Categorie: Inspiratie

Absurde producten in de supermarkt

Als je fabrikanten van levensmiddelen en andere supermarktproducten moet geloven, wil ‘de consument’ (wie is toch die mysterieuze consument?) vooral gemak. Niemand wil langer dan tien minuten in de keuken staan om een avondmaaltijd te bereiden, niemand wil vieze handen door dingen te snijden, schillen of pellen en de consument wil heel graag horen dat iets ‘VERS’, ‘NAAR AUTHENTIEK RECEPT’ of ‘PUUR NATUUR/OER…’ is.

Die indruk krijg je in elk geval wanneer je langs wat willekeurige schappen in een Jumbo, Lidl of Albert Heijn loopt. Elk product is er in tig varianten en de één belooft veel gemak, de ander is ‘natuurlijk’ of ‘nu nóg lekkerder’ en weer een derde product ligt er in veel meer formaten en variaties dan er soorten huishoudens zijn. Zo deelde Jet Stoltenborgh laatst een foto van het margarine- en roomboterassortiment op Facebook. Op de foto van een deel van het schap stonden al 32 verschillende soorten boter voor op brood. Tweeëndertig! En daarbij is nog niet eens het schap met de boter voor bakken en braden meegerekend. Jet stelde terecht dat ‘we’ een beetje doorgeslagen zijn qua keuzemogelijkheden. En dan zijn dit nog de normale producten, waaruit we regelmatig een keuze maken. Om ons nog beter te bedienen in onze gemakzucht, bedenken de fabrikanten regelmatig nieuwe producten. En die zijn soms té absurd voor woorden. Een overzichtje van wat ik zoal in de supermarkt en online voorbij zag komen.

Supermarktschap boter

Foto door Jet Stoltenborgh.

Slaverrijkers van de Albert Heijn – gekookt én gepeld ei
Sowieso kan ik het woord ‘slaverrijker’ niet fatsoenlijk lezen zonder er eerst wat anders te zien staan. Wat een woord… Maar goed, daar gaat het nu niet om. De Albert Heijn snapt dat ‘de consument’ tegenwoordig graag bewust eet en daar past een salade heel goed bij. Maar het maken van een salade kost wel erg veel tijd en dat kun je zo’n consument niet aan doen. Daarom heeft Appie het ons gemakkelijk gemaakt met allerlei producten in de slaverrijkersserie: croutons, kiemgroenten, dressings. Allemaal nog tot daaraantoe. Maar de Albert Heijn vond het ook noodzakelijk om daar gekookte, gepelde eieren aan toe te voegen. Eieren komen van nature al in een heel handige verpakking: de eierschaal. Daarin kun je het ei koken en dan kun het zo in je lunchtrommel meenemen. Even pellen en je gooit het gekookte ei, zo hop, in je salade. Maar volgens de Albert Heijn is dat allemaal veel te ingewikkeld. Zij hebben twee eitjes alvast voor je gekookt, gepeld en in een plastic bakje gestopt. Fijn toch?

Paint your plant, een absurd product

Verf je eigen plant
Nietsvermoedend liep ik op een zaterdagmiddag de Jumbo in. Vlak voor de ingang is de bloemen-en plantenafdeling en daar stond dit keer wel een heel verdrietig product: een vetplant die wit geschilderd was, met daarbij een bakje met wat kleuren verf en een kwastje. Zodat je de plant zelf nog met allerlei kleuren kunt ‘opleuken’. Ehm, pardon? Laten we onze kinderen leren dat de natuur zelf hele mooie planten en bloemen maakt in wel duizenden kleuren. En dat het vooral niet nodig is om een plens verf op een plant te kwakken om deze ‘mooier’ te maken.

