tijd om te ontspullen. Ik ben per soort gaan kijken welke items ik had en welke ik daarvan echt graag wilde houden. Daarna keek ik kritisch naar de kledingstukken die ik genomineerd had om mijn garderobe te verlaten. Ik merkte dat ik het heel lastig vond om sommige items los te laten. Omdat ik ze net gekocht had bijvoorbeeld en het zonde vond om ze alweer weg te doen. Zoals de tweedehands jurk die ik op deze recente Instagramfoto draag:

Minimaliseren kleding

Superleuke jurk, maar toch niet voor mij.

Ik heb hem nog niet gedragen en weet eigenlijk ook wel waarom: het is mijn stijl niet en ik voel me er niet prettig genoeg in. Ook het wegdoen van vesten bleek pittig, want daar had ik steeds het ‘maar deze is zo handig voor als…’-gevoel bij. Maar tien vesten, dat is tinyhousetechnisch niet te doen. Zo ging ik stap voor stap elke soort na. In de eerste kritische ronde viste ik 26 kledingstukken uit mijn garderobe die ik weg ga geven, ga verkopen of naar de kringloop ga brengen:

2 sportbh’s
1 panty (dat zet ruimtetechnisch geen zoden aan de dijk, maar is wel 1 item voor The Minimalism Game :))
1 maillot
2 shirts met korte mouw
2 tops met lange mouw
2 fitnessbroeken (ik doe niet meer aan fitness en als het nodig is, kan ik ook andere sporten in mijn hardloopbroeken doen)
2 rokjes (de zwarte rokjes zitten allebei net niet fijn genoeg)
3 truien (eentje van toen ik nog bijna 50 kilo meer woog en die ik als klustrui bewaard had, eentje die ik voor Gerbrand had gekocht en hem te klein was en die ik toen zelf maar droeg en een vaal exemplaar van de Hema)
3 vesten (wederom exemplaren die of te oud/afgedragen waren óf niet echt mijn stijl zijn)
5 jurken (allemaal exemplaren die net niet lekker meer zaten)
3 hemdjes (te wijd en te kort)

Ik had er al wat meer vertrouwen in gekregen en besloot nog een laatste blik op elk item te werpen. Spullen loslaten gaat echt in kleine stapjes, zelfs binnen een kort tijdsbestek. Doordat ik al wat moeilijke beslissingen gemaakt had, kon ik andere kledingstukken ook makkelijker loslaten. In de tweede ronde vond ik nog zes items die mijn kast niet meer in komen:

1 rokje (met een print die ik lastig te combineren vind)
1 slaapshirt (met lange mouwen, Gerbrand moet me maar warmhouden ;))
1 bh (ja, daar had ik er al te weinig van, maar deze zit eigenlijk voor geen meter)
1 shirtje met korte mouw
1 vest (en dat maakt dat ik vier vesten ontspulde!)
1 jasje (een licht spijkerjasje dat niet lekker zit en nergens echt goed bij past)

Hoppa, nog zes extra kledingstukken ontspuld! Dat brengt het totaal op 32 en er zijn dus 99 kledingstukken mijn kast weer ingegaan.

Kleren ontspullen

Deze stapel komt de kledingkast niet meer in.

Terwijl ik zat uit te puffen op mijn weer lege bed, las ik op mijn telefoon nog even hoe dat ook alweer zat met een capsule wardrobe. Want met mijn 99 items zou ik daar nog mijlenver vanaf zitten, dacht ik. Niets blijkt minder waar! In een capsule wardrobe worden niet álle items in je kast meegeteld. Niet je sportkleding, ondergoed of slaapkleding bijvoorbeeld. Ik streepte in mijn lijstje aan welke items mee zouden tellen in een capsule wardrobe en kwam tot de fijne conclusie dat ik maar 47 dingen heb die aan de ‘regels’ daarvan voldoen. Bij een capsule wardrobe mag je 33 items per 3 maanden in je kast hebben, terwijl ik er dus 47 voor het hele jaar heb. Zo bekeken heb ik al een heel minimalistische kast! Mijn humeur klaarde meteen nog wat extra op 🙂 Ok, ok, officieel horen schoenen daar ook bij en die heb ik nog niet aangepakt. Maar daarvan heb ik er ook geen tientallen…

Voor nu ben ik wel even klaar met mijn kleding. Ik laat het bij de items die ik nu heb en kijk tijdens de bouw van ons tiny house hoeveel we dan echt kwijt kunnen. Als blijkt dat er nog iets weg moet, dan gaat dat tegen die tijd vast makkelijker. Door dit hele proces heb ik ook gezien dat ik mijn kledingkast nog wel wat kan upgraden op bepaalde punten. Zo zou ik een goed basic rokje kunnen gebruiken en een goede, fijnzittende altijd-goed-jurk. Ook wat extra bh’s zijn geen overbodige luxe. Voor elk item dat ik nieuw koop, gaat er een oud item uit de kast, zodat ik niet weer meer verzamel. En wat ik koop, zal fair fashion of tweedehands zijn. Ik ben blij dat ik mijn kast aangepakt heb, terwijl ik er zo tegenop zag. Ik heb nu een goed gevoel over het aantal kledingstukken dat ik heb, in plaats van een schuldgevoel ‘dat het teveel is’. En dat is nog veel belangrijker dan het daadwerkelijke aantal!

Minimaliseren kleding

Het hanggedeelte van onze kast, met links mijn nu bescheiden collectie. Onderin links in de box: mijn bh’s, panty’s en maillots en onderin mijn sportkleding.

Ontspullen kleding, minimalisme

De rest van mijn kleding. Ook te overzien, toch?

Denkfout

Samen werken aan een groen leven

Ik ben erachter gekomen dat ik een denkfout maak. Een fout die invloed heeft op hoe ik tegen mijn activiteiten aankijk en de manier waarop ik mijn doelen bepaal. Door zo te denken, belemmer ik mezelf. Ik krijg er het gevoel van dat ik nooit genoeg kan doen, dat mijn activiteiten nauwelijks iets bijdragen en dat het dus geen zin heeft wat ik doe. En dat is geen goed gevoel om te hebben wanneer je bezig bent om als zzp’er aan de slag te gaan met duurzame projecten.

