Categorie: Afvalvrij

Plastic afval: moet het nu wel of niet in doorzichtige zakken?

Jeetje, wat een commotie sinds de NOS op 7 juli liet weten dat afvalverwerkingsbedrijven plastic afval, verzameld in gewone ondoorzichtige vuilniszakken, linea recta bij het restafval gooien waarna het gewoon de verbrandingsoven in gaat. Al in januari van dit jaar stuurde de Vereniging van Afvalbedrijven een notitie naar de gemeenten om hen erop te attenderen dat plastic afval aangeboden moet worden in doorzichtige zakken. Maar veel gemeenten, waaronder mijn gemeente Den Haag, hebben dit niet doorgegeven aan hun inwoners. Na vrijdag waren er dus veel mensen, net als ik, boos: we hadden al die tijd voor niets braaf ons plastic afval gescheiden.

Ik besloot afgelopen vrijdag eerst maar eens op onderzoek uit te gaan. In de ‘Acceptatieprocedure PMD’ van de Vereniging Afvalbedrijven valt inderdaad te lezen dat plastic los of in doorzichtige zakken aangeleverd moet worden:

“Om een visuele inspectie te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk dat kunststof verpakkingsafval los of in transparante zakken wordt aangeleverd. Indien het door de wijze van aanlevering niet mogelijk is om een visuele inspectie uit te kunnen voeren (doordat het materiaal bijvoorbeeld in grijze vuilniszakken is aangeleverd), worden deze stoorstoffen – indien mogelijk – met een kraan of shovel gesorteerd en apart gehouden. Wanneer grijze vuilniszakken worden aangetroffen, dan wordt verondersteld dat hierin huishoudelijk restafval zit. Deze zakken worden niet ter plaatse geopend. De goedgekeurde PMD wordt bij de PMD-voorraad geschoven.”

En dit werd ook door Van Scherpenzeel (die volgens een tweet van Jurriaan Spoel ook het afval van de gemeente Den Haag verwerken) bevestigd in het bericht van NOS:

“Van Scherpenzeel keurt regelmatig ladingen vrachtwagens met PMD-afval af, omdat er te veel grijze zakken tussen zitten. Grijze zakken die desondanks toch bij het PMD-afval terechtkomen worden er later tussenuit gevist, om te voorkomen dat er te veel vuil in de verwerkingsmachines terechtkomt.”

Plastic afval gescheiden inleveren in doorzichtige zakken of gewone grijze vuilniszakken

Voordat ik boos de gemeente zou bellen, besloot ik eerst op de website te kijken of de wijze van aanbieden daar wellicht toch vermeld staat. Daar vond ik wel een pagina waar precies beschreven wordt wat er wel en wat er niet bij het plastic afval mag, maar er werd nergens met een woord gerept over de manier van aanbieden. Een telefoontje naar de gemeente bracht ook geen duidelijkheid. De medewerker van het contactcentrum kon ook niets vinden over deze eis en maakte een terugbelafspraak voor me. Helaas ben ik nooit teruggebeld, de gemeente zal het wel druk hebben gehad… Ik heb daarna nog geprobeerd te achterhalen hoe de sortering van het plastic afval en de verwerking daarvan precies geregeld is in Den Haag. Een paar telefoontjes naar verschillende bedrijven (onder andere Haagse Milieu Services, Van Gansewinkel en AVR) maakten me nog niet veel wijzer. Ik besloot het even te laten rusten en mijn terugbelafspraak af te wachten. Er waren ondertussen online al meer boze berichten opgedoken, onder andere Anne Toeters van D66 gaf aan vragen te gaan stellen in de gemeenteraad.

En ineens was daar vrijdag een bericht op de website van de gemeente Den Haag, dat plastic afval inderdaad aangeboden moet worden in doorzichtige plastic zakken. Het bericht zou op 1 juli al geplaatst zijn, maar was door mij en een medewerker van de gemeente zelf niet eerder te vinden… Na het weekend maakte de gemeente het nog mooier: het bericht over het gebruiken van doorzichtige zakken is vervangen door een bericht dat plastic afval in gewone grijze huisvuilzakken tóch gewoon verwerkt wordt:

“Het bedrijf dat voor Den Haag het verpakkingsmateriaal verwerkt, kijkt alles na wat er binnen komt. Bij doorzichtige zakken is makkelijk vast te stellen wat er in de zakken zit. Deze worden meteen gescheiden verwerkt. Ondoorzichtige zakken waarbij duidelijk van buitenaf kan worden bepaald dat er plastic en metalen verpakkingen en drankenkartons inzitten, worden ook gewoon gescheiden verwerkt. Alleen de zakken waar echt restafval in zit, worden apart gehouden en gaan naar de verbrandingsoven. Dat was de afgelopen periode zo en dat blijft zo.”

In dit bericht geeft de gemeente dus aan dat het afvalverwerkingsbedrijf, dat volgens mij Van Scherpenzeel is, ondoorzichtige zakken gewoon verwerkt. En dat is volgens Van Scherpenzeel niet het geval. Wie moeten we dan geloven?

Ik blijf nog steeds twijfelen of de verwerking inderdaad zo gaat zoals de gemeente dat schetst. Waarom geven zowel de Vereniging Afvalbedrijven en Van Scherpenzeel dan aan dat het anders gaat? Uit alle berichten wordt in elk geval wel duidelijk dat het aanleveren in doorzichtige zakken de voorkeur heeft. Dan wordt het plastic afval zeker weten goed gesorteerd en verwerkt. Maar dan komt de volgende vraag: waar haal je die doorzichtige zakken? In een aantal gemeenten in Nederland worden deze gratis verstrekt, zoals bijvoorbeeld in Assen. De gemeente Den Haag laat weten dat de zakken bij de supermarkt verkrijgbaar zijn, maar na eigen onderzoek en berichten van anderen blijkt dit niet het geval te zijn. Online zijn er bulkverpakkingen met Plastic-heroes-zakken te krijgen, waarbij je er 480 stuks voor nog geen dertig euro krijgt. Maar de drempel om op die manier aparte afvalzakken aan te schaffen is voor veel mensen veel te hoog.

Volgens mij heeft de gemeente Den Haag het gevoel dat ze dit probleem opgelost hebben, met het bericht dat al het plastic afval verwerkt wordt ongeacht de manier van aanbieden. Ik denk echter dat het niet zo eenvoudig is en vind dat er nog het nodige aan deze manier van afvalscheiding valt te verbeteren. Zo zou op elke container aangegeven moeten worden dat het plastic aangeleverd moet worden in doorzichtige zakken én moet de gemeente deze gratis verstrekken of zich ervoor hard maken dat deze zakken in de supermarkt verkrijgbaar zijn. Ik waag er maar weer wat telefoontjes en e-mails aan, ik ben benieuwd naar de reactie. Wordt vervolgd…

Elf mensen, één uurtje: hoeveel afval haalden we van het strand?

