Categorie: Inspiratie

Dag van de Duurzaamheid: 10 tips om je voor te bereiden op wonen in een Tiny House

Tien tips om je voor te bereiden op wonen in een Tiny House

Elk jaar op 10 oktober vieren we de Dag van de Duurzaamheid. Een dag waarop we extra stil staan bij duurzaamheid en door middel van vele evenementen door het hele land meer mensen enthousiast proberen te maken over duurzaamheid. Dit initiatief van Urgenda zou moeten laten zien dat duurzaamheid behalve noodzakelijk ook inspirerend en winstgevend kan zijn. Met name aan die inspiratie willen de groene bloggers graag een steentje bijdragen!

Impact top 10 van de gemiddelde Nederlander

Om te bepalen hoe duurzaam een gemiddelde Nederlander nou eigenlijk is, schreef Babette Porcelijn het boek De Verborgen Impact. In dit boek presenteert ze de Impact top 10, waaruit onder andere blijkt dat we de grootste (directe én indirecte) impact maken met het kopen van spullen en het eten van vlees. Daarnaast beschrijft ze manieren waarop we die impact effectief kunnen verminderen.

Impact top 10 uit ‘De Verborgen Impact’ van Babette Porcelijn

De duurzame top 10 tips van de groene bloggers
Groene bloggers zijn natuurlijk ook bezig met diverse onderwerpen uit die Impact top 10. Ter gelegenheid van de Dag van de Duurzaamheid leek het ons leuk om eens gezamenlijk op een rijtje te zetten welke duurzame stappen we per onderwerp (kunnen) nemen om onze impact te verkleinen. Een soort online groene gids!

Hieronder zie je mijn 10 tips om je impact te verkleinen door kleiner te gaan wonen, in een Tiny House! Klik na het lezen door naar de tips van de andere groene bloggers over de meest uiteenlopende onderwerpen. Daar is deze dag van de Duurzaamheid de uitgelezen kans voor, toch?

10 tips om je voor te bereiden op wonen in een Tiny House

Afgelopen zaterdag 7 oktober was de eerste landelijke Tiny House Nederland Jamboree, die ik heb helpen organiseren, samen met een fantastisch team vrijwilligers, onder leiding van Marjolein Jonker van Marjoleininhetklein.com. Ondanks het regenachtige weer was de opkomst qua bezoekers overweldigend! Er stonden rijen dik voor de Tiny Houses, de lezingen en workshops zaten continu boordevol en de informatiemarkt werd druk bezocht. Al deze mensen lieten zaterdag zien dat de behoefte aan kleiner wonen en een eenvoudiger leven enorm groot is. Ik heb tussen alle bedrijven door met veel mensen gesproken en in die gesprekken kwam steevast hetzelfde verlangen naar voren: een behoefte aan meer vrijheid, op het gebied van wonen én leven. Met minder spullen en minder lasten en met meer respect voor het milieu, mens en dier. Een Tiny House is zoveel meer dan alleen wonen op weinig vierkante meters, het is een manier van leven. Daarom deel ik vandaag graag mijn 10 tips om je voor te bereiden op wonen in een Tiny House en tiny living. Sommige van de tips zijn trouwens ook prima toe te passen in een rijtjeshuis, appartement of eensgezinswoning. Je hoeft niet klein te wonen om eenvoudiger te leven!

1. Lees je in en sluit je aan
Ok, je hebt besloten dat een Tiny House of kleiner wonen wel iets voor jou zou kunnen zijn. Waar begin je dan? Mijn vriend Gerbrand en ik besloten er zo’n anderhalf jaar geleden voor te gaan. We zijn toen gestart met het verzamelen van informatie, om een beter beeld te krijgen van wat het precies inhoudt: tiny living. Hét startpunt is natuurlijk de website van stichting Tiny House Nederland, waar blogs over uiteenlopende onderwerpen staan, waar je links kunt vinden naar meer sites over Tiny Houses, een kaart met alle initiatieven op dit gebied en een agenda met bijeenkomsten over Tiny Houses. Tiny House Nederland heeft ook een Facebookpagina waar nieuws over Tiny Houses geplaatst wordt én een actieve besloten groep waar je je kunt aansluiten als je interesse hebt in deze manier van wonen.

2. Bepaal wat voor jou belangrijk is in jouw huis
Als je gaat leven in een kleine ruimte, is het belangrijk dat deze helemaal voldoet aan jouw wensen. Elke millimeter moet van nut of van waarde zijn. Maak eens een lijstje met de dingen die jij graag thuis doet. Kook je bijvoorbeeld graag, dan zal de keuken in jouw Tiny House waarschijnlijk meer ruimte krijgen. Zit je graag op de bank of juist meer aan tafel? Heb je een hobby waar je wat (opberg)ruimte voor nodig hebt? Klein wonen hoeft niet te betekenen dat je álles moet opgeven en wegdoen, het schept juist ruimte om je te focussen op wat je écht belangrijk vindt. Dat gegeven geeft mij nu al rust en ik kijk er daarom extra naar uit om voorjaar 2018 in ons huisje te gaan wonen.

3. Ga eens kijken in een Tiny House
Er zijn al tientallen pioniers die in een Tiny House wonen. Marjolein Jonker van Marjoleininhetklein.com is hiervan het bekendste voorbeeld. Zij heeft al vaak een open huis gehouden en geeft zo iedereen de kans om een kijkje te nemen in haar Tiny House. De open dagen zijn nu tot nader order uitgesteld, maar hou haar site in de gaten. Bij mijn eerste bezoek aan een Tiny House viel me meteen op hoe ruimtelijk het is. Als je afmetingen hoort van 7,20 meter bij 2,50 meter dan klinkt dat heel klein. Wanneer je er werkelijk in staat, merk je dat er meer dan genoeg ruimte is. De meeste Tiny Houses hebben veel ramen en zijn daardoor lekker licht, wat de ruimtelijkheid versterkt. Ook wordt er gekozen voor handige opbergmogelijkheden: een trap als kast, een bank met daarin een tafel voor als er gasten komen, handige luikjes in de vloer, alles kan. Je kunt ook een nachtje slapen in een Tiny House, in het Waterland-Huisje om precies te zijn. Door zelf te ervaren hoe het echt is in zo’n huisje, wordt je beeld ervan duidelijker en kun je je eigen wensenlijstje concreter maken.

4. Kies: ga je zelf bouwen of laat je het (deels) doen?
Weet je inmiddels zeker dat je ervoor wilt gaan? Tof! Dan komt er een volgende keuze: ga je het zelf bouwen of laat je dat doen? Een flink aantal Tiny House-bewoners heeft al bewezen dat zelf bouwen prima kan en leidt tot de meest prachtige huisjes! Zie bijvoorbeeld het bijzondere huis van Bernhard en Maria, mét uitschuifbaar dak. Bernhard had nul bouwervaring, maar is er toch in geslaagd dit huis te bouwen. Daar heb ik diep respect voor. Gerbrand en ik hebben er heel bewust voor gekozen om het niet zelf te doen. We hebben daar domweg de kennis, kunde en tijd niet voor. Gelukkig zijn we in contact gekomen met een twee hele fijne professionals: ons Tiny House wordt ontworpen door Peter Arts van Studio D8, duurzaam architect, en gebouwd door Aannemersbedrijf Van den Ende. Het kost natuurlijk wel wat meer om je huis te laten ontwerpen én bouwen dan wanneer je het zelf doet. Dus dit kan meewegen in jouw keuze.

5. Kies: ga je voor off-grid?
We zijn er zo aan gewend dat het water uit de kraan komt, dat er stroom is en dat we onze kleine en grote behoeften gewoon weg kunnen spoelen. Maar het kan natuurlijk ook anders. Voor een Tiny House kun je gemakkelijker andere keuzes maken, juist omdat het huis kleiner is. Stroom kun je ook zelf opwekken en opslaan met zonnepanelen en accu’s. Water kun je opvangen wanneer het regent en door het te filteren, kun je dit gewoon gebruiken. En een toilet kan ook een composttoilet zijn, zodat je geen kostbaar drinkwater hoeft te gebruiken om je urine en ontlasting weg te spoelen. Maar een Tiny House hoeft niet per definitie off-grid te zijn. Er zijn ook voorbeelden van Tiny Houses die wél aangesloten zijn op de nutsvoorzieningen. Ze verbruiken al veel minder dan gewone huizen, dus je bent sowieso een stuk duurzamer bezig! Een mooi voorbeeld is het Wikkelhuis van Hennie Tibben, in Almere.