Meloen bij de Jumbo, met handvat

Meloen met handvat
Ook dit product vond ik bij de Jumbo. Het is zomer, het meloenenseizoen. Daar mag je mij zo ongeveer voor wakker maken, ik vind alle soorten heerlijk! Bij de Jumbo hadden ze een grote partij met verschillende meloenen uitgestald. Eén meloen viel me op: een soort die ik nog niet kende en die de Jumbo volgens mij extra wilde uitlichten. Met een handvat eromheen… De meloen is klein genoeg om in je hand te passen en zal ook in de meeste tassen prima vervoerd kunnen worden. Toch vond de supermarkt het nodig om dit stuk fruit van een handvat te voorzien, met meer informatie over de meloen. Tja…zo kun je eens fijn met je meloen over straat flaneren. Handig hoor, Jumbo…

Geschilde ui (niet gesneden)
Dit product heb ik zelf niet live kunnen bewonderen, maar kwam voorbij op Twitter. Robby Sallaets plaatste een foto van twee geschilde uien, op een kartonnen treetje, omhuld met plastic. Zijn tekst erbij sprak boekdelen: “Had de ui maar een natuurlijke bescherming. Een soort schil of zo.” Hoe heeft iemand dit product kunnen bedenken? Wat is het gemak van het verwijderen van alleen het velletje waardoor de ui ook nog eens sneller bederft, ten opzichte van de zakjes gesneden uienringen of uienblokjes die ook te koop zijn? Ik kan er niet bij in elk geval en met mij vele anderen ook niet. In het draadje onder de tweet van Robby worden nog veel meer producten gedeeld waarbij de logica ver te zoeken is. Blote bananen, gepelde mandarijntjes… In die laatste categorie vind ik ook de appelpartjes in een plastic zakje vallen. Een appel die al gesneden is, wordt snel bruin en ziet er dan onsmakelijk uit. Om dat tegen te gaan, wordt er wat zuur toegevoegd. Het product zorgt dus niet alleen voor onnodig plastic afval, er is ook nog eens iets extra’s nodig om het goed te houden. Terwijl een gewone appel dat allemaal al geregeld heeft: een schilletje om het vruchtvlees lekker sappig te houden én te beschermen. En dat schilletje kun je ook nog eens gewoon eten. Die natuur, die is zo gek nog niet…

Klagen? Doen!
Nu kan ik over dit soort dingen wel klagen en soms is het gewoon fijn om even je frustratie te uiten, maar het is een stuk constructiever om een poging te doen dit soort producten van de markt te halen. Zo hebben Sara van Groen met Saar en ik een mailtje gestuurd naar de Jumbo, over de vetplant met verf. Helaas hebben we daar nooit een reactie op gehad. Ik hoop maar dat het niet goed verkocht werd en het daarom nu niet meer in de winkel ligt. Gelukkig zijn er ook organisaties die de ergernis van een heleboel mensen verzamelen om daarmee een verandering te bewerkstelligen. Bij het Meldpunt Verpakkingen kan iedereen verpakkingen aangeven die te groot zijn, waarbij teveel materiaal gebruikt is of waarvan men denkt dat het milieuvriendelijker kan, aangeven. Ook vind je op deze website veel informatie over verpakkingen, waarom die gebruikt worden en hoe je deze het beste bij het afval kunt gooien.

Een ander initiatief pakt de gebakken lucht die fabrikanten proberen te verkopen aan. Elk jaar wordt het Gouden Windei uitgereikt door Foodwatch aan het product dat het meest misleidend was. In 2016 was dit Healthy People Blauwe bosbes framboos, waar maar 12% bosbes en 1% framboos in te vinden is. Het meest absurde product vond ik de Optimel Griekse stijl drinkyoghurt met honing-walnoot-smaak. De drinkyoghurt bevat geen Griekse yoghurt, geen honing en geen walnoot. Iemand nog een glaasje gebakken lucht?

En? Aan welke onnodige of absurde producten erger jij je in de supermarkt?

De natuur in met OERRR

OERRR van Natuurmonumenten

Als je regelmatig artikelen online publiceert, word je op den duur vanzelf gevonden door bedrijven die met je willen samenwerken. Lang niet alle voorstellen en producten passen bij deze website: het zijn producten of diensten die ik niet gebruik en/of niet zal gebruiken of de producten zijn überhaupt niet groen. Dan bedank ik vriendelijk. Maar een artikel over Natuurmonumenten, waarvoor ik laatst benaderd werd, past wél goed bij groenemanieren.nl. Helemaal omdat mijn lieve neefje Olivier (1 jaar en 7 maanden jong) daar al lid van is en zijn moeder (mijn lieve zussie Mariska) goed uit kan leggen waarom zij dat zo belangrijk vindt.