De fout die ik maak is mezelf steeds de vraag stellen met welk concreet project ik mensen kan motiveren om ook duurzamere keuzes te maken. Een tijdje terug deelde ik dat ook op Instagram: “ik zou zo graag meer impact willen hebben, meer doen dan alleen mijn eigen voetafdruk verkleinen. Dat is de reden dat ik op groenemanieren.nl schrijf en zelfstandig ondernemer ben geworden. Om tijd en energie vrij te maken voor groene projecten die meer mensen kunnen bereiken. Projecten die al die kleine druppels vangen en samenvoegen tot een flinke emmer water om op die gloeiende plaat te gooien. Want samen maken we zeker het verschil!” Ik denk dagelijks na over hoe ik mijn impact zou kunnen vergroten, wat ik kan doen om mensen in beweging te zetten en op welk gebied ik me wil focussen. Onder andere door het lezen van ‘Het hedendaagse heldenboek’ van Rachel van de Pol (een dikke aanrader trouwens!), het lezen van de Salt 70 (een lijst met 70 nationale en internationale inspirerende mensen die de wereld in beweging brengen) en het kijken van inspirerende YouTube-video’s (bijvoorbeeld die van Sanny Verhoeven en Jelle Derckx van Growthinkers) heb ik door waarom ik steeds vastloop in mijn denken over welke stappen ik zou kunnen ondernemen om impact te hebben.

Want ik maakte de fout te denken dat ik mensen direct zou kunnen veranderen. Dat ik een project zou kunnen opzetten dat in één klap een grote groep mensen zou bereiken en dat een deel daarvan meteen zo gemotiveerd zou raken dat ze instant stappen op groen gebied zouden zetten. Elk idee dat ik had, legde ik naast deze zeer onrealistische meetlat en al snel kwam ik tot de conclusie dat het een suf idee was. Ik dacht heus niet dat ik zo geweldig was dat ik in mijn eentje dé sleutel voor een prangend vraagstuk kon bedenken. Ik weet ook dat ik daar andere mensen, veel tijd, energie en vasthoudendheid voor nodig heb. Toch hoopte ik een voldoende goed idee te kunnen bedenken waarmee ik een groep mensen kon bereiken én kon aanzetten tot verandering. Want als ik iets doe, dan wil ik dat zo goed mogelijk doen. Mijn verwachting van wat ik kan doen was te hoog en dat leidde tot een onhaalbaar en demotiverend streven.

Ik ben zelf ook niet van de een op andere dag groener gaan leven. Ik was niet altijd bezig met minimalisme en een simpeler leven, integendeel zelfs! Ik zou mezelf vroeger een verzamelaar hebben genoemd en de hoarder in mij steekt ook nu nog af en toe de kop op. Ik zet stappen, maar struikel nog vaak genoeg. En de stappen die ik nu zet op het gebied van duurzaamheid, had ik een jaar geleden helemaal niet kunnen zetten. Ze zijn het resultaat van alle voorgaande stapjes en inzichten. Als ik weet hoe lastig het is om mijn gewoontes aan te passen, waarom verwacht ik dan wel dat andere mensen zomaar ineens een verandering doorvoeren? En wie ben ik om dat van hen te verwachten? Want wat ik ‘goed’ en ‘groen’ vind, is dat voor een ander misschien helemaal niet.

Mijn intenties zijn goed: ik wil graag bijdragen aan een gezondere wereld, voor mens en dier en daar mijn uiterste best voor doen. En in dat zinnetje ligt besloten waar ik me op moet focussen. Op mezelf. Deze quote van Rachel van de Pol uit ‘Het hedendaagse heldenboek’ kwam behoorlijk binnen toen ik hem gisteren las: “Een held weet dat om vertrouwen te krijgen in zijn eigen weg, hij niet hoeft aan te tonen dat een ander de verkeerde volgt.” Iedereen is vrij om zijn of haar eigen pad te volgen, ik ook. Ik kan maar één iemand direct veranderen en dat ben ikzelf. Dat is al lastig genoeg. Ik kan met mijn activiteiten en de projecten waarvoor ik me inzet wel laten zien welk effect dat heeft en hoe ik dat ervaar. Hopelijk inspireer ik daarmee anderen om ook stappen te zetten. Welke stappen dan ook, want zij kiezen wat past bij hun manier van leven. Het resultaat van mijn acties op andere mensen is oncontroleerbaar en dat is voor een onverbeterlijke perfectionist best lastig om te accepteren. Maar als ik dat niet doe, kom ik zelf ook helemaal nergens. Het zinnetje ‘een beter milieu begint bij jezelf’ klinkt altijd erg uitgekauwd en saai, maar het is zo waar. Doen wat ik kan, is wat ik moet doen.

De Vijf: vegetarische vleesvervangers die wij graag eten

De Vijf: vegetarische vleesvervangers

Ondanks dat we vroeger allebei dagelijks vlees aten, eten we nu we vegetariërs zijn niet bij elke maaltijd een vleesvervanger. Eiwitten, essentiële aminozuren en andere mineralen en vitaminen kun je namelijk ook binnenkrijgen door onder andere peulvruchten, noten en veel verschillende soorten groenten en fruit te eten. En met zoveel variatie in je eten mis je vlees helemaal niet en denken we vaak niet eens aan een vervanger. Maar bij sommige gerechten past een vegetarisch alternatief juist perfect. Ik zet onze favorieten op een rijtje!

Gerbrand en ik eten niet alleen vegetarisch, we letten er ook op dat de voedingsmiddelen die we eten zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij zijn en het liefst ook zo min mogelijk ‘onherkenbare’ ingrediënten bevatten. Voor veel vleesvervangers geldt echter dat ze nogal wat ‘zooi’ bevatten. Teveel zout bijvoorbeeld. Of suiker waar dat niet nodig is. We letten dus op de ingrediënten bij het kopen van vleesvervangers. Kant-en-klare vegetarische producten blijven bewerkt voedsel, dus we genieten ervan, maar met mate 🙂

Groentepakket van Lekkernassûh

Groente blijft de basis!

Falafel Hot ‘n Spicy van Maza

Ingrediënten: kikkererwten 67%, jalapenopepers 8%, raapolie, tarwebloem, harissa (rode piment, koriander, karwij), spinazie, ui, courgette, peterselie, knoflook, conserveermiddelen: E200/E210, zout, koriander, peper, voedingszuur: citroenzuur.

We kochten altijd de gewone falafel van Maza, die prima is, totdat deze een keer uitverkocht was. De pittige ging mee in het mandje en bleek veel lekkerder te zijn! Deze staat nu dus standaard op tafel wanneer we falafel eten. In deze falafel zit geen toegevoegd suiker en het bevat ook geen waslijst aan onherkenbare ingrediënten. Er zit 1 gram zout per 100 gram in, dat valt ook mee. Volwassenen mogen per dag maximaal 6 gram zout, maar minder is altijd beter.

De falafel eten we met suikervrije volkoren pitabroodjes van de Ekoplaza. Daar zit alleen steengemalen volkoren tarwemeel, water, gist en zout in. We voegen er verse spinazie aan toe en gebakken tomaatjes, paprika en wortel met wat kaneel, koriander, komijn en chilipoeder. Wat kwark en hummus erover en klaar is ons broodje falafel! Natuurlijk kun je falafel ook heel gemakkelijk zelf maken en ook pitabroodjes maken is eenvoudig. En dat zou ook plastic afval schelen. Maar dit is een gerecht dat we eten wanneer we minder tijd hebben en dan is dit toch wel heel handig.