6. Pas in stappen je levensstijl aan
In de tijd dat je bezig bent met het plannen, ontwerpen en bouwen van je Tiny House, kun je je alvast een beetje voorbereiden op tiny living. Want je hoeft niet te wachten met duurzamer leven totdat je kleiner woont. Gerbrand en ik hebben al veel aangepast aan onze levensstijl, het afgelopen jaar. Zo douchen we ons maximaal twee keer per week en voor de rest wassen we ons bij de wasbak. Zo wennen we alvast aan minder water verbruiken én hebben. Ook vangen we afvalwater in de douche en keuken op om het toilet door te spoelen. We gebruiken alleen nog maar biologisch afbreekbare verzorgingsproducten en proberen ook minder te wassen door handdoeken en kleding langer te gebruiken. Want eerlijk: zo snel wordt de boel niet vies. Zo hopen we de overgang naar ons Tiny House alvast te versoepelen.

7. Ontspul!
Op weinig vierkante meters kun je minder spullen kwijt. En alles dat je wél hebt, moet van nut of waarde voor je zijn. Het kost flink wat tijd om alle spullen die je in de loop van de jaren verzameld hebt te ontspullen, dus plan dit ruim in. Het nemen van beslissingen of iets mag blijven of weg moet kost je ook energie en die raakt na heel veel beslissingen gewoonweg op. Zorg dus dat je op tijd pauzeert, zodat je later met frisse moed weer verder kunt gaan. Ga ook niet als een wervelwind meteen het hele huis aanpakken, maar doe dit in kleine stappen. En zorg ervoor dat de spullen het huis zo snel mogelijk verlaten nadat je besloten hebt dat ze weg mogen. Anders slibt de boel dicht en moet je nog een keer beslissen dat het gaat. Dat kost je onnodige energie.

8. Regel je financiën zodat je echt kunt beginnen
Je hebt gesprekken gehad met mensen die je gaan helpen bouwen of je gaat zelf aan de slag. Daardoor heb je al een beter beeld van de kosten van jouw Tiny House. Maar hoe ga je deze kosten betalen, als je het geld niet op je spaarrekening hebt staan? Voor een Tiny House op wielen kun je bijvoorbeeld geen hypotheek krijgen. Gerbrand en ik hebben het geld gelukkig kunnen lenen van vrienden en familie en zijn er enorm dankbaar voor dat zij onze droom mede mogelijk maken. In vijf jaar tijd betalen we hen het bedrag weer terug. Je kunt ook een persoonlijk krediet afsluiten bij de bank of informeren naar de GroenHypotheek van de Rabobank. Deze hypotheek is speciaal voor milieuvriendelijke en duurzame nieuwbouwwoningen en wanneer jouw Tiny House op een fundament staat, zou deze daar wellicht voor in aanmerking kunnen komen.

9. Ga met de gemeente van jouw keuze in gesprek
Een van de grootste uitdagingen voor het wonen in een Tiny House is het vinden van een locatie. Je kunt vaak niet zomaar een Tiny House op een kavel met woonbestemming plaatsen en al helemaal niet meerdere Tiny Houses bij elkaar. En als je geen grond wilt kopen, maar bijvoorbeeld pachten van de gemeente, is de uitdaging nog iets groter. Maar het is zeker niet onmogelijk! Er zijn veel initiatiefgroepen en gemeenten actief bezig met dit onderwerp, zie de kaart op de website van Tiny House Nederland. Kijk of er in jouw regio al wat gebeurt en probeer je daarbij aan te sluiten of informatie in te winnen. Informeer bij projecten die al gerealiseerd zijn en kijk of je dit kunt vertalen naar de locatie waar jij graag zou willen wonen. Lees je goed in en ga dan in gesprek met de gemeente van jouw keuze, zodat je een volwaardige gesprekspartner bent.

10. Wees pro-actief en ga ervoor!
Tiny Houses staan nu volop in de belangstelling en dat is super! Daardoor lijkt het soms alsof het gaan wonen in een Tiny House al een laagdrempelige onderneming is. Dat is het zeker nog niet; de Tiny House movement is nog heel nieuw in Nederland. Wil je het echt graag, ga er dan ook 100% voor. Bereid je erop voor dat je veel zelf moet uitzoeken, regelen en bedenken. Wees flexibel in het proces, niet alles zal kunnen zoals jij dat graag zou willen. Je hebt vaak te maken met veel andere partijen én standpunten. In de komende jaren zal er op dit gebied nog heel erg veel veranderen en dat zal ervoor zorgen dat anders wonen voor veel meer mensen beschikbaar komt. Maar deze veranderingen zullen niet plaatsvinden als niemand het voortouw neemt. Is een Tiny House jouw droom? Doe er dan alles aan om dit te verwezenlijken. Zo maak je het niet alleen voor jezelf mogelijk, maar ook voor vele anderen!

Online groene gids

Benieuwd naar de tips van de andere groene bloggers? Lees bijvoorbeeld de 10 tips om te ontspullen én ontspuld te blijven van Sara (Mevrouw Miauw), 10 tips om milieuvriendelijker te wonen van Carlien (Goed voor de wereld) of 10 groene challenges om jezelf uit te dagen een maand groener te leven van Sanne (Het grote groene geluk).

Alle blogs vind je hier:
Spullen
10 tips om tweedehands te kopen van Hermien (KouweKleren)
10 tips om over te stappen op herbruikbare producten van Nynke (Nynkek)
10 dingen die je niet hoeft te hébben volgens Amke (Groen is het nieuwe zwart)
10 tips om te ontspullen én ontspuld te blijven van Sara (Mevrouw Miauw)
10 tips voor duurzaam speelgoed van Stephanie (La vie de Stephanie)

Voeding
10 tips om (meer) plantaardig te gaan eten van Merel (Blackbirds and Cakes)
10 tips om minder voedsel te verspillen van Hilde (Tijd voor iets anders)
10 tips om minder vlees te eten van Sarina (VegaSaar)

Vervoer en reizen
10 tips om minder te vliegen van Linda (Zaailingen)
10 tips voor een duurzame vakantiebeleving van Janet en Anneloes (Not so stuffy)

Kleding
10 tips om je kledingkast te verduurzamen van Iris (The sea is my cup of tea)
10 tips om zelf kledingmerken op duurzaamheid te checken van Sara (When Sara Smiles)
10 tips lang leve je favorietjes van Chantoile
10 tips om fair fashion te shoppen van Kim (Kimbuining.com)

Wonen
10 tips om milieuvriendelijker te wonen van Carlien (Goed voor de wereld)
10 tips om je voor te bereiden op wonen in een Tiny House van Natasja (Groene manieren)
10 tips om groen te doen in de tuin van Sara (Groen met Saar)

Overig
10 tips voor een groen kantoor van Geanne (Sweet Suzie)
10 tips om goed te doen met je geld van Desiree (Aandachtige blog)
10 groene challenges om jezelf uit te dagen een maand groener te leven van Sanne (Het grote groene geluk)
10 tips om te verduurzamen en direct geld te besparen van Tessa (Awkward Duckling)

Bye bye kaas en zuivel?

De Vijf: vegetarische vleesvervangers

Gerbrand appte mij laatst een artikel van NOS, waarin ze Milieu Centraal aan het woord laten over ‘de do’s en don’ts’ voor het klimaat. De meeste do’s en don’ts waren geen verrassing en proberen we al zo goed mogelijk toe te passen. Er stond echter één puntje tussen waarover we ons al langer niet helemaal goed voelen: het eten van zuivel en kaas. We eten nu al een tijdje volledig vegetarisch en dat scheelt natuurlijk al enorm. Maar zo lang we nog steeds dagelijks zuivelproducten en kaas eten, werken we eigenlijk nog net zo hard mee aan de problemen die dit veroorzaakt.

We starten de dag ‘s ochtends met ieder 200 gram biologische kwark. Daar deden we tot een paar weken geleden nog 100 gram magere yoghurt bij (dat geeft zo’n lekkere structuur, vinden wij), maar de yoghurt hebben we vervangen door Alpro Mild & Creamy kokos. Die stap was heel gemakkelijk om te zetten, vooral voor mij, als rasechte kokosfan. De Mild & Creamy kokos smaakt helemaal niet naar soyayoghurt en daar ben ik heel blij om. De keren dat ik soyayoghurt naturel probeerde, vond ik de smaak echt vreselijk. Alsof ik vloeibaar karton zat te eten… De kwark vervangen we nu af en toe door Alpro Go On. Deze variant heeft de structuur van kwark en is prima te eten. Er zit een beetje suiker in en dat verhult de kartonsmaak waar ik zo’n hekel aan heb. Normaal gesproken probeer ik producten met toegevoegd suiker zoveel mogelijk te vermijden, maar bij het vervangen van zuivelproducten is een beetje toegevoegd suiker geen probleem. Lactose, in zuivel, is ook een vorm van suiker. In de biologische kwark zit 3,5 gram suiker per 100 gram en in de Alpro Go On zit 2,5 gram suiker, minder suiker dus zelfs! We kunnen met deze producten ons muesli-ontbijtje dus prima en zonder problemen plantaardig maken.