TrashUre Hunt afval rapen op het strand Scheveningen

Het was stralend weer. Zo stralend, dat er werd gewaarschuwd voor een zeer hoge zonkracht. Op het strand van Scheveningen lagen rond het middaguur veel mensen, hopelijk goed ingesmeerd, heerlijk te relaxen. In de branding renden kinderen enthousiast gillend achter elkaar aan. Zomer, dat betekent volle stranden. Maar volle stranden betekent helaas ook veel zwerfafval. Daar kun je je boos over maken, maar je kunt er ook iets aan doen, vonden Sara van Groenmetsaar en ik. Dus maakten we een Facebookevent aan en stonden we 9 juli met z’n elven, gewapend met handschoenen en boodschappentassen bij het museum van TrashUre Hunt klaar om in een uurtje het strand iets schoner te maken.

We besloten ons te concentreren op het stuk strand vanaf de Reddingsbrigade tot iets voorbij de pier. Al op de boulevard begon iedereen fanatiek te rapen. De eerste blikjes, plastic verpakkingen en vooral veel sigarettenpeuken verdwenen in de tassen. De motivatie om zoveel mogelijk te verzamelen was groot: bij terugkomst zou de opbrengst gewogen worden en worden toegevoegd aan een groot bord op de wand van het museum. Daar worden alle acties van de Summer Challenge dagelijks bijgehouden. Er zaten zelfs al dagen van 84 en ruim 100 kilo afval bij! Dat zouden wij met elf mensen in een uur niet gaan redden; toch waren we benieuwd hoeveel we wel zouden oprapen. De stranden worden namelijk elke avond schoongemaakt door de gemeente. Toen we eenmaal op het zand liepen, leek er op het eerste gezicht inderdaad niet veel afval te zijn. Wat kleine stukjes plastic, hier en daar een rietje en toch wel weer heel veel peuken, dat was wat de eerste meters opleverden. Daarmee zouden we niet zoveel kilo’s binnenslepen.

Zwerfafval sorteren bij het museum van TrashUre Hunt

Foto: Nils Bloem

Maar hoe langer we liepen, hoe meer we zagen liggen. Ik deelde een tas met Gerbrand en op een gegeven moment vonden we een kapot bierflesje dat half onder het zand begraven lag. Met zoveel mensen op blote voeten hadden deze scherven heel wat schade kunnen veroorzaken. We hebben alle stukjes zo zorgvuldig mogelijk uit het zand gehaald. Hoe dichter we bij de pier kwamen en hoe meer onze ogen gefocust waren op zwerfafval, hoe meer we vonden. Natuurlijk heel veel afval dat we verwachtten: blikjes, plastic flesjes, lege sigarettenpakjes en billendoekjes. We vonden ook een zakje met nog een klein beetje wiet erin, een oude handdoek (ik heb gekeken of deze echt niet meer van iemand was ;)), een kledinghanger en een paar kinderslippertjes. Die laatste vondst hebben we niet meegenomen, maar op een container gezet. Wellicht kon de eigenaar ze dan nog terugvinden.

We werden door veel mensen zwijgend gade geslagen, ik was erg benieuwd wat ze van onze actie dachten. Ik hoop dat de mensen die onze groep zag rapen, in elk geval wél hun afval netjes in de prullenbak zou gooien of mee naar huis zou nemen. Er waren ook mensen die ons complimenteerden. ‘Goed bezig!’ en ‘Wat goed dat jullie dit doen!’, hoorde ik een aantal keren. In de korte gesprekjes met deze mensen kwam naar voren dat ook zij zich ergerden aan al het afval, hier op het strand en in de openbare ruimte in het algemeen. Eén meisje gaf aan zelf ook regelmatig afval te rapen. Verder werden er ook wat mensen aangestoken door onze opruimactiviteiten: we kregen her en der glasscherven aangereikt en een volleyballende meneer onderbrak zijn spel om ons een stuk plastic te brengen. Er waren ook mensen die vroegen of we hun afval wilden meenemen, maar dat was nou juist niet de bedoeling. We kwamen voor het zwerfafval en waren geen afvalophaaldienst.

Sorteren zwerfafval

Foto: Nils Bloem

Om 13.15 uur zouden we weer verzamelen bij het afvalmuseum, maar het was lastig om te stoppen met rapen. Als je eenmaal bezig bent, blijf je rotzooi zien en voelt het heel vervelend om dat te laten liggen. Maar ja, helaas kun je niet alles in één keer opruimen en was het tijd om het gevonden afval te wegen en te sorteren. Terug in het museum bleek dat we in iets meer dan een uurtje 29,5 kilo afval hadden verzameld! Bijna dertig kilo! Meer dan ik van tevoren verwacht had. Zo schoon als het strand op het eerste gezicht lijkt is het dus niet. In het museum van TrashUre Hunt hebben we alle zakken omgekeerd op een grote tafel en de inhoud gesorteerd. Het ‘schone’, droge materiaal kan worden gebruikt voor de tentoonstelling. Uit de tassen kwamen onder andere sokken en een onderbroek, een volle luier, heel veel rietjes, sigarettenpeuken, plastic flesjes en talloze snoeppapiertjes. Femke en Anne (van Den Haag Fossielvrij) hadden onder andere honderden geplastificeerde confettihartjes opgeruimd. Die zijn misschien wel bij een huwelijksaanzoek of een romantisch feestje gebruikt. Zo jammer dat deze mensen er niet bij stil stonden dat de voor hen feestelijke confetti helemaal geen feestje voor de natuur is.

Afval van het strand in Scheveningen

Rond 14.30 uur was alles gesorteerd. Het strandzand dat ook meegekomen was, werd weer schoon teruggebracht naar de plek waar het hoort. Het museum is sinds zondag weer wat ‘schatten’ rijker en wij zijn een hele ervaring rijker. Ik vind het treurig dat je in zo’n korte tijd zoveel afval kunt verzamelen en ben blij dat initiatieven zoals TrashUre Hunt zich inzetten om zoveel mogelijk schoonmaakacties te organiseren en met het museum zoveel mogelijk mensen proberen te informeren over de impact van afval op ons milieu en de natuur. Zo’n zwerfafvalopraapactie is voor mij zeker voor herhaling vatbaar! En dan niet alleen op het strand, maar ook in mijn eigen woonwijk bijvoorbeeld. Ook Sara liet weten meer acties te willen organiseren, dus hou onze blogs in de gaten als je ook eens mee wilt helpen!

Veel dank aan alle mensen die afgelopen zondag meehielpen, jullie zijn kanjers! Er is toch maar mooi weer bijna 30 kilo afval opgeruimd 🙂

Foto: Nils Bloem

Frisse oksels zonder rotzooi: citroen!