Mijn zusje, haar vriend Gerbrand (ja, we hebben allebei een Gerbrand :)) en Olivier woonden eerst in Den Haag, op nog geen vier kilometer van mijn huis. Dat was natuurlijk heel fijn, daardoor zagen we elkaar vaak. In januari van dit jaar zijn ze verhuisd, naar een plaatsje vlakbij de Veluwe. En met een goede reden: ze willen Olivier laten opgroeien op een groene plek. Met een grote achtertuin, mét kipjes, en zo’n mooi natuurgebied naast de deur zitten ze helemaal goed. Ik vind het een hele goede beslissing van hen om de rust en ruimte op te zoeken met zo’n kleintje, ook al betekent dat dat we elkaar wat minder vaak zien. Gelukkig past Tante Boek regelmatig op en dan staat buitenspelen hoog op de agenda.

Mariska, Gerbrand en Olivier

Foto door Ed van der Molen.

Mariska’s vriend Gerbrand is al een aantal jaren lid van Natuurmonumenten. Mariska: “De voornaamste beweegreden daarvoor is dat wij Natuurmonumenten willen steunen zodat de natuur in Nederland behouden blijft. Een leuke bijkomstigheid is dat we regelmatig het tijdschrift Puur krijgen, met interessante artikelen en wij mee kunnen doen aan leuke activiteiten die Natuurmonumenten organiseert. Zo hebben wij bijvoorbeeld een keer een huifkartocht op de Veluwe gedaan. Tijdens de rit kregen we uitleg over de soorten bomen en het natuurgebied, wat Natuurmonumenten allemaal doet en konden we wild spotten (zwijntjes!). Olivier ging toen nog mee in de draagzak :).”

Mariska kwam ook nog met een leuke tip: de app Natuur Routes. In die app zijn 288 gratis wandel-, fiets-, en kanoroutes te vinden. “Wij wandelen graag en veel met Olivier en gebruiken dan de app van Natuurmonumenten. Tijdens de wandeling lees je dan leuke weetjes over het gebied waar je loopt. Vaak drinken we nog een kopje koffie en eten we een gebakje of een ijsje bij de gezellige zitgelegenheid van Natuurmonumenten bij het startpunt van de route.” Omdat ik zelf ook graag wandel, bijvoorbeeld tijdens een gezellig dagje met vriendinnen, heb ik de app geïnstalleerd. Je geeft aan wat je wilt doen (wandelen, fietsen of kanoën) en in welke plaats je dat wilt doen. Vervolgens krijg je een lijst van mogelijke routes met verschillende lengtes. Wanneer je de route downloadt, krijg je een kaart met daarop verschillende interessante punten met meer informatie. In de app kun je ook een routebeschrijving naar het startpunt van de tocht krijgen. Je ziet ook hoe anderen de route waarderen, middels een sterrensysteem.

Deel van het OERRR-pakket van Natuurmonumenten

Mariska en Gerbrand hebben Olivier ook lid gemaakt van Natuurmonumenten. Voor kinderen is er OERRR, die activiteiten organiseert om hen zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met en te leren over de natuur. Mariska: “Het was voor ons een logische keuze om Olivier ook lid te maken van Natuurmonumenten. Naast dat wij Natuurmonumenten daarmee extra steunen, willen wij graag dat Olivier zich bewust is van al het moois dat de natuur in Nederland te bieden heeft. OERRR helpt daarbij. Olivier krijgt eens in de zoveel tijd een cadeautje van OERRR. Tot nu toe is dit in de vorm van doe-kaarten. Op de kaarten staat een activiteit beschreven die hij kan doen in de natuur. Bijvoorbeeld natuurjenga met stenen, net als de otter of een duiven- of uilengeluid maken. Maar ook leren om warmteverschillen te voelen en te ontdekken wat er in en op het water leeft en hoe zijn weerspiegeling eruit ziet in het water.”

Bij OERRR krijgt een kind zijn of haar eigen boom.