Maar dan de kaas hè, die we tijdens de lunch en het diner vaak eten. In mijn lunchsalades gaat meestal feta en soms een geitenkaasje. Gerbrand houdt wel van kaas op zijn boterham en dat doe ik er in het weekend ook op. We eten gemakkelijk zo’n vierkant stuk kaas per week, anderhalve week. Want een paar plakjes kaas maakt mijn groenteomelet ook nog net iets lekkerder. In de pasta gaat wat mozzarella, eroverheen Parmezaanse kaas (en wie is daar zuinig mee?), bij de patat eten we een kaassouflé en in één van onze favoriete vegaburgers zit….kaas. Risotto met geitenkaas, pizza met kaas en groente, mozzarella in dit heerlijke gnocchirecept van Iris… kaas lijkt een onmisbaar element in onze keuken. Maar ik was jaren geleden ook dol op vlees en dat mis ik helemaal niet. Met kaas zou dat dan toch ook moeten lukken?

We hebben het er al vaker over gehad dat we eigenlijk echt zouden moeten én willen minderen met kaas en zuivel. Vandaar ook de stappen die we gezet hebben om te ontbijten met sojaproducten. We hebben ook overnight oats met kokosdrink geprobeerd, havermoutpap met hetzelfde kokosspul en een soort mueslibrood, maar dat viel niet zo in de smaak. Ik ben erg gehecht aan mijn biologische muesli van de Hema, met kokos, lijnzaad en tegenwoordig extra gerstevlokken (in plaats van rozijnen…). Maar verder dan dat kwamen nog niet met onze goede voornemens. Dat gaat veranderen. In kleine stappen gaan we onze kaas- en zuivelconsumptie afbouwen. Zo kopen we voor thuis geen kaas of kaasproducten meer voor bij de lunch. Dus geen kaas meer op brood en geen feta of geitenkaas door mijn salades. Vandaag heb ik het laatste beetje jonge kaas opgegeten. Ook gaan we ons best doen om ‘s avonds vaker volledig plantaardig te eten. En buitenshuis zal ik vaker kiezen voor gerechten zonder kaas of zuivel. Deze langzame manier van afbouwen heb ik ook gebruikt bij het minderen met vlees, totdat ik echt vegetarisch at. Als je te rigoureus wilt veranderen, is het veel moeilijker om vol te houden. De kans dat je terugvalt naar gewoonten die je eigenlijk wilt afleren is dan erg groot en dat zorgt alleen maar voor teleurstelling. Terwijl eten een fijne bezigheid is en dat wil ik graag zo houden.

Ik volg genoeg leuke mensen die plantaardig eten, dus bij hen vind ik vast genoeg inspiratie om onze kaas- en zuivelconsumptie drastisch te verminderen. Bij Blackbirds and Cakes zag ik een boek voorbijkomen met recepten om zelf vegan kaas te maken. Ik ben heel benieuwd hoe die smaken! En hoeveel werk het is om dat zelf te brouwen… Kortom, we gaan niet cold turkey zonder kaas en zuivel, maar we gaan wel voor véél minder!

 

 

Groen het huishouden doen: tips voor buiten de was drogen

De was buiten drogen: scheelt geld en is goed voor het milieu.

Ik vind weinig lekkerder dan slapen in een bed met lakens die ik die dag schoon van de waslijn buiten heb geplukt. Ze ruiken dan zo lekker! En wat ik ook fijn vindt van de was buiten drogen is dat je het dezelfde dag gewassen, gevouwen en schoon in de kast kunt hebben. Jaja, hier komt de huisvrouw in mij naar boven hoor! Als we de was binnen drogen, staat het meestal in de kleine slaapkamer waar ook onze kledingkast staat. Omdat het rek daar niet in de weg staat en de was binnen wel twee dagen nodig heeft om echt goed te drogen, blijft het daarna vaak gewoon hangen. Tussendoor plukken we dan de items eraf die we nodig hebben. Lang niet zo bevredigend als de was buiten laten drogen en daarna meteen fris in de kast te leggen!

Wassen én de was drogen zijn flinke uitdagingen, straks in ons tiny house. Niet alleen hebben we geen ruimte (en energie) voor een wasmachine, ook het drogen van de was zal wat creativiteit vergen. In de lente en zomer hangen we het natuurlijk buiten, maar wat doen we als het regent? En in de herfst, als de luchtvochtigheid heel hoog is? Of in de winter, wanneer het heel koud is? Binnen drogen is geen goed plan, dan krijgen we te veel vocht in huis. Een vochtig huis is minder goed te verwarmen en het verwarmen kost meer energie. Het lijkt me sowieso verstandig om een plekje buiten te maken met waslijnen onder een afdakje, voor de kleine wasjes die we met onze camping/handwasmachine zullen doen. Dan kan het ook naar buiten als het regent. Geen idee hoe snel het dan droogt, maar het is het proberen waard. Ik zie mijn Turkse achterbuurvrouw regelmatig dapper de was buiten hangen op de meest grijze dagen. Als het dan regent, gooit ze er gewoon een groot plastic zeil overheen. En voor grote wassen, zullen we af en toe vrienden lief aankijken óf naar de wasserette gaan. Mochten we met meerdere huisjes op een locatie komen te staan, dan is er misschien de mogelijkheid om een gezamenlijk washok te maken. Dat zou perfect zijn!

Naast dat de was zo fijn ruikt als het buiten gedroogd is, is het ook nog eens goed voor je portemonnee én voor het milieu om geen droger te gebruiken/hebben. En omdat ik zo’n fan ben van volle waslijnen met gezellig wapperende kleding, vandaag een aantal tips om optimaal te genieten van je waslijn buiten 🙂

Groen het huishouden doen: de was buiten drogen.

– Op zo’n dunne lijn zie je er niets van, maar wanneer je er een vochtige doek over haalt, zie je meteen hoe vies zo’n waslijn wordt. Stof en pollen blijven er op liggen en die wil je liever niet in je kleding. Even schoonmaken voor je de was ophangt scheelt je nog een keer wassen 😉

– Heb je geen oneindige voorraad wasknijpers, maar wel veel wasgoed? Gebruik dan één knijper om de punten van twee kledingstukken vast te zetten. Wanneer je de was ook nog eens niet te breed uithangt, heb je genoeg ruimte om een flinke hoeveelheid te drogen. Het droogt zo wel iets minder snel. Dus heb je de ruimte, gebruik die dan ook en laat het lekker breeduit wapperen.

– Als je wasknijpers gebruikt, krijg je soms van die lelijke afdrukken in je kleding. Knijp de knijper daarom op de naden van het kledingstuk, dan valt het een stuk minder op.

– De zon heeft een blekende werking; leg maar eens iets in de vensterbank, het is binnen de kortste keren lichter van kleur. Die blekende werking is ideaal voor je witte kleding, die wordt er alleen maar witter van! Maar voor je gekleurde kleding is het minder leuk wanneer deze lichter wordt. Keer daarom alles binnenstebuiten. Dat scheelt ook meteen in de zichtbaarheid van de knijperafdrukken én de zakken van je spijkerbroeken drogen sneller.

– Schud de kleren voor je ze aan de lijn hangt goed uit. Als je net als ik huisdieren hebt, sla je zo meteen een deel van de haren eraf. Kleding helemaal haarvrij krijgen heb ik jaren geleden al opgegeven… Onbegonnen werk met drie harige monsters. Door het uitschudden krijgt de kleding ook zijn oorspronkelijke vorm sneller terug. Buiten in het zonnetje droogt het snel en het behoudt dan de vorm waarin het opgehangen is. Voor een perfectionist als ik is netjes ophangen een must. Ben je minder kritisch probeer hier dan toch aandacht aan te besteden, scheelt een strijkbeurt. Strijken doe ik trouwens nooit, hoe perfectionistisch ik ook ben. Ik vind het een onnodige en rottige klus. Ik heb laatst zelfs ons strijkijzer weggegeven via de Weggeefhoek 070 op Facebook. En in het tiny house kunnen we toch geen strijkijzer gebruiken.

– Iedereen heeft er vast zijn eigen methodes voor, maar dit is hoe ik onze kledingstukken ophang: spijkerbroeken hang ik op aan de pijpen, zodat de tailleband goed kan drogen. Shirts gaan ook op de kop, met dus de knijpers op de naden. Ik probeer grote dingen zo lang mogelijk op te hangen. Als je een dekbed precies met het midden op de lijn legt, droogt de binnenzijde minder snel. Jurkjes hang ik meestal ook op de kop, tenzij ik heel veel was heb en de ruimte beperkt is. Dan sla ik het taillegedeelte over de lijn. Overhemden van Gerbrand gaan ook op de kop. Ze nemen wel veel ruimte in op die manier, maar drogen supersnel.

– Voor mij vanzelfsprekend, maar ik zie aan de waslijnen van sommige van onze buren dat het niet voor iedereen normaal is: laat de was niet ’s nachts buiten hangen. Het wordt dan weer vochtig en het gaat er niet beter van ruiken… Laat ook je plastic wasmand niet buiten in de zon staan, daar wordt het plastic week van en dan gaat deze sneller kapot. Haal ook de knijpers van de lijn als de was droog is, anders worden ze vies en gaan ze snel kapot. Zonde!