Spinazie-kaas rondo van Garden Gourmet 

Ingrediënten: spinazie (23%), rijst, vegetarische Gouda en Edam kaas (18%), paneermeel (tarwemeel, water, zout, koolzaadolie, gist, specerijen (paprika, kurkuma)), water, plantaardige oliën (koolzaad, zonnebloem in wisselende verhoudingen), tarwemeel, scharrelei-eiwitpoeder, basilicum, azijn, erwtenvezels, erwtenzetmeel, zout, maïszetmeel, gedroogde dille, zwarte peper.

We eten meestal één keer per week gebakken aardappeltjes (Gerbrand bakt de lekkerste!) en groente. Daar past een vegetarische burger bij, een nieuwerwets AGV’tje. We hebben een tijdje een voorkeur gehad voor de broccoliburger van SoFine, die we haalden bij de Jumbo. Wederom maakten we een switch naar een nieuwe favoriet toen deze burgers een keer op waren en we daarna bij de Albert Heijn waren voor wat andere boodschappen. De spinazie-kaas rondo van Garden Gourmet is superlekker! Heel smaakvol en goed vullend. Er zitten behoorlijk wat ingrediënten in, maar niets waar wij ons druk over maken.

Toch staat deze burger op de nominatie om vervangen te worden door een alternatief. We willen namelijk graag wat minder zuivelproducten eten en in deze burger zit kaas. Zelf vegetarische burgers maken is zeker een optie. Met peulvruchten, wat kruiden en iets van paneermeel komen we al een heel eind!

Vegetarische schnitzel van Gourmet Garden 

Ingrediënten: water, paneermeel (tarwemeel, water, zout, koolzaadolie, gist, specerijen (paprika, kurkuma)), soja-eiwit (9%), koolzaadolie, tarwe-eiwit (7%), scharrelei-eiwitpoeder, mayonaise (zonnebloemolie, azijn, scharrelei-eigeel, mosterd, gejodeerd zout, suiker), tarwebloem, gistextract, citroenvezel, tomaatconcentraat, specerijen, maïszetmeel, azijn, zout, knoflook.

Deze vleesvervanger ontdekte ik zo’n twee weken geleden, wederom bij de Albert Heijn in de schappen. Het is eigenlijk een niet zo gezonde optie voor bij de aardappeltjes, want er zit geen groente in en het is vooral water met tarwe en soja. Toch is dit ding heel lekker! Voor de fervente vleeseters zou deze schnitzel een goede optie zijn om eens een dagje vegetarisch te eten. De smaak en het mondgevoel komen behoorlijk overeen met een schnitzel van vlees, zo eentje uit de supermarkt dan. Deze schnitzel voldoet trouwens ook niet aan onze geen-toegevoegd-suiker-regel, want het bevat mayonaise met suiker. Maar de hoeveelheid suiker is daardoor laag en voor een keertje is dat geen probleem.

Woezel & Pip vegetarische sticks van Jumbo

Ingrediënten: water, paneermeel (tarwebloem, gist, zout, paprikapoeder), sojabonen 17,3%, zonnebloemolie, aardappelzetmeel, verstevigingsmiddel: E509, aroma, tarwebloem, verdikkingsmiddelen: E401 en E461, zout.

Deze sticks kwamen we op het spoor door een blog van Iris van Ikbenirisniet. De sticks zijn een vegetarische optie voor vissticks. Wederom een lekker hapje voor bij de aardappeltjes en groente dus. Ook deze sticks zijn niets anders dan water, tarwebloem en soja met wat kruiden, maar daar smaken ze niet minder om! En ja, ze hebben echt veel weg van vissticks. We aten deze sticks laatst nog terwijl mijn neefje Olivier (1,5) ook meeat. En ook bij hem gingen de vissticks erin als koek. Geschikt voor zowel kinderen als volwassenen dus 🙂

Kipstuckjes van de Vegetarische Slager

Ingrediënten: 88% soja structuur (water, soja-eiwit concentraat), uien-extract, zonnebloemolie, natuurlijke aroma’s.

Meestal eten we onze nasi zonder vleesvervanger. We doen er dan bijvoorbeeld een gebakken eitje bij of een handvol noten. Net zo lekker, gezond én budgetvriendelijk. Maar af en toe willen we graag ‘luxe’ nasi en dan halen we de kipstuckjes van de Vegetarische Slager. Die zijn bij veel supermarkten gewoon verkrijgbaar. De kipstuckjes snijden we nog wat kleiner en dan bakken we ze goed aan in olie totdat ze lekker goudbruin zijn. De structuur en smaak zijn perfect en bijna niet van echte kip te onderscheiden. Ik vind ze echt lekker door de nasi, maar we kopen ze maar af en toe. Zo houden we het lekker en het is beter voor onze portemonnee. Want ze zijn best prijzig.

Meestal eten we één keer of maximaal twee keer per week een vegetarische burger of falafel. De vleesvervangers blijven bewerkt voedsel, met behoorlijk wat ingrediënten en zout waar we prima zonder kunnen. Eet jij vleesvervangers? Welke is jouw favoriet? En wanneer je ze zelf maakt, welk recept is dan onovertroffen?

Update The Minimalism Game, 496 spullen de deur uit: hoe gaat het?

The Minimalism Game

Het is vandaag 15 augustus en dat betekent dat er vandaag weer 15 spullen ontspuld moeten worden. Sinds 1 augustus doen Gerbrand en ik The Minimalism Game. Dat werkt heel simpel: op dag 1 doe je één item weg, op dag 2 twee, op dag 3 drie, enzovoort. Het ‘spel’ duurt oorspronkelijk dertig dagen en aan het eind van die dertig dagen ben je 465 spullen lichter. Wij besloten er nog een extra dag aan te plakken, omdat augustus 31 dagen heeft en ach, je moet het jezelf niet te makkelijk maken toch? Hier moeten dus 496 spullen het veld ruimen. We zijn nu ongeveer op de helft, tijd voor een update.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is nu al lastig! We hebben nu 105 items uitgezocht die de deur uit gaan. Een deel heb ik afgelopen zaterdag naar de kringloop gebracht, een aantal spullen gaan naar mijn zusje en sommige dingen zijn bij het afval beland. Vandaag moeten er vijftien spullen op de foto en naar de kringloop/weggeefhoek in onze ‘kledingkamer’ (= gewoon een kleine slaapkamer waar onze kledingkast en stellingkast staan). Als je de foto’s op mijn Instagramaccount gevolgd hebt, kun je zien dat we telkens het hele huis afzoeken naar items die weg kunnen. Zo kwam er elektronica voorbij, oude keukenspullen, een tafeltje, kantoorartikelen en spullen uit de badkamer. Sommige dingen gebruikten we zelfs nog dagelijks, zoals het witte lampje op dag 12. Maar omdat we die dag een tafeltje uit de slaapkamer verplaatst hebben naar de woonkamer en het lampje alleen daar paste, hebben we besloten deze weg te doen.