Olivier is nu nog iets te jong om zelf met de activiteiten van OERRR mee te doen. Maar in het najaar staat al wel zijn eerste activiteit gepland: hij gaat dan een boom planten. Elk kind dat lid wordt van OERRR krijgt een eigen boom. De gedachte hierachter is dat het kind zo samen kan opgroeien met de boom én er daardoor weer meer natuur is om van te genieten. Mariska vindt het belangrijk dat Olivier leert de natuur te respecteren en wil hem bewust maken van hoe mooi de natuur in Nederland is. Buitenspelen stimuleert zijn creativiteit en is gezond. “Wanneer Olivier een beetje ouder is, kan hij zelf meedoen met de activiteiten die OERRR organiseert voor kinderen: wandelen met de boswachter, wild en vogels spotten, knutselen in de natuur.” En met zo’n groot wildpark in de buurt moet dat vast helemaal goedkomen!

Vijf kleine groene stappen die je deze week nog kunt zetten

Soms zie ook ik door de bomen het bos niet meer. Er zijn zoveel manieren om groener te leven dat het soms wat overweldigend is. Want waar begin je dan? Wat vind jij belangrijk en wat past bij jouw manier van leven? Keuzes, keuzes. Om het je iets gemakkelijker te maken: vijf groene stappen die je nog deze week kunt zetten. Kleine, snelle manieren om je leven te vergroenen.

Stap 1: Plastic verminderen
Ze hangen goed in het zicht en het lijkt zo handig: de plastic zakjes op de groenteafdeling. Je kunt er je appels, paprika’s of tomaten in kwijt. Helaas zijn de zakjes zo dun dat ze bij het minste of geringste scheuren, waardoor ze vaak niet nog een keer thuis te gebruiken zijn en ze meteen bij het (plastic) afval gaan. En heb je zo’n zakje echt nodig om je groente en fruit te vervoeren wanneer je ook al een boodschappentas bij je hebt?

Je kunt ook je eigen herbruikbare katoenen zakjes gebruiken, dit zijn bijvoorbeeld mooie, lichte zakjes: http://re-sack.com/. Als je net als ik bent, vergeet je die zakjes vaak mee te nemen bij het boodschappen doen. Ik leg mijn groente en fruit dan gewoon los op de kassaband. Soms moet de kassamedewerker daardoor nét iets beter zijn of haar best doen om de boel goed af te wegen, maar ik heb nog nooit klachten gehad en krijg alles gewoon netjes mee. Daarna gaat alles in mijn boodschappentas mee naar huis. Scheelt toch weer een aantal plastic zakjes per week.

Bonustip bij deze stap: koop zoveel mogelijk groente in het seizoen, dat is vaak helemaal niet verpakt.

Stap 2: Ontspullen
Minder spullen in je huis, zorgt voor meer rust in je hoofd. Maar waar begin je als elke kamer tot de nok toe gevuld is, elke lade uitpuilt en je dagelijks struikelt over stapels onopgeruimde spullen? Het meest simpele antwoord? Het maakt niet uit! Als je maar begint en die eerste kleine stap zet. En om je op weg te helpen: pak deze week je bestekla aan. Want daar zitten vast een hoop kleine dingen in die je kunt ontspullen. Huishoudcoach Els Jacobs heeft daar een goede tip voor, die ik hier nog iets rigoureuzer maak: gooi alles uit de la in een doos en haal er een hele week alleen datgene uit dat je nodig hebt. Na een week (van Els mag je daar een maand over doen) neem je de spullen die nog in de doos zitten door: wat kan daarvan écht weg en wat mag nog even blijven? Wees streng: spullen die je ‘voor het geval dat’ bewaart, maar nog nooit gebruikt hebt, kunnen weg. Je kunt het altijd nog lenen van iemand anders. Alles uitgezocht? Zorg dan dat de ontspulde spullen zo snel mogelijk het huis verlaten op weg naar een nieuwe eigenaar. De gemakkelijkste manier is om het naar de kringloop te brengen. Maar ook via Facebook op een gratis-af-te-halen-pagina raak je zulke spullen snel en gemakkelijk kwijt.