Een heel artikel over de was buiten drogen, wie had dat gedacht 😉 Ik ben benieuwd of jij net zo enthousiast over buiten drogen bent als ik. Kom maar door met die volle waslijnfoto’s!

Deze moet je lezen: Het Hedendaagse Heldenboek

Rachel van de Pol deed 365 goede daden en beschreef dat in Het Hedendaagse Heldenboek

Vorige week liep mijn proefabonnement van de bieb af. Omdat de bieb perfect past bij mijn ontspulpraktijken én streven om zo duurzaam mogelijk te leven, sloot ik een abonnement af. Bij de bibliotheek in Den Haag kun je kiezen uit verschillende passen. Ik heb de Kleine Pas genomen. Deze kost € 15,50 per jaar. Ik betaal dan wel per boek dat ik leen € 0,25 en voor elke reservering € 0,50. Met de Basispas van € 32,- leen en reserveer je boeken gratis, maar dan moest ik meer dan 66 boeken per jaar lezen om de extra kosten van deze pas eruit te kunnen halen. En zoveel krijg ik helaas niet weggelezen. Ik nam na het afsluiten van mijn abonnement meteen een boek mee dat al een tijdje op mijn te-lezen-lijst stond: Het Hedendaagse Heldenboek van Rachel van de Pol.

Rachel van de Pol kende ik al van haar geweldige website ikreddewereld.nl en ik vind haar initiatief geweldig! Rachel heeft in 2014 een jaar lang elke dag een goede daad gedaan. Van kleine dingen, zoals het zoeken van een milieuvriendelijke zonnebrand of het oprapen van zwerfies tot stiekem de ramen van de buren zemen, vluchtelingen computerles geven en een overnachting regelen voor een dakloze. Ze inspireerde met al haar kleine en grote goede daden vele andere mensen die hun heldendaad delen met de hashtag #ikreddewereld.

Het Hedendaagse Heldenboek - Rachel van de Pol

Al haar ervaringen, tips, trucs en een selectie van 103 heldendaden heeft Rachel gebundeld in ‘Het Hedendaagse Heldenboek’. Ik las het boek in een paar avonden uit en werd er erg vrolijk en geïnspireerd van. Rachel heeft een fijne, luchtige schrijfstijl met hier en daar een knipoog. Ze schrijft vanuit haar persoonlijke visie en daardoor is haar boodschap niet belerend, maar juist extra krachtig. In het eerste hoofdstuk laat ze zien wat haar redenen waren om te proberen de wereld een stukje beter te maken. Ze schrijft hoe ze vroeger als kind al probeerde om iets goeds te doen: als fanatieke WNF-ranger en als magneet voor mensen die wel wat extra hulp en aandacht konden gebruiken. Haar pogingen om het juiste te doen hadden niet altijd een positief resultaat, maar door de jaren heen leerde ze wat wel en juist niet werkte voor haar en haar omgeving. Van een aantal veranderingen in haar eigen leven leerde ze een heel waardevolle les:

“Ik kan mijn gedrag veranderen als ik me in een onderwerp verdiep en mezelf de vraag blijf stellen wat er voor mij toe doet. En wanneer ik mijn eigen gedrag verander, verandert dat van anderen in mijn omgeving ook, of ik nu wil of niet. Als ik met zo’n persoonlijk besluit de wereld om mij heen al kon veranderen, wat was er dan nog meer mogelijk?”

Door zichzelf deze vraag te stellen, kwam ze op het idee om 365 goede daden te doen, elke dag een nieuwe. Met haar boek motiveert ze de lezer om in te zien dat echt iedereen iets kan betekenen voor zijn of haar omgeving én dat goede daden niet stoppen bij degene die ze uitvoert.

“Ze echoën verder. Vanuit de sociale neurowetenschappen is onderzocht dat het in onze natuur zit elkaar te willen helpen.”

Openhartig deelt ze haar ervaringen tijdens dit heldenjaar waarbij ze meteen laat zien wat de voordelen én wat de valkuilen van een heldhaftig bestaan zijn. Dat levert grappige anekdotes en prachtige verhalen op. Rachel ontmoette heel veel verschillende mensen en werd erg blij van het helpen van anderen. En de mensen die ze kon helpen, waren uiteraard blij met haar. Ze schrijft echter ook eerlijk over de mindere kanten van deze uitdaging: hoe zwaar het was om echt elke dag iets nieuws te doen, ook als ze ziek of moe was of privéproblemen had. En hoe jammer ze het vond dat ze de mensen die ze ontmoette al zo snel weer uit het oog verloor, omdat ze zich alweer moest richten op de volgende heldendaad. Toch heeft ze het hele jaar volgemaakt en alle dagen iets betekend voor een ander. Geweldig vind ik dat!

Het boek sluit af met 100 (+3) heldendaden ter inspiratie. Van kleine tips die je vanuit je luie stoel kunt doen tot daden waarvoor je op pad moet en nieuwe mensen leert kennen. Ik raakte erg geïnspireerd door het boek, want ik doe graag aan random acts of kindness. Ik laat bijvoorbeeld regelmatig boeken achter in de trein, met een briefje erin, geef vreemden een complimentje of help mensen uit de brand wanneer ik zie dat ze hulp nodig hebben. Ik merk vaak dat mensen verbaasd zijn dat er ineens zoiets gebeurt en dat ze er heel blij van worden. En dat geeft zo’n fijn gevoel! Rachel heeft me met haar boek extra overtuigd dat je met een open blik door het leven moet gaan, zodat je oog hebt voor de behoeften van anderen. Daar wordt niet alleen de wereld een betere plek van, maar daar word je zelf ook gelukkiger en beter van! Zo’n win-win-situatie kun je toch niet weerstaan :)? Dus, wanneer schilder jij een S op een oud t-shirt en knoop je een cape om?

Denkfout

Samen werken aan een groen leven

Ik ben erachter gekomen dat ik een denkfout maak. Een fout die invloed heeft op hoe ik tegen mijn activiteiten aankijk en de manier waarop ik mijn doelen bepaal. Door zo te denken, belemmer ik mezelf. Ik krijg er het gevoel van dat ik nooit genoeg kan doen, dat mijn activiteiten nauwelijks iets bijdragen en dat het dus geen zin heeft wat ik doe. En dat is geen goed gevoel om te hebben wanneer je bezig bent om als zzp’er aan de slag te gaan met duurzame projecten.

De fout die ik maak is mezelf steeds de vraag stellen met welk concreet project ik mensen kan motiveren om ook duurzamere keuzes te maken. Een tijdje terug deelde ik dat ook op Instagram: “ik zou zo graag meer impact willen hebben, meer doen dan alleen mijn eigen voetafdruk verkleinen. Dat is de reden dat ik op groenemanieren.nl schrijf en zelfstandig ondernemer ben geworden. Om tijd en energie vrij te maken voor groene projecten die meer mensen kunnen bereiken. Projecten die al die kleine druppels vangen en samenvoegen tot een flinke emmer water om op die gloeiende plaat te gooien. Want samen maken we zeker het verschil!” Ik denk dagelijks na over hoe ik mijn impact zou kunnen vergroten, wat ik kan doen om mensen in beweging te zetten en op welk gebied ik me wil focussen. Onder andere door het lezen van ‘Het hedendaagse heldenboek’ van Rachel van de Pol (een dikke aanrader trouwens!), het lezen van de Salt 70 (een lijst met 70 nationale en internationale inspirerende mensen die de wereld in beweging brengen) en het kijken van inspirerende YouTube-video’s (bijvoorbeeld die van Sanny Verhoeven en Jelle Derckx van Growthinkers) heb ik door waarom ik steeds vastloop in mijn denken over welke stappen ik zou kunnen ondernemen om impact te hebben.

Want ik maakte de fout te denken dat ik mensen direct zou kunnen veranderen. Dat ik een project zou kunnen opzetten dat in één klap een grote groep mensen zou bereiken en dat een deel daarvan meteen zo gemotiveerd zou raken dat ze instant stappen op groen gebied zouden zetten. Elk idee dat ik had, legde ik naast deze zeer onrealistische meetlat en al snel kwam ik tot de conclusie dat het een suf idee was. Ik dacht heus niet dat ik zo geweldig was dat ik in mijn eentje dé sleutel voor een prangend vraagstuk kon bedenken. Ik weet ook dat ik daar andere mensen, veel tijd, energie en vasthoudendheid voor nodig heb. Toch hoopte ik een voldoende goed idee te kunnen bedenken waarmee ik een groep mensen kon bereiken én kon aanzetten tot verandering. Want als ik iets doe, dan wil ik dat zo goed mogelijk doen. Mijn verwachting van wat ik kan doen was te hoog en dat leidde tot een onhaalbaar en demotiverend streven.