Ontspullen tijdens The Minimalism Game

Gerbrand en ik betwijfelen allebei of we de eindstreep wel gaan halen: redden we het überhaupt wel om nog 391 spullen weg te doen? Kunnen we nog zoveel missen? We moeten nu al zo zoeken! De grote spullen (meubels) kunnen we nu nog niet weg doen, want dan leven we echt in een kaal huis. Maar zit er nog wel genoeg in onze kasten om het spel vol te houden? Ondanks de twijfel heb ik het gevoel dat we zeker een eind gaan komen. Want ons huis is echt nog niet ‘leeg’. En alles wat er nu staat, past niet in het tiny house.

Er zijn een aantal plekken waar de teller nog wel hard op kan lopen. Zo hebben we nog een volle Billy boekenkast, kunnen we onze kledingkast nog eens extra kritisch doornemen en hebben we een kastje met allerlei elektronica en random administratiespullen. Je weet wel: zo’n van-alles-en-nog-wat-kastje waar een heleboel dingen terechtkomen om daarna nog maar sporadisch het daglicht te zien. Ook hebben we een boodschappentas vol boodschappentassen én een plastic box vol linnen tasjes. Daarvan kunnen we er best een aantal missen. Ik wilde ze eigenlijk bewaren met als reden: ‘handig bij de verhuizing naar het tiny house’, maar dat was weer dat hoarderstemmetje die graag vasthoudt aan dingen.

Nog even terug naar die kledingkast, dat vind ik toch wel een dingetje hoor. Ik heb al in verschillende ronden heel veel kleding weggedaan. Datgene wat ik nu heb, draag ik regelmatig, op een paar items voor speciale gelegenheden na. Toch is onze kledingkast té gevuld voor het tiny house en zal ik toch echt moeten minimaliseren qua kledingstukken. Dat betekent accepteren dat kleding die ik nog leuk en prima vind toch echt weg moet. Ik ga eerst maar eens tellen hoeveel stuks ik van bepaalde items heb, dat zal hopelijk al wat meer overzicht en motivatie geven. Dat hielp heel goed bij onze sokkencollectie, daarvan bleken we namelijk 68 paar te hebben! Helaas hebben we die al een tijd geleden ontspuld en tellen die niet meer mee voor het spel. Nog 16 dagen en 391 spullen te gaan…

Onze groene bruiloft: muziek

Hoe luister je duurzaam naar muziek?

Nog een paar dagen en dan zitten we precies een jaar voor onze bruiloft. We zijn nog niet in volledige bruiloftplannings- en organisatiemodus, maar het krijgt allemaal al wel wat meer vorm in onze hoofden. Een spannend punt is en blijft het budget, onze absolute max is nu nog 5.000 euro, maar het ziet ernaar uit dat een veel lager bedrag realistischer is. We zijn namelijk ook druk bezig met de berekeningen van de kosten voor de bouw van ons tiny house en die krijgt voorrang op onze bruiloft. En zoals dat bij elk bouwproject gaat, moet je rekening houden met onverwachte kosten. Maar goed, dat is voor latere zorg! Voor nu kunnen we ons nog steeds fijn oriënteren op de keuzes die we kunnen maken. Zoals: wat doen we qua muziek?

Er zijn verschillende momenten waarop we muziek nodig hebben tijdens onze dag. Natuurlijk rondom en tijdens de ceremonie, wellicht als achtergrondbehang tijdens het diner en ’s avonds als we met onze familie en vrienden gaan feesten. De muziek tijdens onze ceremonie en het diner kunnen we waarschijnlijk het beste (en kostenefficiënt) regelen met een goede geluidsinstallatie. De locatie waar we onze bruiloft houden heeft groene stroom (100% windenergie), dus dat is heel fijn. Bij het nadenken over de muziek, vroeg ik me af hoe groen Spotify eigenlijk is. Want ik kan me zo voorstellen dat we voor de ceremonie en de achtergrondmuziek afspeellijsten aanmaken bij de dienst waar we al dagelijks gebruik van maken. Greenpeace blijkt al sinds 2009 onderzoek te doen naar de impact van digitale dienstverleners. Het blijkt dat de IT-sector verantwoordelijk is voor 7% van de totale wereldwijde electriciteitsconsumptie. Het is dus belangrijk dat grote spelers in deze branche, zoals Facebook, Google, Netflix en Spotify, energie uit hernieuwbare bronnen gebruiken om hun datacenters te voorzien van energie. En dat niet elk bedrijf dat al doet, verbaast me helaas niet. Zo is Netflix absoluut niet groen en ook Spotify scoort niet goed. Het streamen van muziek vergt veel dataverkeer en dus energie. Je kunt dat een beetje ondervangen door muziek offline op te slaan, zodat de liedjes niet steeds opnieuw naar jou gestuurd hoeven te worden. Maar de grootste verandering moeten deze bedrijven toch echt zelf maken.

Groene muziek: wat is duurzaam muziek luisteren?

Met ons kleine budget kunnen we voor de muziek ‘s avonds hoogstwaarschijnlijk geen dure dj, band of singer-songwriter inhuren. We zullen ook op dit vlak creatief moeten zijn. Misschien kunnen we een beginnend muzikant vinden, die niet zo prijzig is als de ‘oude rotten’ in het vak. Wellicht kennen mensen die wij kennen, mensen die een leuk deuntje kunnen spelen. En mocht het nou niet lukken om een live muzikant te vinden/in te huren, dan heb ik het idee om vooraf aan onze gasten te vragen welke muziek zij graag willen horen op het feest. Liedjes waarvan zij uit hun dak gaan, die hen vrolijk maakt of gewoon perfect is op een trouwfeest. Van al die liedjes (en onze eigen favorieten) kunnen we dan vooraf een (offline) Spotify-afspeellijst maken. We klikken op ‘shuffle’ en kunnen dan hopelijk de hele avond genieten van de leukste, gekste en mooiste nummers.