In de badkamer hebben we al een grote opruiming gehouden. In het tiny house filteren we straks ons eigen grijze water en dan zijn chemische producten uit den boze. Ook voelen we ons niet meer fijn bij een aantal ingrediënten die in veel producten van bekende merken gebruikt worden. Eerst hebben we producten met microplastics erin verbannen. Dat bleken er best wel een aantal te zijn, vooral bodylotions en scrubs zijn berucht om hun plastic inhoud. Daarna gingen we onder andere letten op de stof SLS (sodium lauryl sulfate) in onze shampoo en douchegel. Deze best wel agressieve stof wordt toegevoegd om zijn reinigende werking en zorgt ervoor dat producten goed gaan schuimen. En dat geeft het gevoel dat de shampoo of douchegel goed werkt. SLS wordt echter vaak gewonnen uit palmolie en dat is niet zo duurzaam. Bovendien zorgt de te agressieve reiniging ervoor dat je vaker je haar wilt wassen, omdat je hoofdhuid teveel talg gaat aanmaken. Wij gebruiken nu alleen nog maar natuurlijke producten om ons te wassen. En ook voor mijn oksels wilde ik graag een natuurlijk alternatief en het liefst verpakkingsvrij/arm.

‘Vroeger’ gebruikte ik altijd een roller van Sanex en daarbij lette ik er wel op dat er geen aluminium in zat. Deze rollers zijn echter helemaal van plastic en bij dagelijks gebruik gooide ik er heel wat weg op jaarbasis. Zonde! Ik ging op zoek naar een alternatief en vond deze van Lamazuna. Ik heb het een tijdje gebruikt en vond de werking prima. Je maakt het blokje nat onder de kraan en wrijft er vervolgens mee onder je oksel. Het blokje gaat lang mee, want je ziet na een paar maanden gebruik nog nauwelijks verschil in grootte. Maar na een tijdje smeren viel me op dat de huid van mijn oksels verkleurde. Niet zo’n fijn idee, dus met deze deodorant ben ik gestopt. Gelukkig kregen mijn oksels hun oorspronkelijke kleur weer terug. Ik heb geen idee of dit vaker voorkomt of dat mijn huid gewoon raar reageerde.

Ik heb daarna een tijdje gewoon maar geen deodorant gebruikt. In eerste instantie was ik wel bang voor zweetplekken in mijn kleding en onaangename geurtjes, maar mijn oksels bleven aanzienlijk droger zónder deodorant! En met de geurtjes viel het ook 100% mee. Natuurlijk rook ik aan het einde van de dag weleens wat, als ik bijvoorbeeld een sprintje naar de trein had getrokken, maar over het algemeen was ik fris en fruitig. Met de afgelopen warme dagen wilde ik toch graag iets gebruiken, want met temperaturen van 30 graden zweet je al als je een pink optilt. Tijdens de Nationale Dag voor Duurzaamheid in het Hoger Onderwijs had ik gesproken met een studente die me vertelde dat zij citroensap gebruikte als deo. Dat moest ik natuurlijk ook proberen!

Het heeft even geduurd voordat we eraan dachten om een biologische citroen mee te nemen van de supermarkt, maar deze week is de citroendeotest officieel begonnen. Het is heel simpel: je snijdt een plakje van de citroen, dept hiermee onder beide oksels en laat het even drogen. Hier en daar zat er wat vruchtvlees onder mijn oksel, dat heb ik natuurlijk even weggehaald 😉 Als het sap opgedroogd is, voelen mijn oksel niet plakkerig. Ook ruiken ze niet overdreven naar citroen. De alternatieve deo doorstond een dagje wandelen in de zon en een bootvaart in elk geval met glans. Ik rook aan het einde van de dag nog fris en fruitig (haha). Ook na mijn eerste rondje hardlopen na tien maanden (!) stilstand was er geen zweetlucht te bekennen. Niet gedacht dat zoiets simpels als citroen zo goed zo werken!

De plakjes citroen zijn meerdere dagen te gebruiken wanneer je ze in een afgesloten bakje bewaart, zodat je lang kunt doen met één citroen. Helemaal afvalvrij is het natuurlijk niet, maar het afval dat ik ervan heb, kan zo op de composthoop. Ik heb de ‘citroensapdeo’ ook geprobeerd direct na het scheren van mijn oksels, dat prikt een heel klein beetje, maar niet noemenswaardig. Omdat mijn oksels niet naar citroen ruiken, ben ik ook niet zo bang dat ik wespen of andere insecten zal aantrekken. Ik ben namelijk allergisch voor prikbeesten, dus hou ze het liefst op grote afstand. Ik ga deze natuurlijke ‘deodorant’ de komende tijd uitgebreid testen en hou jullie op de hoogte!

Ik ben benieuwd: wat gebruik jij als deodorant? En hoe bevalt dat?

Vijf tips om geen eten meer weg te gooien + bonustip

Ik hang regelmatig met mijn neus boven een zak spinazie. Niet omdat spinazie een specifiek lekker geurtje heeft, maar omdat mijn favoriete bladgroente voor door mijn lunchsalades soms sneller ‘zuur’ wordt dan de houdbaarheidsdatum aangeeft. Vooral de spinazie van de Jumbo is daar bij mij berucht om, dus als het even kan haal ik mijn zakken bij de Albert Heijn. Die spinazie blijft minstens tot de houdbaarheidsdatum goed, zodat ik genoeg tijd heb om de zak leeg te eten. Want eten weggooien, dat vind ik zo zonde! Hoe ik ervoor zorg dat er zo min mogelijk voedsel in huize Van der Weg-Oosterloo de prullenbak in gaat? Ik geef je vijf tips én een bonustip!

Einde van de week: een bijna lege koelkast.

1. Maak een weekmenu
Elk weekend gaan Gerbrand en ik ervoor zitten: het bedenken van het weekmenu. We vinden het allebei niet de leukste klus, omdat we soms echt totaal geen inspiratie hebben, maar we weten hoe fijn het is om daarna de hele week niet meer te hoeven nadenken over wat we gaan eten. We halen alles in één keer in huis (speciaal daarvoor heb ik megagrote fietstassen gekocht waar twee volle boodschappentassen in kunnen) en hoeven doordeweeks alleen nog maar af en toe een versproduct of wat zuivel te halen. Zo relaxed, voor iemand zoals ik die een grondige hekel heeft aan boodschappen doen 🙂 Shoppen met een lijstje zorgt ervoor dat we nauwelijks impulsaankopen doen en omdat we doordeweeks niet vaak in een supermarkt komen, is die verleiding er dan ook niet. We halen precies genoeg voor een week en hoeven zo niets weg te gooien.

2. Kies gerechten met een aantal dezelfde ingrediënten
Als we de gerechten voor een week bedenken, proberen we vaak om met een aantal dezelfde ingrediënten verschillende maaltijden te maken. Hebben we bijvoorbeeld ergens wortelen voor nodig, dan zoeken we er een gerecht bij waar dit ook in kan. Verder proberen we zoveel mogelijk te kiezen voor ingrediënten die ook op een andere manier te gebruiken zijn. Voor de lunch of als tussendoortje bijvoorbeeld.