Ik ben zelf ook niet van de een op andere dag groener gaan leven. Ik was niet altijd bezig met minimalisme en een simpeler leven, integendeel zelfs! Ik zou mezelf vroeger een verzamelaar hebben genoemd en de hoarder in mij steekt ook nu nog af en toe de kop op. Ik zet stappen, maar struikel nog vaak genoeg. En de stappen die ik nu zet op het gebied van duurzaamheid, had ik een jaar geleden helemaal niet kunnen zetten. Ze zijn het resultaat van alle voorgaande stapjes en inzichten. Als ik weet hoe lastig het is om mijn gewoontes aan te passen, waarom verwacht ik dan wel dat andere mensen zomaar ineens een verandering doorvoeren? En wie ben ik om dat van hen te verwachten? Want wat ik ‘goed’ en ‘groen’ vind, is dat voor een ander misschien helemaal niet.

Mijn intenties zijn goed: ik wil graag bijdragen aan een gezondere wereld, voor mens en dier en daar mijn uiterste best voor doen. En in dat zinnetje ligt besloten waar ik me op moet focussen. Op mezelf. Deze quote van Rachel van de Pol uit ‘Het hedendaagse heldenboek’ kwam behoorlijk binnen toen ik hem gisteren las: “Een held weet dat om vertrouwen te krijgen in zijn eigen weg, hij niet hoeft aan te tonen dat een ander de verkeerde volgt.” Iedereen is vrij om zijn of haar eigen pad te volgen, ik ook. Ik kan maar één iemand direct veranderen en dat ben ikzelf. Dat is al lastig genoeg. Ik kan met mijn activiteiten en de projecten waarvoor ik me inzet wel laten zien welk effect dat heeft en hoe ik dat ervaar. Hopelijk inspireer ik daarmee anderen om ook stappen te zetten. Welke stappen dan ook, want zij kiezen wat past bij hun manier van leven. Het resultaat van mijn acties op andere mensen is oncontroleerbaar en dat is voor een onverbeterlijke perfectionist best lastig om te accepteren. Maar als ik dat niet doe, kom ik zelf ook helemaal nergens. Het zinnetje ‘een beter milieu begint bij jezelf’ klinkt altijd erg uitgekauwd en saai, maar het is zo waar. Doen wat ik kan, is wat ik moet doen.

Toegevoegd suikervrij eten: hoe doe ik dat?

Toegevoegd suikervrij eten

Ik eet nu al een aantal jaren zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij. Toen ik daarmee begon, had ik nooit kunnen bedenken hoeveel positieve effecten ik zou ervaren. Wat begon als een manier om iets gezonder te eten en af te vallen, bleek te leiden tot een compleet nieuwe levensstijl en eigenlijk een ‘nieuwe’ Natasja. Ik viel door een combinatie van goede voeding en sporten bijna 50 kilo af, werd vegetariër en kwam van mijn jarenlange migraine af. Ok, dit begint te klinken als een TellSell-reclame (Mike, it’s amazing!), maar toegevoegd suikervrij eten heeft mijn leven veranderd. Ik krijg regelmatig vragen over mijn eetpatroon en laat in dit artikel graag zien hoe ik het aangepakt heb.

Ik was nooit een echte snoeper en in chocolade heb ik alleen zin wanneer het die tijd van de maand is. Ik dronk nauwelijks frisdrank en ik at meestal hartig beleg op mijn brood in plaats van zoetigheid. Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik veel suiker binnenkreeg, dan had ik ontkennend geantwoord. Door verschillende documentaires en berichten over de invloed van suiker op je lichaam, begon ik te letten op de hoeveelheid suiker in mijn voeding. En daar schrok ik enorm van, op zijn zachtst gezegd. Bijna in alles wat ik toen at, zat suiker. Soms kon ik het meteen herkennen op het etiket, maar meestal was de toegevoegde suiker ‘verstopt’ onder een andere naam: malto-dextrine, dextrose, fructose, invert-suikerstroop, glucosefructosestroop… Mijn ontbijt ’s ochtends (cruesli van Quaker) bleek een enorme suikerbom te zijn, die pizza van Dr. Oetker die ik wekelijks in de oven schoof en waarvan ik wist dat ie vet zou zijn, bleek ook heel wat suiker te bevatten en bijna al het vlees en vleeswaren hadden suiker als ingrediënt. En ook het brood waarop ik het vleeswaren legde, bevatte toegevoegd suiker. Aargh! Het was best overweldigend, want ik had het idee dat ik helemaal niets meer kon eten als ik suiker wilde vermijden. Toch besloot ik de uitdaging aan te gaan. Rigoureus en cold turkey.

Toegevoegd suikervrij eten, hoe doe ik dat?

Best wel veel suiker in huis voor iemand die toegevoegd suikervrij eet 😉

Voor de suikerrijke cruesli vond ik een waardige mueslivervanger: de biologische muesli met noten van de Hema. Omdat mijn brood én het beleg suiker bevatten, besloot ik te lunchen met goedgevulde salades. Ik werkte in die tijd samen met Jennifer en zij was toen net gestart met de website voedzaamensnel.nl. Ik zag haar elke dag de lekkerste salades wegwerken en dat inspireerde extra! Om ’s avonds geen toegevoegd suiker binnen te krijgen, was het nodig om alle kant-en-klare sausmixen, sausjes, het vlees en kant-en-klaarmaaltijden (zoals pizza en lasagne) te schrappen. Koken from scratch, dat was de enige manier om toegevoegd suiker te kunnen vermijden. En daar ging ik ver in, want wist je dat ook in veel bouillon suiker zit? En in paneermeel? In gerookte kipfilet? En in een potje voorgekookte bonen? De eerste weken was ik veel meer tijd kwijt in de supermarkt. Elk etiket checkte ik nauwkeurig. Een groot deel van de producten in de reguliere supermarkt bleek ik gewoon over te kunnen slaan. De afdelingen waar ik mijn boodschappen haal zijn de groente-en fruitafdeling, de zuivelafdeling en de afdeling met pasta en rijst en dergelijke. Hier en daar een uitstapje naar de nootjes en de peulvruchten. Bij de biologische supermarkten bleek ik meer suikervrije producten te kunnen halen. Volkoren pitabroodjes zonder toegevoegd suiker bijvoorbeeld. Currypasta. Crackers. En zelfs 100% pure chocolade. Alhoewel dat geen favoriet is geworden…

Het omschakelen naar toegevoegd suikervrij eten was even wennen, maar al snel merkte ik de veranderingen. Ik viel sneller af (ik ging ook steeds meer sporten, dat hielp natuurlijk ook!), ik sliep beter én mijn dagelijkse hoofdpijn begon te verdwijnen. Ook werd mijn huid rustiger en verbeterde mijn smaak enorm: ik proef nu veel beter verschillende smaken én dingen die ik eerst niet echt zoet vond zijn nu lekker zoet voor mij. Mijn eetpatroon voelde totaal niet als een dieet, het was juist het tegenovergestelde: ik at (en eet) lekkerder en gevarieerder dan ik ooit deed. Een goedgevulde salade als lunch is zoveel lekkerder dan de saaie boterhammen die ik daarvoor altijd at. En ’s avonds zelf met verse ingrediënten koken, maakt de maaltijd veel smaakvoller. Ik krijg weleens de vraag hoe het gaat met mijn ‘dieet’ (ja, ook na ruim 3 jaar zo eten…) en dan antwoord ik altijd dat dit geen dieet is. Het is de manier hoe ik eet en leef en het is iets waarover ik niet meer hoef na te denken. Ik weet inmiddels wat ik wel en niet kan pakken in de supermarkt en welke namen suiker allemaal heeft. Onder toegevoegd suiker valt voor mij trouwens ook honing, agavesiroop, kokosbloesemsuiker, rijpe bananen, dadels en alle andere ‘gezonde’ suikers die vaak in ‘suikervrije’ recepten gebruikt worden ter vervanging van geraffineerde suikers. Voor je lichaam is suiker, suiker, in welke vorm je het dan ook neemt. Ik eet dan ook zeker niet suikervrij, want ik eet fruit, groente en zuivelproducten en daar zit van nature gewoon suiker in. Ik probeer juist onnodig toegevoegd suiker te vermijden.

De oude Natasja en de nieuwe Natasja

Voor & na, dit was drie jaar geleden, toen stond ik met mijn verhaal in de Womens Health 🙂

Eet ik dan nooit meer een taartje? Een stukje Tony Chocolonely? Een toetje in een restaurant? Natuurlijk wel! Soms krijg ik daar opmerkingen over van tafelgenoten: ‘jij eet toch geen suiker?!’ Maar balans is het toverwoord hier: als je overwegend toegevoegd suikervrij eet, kun je best eens iets lekkers met suiker nemen. Daar word je niet slechter van. Alhoewel, omdat ik het niet meer gewend ben om veel suiker in één keer binnen te krijgen, heb ik er soms bovengemiddeld last van. Dan kan ik me bijvoorbeeld twee uur lang heel raar en hyper voelen, wat niet echt prettig is. Dat is niet altijd het geval, soms gaat het prima, maar die keren dat ik er een vervelend gevoel van krijg, zorgen ervoor dat ik nog minder snel trek heb in suikerrijke producten.