Er zijn trouwens artiesten die heel bewust bezig zijn met ‘groene’ muziek. Singer-songwriter Florian Wolff is daar het beste voorbeeld van. Gerbrand en ik zagen hem al een keer live, tijdens een event van Milieudefensie. Florian wil, volgens zijn bio, de wereld twee dingen nalaten: een enorme catalogus vol mooie liedjes en … niets. Hij streeft namelijk naar een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk, juist ook bij de muziek die hij maakt. Zo zette hij in 2010 The Green Tour op, met een podium dat zijn energie haalde uit zon, wind en het publiek. Dat klinkt echt heel tof! Ook zijn nieuwste album is zo groen mogelijk geproduceerd, onder andere met gerecycled papier en milieuvriendelijke inkt. En Florian is niet de enige artiest die zich via zijn muziek inzet voor het klimaat. Ook Roos Blufpand bijvoorbeeld heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Zij wil geheel CO2-neutraal worden en haar publiek inspireren om ook te verduurzamen. Haar album werd dus ook zo duurzaam mogelijk gemaakt en haar tourbusje rijdt op groen gas via Orange Gas.

Ik vond in mijn zoektocht naar groene muziek trouwens nog een inspirerende Spotifylijst met duurzame liedjes. Niet allemaal helemaal geschikt voor een bruiloft, maar wel leuk om eens op te zetten. Offline gedowload dan 🙂

Toegevoegd suikervrij eten: hoe doe ik dat?

Toegevoegd suikervrij eten

Ik eet nu al een aantal jaren zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij. Toen ik daarmee begon, had ik nooit kunnen bedenken hoeveel positieve effecten ik zou ervaren. Wat begon als een manier om iets gezonder te eten en af te vallen, bleek te leiden tot een compleet nieuwe levensstijl en eigenlijk een ‘nieuwe’ Natasja. Ik viel door een combinatie van goede voeding en sporten bijna 50 kilo af, werd vegetariër en kwam van mijn jarenlange migraine af. Ok, dit begint te klinken als een TellSell-reclame (Mike, it’s amazing!), maar toegevoegd suikervrij eten heeft mijn leven veranderd. Ik krijg regelmatig vragen over mijn eetpatroon en laat in dit artikel graag zien hoe ik het aangepakt heb.

Ik was nooit een echte snoeper en in chocolade heb ik alleen zin wanneer het die tijd van de maand is. Ik dronk nauwelijks frisdrank en ik at meestal hartig beleg op mijn brood in plaats van zoetigheid. Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik veel suiker binnenkreeg, dan had ik ontkennend geantwoord. Door verschillende documentaires en berichten over de invloed van suiker op je lichaam, begon ik te letten op de hoeveelheid suiker in mijn voeding. En daar schrok ik enorm van, op zijn zachtst gezegd. Bijna in alles wat ik toen at, zat suiker. Soms kon ik het meteen herkennen op het etiket, maar meestal was de toegevoegde suiker ‘verstopt’ onder een andere naam: malto-dextrine, dextrose, fructose, invert-suikerstroop, glucosefructosestroop… Mijn ontbijt ’s ochtends (cruesli van Quaker) bleek een enorme suikerbom te zijn, die pizza van Dr. Oetker die ik wekelijks in de oven schoof en waarvan ik wist dat ie vet zou zijn, bleek ook heel wat suiker te bevatten en bijna al het vlees en vleeswaren hadden suiker als ingrediënt. En ook het brood waarop ik het vleeswaren legde, bevatte toegevoegd suiker. Aargh! Het was best overweldigend, want ik had het idee dat ik helemaal niets meer kon eten als ik suiker wilde vermijden. Toch besloot ik de uitdaging aan te gaan. Rigoureus en cold turkey.

Toegevoegd suikervrij eten, hoe doe ik dat?

Best wel veel suiker in huis voor iemand die toegevoegd suikervrij eet 😉

Voor de suikerrijke cruesli vond ik een waardige mueslivervanger: de biologische muesli met noten van de Hema. Omdat mijn brood én het beleg suiker bevatten, besloot ik te lunchen met goedgevulde salades. Ik werkte in die tijd samen met Jennifer en zij was toen net gestart met de website voedzaamensnel.nl. Ik zag haar elke dag de lekkerste salades wegwerken en dat inspireerde extra! Om ’s avonds geen toegevoegd suiker binnen te krijgen, was het nodig om alle kant-en-klare sausmixen, sausjes, het vlees en kant-en-klaarmaaltijden (zoals pizza en lasagne) te schrappen. Koken from scratch, dat was de enige manier om toegevoegd suiker te kunnen vermijden. En daar ging ik ver in, want wist je dat ook in veel bouillon suiker zit? En in paneermeel? In gerookte kipfilet? En in een potje voorgekookte bonen? De eerste weken was ik veel meer tijd kwijt in de supermarkt. Elk etiket checkte ik nauwkeurig. Een groot deel van de producten in de reguliere supermarkt bleek ik gewoon over te kunnen slaan. De afdelingen waar ik mijn boodschappen haal zijn de groente-en fruitafdeling, de zuivelafdeling en de afdeling met pasta en rijst en dergelijke. Hier en daar een uitstapje naar de nootjes en de peulvruchten. Bij de biologische supermarkten bleek ik meer suikervrije producten te kunnen halen. Volkoren pitabroodjes zonder toegevoegd suiker bijvoorbeeld. Currypasta. Crackers. En zelfs 100% pure chocolade. Alhoewel dat geen favoriet is geworden…

Het omschakelen naar toegevoegd suikervrij eten was even wennen, maar al snel merkte ik de veranderingen. Ik viel sneller af (ik ging ook steeds meer sporten, dat hielp natuurlijk ook!), ik sliep beter én mijn dagelijkse hoofdpijn begon te verdwijnen. Ook werd mijn huid rustiger en verbeterde mijn smaak enorm: ik proef nu veel beter verschillende smaken én dingen die ik eerst niet echt zoet vond zijn nu lekker zoet voor mij. Mijn eetpatroon voelde totaal niet als een dieet, het was juist het tegenovergestelde: ik at (en eet) lekkerder en gevarieerder dan ik ooit deed. Een goedgevulde salade als lunch is zoveel lekkerder dan de saaie boterhammen die ik daarvoor altijd at. En ’s avonds zelf met verse ingrediënten koken, maakt de maaltijd veel smaakvoller. Ik krijg weleens de vraag hoe het gaat met mijn ‘dieet’ (ja, ook na ruim 3 jaar zo eten…) en dan antwoord ik altijd dat dit geen dieet is. Het is de manier hoe ik eet en leef en het is iets waarover ik niet meer hoef na te denken. Ik weet inmiddels wat ik wel en niet kan pakken in de supermarkt en welke namen suiker allemaal heeft. Onder toegevoegd suiker valt voor mij trouwens ook honing, agavesiroop, kokosbloesemsuiker, rijpe bananen, dadels en alle andere ‘gezonde’ suikers die vaak in ‘suikervrije’ recepten gebruikt worden ter vervanging van geraffineerde suikers. Voor je lichaam is suiker, suiker, in welke vorm je het dan ook neemt. Ik eet dan ook zeker niet suikervrij, want ik eet fruit, groente en zuivelproducten en daar zit van nature gewoon suiker in. Ik probeer juist onnodig toegevoegd suiker te vermijden.