3. De vriezer is je beste vriend
We hebben dit jaar een nieuwe, zeer zuinige koelvriescombinatie gekocht. Het is een hoog model, maar wel minder hoog en diep dan de standaardmodellen. Deze koelvriescombinatie gaat namelijk mee naar ons tiny house. We hebben bewust voor een hoog model met een ruime vriezer gekozen, omdat we daar echt niet zonder kunnen. Wanneer we koken, maken we eigenlijk altijd iets voor vier personen. Een deel van het eten gaat de vriezer in, zodat we op dagen dat we geen zin hebben om te koken, snel iets lekkers op tafel hebben staan. Ook wanneer één van ons alleen eet, is een gevulde vriezer ideaal. Verder vriezen we restjes sausjes en andere kliekjes in om later te kunnen gebruiken bij het koken. Kokosmelk giet ik in een ijsblokjeshouder (met hartjesvorm) zodat ik blokjes kan toevoegen bij het opwarmen van bijvoorbeeld rode linzencurry waarvan ik vaak een portie in de vriezer heb staan. Tomatensaus, pindasaus, alles gaat de vriezer in zodat we het later weer kunnen toevoegen aan nieuwe gerechten.

Gezellige kokosmelkblokjes!

Ook brood gaat hier standaard de vriezer in, meteen op de dag dat we het kopen. Ik eet doordeweeks geen brood en Gerbrand vergeet het nog weleens mee te nemen en luncht dan op zijn werk. Het brood gaat er dus niet zo snel doorheen hier. Even ontdooien en we hebben altijd een plakje bij de hand. En wordt het echt te oud? Dan roosteren we het in de oven en besmeren het lekker dik met roomboter. Mmmm!

4. Kook met restjes & wat je nog in de kast hebt staan
Als we het weekmenu maken, heb ik vaak de neiging om ‘from scratch’ gerechten te bedenken. Maar regelmatig herinner ik mezelf eraan eerst te kijken wat we nog op voorraad hebben en daarmee iets lekkers te bedenken. Ik haal namelijk graag voorraadjes in huis, zodat we niet snel misgrijpen, maar dat zorgt er soms ook voor dat dingen te lang kunnen blijven staan. Eens in de zoveel tijd trek ik de keukenkastjes open en kijk ik met welke voorraad ik aan de slag kan. Meestal hoeven er dan maar een paar ingrediënten gehaald te worden om een volwaardige maaltijd te koken.

Voorraad.

We hebben bijna nooit restjes van complete maaltijden, omdat we die altijd invriezen. Maar we houden wel regelmatig ingrediënten ‘over’. Een paar lente-uitjes uit een hele bos bijvoorbeeld, die kun je toevoegen aan tal van andere recepten. Restjes bonen of kikkererwten smaken heerlijk in een salade, kunnen zo bij de falafel en passen in elke curry. En een halve komkommer snoep ik overdag weg, met wat hummus, of gooi ik door een lunchsalade.

5. Deel eten via Olio & Thuisafgehaald
Ik heb van beide sites nog niet actief gebruikgemaakt, maar ik vind het idee super! Met de app Olio kun je eten (of spullen) fotograferen en delen. Iemand anders kan dit dan gratis komen ophalen. Handig voor als je per ongeluk een verkeerde smaak chips hebt gehaald, een zak koffie hebt gehaald voor de visite maar de rest niet meer gebruikt of je toch allergisch blijkt voor die net nieuw gekochte dagcrème.

Op Thuisafgehaald kunnen fanatieke thuiskoks zich aanmelden. Je post een foto en beschrijving van het gerecht dat je gaat maken en voor een klein bedrag kan iemand een portie komen halen. Dat zouden wij een keer kunnen proberen met de extra portie die we standaard maken. En een keertje iets halen in onze buurt lijkt me ook een fijn plan, want we wonen in een multiculturele wijk met vele nationaliteiten. En dat kan niet anders dan de heerlijkste gerechten betekenen!

Bonustip 😉 Composteren
Ook al doen we nog zo ons best, soms moeten ook wij iets weggooien. Spinazie die dus toch sneller slap en nattig is geworden, bijvoorbeeld, of een paar stengels bleekselderij die echt nergens bijpasten. Alles wat rauw is, gooien we in onze compostbak. We hadden eerst een open composthoop en die deed het super. Binnen een paar maanden was er onderop goede, zwarte grond ontstaan en kropen er veel blije wormen in rond. Nu hebben we een compostbak gekregen en gaat al ons GFT-afval daarin. Ik ben benieuwd of deze net zo goed composteert, ik heb gelezen dat het soms te warm wordt daarbinnen waardoor het eerder verrot dan composteert. We zullen zien! In elk geval hergebruiken we ons GFT-afval op deze manier om onze tuin van voeding te voorzien of plantenpotjes te vullen met verse aarde. Zo voelt het net wat minder erg om eten weg te gooien. Gekookte etensresten kun je beter niet op de composthoop gooien, die moeten toch echt bij het restafval.

Heb jij nog tips om voedselverspilling tegen te gaan? Ik ben benieuwd!

Afvalvrij leven: mini-stapjes vooruit

Ik had zo leuk bedacht dat ik wel elke twee weken een update kon schrijven over hoe wij steeds meer afvalvrij zouden gaan leven. Zo moeilijk kon het toch niet zijn? Er waren vast duizend-en-een manieren om onze dagelijkse boodschappen op een gemakkelijke manier te vervangen door afvalvrije alternatieven. Nu zou ik eigenlijk weer een positieve, we-zijn-een stap-verder-update willen geven, maar helaas. De afvalberg blijft hier onverminderd groot.

Jumbo, zeg nou zelf, dit is toch onnodig?

Toch is het niet allemaal kommer en kwel op zero-waste-gebied. Een groot deel van onze boodschappen (en dat zijn dan voornamelijk groente en fruit) halen we bij de Lidl en laat deze supermarkt nou een stuk beter uit de bus komen qua verpakkingsvrij shoppen dan de Jumbo, waar we de rest halen. Bij de Lidl kunnen we veel van onze groente en fruit plasticvrij kopen, terwijl bij de Jumbo de paprika’s zelfs per stuk verpakt zijn. Ik maak niet altijd vrienden bij de kassa als ik weer eens acht losse rode paprika’s op de lopende band heb gelegd, maar met wat gejongleer boven de weegschaal krijgt het kassameisje het uiteindelijk allemaal prima gewogen. Bij de Lidl hebben ze ook noten die je in een eigen zakje kunt doen. De vorige keer deed ik nog een vreugdedansje door de winkel, omdat ik precies (précies) 400 gram had afgewogen. Met een goed gemikt tikje voor het laatste beetje om dat aantal te halen. Hoppa! Ik vond het net zo leuk als bij het tanken een rond bedrag of aantal liters te hebben. En nu we geen auto meer hebben, moet ik deze overwinningen toch op andere gebieden behalen.