Stap 3: Consuminderen
Aanbiedingen, nieuwe collecties, dit-mag-je-niet-missen-eenmalige-kans; je mailbox raakt gemakkelijk overspoeld met mailtjes van bedrijven die jou graag iets willen verkopen. En vaak doen ze dat zo slim dat je het idee krijgt dat je dat ding ook echt nodig hebt. Dat ene jurkje mag eigenlijk niet ontbreken in jouw kledingkast en die tas is wel heel handig. Veel handiger dan de tassen die je al hebt. Toch? Maar elke maand iets nieuws aanschaffen kost niet alleen veel geld, het kost ook ontzettend veel energie om al die spullen te produceren en te vervoeren. (Veel) minder kopen verkleint je ecologische voetafdruk aanzienlijk. Schrijf je een hele week meteen uit bij alle nieuwsbrieven die je binnenkrijgt. De uitschrijflink vind je (meestal goed verstopt in lichtgrijs of een andere inactieve kleur) helemaal onderaan. Je hebt namelijk helemaal geen nieuwsbrieven van bedrijven nodig om te weten waar je behoefte aan hebt. Dat kun je heel goed zelf bepalen.

Stap 4: Afval scheiden
Zamel jij je plastic afval apart in? Super! Plastic kan gerecycled worden, zodat er minder nieuw plastic gemaakt hoeft te worden. Afvalverwerkingsbedrijven blijken echter wel veel moeite te hebben om de plasticstromen goed te verwerken. Het plastic afval is vaak ‘vervuild’: er zitten dingen bij die niet van plastic zijn of van een soort kunststof waar de verwerker niets mee kan. Check daarom op de website van de gemeente wat je precies bij het plastic afval mag gooien. Dat is echter nog niet dé groene stap. Plastic raakt namelijk ook vervuild doordat verschillende soorten in elkaar gepropt zitten of het te vies is door veel etensresten. Dat maakt het nog lastiger om het goed te verwerken bij de recycling en daardoor wordt veel plastic alsnog verbrand. Zonde! Zorg dus dat je je afval los in de zak gooit en dat verpakkingen echt leeg zijn.

Stap 5: No food waste
Eten weggooien vind ik zo zonde en probeer ik tot een absoluut minimum te beperken. Ook hier gaat er heus weleens iets de prullenbak in door een gebrekkige planning of omdat het sneller dan verwacht niet lekker meer was. Maar zo min mogelijk, ik probeer zoveel mogelijk te gebruiken wat we al hebben. Dus, laat deze week de supermarkt een dagje links liggen en kook een maaltijd met wat je nog in huis hebt. Je hebt vast nog wel wat diepvriesgroente, een bijna verlepte paprika, wat uitjes, knoflook en rijst in huis? Een wokgerecht is zo gemaakt. Of misschien kun je het combineren met een blikje tomatensausje en een turks brood dat niet meer vers is, maar prima kan dienen als pizzabodem? Koken met wat je hebt, zorgt ervoor dat je creatief moet zijn. Wie weet wat voor nieuw lievelingsgerecht je bedenkt!

Groene Manieren was erbij: de ‘Grootste’ Vega-Picknick van Nederland

Vegetarische picknick van de Nederlandse Vegetariërsbond in het Zuiderpark in Den Haag.

Als de Nederlandse Vegetariërsbond om de hoek een vegetarische picknick organiseert dan ben ik daar natuurlijk bij. En Gerbrand ook. Ondanks dat we enigszins brak waren van een gezellig dagje bij vrienden de dag ervoor en de weersvoorspelling ook niet helemaal picknickproof was, gingen we toch met wat komkommer, tomaatjes, een bakje hummus en een flinke fles water (voor de kater ;)) op naar het Zuiderpark.

Vegetarische picknick in het Zuiderpark.

We waren er al vroeg, meteen om 12 uur bij de start van het evenement. In de buurt van het water stond een tafel met daarachter gevulde plastic picknickkleedjes. Medewerkers van de Vegetariërsbond vulden het kleedje aan met een bakje couscoussalade, een broodje en een bakje hummus. Jep, hetzelfde bakje dat we zelf ook hadden meegenomen, hahaha. Eén kleedje kostte 2,50 euro. Er stonden al een aantal mensen in de rij die zich ook niets hadden aangetrokken van het weersbericht. Sommige mensen waren picknickprofessionals: die hadden bijvoorbeeld hun eigen kleed mee, een ander groepje had een goede fles wijn mee en een ouder echtpaar zat prinsheerlijk op zelf meegebrachte stoelen en gebruikten een boodschappenkrat als tafeltje. Gerbrand en ik spreidden onze kleedjes uit aan de rand van het water en zorgden er met een deel van de inhoud van het kleedje voor dat de boel niet wegwaaide.