De oude Natasja en de nieuwe Natasja

Voor & na, dit was drie jaar geleden, toen stond ik met mijn verhaal in de Womens Health 🙂

Eet ik dan nooit meer een taartje? Een stukje Tony Chocolonely? Een toetje in een restaurant? Natuurlijk wel! Soms krijg ik daar opmerkingen over van tafelgenoten: ‘jij eet toch geen suiker?!’ Maar balans is het toverwoord hier: als je overwegend toegevoegd suikervrij eet, kun je best eens iets lekkers met suiker nemen. Daar word je niet slechter van. Alhoewel, omdat ik het niet meer gewend ben om veel suiker in één keer binnen te krijgen, heb ik er soms bovengemiddeld last van. Dan kan ik me bijvoorbeeld twee uur lang heel raar en hyper voelen, wat niet echt prettig is. Dat is niet altijd het geval, soms gaat het prima, maar die keren dat ik er een vervelend gevoel van krijg, zorgen ervoor dat ik nog minder snel trek heb in suikerrijke producten.

Overweeg jij ook toegevoegd suikervrij te gaan eten en weet je niet waar je moet beginnen? Probeer dan eerst eens op zoek te gaan naar suikervrije varianten van de producten die je vaak eet. Of in elk geval, varianten waar veel minder suiker in zit. Vervang stap voor stap onderdelen van je voeding. Zo wen je aan het lezen van etiketten en het eten van andere producten en zal je smaak zich langzaam aanpassen. Hoe minder zoet je eet, hoe makkelijker het wordt. Gemakkelijk suiker herkennen op een etiket? Vraag de gratis suikerspiekpas aan om mee te nemen in je portemonnee. Zo kun je in de supermarkt snel even checken of een product suiker bevat. Je krijgt na aanvragen van de suikerspiekpas wel e-mails met tips van Carola van Sugarchallenge.nl, maar daarvoor kun je je weer afmelden. Heb je vragen over mijn manier van eten? Stel ze gerust!

Vier tips om iets te geven waar jijzelf ook blij van wordt

Iets geven hoeft geen geld te kosten.

Geven, het wordt vaak geassocieerd met geld. Best wel jammer eigenlijk, dat de geldelijke waarde van een cadeau soms belangrijker lijkt dan de waarde van het geven en het item zelf. Nu ik zelf bewust aan het ontspullen en consuminderen (consuniksen op het moment) ben, merk ik dat ik anderen ook graag iets geef waar ze écht wat aan hebben. Het liefst geef ik hen dan iets om te doen of te beleven. Herinneringen gaan langer mee dan spullen én je hoeft ze niet af te stoffen 😉 Sowieso hoeft iets geven je niet direct geld te kosten. Ik geef je graag vier tips om iemand blij te maken, een dierbare óf een wildvreemde.

Glimlach
Laten we klein en simpel beginnen. Van deze tip word je zelf ook blij, dus er is geen enkele reden om dit niet straks meteen in de praktijk te brengen als je de deur uit gaat. Zorg voor een lach op iemands gezicht door naar hem of haar te glimlachen. Dat kan overal: op straat, in de supermarkt, in het openbaar vervoer. Zie je iemand naar je kijken? Lach dan terug. Van een glimlach op je gezicht word je zelf blijer, maar degene die hem ontvangt zal vaak automatisch teruglachen. En dat vrolijkt hen weer op! We zijn het (vooral in de grote steden) zo gewend om ons alleen te bemoeien met onze eigen zaken en bezig te zijn met onszelf (en onze smartphone) dat we weinig oog hebben voor wat er om ons heen gebeurt. Zonde, want ik heb soms de meest grappige of interessante gesprekken doordat ik iemand eerst toelachte. Dat hoeft heus niet altijd te gebeuren, maar het maakt sommige reizen of wachtmomenten wel een stuk aangenamer en verrassender!

Compliment
Ok, we gaan een stapje verder. Dit keer wil ik je graag aansporen om meer mensen aan te spreken. En dan vooral wanneer je iets positiefs aan hen opvalt. Dat kunnen mensen in jouw directe omgeving zijn, maar ook (juist!) vreemden. Het is heel simpel: zie je iets leuks, verrassends, grappigs? Benoem dit dan! Als ik iemand met bijzonder haar, een mooie outfit of bijvoorbeeld een leuke hond zie, dan laat ik dat diegene weten. Mensen zijn vaak positief verrast en reageren meestal enthousiast. En daar word ik op mijn beurt dan weer blij van! Zo zat ik laatst in de bus waar de vrouwelijke buschauffeur enthousiast meezong met een liedje op de radio. Ik werd er helemaal vrolijk van, dat ze zich zo op haar gemak voelde en gezellig meezong in een volle bus. Toen ik bijna bij mijn halte was, ben ik naar voren gelopen om haar te laten weten dat ze me zo vrolijk maakte met het zingen. En dat vond zij dan weer superleuk om te horen. Enthousiast groetten we elkaar toen ik de bus uitstapte, allebei met een glimlach op ons gezicht.

Iets geven hoeft geen geld te kosten.

Tijd
Het kost geen geld, wel wat moeite. Maar het is heel waardevol om weg te geven, want eenmaal gegeven is het voor altijd weg. Tijd. Ook al heeft iedereen het altijd druk, druk, druk, van het vrijwillig weggeven van wat tijd word je zeker niet slechter. Er zijn verschillende manieren om tijd te geven. Zo heb ik een paar jaar geleden via mijn persoonlijke blog op mijn verjaardag drie uur van mijn tijd aangeboden aan wie dat maar nodig had. Mensen konden me mailen en laten weten waarvoor ze die drie uur wilden gebruiken. Als ik hen daadwerkelijk kon helpen, dan deed ik dat. Zo heb ik iemand geholpen bij het solliciteren, heb ik feedback gegeven op een website en heb ik iemand advies gegeven over het uitgeven van een boek. Het was voor mij heel waardevol om te merken met hoe weinig moeite je iets voor een ander kunt betekenen. Het initiatief Timebank werkt met hetzelfde principe: je kunt je kennis en kunde delen met anderen of iemand vragen om jou ergens mee te helpen. Je ‘betaalt’ elkaar met tijd. In Den Haag bijvoorbeeld zijn verschillende projecten waar timebankers elkaar kunnen helpen.

Tijd weggeven kan ook door je (eenmalig) in te zetten voor een goed doel. Bijvoorbeeld door eens een collecte te lopen (ik deed dat vorig jaar voor de Nierstichting en dat was veel minder eng en veel succesvoller dan ik verwachtte!) of door in maart mee te doen aan NLdoet. Dan ga je een dagje met anderen aan de slag voor een organisatie of initiatief in jouw wijk. Wie weet wat voor leuke mensen je dat weekend leert kennen!