Overweeg jij ook toegevoegd suikervrij te gaan eten en weet je niet waar je moet beginnen? Probeer dan eerst eens op zoek te gaan naar suikervrije varianten van de producten die je vaak eet. Of in elk geval, varianten waar veel minder suiker in zit. Vervang stap voor stap onderdelen van je voeding. Zo wen je aan het lezen van etiketten en het eten van andere producten en zal je smaak zich langzaam aanpassen. Hoe minder zoet je eet, hoe makkelijker het wordt. Gemakkelijk suiker herkennen op een etiket? Vraag de gratis suikerspiekpas aan om mee te nemen in je portemonnee. Zo kun je in de supermarkt snel even checken of een product suiker bevat. Je krijgt na aanvragen van de suikerspiekpas wel e-mails met tips van Carola van Sugarchallenge.nl, maar daarvoor kun je je weer afmelden. Heb je vragen over mijn manier van eten? Stel ze gerust!

Vier tips om iets te geven waar jijzelf ook blij van wordt

Iets geven hoeft geen geld te kosten.

Geven, het wordt vaak geassocieerd met geld. Best wel jammer eigenlijk, dat de geldelijke waarde van een cadeau soms belangrijker lijkt dan de waarde van het geven en het item zelf. Nu ik zelf bewust aan het ontspullen en consuminderen (consuniksen op het moment) ben, merk ik dat ik anderen ook graag iets geef waar ze écht wat aan hebben. Het liefst geef ik hen dan iets om te doen of te beleven. Herinneringen gaan langer mee dan spullen én je hoeft ze niet af te stoffen 😉 Sowieso hoeft iets geven je niet direct geld te kosten. Ik geef je graag vier tips om iemand blij te maken, een dierbare óf een wildvreemde.

Glimlach
Laten we klein en simpel beginnen. Van deze tip word je zelf ook blij, dus er is geen enkele reden om dit niet straks meteen in de praktijk te brengen als je de deur uit gaat. Zorg voor een lach op iemands gezicht door naar hem of haar te glimlachen. Dat kan overal: op straat, in de supermarkt, in het openbaar vervoer. Zie je iemand naar je kijken? Lach dan terug. Van een glimlach op je gezicht word je zelf blijer, maar degene die hem ontvangt zal vaak automatisch teruglachen. En dat vrolijkt hen weer op! We zijn het (vooral in de grote steden) zo gewend om ons alleen te bemoeien met onze eigen zaken en bezig te zijn met onszelf (en onze smartphone) dat we weinig oog hebben voor wat er om ons heen gebeurt. Zonde, want ik heb soms de meest grappige of interessante gesprekken doordat ik iemand eerst toelachte. Dat hoeft heus niet altijd te gebeuren, maar het maakt sommige reizen of wachtmomenten wel een stuk aangenamer en verrassender!

Compliment
Ok, we gaan een stapje verder. Dit keer wil ik je graag aansporen om meer mensen aan te spreken. En dan vooral wanneer je iets positiefs aan hen opvalt. Dat kunnen mensen in jouw directe omgeving zijn, maar ook (juist!) vreemden. Het is heel simpel: zie je iets leuks, verrassends, grappigs? Benoem dit dan! Als ik iemand met bijzonder haar, een mooie outfit of bijvoorbeeld een leuke hond zie, dan laat ik dat diegene weten. Mensen zijn vaak positief verrast en reageren meestal enthousiast. En daar word ik op mijn beurt dan weer blij van! Zo zat ik laatst in de bus waar de vrouwelijke buschauffeur enthousiast meezong met een liedje op de radio. Ik werd er helemaal vrolijk van, dat ze zich zo op haar gemak voelde en gezellig meezong in een volle bus. Toen ik bijna bij mijn halte was, ben ik naar voren gelopen om haar te laten weten dat ze me zo vrolijk maakte met het zingen. En dat vond zij dan weer superleuk om te horen. Enthousiast groetten we elkaar toen ik de bus uitstapte, allebei met een glimlach op ons gezicht.

Iets geven hoeft geen geld te kosten.

Tijd
Het kost geen geld, wel wat moeite. Maar het is heel waardevol om weg te geven, want eenmaal gegeven is het voor altijd weg. Tijd. Ook al heeft iedereen het altijd druk, druk, druk, van het vrijwillig weggeven van wat tijd word je zeker niet slechter. Er zijn verschillende manieren om tijd te geven. Zo heb ik een paar jaar geleden via mijn persoonlijke blog op mijn verjaardag drie uur van mijn tijd aangeboden aan wie dat maar nodig had. Mensen konden me mailen en laten weten waarvoor ze die drie uur wilden gebruiken. Als ik hen daadwerkelijk kon helpen, dan deed ik dat. Zo heb ik iemand geholpen bij het solliciteren, heb ik feedback gegeven op een website en heb ik iemand advies gegeven over het uitgeven van een boek. Het was voor mij heel waardevol om te merken met hoe weinig moeite je iets voor een ander kunt betekenen. Het initiatief Timebank werkt met hetzelfde principe: je kunt je kennis en kunde delen met anderen of iemand vragen om jou ergens mee te helpen. Je ‘betaalt’ elkaar met tijd. In Den Haag bijvoorbeeld zijn verschillende projecten waar timebankers elkaar kunnen helpen.

Tijd weggeven kan ook door je (eenmalig) in te zetten voor een goed doel. Bijvoorbeeld door eens een collecte te lopen (ik deed dat vorig jaar voor de Nierstichting en dat was veel minder eng en veel succesvoller dan ik verwachtte!) of door in maart mee te doen aan NLdoet. Dan ga je een dagje met anderen aan de slag voor een organisatie of initiatief in jouw wijk. Wie weet wat voor leuke mensen je dat weekend leert kennen!

Heb je structureel wat tijd ‘over’? Dan kun je vrijwilligerswerk gaan doen. Ik doe dat al sinds mijn studententijd. Zo ben ik zeven jaar bestuurslid van Stichting B12 Tekort geweest, heb ik meegewerkt aan de wijkkrant hier in onze buurt en nu zet ik me in voor Stichting Tiny House Nederland en lokaal voedselinitiatief Lekkernassûh. Vrijwilligerswerk levert me enorm veel op: ik leer veel verschillende mensen kennen, doe werkervaring op bij verschillende organisaties en vind het fijn om iets te kunnen betekenen voor organisaties die passen bij mijn idealen. Vrijwilligerswerk hoeft je zeker geen uren per week te kosten, met een paar uur per maand zijn veel organisaties al enorm geholpen. Ook eens kijken wat jij zou kunnen doen? Hier vind je een heel rijtje vacaturebanken voor vrijwilligers: https://vrijwilligerswerk.nl/vacaturebanken-landelijk.

Bloed
Oh, wat vond ik naalden vroeger eng! Mijn ouders gaven al jaren bloed en ik ging als kind weleens mee. De rillingen liepen me dan over de rug, wanneer ik die naald in hun arm zag verdwijnen. De enige reden om mee te gaan, waren de roze koeken waarvan ik er dan ook eentje mocht. Maar sinds ik (nu alweer ruim 12 jaar geleden) door een vitamine B12-tekort in de medische molen terechtkwam en ik zelf leerde injecteren (wat ik nog steeds maandelijks doe), ben ik van mijn naaldenangst af. Een paar jaar geleden besloot ik om dan ook maar bloed te geven. Ondanks dat ik niet altijd kan wanneer mijn bloedgroep nodig is (zo sta ik nu op pauze door het zetten van een tattoo), heb ik regelmatig een halve liter gedoneerd. Ik vind het fjin om te weten dat ik daarmee mensen kan helpen. En als ik zelf bloed nodig zou hebben, zou ik het ook heel prettig vinden dat dat er is. Ook bloeddonor worden? Alle informatie vind je hier: https://www.sanquin.nl/.

Test jezelf! Hoe groen scoor jij?

Test hoe jij scoort qua Earth Overshoot Day

We worden dagelijks overspoeld met nieuws over het klimaat, milieu, mensen- en dierenwelzijn. Vaak zijn het alarmerende berichten die proberen de noodklok nog iets harder te luiden. De aarde warmt sneller op dan gedacht, de poolkappen smelten te snel, opkomende economieën verbruiken in een steeds sneller tempo niet-hernieuwbare grondstoffen terwijl de Westerse wereld niet snel genoeg omschakelt naar hernieuwbare bronnen. Als je zoals ik het groene nieuws volgt, dan zie je gelukkig ook veel goed nieuws voorbijkomen: grote bedrijven die stappen zetten om te veranderen, organisaties die zich met succes hard maken om grote problemen op te lossen, individuen die in hun eentje een flinke verandering tot stand brengen. Maar het lastige van al deze berichten is dat het overweldigend kan zijn en je niet goed kunt inschatten hoe erg het nu echt is én welk aandeel jij daarin hebt.