Ook hebben we laatst gedroogde bonen en kikkererwten geweekt en gekookt, zodat we deze door onze salade en avondeten konden gooien. Het kost vooral wachttijd, veel werk is het niet, maar na deze ene keer is het nog niet weer gebeurd… Het is geen luiheid, het is meer dat het nog een gewoonte moet worden. Ik moet eraan wennen om op tijd bonen en kikkererwten in een bak met water te gooien zodat het klaar is wanneer we het nodig hebben. En in de praktijk komt het er dus nog op neer dat ik het vergeet, waardoor we toch weer een blikje halen. Goed, opstartproblemen noemen we dit dan maar.

Bij de Albert Heijn gaat er gelukkig ook al heel wat goed qua verpakkingsvrije groente 🙂

Wat bij veel mensen nog de meeste verbazing opwekt is dat wij onze hummus niet zelf maken. Ook deze week staat er weer een bakje van Maza in de koelkast. De naturelvariant, die vind ik het allerlekkerst. Veel lekkerder ook dan die van Sabra, bijvoorbeeld. En ja, ik heb heus weleens zelf hummus gemaakt, ik heb zelfs nog tahin in huis, maar mijn mengsels komen niet in de buurt van de smaak van die van Maza. Nu las ik dat dat waarschijnlijk komt door de hoeveelheid olie die Maza door de hummus gooit… Mmm, een extra reden om het zelf te maken. Heb jij een recept dat mij mijn favoriete hummus wel doet vergeten? Dan hoor ik het graag. Het zou ons veel plastic bakjes per maand schelen! De hot ’n spicy falafel van Maza is trouwens ook zo’n aanrader. Wederom iets in een plastic bakje dat we gemakkelijk zelf zouden kunnen maken. Misschien kan ik met de ingrediënten op de verpakking wel een variant maken die dezelfde smaak heeft. Het is een experimentje waard.

Afvalvrij reizen gaat al prima!

We doen dus heus wel ons best, om vooral ons plastic afval te verminderen. We letten veel beter op de verpakkingen wanneer we boodschappen doen en proberen een variant te kiezen dat minder tot geen afval oplevert. Het grootste ‘probleem’ is dat ik te snel wil veranderen. Ik zou het liefst zien dat die vuilniszak aan plastic afval per week ineens verdwenen is en dat wij als twee blije eitjes met onze zelfgemaakte hummus met zelfgeweekte kikkererwten op een zelfgebakken crackertje op de bank zitten. Maar veranderingen kosten moeite en alleen door kleine stappen te maken zullen de veranderingen ook blijvend zijn. De intentie is er, de eerste kleine stappen zijn gemaakt, nu is het een kwestie van doorgaan. Ik denk dat ik vanavond maar even wat bonen in de week zet…

Verzorging zonder rotzooi: wat gebruik ik in de badkamer?

Vroeger droeg ik veel make-up. Geen eye-liner, lippenstift of oogschaduw, maar foundation, concealer, poeder en blush. Ik had een erg slechte huid en voelde me daar onzeker over. Ik probeerde het dan ook zo goed mogelijk te verbergen onder een dikke laag plamuur. Op sommige dagen had ik wat minder nodig, op andere dagen leek niets de pukkels te kunnen camoufleren. Maar sinds ik mijn leef- en eetpatroon drastisch heb veranderd, zijn alle pukkels en oneffenheden verdwenen en is mijn huid veel minder gevoelig geworden. De foundation en andere camouflagemiddelen heb ik dus de deur uit gedaan. Wat een opluchting!

Nu mijn aandacht zich richt op een duurzamer leven, heb ik mijn verzorgingsproducten nog eens kritisch bekeken. Want in de middelen die ik voorheen zonder daarover na te denken aanschafte, blijken nogal eens ingrediënten te zitten waar mijn lijf én het milieu niet zo blij van worden. Zo verdwenen er heel wat bodylotions, scrubs en douchegels uit ons badkamerkastje nadat we de etiketten hadden nagelezen op micro-plastics. En nu onze plannen voor het wonen in een off-grid tiny house concreet zijn geworden, letten we er ook op dat de producten die we gebruiken biologisch afbreekbaar zijn. Zo weten we zeker dat we ons grijze afvalwater straks zelf kunnen zuiveren. Verder letten we ook op het verpakkingsmateriaal en proberen we verzorgingsproducten met zo min mogelijk afval te kopen.

Onder de douche
Wat staat er nu dan nog wel in onze badkamer? Onder de douche gebruiken we een stuk zeep om onze lijven in te zepen. We hebben er een aantal van Lush gebruikt en hebben er nu eentje van de EkoPlaza. Die was een stuk gunstiger geprijsd, maar helaas wel verpakt in plastic. Laatst kwam ik via-via de kleine Groningse zeepfabriek Soap7 tegen en bij hen bestelden we een limited edition Sandalwood zeep met onder andere patchouli, een van mijn lievelingsgeuren. Ook kochten we daar een shampoobar, zonder palmolie. Gerbrand gaat deze gebruiken, ik was mijn haar nog met de shampoo van Zerah.nl. Die zit wel in een plastic fles, maar die is vast herbruikbaar. Ik was mijn haar maar één keer per week en Gerbrand eens per twee dagen. Soap7 verzendt hun zeep trouwens zonder plastic, heel fijn!

Onder de oksels
Ik heb een tijdje deodorant van Lamazuna gebruikt, een blokje dat je nat maakt onder de kraan. Na een aantal weken viel het me op dat de huid onder mijn oksels begon te verkleuren. Ik ben gestopt met deze deodorant en mijn oksels hebben gelukkig weer hun normale kleur aangenomen. Ik heb sindsdien helemaal geen deodorant meer gebruikt. Deels uit luiheid, want ik wist niet zo goed welke ik dan wilde proberen. Maar nu blijken mijn oksels zich prima te gedragen zonder deo. Ik zweet stukken minder dan voorheen en merk niet of nauwelijks zweetluchtjes. Soms, een beetje, aan het einde van de dag. Maar dat heeft volgens mij meer te maken met de soort kleding die ik dan draag (synthetisch) dan de zweetproductie van die dag. Gerbrand heeft sinds kort een deostick van Faith in nature, gekocht bij Veggie4U, de vegetarische/vegan supermarkt in Den Haag. Het is een aluinstick met Ammonium alum. Als je hierop gaat googlen zijn de meningen verdeeld over hoe goed dit voor je is. De werking is in elk geval prima, aldus Gerbrand. En zo’n minerale deostick gaat superlang mee, dus dat scheelt een hoop lege deobussen of rollers!