Heb je structureel wat tijd ‘over’? Dan kun je vrijwilligerswerk gaan doen. Ik doe dat al sinds mijn studententijd. Zo ben ik zeven jaar bestuurslid van Stichting B12 Tekort geweest, heb ik meegewerkt aan de wijkkrant hier in onze buurt en nu zet ik me in voor Stichting Tiny House Nederland en lokaal voedselinitiatief Lekkernassûh. Vrijwilligerswerk levert me enorm veel op: ik leer veel verschillende mensen kennen, doe werkervaring op bij verschillende organisaties en vind het fijn om iets te kunnen betekenen voor organisaties die passen bij mijn idealen. Vrijwilligerswerk hoeft je zeker geen uren per week te kosten, met een paar uur per maand zijn veel organisaties al enorm geholpen. Ook eens kijken wat jij zou kunnen doen? Hier vind je een heel rijtje vacaturebanken voor vrijwilligers: https://vrijwilligerswerk.nl/vacaturebanken-landelijk.

Bloed
Oh, wat vond ik naalden vroeger eng! Mijn ouders gaven al jaren bloed en ik ging als kind weleens mee. De rillingen liepen me dan over de rug, wanneer ik die naald in hun arm zag verdwijnen. De enige reden om mee te gaan, waren de roze koeken waarvan ik er dan ook eentje mocht. Maar sinds ik (nu alweer ruim 12 jaar geleden) door een vitamine B12-tekort in de medische molen terechtkwam en ik zelf leerde injecteren (wat ik nog steeds maandelijks doe), ben ik van mijn naaldenangst af. Een paar jaar geleden besloot ik om dan ook maar bloed te geven. Ondanks dat ik niet altijd kan wanneer mijn bloedgroep nodig is (zo sta ik nu op pauze door het zetten van een tattoo), heb ik regelmatig een halve liter gedoneerd. Ik vind het fjin om te weten dat ik daarmee mensen kan helpen. En als ik zelf bloed nodig zou hebben, zou ik het ook heel prettig vinden dat dat er is. Ook bloeddonor worden? Alle informatie vind je hier: https://www.sanquin.nl/.

Test jezelf! Hoe groen scoor jij?

Test hoe jij scoort qua Earth Overshoot Day

We worden dagelijks overspoeld met nieuws over het klimaat, milieu, mensen- en dierenwelzijn. Vaak zijn het alarmerende berichten die proberen de noodklok nog iets harder te luiden. De aarde warmt sneller op dan gedacht, de poolkappen smelten te snel, opkomende economieën verbruiken in een steeds sneller tempo niet-hernieuwbare grondstoffen terwijl de Westerse wereld niet snel genoeg omschakelt naar hernieuwbare bronnen. Als je zoals ik het groene nieuws volgt, dan zie je gelukkig ook veel goed nieuws voorbijkomen: grote bedrijven die stappen zetten om te veranderen, organisaties die zich met succes hard maken om grote problemen op te lossen, individuen die in hun eentje een flinke verandering tot stand brengen. Maar het lastige van al deze berichten is dat het overweldigend kan zijn en je niet goed kunt inschatten hoe erg het nu echt is én welk aandeel jij daarin hebt.

Daarom vind ik websites en initiatieven die dit inzichtelijk maken heel fijn. Ze laten zien hoe onze persoonlijke leefstijl impact heeft op de aarde. Eén zo’n initiatief is Earth Overshoot Day. Als je een beetje in de groene wereld thuis bent, dan kun je het niet gemist hebben. Afgelopen woensdag was het zover, we hadden op 2 augustus al alle grondstoffen die de aarde ons kan leveren voor onze levensstijl opgebruikt. Alles wat we na deze datum gebruiken, doen we dus eigenlijk op de pof. Elk jaar is het eerder Earth Overshoot Day. In 1970 viel de datum op 31 december, in 2000 op 1 november en nu dus al op 2 augustus. Als we zo doorgaan, hebben we in 2030 twee aardes nodig. En laten we die nou net niet hebben…

Die 2 augustus stelt het gemiddelde van iedereen voor. Maar het is ook interessant om te zien hoe het staat met jouw eigen ecologische voetafdruk. Met de Footprint Calculator kun je zelf uitrekenen hoeveel aardes er nodig zijn wanneer iedereen zo zou leven zoals jij dat doet. En dus op welke datum jouw Overshoot Day valt. Met mijn minimalistische, vegetarische levensstijl, zonder auto en zonder vliegvakanties kom ik al op 1,5 aarde(!). Earth Overshoot Day zou voor mij op 1 september vallen. Iets beter dan op 2 augustus, maar veel scheelt het niet 🙁 Er is dus zeker ruimte voor verbetering.

Hoe groen leef jij?

Er zijn meer sites die je inzicht geven in de ‘groenheid’ van jouw manier van leven. Linda van Zaailingen.com heeft hierover een mooi artikel geschreven, met daarin vijf andere sites waar je op verschillende manieren jouw impact kunt berekenen. Ook heeft Linda een eigen test ontwikkeld (en daarvan ben ik zeer onder de indruk), die ze heeft gemaakt op basis van de gegevens in het boek De Verborgen Impact van Babette Porcelijn, het bijbehorende rapport van CE Delft en een rapport van Blonk Milieuadvies. Deze test vergt wel iets meer uitzoekwerk om in te vullen, maar is daardoor wel erg nauwkeurig! Ik scoorde behoorlijk ver onder het gemiddelde, maar dat is vrij logisch wanneer je geen auto hebt, niet vliegt, nauwelijks nog spullen of kleding koopt en vegetarisch eet.

Of de uitslagen van dergelijke testen nu heel accuraat zijn of niet, ze maken je wel bewuster van de duurzaamheid van jouw gewoonten en laten zien of en waar er nog (flink) wat milieuwinst te behalen valt. Op die manier kunnen zulke calculators handvatten geven om stap voor stap jouw impact te verlagen. Want het blijft een feit dat wanneer er veel dingen zijn die je groener kan doen, het lastig is om te bepalen waar je moet beginnen. Zie je in één van de testen een duidelijke piek in een bepaalde categorie, dan kun je besluiten deze als eerste aan te pakken. En dat aanpakken kun je dan weer doen met hulp van talloze challenges. Koop je bijvoorbeeld teveel spullen, terwijl je huis al overvol is? Overweeg dan om The Minimalism Game te doen om 465 items de deur uit te werken en te beseffen dat je echt niet altijd iets nieuws nodig hebt. Eet je dagelijks of regelmatig vlees? Doe dan mee met #MeatlessMonday voor tenminste één vleesloze dag per week. Ben je al vegetariër en wil je ervaren hoe het is om vegan te eten? Over 58 dagen start er weer een Vegan Challenge. En wil je wat minder met de auto reizen en je juist vaker per fiets of lopend verplaatsen? In september is het weer Steptember, waarbij je je kunt laten sponsoren om elke dag 10.000 stappen te zetten. Deze uitdaging is niet ontstaan uit milieubewustzijn, maar past wel goed binnen het thema.