Daarom vind ik websites en initiatieven die dit inzichtelijk maken heel fijn. Ze laten zien hoe onze persoonlijke leefstijl impact heeft op de aarde. Eén zo’n initiatief is Earth Overshoot Day. Als je een beetje in de groene wereld thuis bent, dan kun je het niet gemist hebben. Afgelopen woensdag was het zover, we hadden op 2 augustus al alle grondstoffen die de aarde ons kan leveren voor onze levensstijl opgebruikt. Alles wat we na deze datum gebruiken, doen we dus eigenlijk op de pof. Elk jaar is het eerder Earth Overshoot Day. In 1970 viel de datum op 31 december, in 2000 op 1 november en nu dus al op 2 augustus. Als we zo doorgaan, hebben we in 2030 twee aardes nodig. En laten we die nou net niet hebben…

Die 2 augustus stelt het gemiddelde van iedereen voor. Maar het is ook interessant om te zien hoe het staat met jouw eigen ecologische voetafdruk. Met de Footprint Calculator kun je zelf uitrekenen hoeveel aardes er nodig zijn wanneer iedereen zo zou leven zoals jij dat doet. En dus op welke datum jouw Overshoot Day valt. Met mijn minimalistische, vegetarische levensstijl, zonder auto en zonder vliegvakanties kom ik al op 1,5 aarde(!). Earth Overshoot Day zou voor mij op 1 september vallen. Iets beter dan op 2 augustus, maar veel scheelt het niet 🙁 Er is dus zeker ruimte voor verbetering.

Hoe groen leef jij?

Er zijn meer sites die je inzicht geven in de ‘groenheid’ van jouw manier van leven. Linda van Zaailingen.com heeft hierover een mooi artikel geschreven, met daarin vijf andere sites waar je op verschillende manieren jouw impact kunt berekenen. Ook heeft Linda een eigen test ontwikkeld (en daarvan ben ik zeer onder de indruk), die ze heeft gemaakt op basis van de gegevens in het boek De Verborgen Impact van Babette Porcelijn, het bijbehorende rapport van CE Delft en een rapport van Blonk Milieuadvies. Deze test vergt wel iets meer uitzoekwerk om in te vullen, maar is daardoor wel erg nauwkeurig! Ik scoorde behoorlijk ver onder het gemiddelde, maar dat is vrij logisch wanneer je geen auto hebt, niet vliegt, nauwelijks nog spullen of kleding koopt en vegetarisch eet.

Of de uitslagen van dergelijke testen nu heel accuraat zijn of niet, ze maken je wel bewuster van de duurzaamheid van jouw gewoonten en laten zien of en waar er nog (flink) wat milieuwinst te behalen valt. Op die manier kunnen zulke calculators handvatten geven om stap voor stap jouw impact te verlagen. Want het blijft een feit dat wanneer er veel dingen zijn die je groener kan doen, het lastig is om te bepalen waar je moet beginnen. Zie je in één van de testen een duidelijke piek in een bepaalde categorie, dan kun je besluiten deze als eerste aan te pakken. En dat aanpakken kun je dan weer doen met hulp van talloze challenges. Koop je bijvoorbeeld teveel spullen, terwijl je huis al overvol is? Overweeg dan om The Minimalism Game te doen om 465 items de deur uit te werken en te beseffen dat je echt niet altijd iets nieuws nodig hebt. Eet je dagelijks of regelmatig vlees? Doe dan mee met #MeatlessMonday voor tenminste één vleesloze dag per week. Ben je al vegetariër en wil je ervaren hoe het is om vegan te eten? Over 58 dagen start er weer een Vegan Challenge. En wil je wat minder met de auto reizen en je juist vaker per fiets of lopend verplaatsen? In september is het weer Steptember, waarbij je je kunt laten sponsoren om elke dag 10.000 stappen te zetten. Deze uitdaging is niet ontstaan uit milieubewustzijn, maar past wel goed binnen het thema.

Ja, het kan confronterend zijn om te zien hoe slecht het gaat met onze aarde en welke gevolgen dat kan hebben. Maar laat dat je vooral niet demotiveren. Als je je bewust wordt van jouw impact, geeft dat je de mogelijkheid om te veranderen. En dat is een stuk constructiever dan je ogen sluiten voor slecht nieuws!

Absurde producten in de supermarkt

Als je fabrikanten van levensmiddelen en andere supermarktproducten moet geloven, wil ‘de consument’ (wie is toch die mysterieuze consument?) vooral gemak. Niemand wil langer dan tien minuten in de keuken staan om een avondmaaltijd te bereiden, niemand wil vieze handen door dingen te snijden, schillen of pellen en de consument wil heel graag horen dat iets ‘VERS’, ‘NAAR AUTHENTIEK RECEPT’ of ‘PUUR NATUUR/OER…’ is.

Die indruk krijg je in elk geval wanneer je langs wat willekeurige schappen in een Jumbo, Lidl of Albert Heijn loopt. Elk product is er in tig varianten en de één belooft veel gemak, de ander is ‘natuurlijk’ of ‘nu nóg lekkerder’ en weer een derde product ligt er in veel meer formaten en variaties dan er soorten huishoudens zijn. Zo deelde Jet Stoltenborgh laatst een foto van het margarine- en roomboterassortiment op Facebook. Op de foto van een deel van het schap stonden al 32 verschillende soorten boter voor op brood. Tweeëndertig! En daarbij is nog niet eens het schap met de boter voor bakken en braden meegerekend. Jet stelde terecht dat ‘we’ een beetje doorgeslagen zijn qua keuzemogelijkheden. En dan zijn dit nog de normale producten, waaruit we regelmatig een keuze maken. Om ons nog beter te bedienen in onze gemakzucht, bedenken de fabrikanten regelmatig nieuwe producten. En die zijn soms té absurd voor woorden. Een overzichtje van wat ik zoal in de supermarkt en online voorbij zag komen.

Supermarktschap boter

Foto door Jet Stoltenborgh.

Slaverrijkers van de Albert Heijn – gekookt én gepeld ei
Sowieso kan ik het woord ‘slaverrijker’ niet fatsoenlijk lezen zonder er eerst wat anders te zien staan. Wat een woord… Maar goed, daar gaat het nu niet om. De Albert Heijn snapt dat ‘de consument’ tegenwoordig graag bewust eet en daar past een salade heel goed bij. Maar het maken van een salade kost wel erg veel tijd en dat kun je zo’n consument niet aan doen. Daarom heeft Appie het ons gemakkelijk gemaakt met allerlei producten in de slaverrijkersserie: croutons, kiemgroenten, dressings. Allemaal nog tot daaraantoe. Maar de Albert Heijn vond het ook noodzakelijk om daar gekookte, gepelde eieren aan toe te voegen. Eieren komen van nature al in een heel handige verpakking: de eierschaal. Daarin kun je het ei koken en dan kun het zo in je lunchtrommel meenemen. Even pellen en je gooit het gekookte ei, zo hop, in je salade. Maar volgens de Albert Heijn is dat allemaal veel te ingewikkeld. Zij hebben twee eitjes alvast voor je gekookt, gepeld en in een plastic bakje gestopt. Fijn toch?

Paint your plant, een absurd product

Verf je eigen plant
Nietsvermoedend liep ik op een zaterdagmiddag de Jumbo in. Vlak voor de ingang is de bloemen-en plantenafdeling en daar stond dit keer wel een heel verdrietig product: een vetplant die wit geschilderd was, met daarbij een bakje met wat kleuren verf en een kwastje. Zodat je de plant zelf nog met allerlei kleuren kunt ‘opleuken’. Ehm, pardon? Laten we onze kinderen leren dat de natuur zelf hele mooie planten en bloemen maakt in wel duizenden kleuren. En dat het vooral niet nodig is om een plens verf op een plant te kwakken om deze ‘mooier’ te maken.