De couscoussalade was erg lekker. Het broodje konden we beleggen met jam of hummus. Ik combineerde de hummus met de eigen meegebrachte komkommer en tomaat. Verder was het kleedje gevuld met een doosje koekjes, een zakje snoep, 3 pakjes sinaasappelsap (per persoon!), een pakje knackebröd, een zak gedroogde abrikozen (ongezwaveld) en een appel. Allemaal vegetarisch uiteraard, maar niet helemaal Natasja-proof. Ik eet graag zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij, dus lunchen met chocolade-chip-koekjes, snoep en sinaasappelsap is niet helemaal mijn ding. Gelukkig vindt Gerbrand dit een minder groot probleem, dus die kan hier de komende tijd van genieten.

Terwijl wij zaten te eten, kwamen er steeds meer mensen op de picknick af. Ook mensen die van tevoren niet op de hoogte waren, volgens mij. Het publiek was erg divers en iedereen verspreidde zich over de twee velden. Op één veld zat een meneer gitaar te spelen en op Facebook zag ik een foto van een verrassende gast: een zwart konijntje was ook benieuwd hoe de vegetarische picknick smaakte en kwam poolshoogte nemen op een van de kleedjes. Het streven van de Vegetariërsbond was om de grootste vegetarische picknick van Nederland te organiseren, met 200 mensen, maar of ze dat aantal gehaald hebben, betwijfel ik. Daarvoor was het weer niet goed genoeg. Wij pakten rond 13.00 uur ons afval in het kleedje in, gooiden dat in de speciaal daarvoor bestemde containers en gingen weer naar huis. We waren nog niet binnen of het begon enorm hard te regenen en te waaien. Erg sneu voor de organisatie en de mensen die nog in het park zaten. Een half uurtje later was het gelukkig weer droog en zonnig, maar het gras in het park zal wel een stuk drassiger zijn geworden. Gelukkig zijn de kleedjes van (gerecycled) plastic, dus droog zitten was nog steeds een optie.

Het was een leuk initiatief van de Vegetariërsbond dat door het wisselvallige weer helaas niet helemaal tot zijn recht kwam. Ook vind ik het jammer dat er veel suikerrijke en in plastic verpakte producten in het pakket zaten. Toch was het gezellig om bij ons in de buurt even te kunnen lunchen met anderen. Is weer eens wat anders dan met het bord op schoot op de bank 😉 Bedankt, Vegetariërsbond, voor het organiseren!

 

Wat schaft de pot in huize Oosterloo-Van der Weg?

Wat eten wij zoal vegetarisch?

Gerbrand en ik zijn nu ongeveer een half jaar fulltime vegetariërs. Daarvoor aten we thuis sowieso geen vlees. Alleen af en toe bij iemand thuis of in een restaurant. Ik merkte dat ik daar niet blijer van werd: ik kreeg veel pijn in mijn buik als ik eens vlees at. Dat, en alle nare verhalen die ik steeds maar weer voorbij zag komen, zorgden ervoor dat ik definitief vegetarisch ging eten. Gerbrand volgde een klein poosje later, ook hij kon het voor zichzelf niet meer verantwoorden waarom ie af en toe nog wel voor een stukje vlees koos. Het is heel fijn dat we allebei hetzelfde denken over voeding, dat maakt het boodschappen doen een heel stuk makkelijker 🙂