Ja, het kan confronterend zijn om te zien hoe slecht het gaat met onze aarde en welke gevolgen dat kan hebben. Maar laat dat je vooral niet demotiveren. Als je je bewust wordt van jouw impact, geeft dat je de mogelijkheid om te veranderen. En dat is een stuk constructiever dan je ogen sluiten voor slecht nieuws!

496 spullen moeten deze maand het huis uit: gaat dat lukken?

Sinds we definitief besloten voor een tiny house te gaan, zijn we bezig met ontspullen. Want in een huis van zo’n 24 m2 kun je nu eenmaal niet zoveel kwijt. En wat je hebt, moet van waarde, nut of belang zijn. Minimaliseren tot de max dus. In een aantal grote opruimronden hebben we de keuken, de buffetkast, onze kledingkasten, boekenkasten én de schuur aangepakt. Tussen de echt grote acties door ontspulden we steeds enkele items die we tegenkwamen bij het dagelijkse opruimen. Zo is er al heel wat richting vrienden, familie, Marktplaats, Little Free Libraries en de kringloop gegaan.

Ons huis is op dit moment dus echt wel een stuk leger dan een jaar geleden. Waar ik in het begin niet veel verschil merkte, valt me nu de ruimte in onze kamers en kasten steeds meer op. We hebben zelfs al een aantal kasten weg kunnen doen: de kledingkast van Gerbrand bijvoorbeeld, een ladekast uit de schuur en een boekenkast uit de woonkamer. Ons motto was wel steeds: we willen niet een dik jaar in een ‘leeg’ huis leven. Dus staat de buffetkast er gewoon nog, waarin onze minimale hoeveelheid servies wel erg uitgespreid staat om de kast nog enigszins op te vullen. Er zijn nog steeds twee boekenkasten. Niet compleet gevuld meer, maar toch ook niet leeg. We hebben een stellingkast, een kledingkast, een ladenkast. Allemaal nog steeds gevuld met spullen. Teveel spullen (én meubels) om mee te nemen naar het tiny house. En teveel spullen om straks in één keer de deur uit te moeten doen. We zijn daarom een uitdaging aan gegaan, eentje die we een paar maanden geleden met heel veel gemak hadden kunnen uitvoeren: The Minimalism Game.

De regels van dit ‘spel’ zijn simpel: op dag 1 doe je één item weg, op dag 2 twee items, op dag 3 drie items, enzovoorts. Het spel duurt oorspronkelijk 30 dagen en na 30 dagen heb je dan dus 465 spullen je huis uitgewerkt. Klinkt veel? De meeste mensen komen met het uitzoeken van hun besteklade al richting een tiental spullen. En dan heb je de rest van het huis nog voor de boeg… Deze challenge is een goede stok achter de deur om kritisch te kijken naar wat je hebt en wat je echt nodig hebt. Doordat je hier dagelijks mee bezig bent, dwing je jezelf keuzes te maken. Ik heb al gemerkt dat mijn perspectief over wat ik ‘nodig’ heb steeds verandert naarmate ik meer spullen wegdoe. Items die ik eerst per se wilde bewaren, blijken een maand later zonder problemen op de kringloopstapel te belanden. Wat ‘nodig’ is, is dus onderhevig aan verandering. Dat zorgt er soms wel voor dat mijn kleine hoarderstemmetje zich ermee gaat bemoeien: “zou je dit niet toch bewaren? Straks dan, je weet maar nooit, het is handig om te hebben, echt, denk er nog even over na”. Meestal snoer ik dit stemmetje snel de mond en ontspul ik driftig verder. Heel soms belandt zo’n item op de twijfelstapel. Maar de ervaring leert dat het daar dan nooit meer vandaan komt en de spullen gewoon de deur uit gaan.

Gerbrand en ik pakken The Minimalism Game nog een tikje drastischer aan. We zijn op 1 augustus gestart en omdat augustus 31 dagen heeft, gaan we 31 dagen lang spullen wegdoen. Wij zullen dus niet eindigen met 465 ontspulde spullen, maar gaan 496 items de deur uitwerken. Ik vraag me af: hebben we nog wel 496 spullen om weg te doen? Na al dat minimaliseren, opruimen en ontspullen heb ik het idee dat we al heel veel weggedaan hebben. Toch is het huis nog niet leeg en zijn de kasten en laden zoals gezegd gevuld. We gaan er dus voor: 31 dagen lang zullen we dagelijks op Instagram laten zien wat ons huis gaat verlaten. Ik zal er zoveel mogelijk bij vermelden waarom we het ding hadden, waarom het weggaat én waar het naartoe gaat. We willen namelijk zo min mogelijk spullen weggooien (alleen als het vies of stuk is) en alles een goede, nieuwe bestemming geven. Dat kan door het te verkopen op Marktplaats, het weg te geven aan vrienden en familie (die bij sommige items in ons huis al hebben aangegeven dat ze dat wel graag willen hebben, als we dat weg doen :)), het naar de kringloop te brengen, het op een Facebook Weggeefhoekpagina te zetten of te schenken aan een goed doel. Alle spullen hebben namelijk energie en grondstoffen gekost en het zou zonde zijn om dat te verspillen. Het kan dus best zo zijn dat jij iets op Instagram ziet langskomen dat je graag zou willen hebben. Top! Stuur me dan vooral een berichtje, dan regelen we dat.

Dag 1 en 2 van The Minimalism Game.

Dag 1 en 2 zijn al achter de rug en zijn natuurlijk easy peasy. Op dag 1 is de Chromecast ontspuld, die is vrij nutteloos wanneer de tv al maanden de deur uit is. Deze gaan we verkopen op Marktplaats. Op dag 2 hebben twee fotolijstjes het veld geruimd. Ze zagen er leuk uit, maar bleven maar omvallen bij het minste of geringste, aargh! Mijn zusje vindt ze wel erg tof en wilde ze wel hebben. Die krijgen dus een plekje in haar interieur. Op mijn Instagramaccount vind je vanavond welke drie items er vandaag weg gaan.

Ga je ook mee doen of ben je al begonnen? Laat me dat vooral weten, want dan volg ik je graag. Ik ben altijd erg benieuwd hoe anderen het ontspullen ervaren. Wellicht kunnen we tips en motiverende woorden uitwisselen op de dagen dat er wel heel veel weg moet…Ik ben benieuwd of we de 496 items gaan redden, ik hou jullie op de hoogte!