Op mijn gezicht
Voor mijn gezicht gebruikte ik een tijdje een dagcrème van Lush, maar ik wilde graag een minder dure crème. Mijn zusje ontdekte de producten van Lavera. Ik ben heel Den Haag afgefietst om een potje te kopen, maar nergens was het verkrijgbaar. Na weken zonder dagcrème heb ik deze week dan toch maar een potje online besteld, samen met een sunblock van Lovea en zonnebrandcrème met factor 30 van Lavera. Ik bestelde het bij BigGreenSmile.nl en de drie kleine producten kwamen in maar liefst vier (!) dozen. Doos in doos in doos in doos. Ik snap dat het goed verpakt moet worden, maar dit was wel erg veel. Ik ga ze per e-mail vragen naar de reden, ik ben benieuwd.

Links de vier dozen van BigGreenSmile, rechts het kleine, met aandacht ingepakte doosje van Soap7.

Voor de intieme zone
De grootste afvalbesparing is mijn keuze om wasbare inlegkruisjes/maandverband en een menstruatiecup te kopen. Ik gebruikte dagelijks een inlegkruisje van Yoni, een merk dat biologisch katoen gebruikt. Maar dat leverde veel plastic afval op. Via een gesprek op Twitter vond ik de website cutecotton.nl. Daar geven ze supergoede informatie over deze producten en ik bestelde daar acht stuks inlegkruisjes van Myllymuksut (what’s in a name?) en een paar weken later een menstruatiecup van Me Luna. De cup moet ik nog proberen, maar de wasbare inlegkruisjes bevallen heel goed! Ik vind het zelfs frisser dan wegwerpinlegkruisjes, omdat ze van stof (bamboe) zijn en daardoor ademen. Je sluit de verbandjes met een drukknoopje, net als je turnpakje vroeger 😉 Daar voel je verder niets van, ook niet op de fiets. De verbandjes was ik op zestig graden met de handdoeken en onderbroeken. Ideaal!

Voor een frisse mond
Ook qua tandenborstel is er een groene keuze. Gerbrand en ik poetsen nu onze tanden glimmend schoon met een Humble Brush, een tandenborstel gemaakt van bamboe. Beter voor het milieu dan alle plastic tandenborstels die jaarlijks op de afvalhoop belanden. En bij elke verkochte borstel wordt er een kind die tandverzorging nodig heeft geholpen. Dat poetst een heel stuk fijner! Op de borstel doen we een drupje tandpasta van AloeDent, gekocht bij de EkoPlaza. De verkoper daar zag ons snuffelen bij het rek en vertelde dat we van deze tandpasta maar een kloddertje ter grootte van een erwt nodig hebben. En hij heeft gelijk. Deze natuurlijke tandpasta is lekker fris en de tube gaat eeuwen mee. Helaas zit het uiteraard wel in een plastic tube.

Scheren
Ik ben nu nog bezig om mijn laatste pakje wegwerpmesjes op te maken, maar ga daarna over op de mesjes van Boldking. Gerbrand gebruikt deze al een tijdje en is er zeer tevreden over. Het zijn wel plastic scheermesjes, maar de kop met de mesjes is los te halen van de houder. Deze gebruikte mesjes kun je terugsturen naar Boldking en worden gerecycled. En voor de verpakking van de mesjes wordt alleen karton gebruikt. De houder die wij hebben, ga ik delen met Gerbrand. Zo hoef ik alleen de mesjes aan te schaffen.

Je leest het, ik ben snel klaar in de badkamer ’s ochtends. Ik borstel mijn haren, poets mijn tanden, doe dagcrème op en klaar! Een heel verschil met mijn make-uproutine van vroeger…

Afvalvrij leven: zo makkelijk is het niet

Helemaal geïnspireerd kwamen we terug van de lezing door zero waste goeroe Bea Johnson. Zij heeft slechts een klein potje restafval per jaar, met een gezin van vier personen. Daar zitten wij met z’n tweetjes wel erg ver vanaf… Hoe gaat het met ons voornemen om minder afval te produceren?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen, niet zo goed. Tenminste, niet zo goed als ik zou willen. De hoeveelheid plastic is nog steeds een zak per week en ook de papierbak en glasbak zitten snel vol. Het enige dat echt aanzienlijk minder is geworden, is de hoeveelheid restafval. Dat is nu zo weinig dat we gewoon vergeten de zak weg te brengen. Met als gevolg dat er afgelopen zaterdag een groot grijs schimmelmonster in de prullenbak zat. Ieh! Daar hebben we korte metten mee gemaakt én we hebben meteen de grote bak vervangen door een mini-exemplaar. De grote bak doet nu dienst als plastic bak, wat weer stukken handiger is dan de wasmand die we eerst gebruikten. Die gaat naar de kringloop. Zo schuift alles weer mooi door. Maar ja, minder afval is er dus nog niet. Hoe kan dat?

Ik kan een hele rits aan ‘smoezen’ bedenken. We hebben (maken?) te weinig tijd om alternatieve winkels te zoeken waar we makkelijker verpakkingsvrij kunnen winkelen of om naar de markt te gaan. We vergeten veel te vaak onze eigen katoenen zakjes mee te nemen (hoe krijgen we dat in ons systeem?). En een maand was te kort om nóg een verandering in ons eetpatroon door te voeren, met het oog op eten met minder verpakkingsmateriaal. En toch zijn dit wel de hoofdredenen waarom het deze maand nog niet echt van de grond is gekomen met meer afvalvrij leven. Oké, ik zal niet te streng zijn voor mezelf (ook al ben ik daar een meester in); er zijn ook dingen die we al wél goed doen. We nemen onderweg altijd onze eigen waterflessen mee bijvoorbeeld, gooien onze lunch in een eigen trommel en paprika’s halen we altijd los bij de Lidl (en daar eten we er vijf tot zes per week van!). Bij de Lidl kunnen we nu ook nootjes tappen en alle koppen thee zetten we met losse thee en een rvs-zeefje. En tot onze verrassing blijkt onze favoriete kokosrasp (die van de EkoPlaza) in biologisch afbreekbare zakken te zitten. Win-win voor deze kokosverslaafde 🙂

Maar ja…die kwarkbakjes hè, elke ochtend maken we er eentje leeg. We willen eigenlijk alleen maar biologische zuivel eten en die is er alleen in bakjes van 500 gram. We hebben een tijdje een poging gedaan om plantaardig te ontbijten, met havermout en amandelmelk. Maar dat was geen succes in huize Oosterloo-Van der Weg. Ook hummus gaat er hier nog in grote hoeveelheden doorheen en dat levert om de paar dagen een leeg bakje op. Elke dag een salade voor de lunch mét peulvruchten, zoals linzen en bonen, levert een stapel blikjes op. Alhoewel we daarbij wel steeds vaker kiezen voor glas en dat bewaren voor andere doeleinden.