Vegetarisch eten

In principe doen we één keer per week boodschappen: we zijn allebei geen fan van supermarktbezoeken (understatement in mijn geval) en het scheelt een hoop geld wanneer je niet elke avond met een lege maag langs allerlei verleidelijke schappen hoeft te lopen. In het weekend gaan we samen aan de keukentafel zitten en maken we het weekmenu. Nee, dat is niet altijd even makkelijk. Soms hebben we totaal geen inspiratie en komen we wéér op dezelfde soort gerechten uit. Je weet wel: die recepten die makkelijk, snel en altijd lekker zijn. Gelukkig zijn dat allemaal (vrij) gezonde maaltijden, dus we kunnen ons er geen buil aan vallen. Maar het is wel oppassen dat we niet elke week voor gemak kiezen en blijven variëren. Dat proberen we nu onder andere te doen door het wekelijks afhalen van een Lekkernassûh-groentepakket. Bij Lekkernassûh neem je een abonnement en dan kun je elke week op woensdag een pakket met acht verschillende biologische groenten ophalen. De inhoud van het pakket verschilt elke week: het is maar net wat welke lokale boeren en tuinders geoogst hebben. Zo worden we elke week ‘gedwongen’ om creatief te koken, want die acht groenten moeten toch echt op!

Groentepakket van Lekkernassûh

Allemaal biologisch en uit de buurt van Den Haag.

Op ons weekmenu staat sowieso een dagje aardappels, groente en een vleesvervanger. Gerbrand is hier de specialist in krieltjes bakken met de lekkerste kruiden, dus die maakt dit altijd. Bij de vleesvervangers letten we goed op de ingrediënten. We eten namelijk ook zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij én willen liever niet al te veel toevoegingen naar binnen werken met dit soort producten. Bij de Jumbo zijn we fan van de broccoliburger en de Woezel&Pip-sticks (bedankt voor de tip, Iris!), maar onze favoriet halen we speciaal bij de Albert Heijn: de spinazieburger mét kaas erin. Verder eten we altijd wel een keer pasta (met zelf gemaakte spinaziepesto bijvoorbeeld of de gnocchi van Iris) en rijst (de laatste tijd is een eenvoudige wokmaaltijd hier favoriet: we kunnen er veel van de groente van Lekkernassûh in kwijt. Je gooit er eventueel tofublokjes in, sojasaus, gember, knoflookpoeder, beetje kerrie, roerbakken en klaar!). Verder zijn we echte risottofans: met venkel en citroen bijvoorbeeld of met rode bietjes en geitenkaas. Of deze klassieker van Jamie Oliver, mmmm. Ook hier is Gerbrand weer de specialist, hij maakt heerlijke risotto. Nu lijkt het net of ik nooit kook, maar dat is niet zo hoor, haha 🙂 Andere favoriete gerechten zijn chili sin carne, een heerlijke pasta bolognese (met linzen) en rode linzencurry (met ananas en doperwtjes).

Vlees missen we totaal niet in onze gerechten. We eten zo’n 1 à 2 keer per week een vleesvervanger (zo’n burger dus, tofublokjes of falafel) en verder vullen we onze gerechten aan met peulvruchten, ei, kaas of noten. Met de hoeveelheid groente die wij dagelijks verorberen zit het wel goed, al scoort ik hier iets beter op dan Gerbrand 😉 Ik eet meestal een flinke salade voor de lunch, dus ik loop dan meteen al een paar honderd gram voor. En als ik dan toch eens brood eet, in het weekend bijvoorbeeld, probeer ik er alsnog wat groente op te doen. Wat spinazie eronder, tomaatjes erop of wat rauwe paprika. Maakt zo’n saaie boterham meteen een stuk lekkerder. Qua brood eet ik trouwens alleen de varianten zonder suiker/dextrose. Liefde&Passie-brood van de Albert Heijn vind ik heerlijk, maar ook de Jumbo heeft lekker brood zonder suiker en zelfs bij de Lidl is dat te halen. Het desembrood (dat niet altijd op voorraad is helaas) is suikervrij.

We koken trouwens vrijwel altijd maaltijden voor drie tot vier personen. Wat er dan overblijft, vriezen we in. Die porties gebruiken we wanneer één van ons alleen moet eten of wanneer we eens een dagje geen zin hebben om te koken of te weinig tijd hebben. Ideaal! En soms hebben we zelfs geen zin om wat op te warmen. Dan gaan we even langs het Patathoekje voor twee mediumfriet en een kaassouflé. Want aardappelen zijn ook groente, toch ;)?