Meloen bij de Jumbo, met handvat

Meloen met handvat
Ook dit product vond ik bij de Jumbo. Het is zomer, het meloenenseizoen. Daar mag je mij zo ongeveer voor wakker maken, ik vind alle soorten heerlijk! Bij de Jumbo hadden ze een grote partij met verschillende meloenen uitgestald. Eén meloen viel me op: een soort die ik nog niet kende en die de Jumbo volgens mij extra wilde uitlichten. Met een handvat eromheen… De meloen is klein genoeg om in je hand te passen en zal ook in de meeste tassen prima vervoerd kunnen worden. Toch vond de supermarkt het nodig om dit stuk fruit van een handvat te voorzien, met meer informatie over de meloen. Tja…zo kun je eens fijn met je meloen over straat flaneren. Handig hoor, Jumbo…

Geschilde ui (niet gesneden)
Dit product heb ik zelf niet live kunnen bewonderen, maar kwam voorbij op Twitter. Robby Sallaets plaatste een foto van twee geschilde uien, op een kartonnen treetje, omhuld met plastic. Zijn tekst erbij sprak boekdelen: “Had de ui maar een natuurlijke bescherming. Een soort schil of zo.” Hoe heeft iemand dit product kunnen bedenken? Wat is het gemak van het verwijderen van alleen het velletje waardoor de ui ook nog eens sneller bederft, ten opzichte van de zakjes gesneden uienringen of uienblokjes die ook te koop zijn? Ik kan er niet bij in elk geval en met mij vele anderen ook niet. In het draadje onder de tweet van Robby worden nog veel meer producten gedeeld waarbij de logica ver te zoeken is. Blote bananen, gepelde mandarijntjes… In die laatste categorie vind ik ook de appelpartjes in een plastic zakje vallen. Een appel die al gesneden is, wordt snel bruin en ziet er dan onsmakelijk uit. Om dat tegen te gaan, wordt er wat zuur toegevoegd. Het product zorgt dus niet alleen voor onnodig plastic afval, er is ook nog eens iets extra’s nodig om het goed te houden. Terwijl een gewone appel dat allemaal al geregeld heeft: een schilletje om het vruchtvlees lekker sappig te houden én te beschermen. En dat schilletje kun je ook nog eens gewoon eten. Die natuur, die is zo gek nog niet…

Klagen? Doen!
Nu kan ik over dit soort dingen wel klagen en soms is het gewoon fijn om even je frustratie te uiten, maar het is een stuk constructiever om een poging te doen dit soort producten van de markt te halen. Zo hebben Sara van Groen met Saar en ik een mailtje gestuurd naar de Jumbo, over de vetplant met verf. Helaas hebben we daar nooit een reactie op gehad. Ik hoop maar dat het niet goed verkocht werd en het daarom nu niet meer in de winkel ligt. Gelukkig zijn er ook organisaties die de ergernis van een heleboel mensen verzamelen om daarmee een verandering te bewerkstelligen. Bij het Meldpunt Verpakkingen kan iedereen verpakkingen aangeven die te groot zijn, waarbij teveel materiaal gebruikt is of waarvan men denkt dat het milieuvriendelijker kan, aangeven. Ook vind je op deze website veel informatie over verpakkingen, waarom die gebruikt worden en hoe je deze het beste bij het afval kunt gooien.

Een ander initiatief pakt de gebakken lucht die fabrikanten proberen te verkopen aan. Elk jaar wordt het Gouden Windei uitgereikt door Foodwatch aan het product dat het meest misleidend was. In 2016 was dit Healthy People Blauwe bosbes framboos, waar maar 12% bosbes en 1% framboos in te vinden is. Het meest absurde product vond ik de Optimel Griekse stijl drinkyoghurt met honing-walnoot-smaak. De drinkyoghurt bevat geen Griekse yoghurt, geen honing en geen walnoot. Iemand nog een glaasje gebakken lucht?

En? Aan welke onnodige of absurde producten erger jij je in de supermarkt?

De natuur in met OERRR

OERRR van Natuurmonumenten

Als je regelmatig artikelen online publiceert, word je op den duur vanzelf gevonden door bedrijven die met je willen samenwerken. Lang niet alle voorstellen en producten passen bij deze website: het zijn producten of diensten die ik niet gebruik en/of niet zal gebruiken of de producten zijn überhaupt niet groen. Dan bedank ik vriendelijk. Maar een artikel over Natuurmonumenten, waarvoor ik laatst benaderd werd, past wél goed bij groenemanieren.nl. Helemaal omdat mijn lieve neefje Olivier (1 jaar en 7 maanden jong) daar al lid van is en zijn moeder (mijn lieve zussie Mariska) goed uit kan leggen waarom zij dat zo belangrijk vindt.

Mijn zusje, haar vriend Gerbrand (ja, we hebben allebei een Gerbrand :)) en Olivier woonden eerst in Den Haag, op nog geen vier kilometer van mijn huis. Dat was natuurlijk heel fijn, daardoor zagen we elkaar vaak. In januari van dit jaar zijn ze verhuisd, naar een plaatsje vlakbij de Veluwe. En met een goede reden: ze willen Olivier laten opgroeien op een groene plek. Met een grote achtertuin, mét kipjes, en zo’n mooi natuurgebied naast de deur zitten ze helemaal goed. Ik vind het een hele goede beslissing van hen om de rust en ruimte op te zoeken met zo’n kleintje, ook al betekent dat dat we elkaar wat minder vaak zien. Gelukkig past Tante Boek regelmatig op en dan staat buitenspelen hoog op de agenda.

Mariska, Gerbrand en Olivier

Foto door Ed van der Molen.

Mariska’s vriend Gerbrand is al een aantal jaren lid van Natuurmonumenten. Mariska: “De voornaamste beweegreden daarvoor is dat wij Natuurmonumenten willen steunen zodat de natuur in Nederland behouden blijft. Een leuke bijkomstigheid is dat we regelmatig het tijdschrift Puur krijgen, met interessante artikelen en wij mee kunnen doen aan leuke activiteiten die Natuurmonumenten organiseert. Zo hebben wij bijvoorbeeld een keer een huifkartocht op de Veluwe gedaan. Tijdens de rit kregen we uitleg over de soorten bomen en het natuurgebied, wat Natuurmonumenten allemaal doet en konden we wild spotten (zwijntjes!). Olivier ging toen nog mee in de draagzak :).”

Mariska kwam ook nog met een leuke tip: de app Natuur Routes. In die app zijn 288 gratis wandel-, fiets-, en kanoroutes te vinden. “Wij wandelen graag en veel met Olivier en gebruiken dan de app van Natuurmonumenten. Tijdens de wandeling lees je dan leuke weetjes over het gebied waar je loopt. Vaak drinken we nog een kopje koffie en eten we een gebakje of een ijsje bij de gezellige zitgelegenheid van Natuurmonumenten bij het startpunt van de route.” Omdat ik zelf ook graag wandel, bijvoorbeeld tijdens een gezellig dagje met vriendinnen, heb ik de app geïnstalleerd. Je geeft aan wat je wilt doen (wandelen, fietsen of kanoën) en in welke plaats je dat wilt doen. Vervolgens krijg je een lijst van mogelijke routes met verschillende lengtes. Wanneer je de route downloadt, krijg je een kaart met daarop verschillende interessante punten met meer informatie. In de app kun je ook een routebeschrijving naar het startpunt van de tocht krijgen. Je ziet ook hoe anderen de route waarderen, middels een sterrensysteem.

Deel van het OERRR-pakket van Natuurmonumenten

Mariska en Gerbrand hebben Olivier ook lid gemaakt van Natuurmonumenten. Voor kinderen is er OERRR, die activiteiten organiseert om hen zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met en te leren over de natuur. Mariska: “Het was voor ons een logische keuze om Olivier ook lid te maken van Natuurmonumenten. Naast dat wij Natuurmonumenten daarmee extra steunen, willen wij graag dat Olivier zich bewust is van al het moois dat de natuur in Nederland te bieden heeft. OERRR helpt daarbij. Olivier krijgt eens in de zoveel tijd een cadeautje van OERRR. Tot nu toe is dit in de vorm van doe-kaarten. Op de kaarten staat een activiteit beschreven die hij kan doen in de natuur. Bijvoorbeeld natuurjenga met stenen, net als de otter of een duiven- of uilengeluid maken. Maar ook leren om warmteverschillen te voelen en te ontdekken wat er in en op het water leeft en hoe zijn weerspiegeling eruit ziet in het water.”

Bij OERRR krijgt een kind zijn of haar eigen boom.

Olivier is nu nog iets te jong om zelf met de activiteiten van OERRR mee te doen. Maar in het najaar staat al wel zijn eerste activiteit gepland: hij gaat dan een boom planten. Elk kind dat lid wordt van OERRR krijgt een eigen boom. De gedachte hierachter is dat het kind zo samen kan opgroeien met de boom én er daardoor weer meer natuur is om van te genieten. Mariska vindt het belangrijk dat Olivier leert de natuur te respecteren en wil hem bewust maken van hoe mooi de natuur in Nederland is. Buitenspelen stimuleert zijn creativiteit en is gezond. “Wanneer Olivier een beetje ouder is, kan hij zelf meedoen met de activiteiten die OERRR organiseert voor kinderen: wandelen met de boswachter, wild en vogels spotten, knutselen in de natuur.” En met zo’n groot wildpark in de buurt moet dat vast helemaal goedkomen!

Ook je kind lid maken van Natuurmonumenten? Dat kan voor maar 1,25 euro per maand. Klik hier om je kind aan te melden voor OERRR. Wanneer je lid wordt via deze link, ontvang ik een kleine vergoeding. Met de inkomsten van zulke affiliatelinks kan ik een deel van mijn hostingkosten van groenemanieren.nl betalen. Zoals ik aan het begin van dit artikel al aangaf, werk ik alleen samen met bedrijven en organisaties die passen bij wat ik op groenemanieren.nl wil uitdragen. Bij elk artikel dat affiliatelinks bevat, zal ik dat duidelijk aangeven.