Het afvalstation. Het kleine prullenbakje is restafval, zijn grote broer verzamelt het plastic. Daarnaast compost, glas en papier.

Zie je, daar ga ik weer met wat er allemaal niet “goed” gaat. Feit is: we kiezen nog steeds sneller voor gemak dan voor afvalvrij. Want een deel van deze zaken kunnen we best vervangen door alternatieven met veel minder verpakkingen. De hummus is heel eenvoudig zelf te maken. En als we grote zakken gedroogde peulvruchten kopen, kunnen we deze zelf weken en koken. Scheelt een hoop blikjes en potten! En zelfs de kwark en de yoghurt kunnen we vervangen door een beter alternatief; zo’n vijftien kilometer verderop zit een biologische boer waar we het in glazen potten en flessen met statiegeld kunnen halen. We hebben geen auto, dus zouden we er op de fiets of met het OV naartoe moeten. Maar ja, de tijd hè… Ik weet het, het is een kwestie van prioriteiten stellen, maar op dit moment zitten de dagen zo vol, dat gemak het wint van verpakkingsvrije alternatieven zoeken. Helaas…

Maar hee, nieuwe ronde, nieuwe kansen! We gaan gewoon door met het zetten van kleine stappen op weg naar een meer afvalvrij leven. Natuurlijk zou het fijn zijn als je in je vingers kon knippen en al je gewoonten op magische wijze veranderden in groene manieren. Helaas werkt het niet zo en blijft het een leerproces. Dingen uitproberen, alternatieven zoeken, kijken wat bij ons past en dat dan lang genoeg doen zodat het een gewoonte wordt. Dat we uiteindelijk minder afval zullen produceren staat vast, want daar gaan we voor. Nu nog de ‘juiste’ route uitstippelen…Tips zijn zeer welkom!

‘Het begint met nee zeggen’: Zero waste goeroe Bea Johnson was in Nederland

Ze kreeg rode uitslag op haar lippen toen ze brandnetelsap erop smeerde om ze groter te laten lijken. En uitgedroogd mos bleek toch niet zo’n heel goed alternatief voor wc-papier… Sinds 2008 leeft Bea Johnson zero waste en heeft ze heel veel dingen uitgeprobeerd om afval zoveel mogelijk te vermijden. En met resultaat: vorig jaar produceerde haar gezin van vier personen (met twee puberzonen) slechts één klein weckpotje aan restafval… Inmiddels reist ze de wereld over om mensen te inspireren afvalvrij te leven.

In Amsterdam waren er veel mensen nieuwsgierig naar de tips van deze ‘zero waste goeroe’, die in Pllek een lezing van twee uur zou geven; de zaal zat goed vol. Iets na 20 uur stapte Bea Johnson op het podium en met haar charmante Franse accent nam ze ons mee in haar afvalvrije leven. Voor wie Bea Johnson niet kent: op haar blog zerowastehome.com vertelt ze duizenden bezoekers per maand hoe ze zo min mogelijk afval kunnen produceren. En geeft ze een kijkje in haar smetteloos witte, minimalistisch ingerichte huis.

Haar mantra is: Refuse, Reduce, Reuse, Recycle, Rot (and only in that order). Ze probeert in de eerste plaats dus zo min mogelijk afval in huis te halen. Wat je niet hebt, hoef je ook niet weg te gooien. En, zegt Bea, wanneer je verpakte producten koopt geef je als consument het signaal: ik ben hier blij mee, produceer alsjeblieft meer plastic. Wanneer je ‘nee’ zegt, heeft de aanbieder juist de kans om het anders te doen. En hoe meer mensen ‘nee’ zeggen, hoe groter het effect is. Het geeft mij positieve energie, deze instelling. Want wanneer ik bezig ben met veranderingen op het gebied van bewust leven denk ik soms in een pessimistische bui: ‘ach, wat maakt het uit, ik maak in mijn eentje het verschil niet.’ Maar ik (en jij :)) maken het verschil juist wél.

Bea liet aan de hand van persoonlijke anekdotes zien hoe zij omgaat met een zero waste levensstijl. Je zult haar bijvoorbeeld nooit zien reizen zonder haar eigen thermosfles en katoenen zakje voor eten en ze is een groot fan van tweedehands shoppen. Haar outfit was geheel tweedehands en een dame uit het publiek vroeg haar in het vragenrondje: ‘koop je ook ondergoed tweedehands?’ Ja dus, wanneer ze het goede merk en maat tweedehands kan krijgen, koopt ze dat. Volgens Bea is dat echt niet ‘viezer’ dan nieuw ondergoed uit de winkel… Ook is ze een groot fan van producten met een unconditional lifetime warranty. Dat betekent dat wanneer iets stuk is, ze het naar de fabrikant terug kan sturen en een nieuwe krijgt. Ongeacht de reden waarom het artikel niet meer werkt. De fabrikant kan zo de grondstoffen hergebruiken en Bea heeft weer een goed werkend product en geen afval. Naar producten met zo’n garantie moet je wel goed zoeken; Bea noemde onder andere de rugtas van Jansport, sokken van Darn Tough en een koffer van Briggs & Riley.

Wat ik leuk vond aan Bea is haar nuchterheid over haar manier van leven. Ze laat duidelijk merken dat het haar persoonlijke keuzes zijn en dat kritiek daarop niet aan haar besteed is. Ze doet wat zij kan en wat bij haar en haar gezin past. Doordat ze zo in de aandacht staat, krijgt ze namelijk ook kritiek. Het is volgens sommige mensen nooit groen genoeg. Haar vleesconsumptie is bijvoorbeeld een terugkomende thema in kritische berichten. En haar vliegreizen om lezingen te geven in verschillende landen doet her en der ook wat wenkbrauwen fronsen. Een van de bezoekers in Amsterdam vroeg zich dat ook af: hoe verenigde Bea het reizen per vliegtuig met haar manier van leven? Haar antwoord was helder: dit is voor haar een manier om een zero waste levensstijl bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen. En als ze ook maar één iemand per lezing aanzet om daarin stappen te zetten, dan is dat het waard.

Een van Bea’s zonen laat zien hoe gelukkig je wordt van belevingen in plaats van spullen 🙂

En ons heeft ze zeker geïnspireerd! Tips die ik meeneem uit haar lezing:

    • Wij vinden het een grote uitdaging om ons huidige menu meer verpakkingsvrij te kopen. Bea bekijkt dit anders: probeer niet te focussen op het vinden van alternatieven voor wat je altijd kocht, maar kijk wat je gemakkelijk verpakkingsvrij kunt krijgen.
    • Kun je iets niet verpakkingsvrij kopen, koop het dan in een grootverpakking. Dat wordt een schuurtje naast het tiny house 😉
    • Een afvalvrij leven begint met ‘nee’ zeggen: nee tegen overbodige verpakkingen, nee tegen folders en ‘freebies’, nee tegen wegwerpproducten.
    • Recyclen is ok, maar is niet zaligmakend. Door te recyclen draag je nog steeds bij aan de productie van bijvoorbeeld plastic.
    • Maak dingen zelf, maar alleen als je je daar goed bij voelt en het geen extra verplichting of tijd opslokkende bezigheid wordt. Zo maakt Bea haar tomatensaus zelf, maar slechts één keer per jaar in een enorme hoeveelheid. Niet helemaal tiny house proof, wel inspirerend.
    • Afvalvrij leven moet niet voelen als een levensstijl waarin je niets meer ‘mag’, maar als iets dat je juist vrijer en gelukkiger maakt. Je concentreert je namelijk op belevingen in plaats van op (nog meer) spullen.
    • Doe wat je kunt op het gebied van groener leven en bepaal daarin je eigen koers. Laat je niet ontmoedigen door kritiek van mensen die vinden dat je het niet goed genoeg doet of die je een ‘rare vogel’ vinden. Als jij je fijn voelt bij jouw manier van leven, dan is dat goed.

Dank aan het Nederlandse zero waste blog Emma+John, duurzame community Opgemärkt en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor deze toffe avond! Op naar een meer afvalvrij leven 🙂

Afvalvrij [1] – waar beginnen we?

Plasticdieet, Plastic Free July

Afval scheiden hebben we al tot een kunst verheven. In de keuken staat een verzameling bakken en tassen: voor plastic afval, glas, papier en restafval. Op het aanrecht staat een glazen pot waarin ons groenafval gaat voor op de composthoop. En ook in de wc en badkamer staan zakken en bakjes voor plastic, rest- en papierafval. Het geeft al een beter gevoel dat ons afval (voor het grootste gedeelte) hergebruikt wordt, maar het is toch elke week weer schrikken hoeveel rotzooi wij met z’n tweetjes kunnen verzamelen. Vooral papier en plastic is met recht een afvalberg te noemen. Dat moet minder kunnen. In deze serie zoek ik uit: hoe kunnen we zo afvalvrij mogelijk leven?

Waar beginnen we? Al een tijdje nemen we ons voor om minder verpakkingen te kopen bij onze wekelijkse boodschappen. Maar dat blijkt steeds gemakkelijker gezegd dan gedaan. De katoenen tasjes voor fruit en groente vergeten we vaak mee te nemen (oeps!), als we boodschappen doen bij de kleine Albert Heijn om de hoek (voor de snelle tussendoorboodschapjes) kunnen we geen snoeptomaatjes zonder plastic emmer kopen. En elke ochtend kwark bij het ontbijt betekent elke dag een leeg plastic kwarkbakje. Ja, zo vullen de afvalbakken zich wel razendsnel. Eigenlijk zijn dit natuurlijk gewoon planningsproblemen en die zijn op te lossen. Tijd dus voor serious business: geen smoesjes meer! Stap voor stap willen we ons afval verminderen en om te kunnen zien hoe erg het nu precies is, keerde ik onze plastic-afvalbak om. Dit is het resultaat van één week:

De opbrengst van één week plastic afval. Het was een heerlijk klusje om dit zo uit te spreiden…

Verpakkingen van groente en fruit
Waarom zit zoveel groente en fruit in plastic verpakt? Soms zelfs met een bakje én een zakje? En als we dan voor biologisch kiezen, zit er vaak alsnog plastic omheen. Om de broccoli, per paprika, om een komkommer. Wortels in een plastic zak, tomaatjes in een emmer. Met ons vegetarische dieet stapelt de hoeveelheid afval van groente en fruit zich snel op. En het is zo onnodig en gemakkelijk te vermijden.
Kwarkbakjes en yoghurtverpakking
Ik geniet (al jaren) elke ochtend van mijn muesli (biologisch, van de Hema) met rozijnen, lijnzaad en kokos. Mét volle biologische kwark én een beetje biologische magere yoghurt. Maar die biologische kwark is er alleen in bakjes van 500 gram en die gaat elke ochtend op met twee personen. Hallo plasticberg!
Hummusbakjes
Ik ben hummusverslaafd, ik geef het toe. Ik gebruik het in de dressing voor mijn lunch, eet het graag met een stuk paprika of wortel en in het weekend doe ik het op brood.
Zakken van de rijst, pasta en dergelijke
Loopt toch aardig op, want we eten vaak wel iets van rijst of pasta bij het avondeten.
Verpakkingen van ons broodbeleg/salade-inhoud
Potjes, kaasverpakking (gewone kaas én feta), boterkuipjes, noem maar op.
Verpakkingen van ons brood
De zak. Vaak van plastic, soms gecombineerd met papier.
Zakjes van de nootjes
Elke dag een handje nootjes is gezond. Maar ja, weer zo’n zakje hè.
Blikjes kattenvoer
Onze drie harige huisgenoten krijgen elke dag 1/3 van een blikje nat voer. Elke dag een blikje bij het afval dus.

Pfoe, confronterend, om alles zo uitgespreid en opgesomd te zien! Geen wonder dat we elke week een vuilniszak vol plastic afval hebben 🙁 Voor elk van deze producten wil ik een alternatief vinden. Op een voor ons gemakkelijk te veranderen manier, zodat we het goed kunnen inpassen in ons dagelijks leven. Ik wil de producten in eerste instantie kunnen halen bij de supermarkt of een alternatief dat daar dichtbij is. In het weekend, want dan doen we de weekboodschappen. Voor ons betekent dit dat ik in deze eerste stap op zoek ga naar zoveel mogelijk verpakkingsvrije producten bij de Jumbo, Lidl en Albert Heijn. Als het niet lukt om daar iets verpakkingsvrij te kopen, ga ik op zoek naar een voordeelverpakking of een milieuvriendelijker alternatief.

Katoenen zakjes van Re-Sack.

Ik ben al enigszins voorbereid op meer afvalvrij kopen. Ik heb twee mooie katoenen zakjes van Re-Sack, gekocht bij Babongo. En in een creatieve bui naaide ik zelf een zakje van een oud kussensloop. Maar deze vergeet ik nog iets te vaak mee te nemen bij het boodschappen doen. En bij spontane, tussendoor-boodschappen heb ik ze al helemaal niet standaard in mijn tas. Dat is alvast één gemakkelijk verbeterpuntje: zakjes op een plek bewaren zodat ze bij de hand zijn.

Over een maand zie je in deel 2 van deze serie hoe het mij de eerste maand vergaan is. Welke alternatieven heb ik bij onze vaste supermarkten kunnen vinden? Of heb ik wellicht winkels gevonden die gemakkelijk per fiets bereikbaar zijn (we hebben geen auto) en waar verpakkingsvrij shoppen een stuk makkelijker is?

Ik ben benieuwd: let jij op de verpakking wanneer je iets koopt?