Samen groener doen

Samen werken aan een groen leven

Veel mensen die hier komen lezen, doen hun best om groen te leven en dat vind ik super! Een groen leven: dat betekent voor iedereen iets anders. Sommigen proberen zo zero waste mogelijk te leven, anderen besparen flink op hun energie en hebben bijvoorbeeld geen auto. Je kunt de nadruk leggen op het kopen van alleen fair fashion of zoveel mogelijk biologisch eten. Misschien ben je wel vegetariër of veganist. Je doet hoe dan ook je best om bewuste en duurzame keuzes te maken. Voor mij geldt hetzelfde: ik doe mijn best om mijn ecologische voetafdruk steeds verder te verkleinen. Soms zet ik daarin grote stappen, door bijvoorbeeld vegetariër te worden en straks in een off-grid tiny house te gaan wonen en soms zijn de stapjes een stuk kleiner, op zero-waste-gebied bijvoorbeeld.

Ik denk er vaak over na welke invloed mijn acties hebben. Soms heb ik het gevoel dat wat wij doen toch geen zin zal hebben. Die paar liter water die we per dag besparen door het op te vangen tijdens het douchen of het wassen van groente, die paar plastic verpakkingen die we bewust vermijden of die spullen die we niet kopen: wereldwijd gezien is het amper een druppel op de gloeiende plaat te noemen. En zal het zoveel verschil maken dat wij geen vlees meer eten als de consumptie in andere landen alleen maar toeneemt? Ik roep mezelf al snel tot de orde als ik zulke gedachten heb, want als iedereen zou denken dat zijn of haar acties geen verschil maken, dan zal er zeker niets veranderen. Niets doen is geen optie, dus ik ga vrolijk door om mijn manieren steeds groener te maken.

Samen werken aan een duurzame samenleving

Een ander punt waar ik veel mee bezig ben, is hoe ik en jij, de groene lezer aan de andere kant van het scherm, anderen kunnen stimuleren of tenminste kunnen interesseren om op hun manier groener te leven. Want ook al zijn veel mensen supergoed bezig met een bewust en duurzaam leven, er zijn er minstens net zoveel die daar (nu nog) niets om geven. Voor wie een groen leven vooral een negatief hippie-geitenwollensokken-doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg-imago heeft. Mensen voor wie het misschien al lastig genoeg is om de eindjes aan het einde van de maand aan elkaar te knopen, laat staan dat ze zich dan ook nog druk gaan maken om een groen leven. Of mensen voor wie het allemaal een ver-van-hun-bed-show is en die gewoon niet weten waar ze zouden moeten beginnen. Jij kent er misschien ook genoeg in jouw omgeving. Ze zijn niet expres niet-groen, het is gewoon iets dat niet in hun systeem zit.

Ik begrijp ze wel, want ook ik ben niet als minimalistische vegetariër met een tinyhousewens geboren. Ook ik moest eerst bewust worden van de impact die wij mensen op onze planeet hebben en daarna inzien dat ik daar ook een steentje aan bijdraag. Dat de manier van leven die ik normaal vond, helemaal niet zo normaal is. Dat genoeg genoeg is en dat een groen leven niet betekent dat je niet meer comfortabel kunt leven. En ik leer elke dag bij, door alles wat ik lees en zie. Ik maak fouten, val soms weer terug in oude gewoonten, baal af en toe flink dat ik niet álles nu meteen kan veranderen en merk soms dat ik in een groene bubbel leef en dat mijn manier van leven buiten deze bubbel niet altijd logisch is voor anderen.

Ik zou zo graag veel meer impact willen hebben, meer doen dan alleen mijn eigen voetafdruk verkleinen. Dat is de reden dat ik hier op groenemanieren.nl schrijf en zelfstandig ondernemer ben geworden. Om tijd en energie vrij te maken voor groene projecten die grotere groepen mensen kunnen bereiken. Projecten die al die kleine druppels vangen en samenvoegen tot een flinke emmer water om op die gloeiende plaat te gooien. Achter de schermen ben ik hier druk mee bezig: ik onderzoek op welke gebieden ik waarde kan toevoegen met de ervaring die ik heb en probeer uit te vinden waar behoefte is aan mijn energie en tijd. Het is een spannende reis met een nog onbekend ‘eindpunt’, maar eentje die ik met hart en ziel maak.

Maar misschien kan ik ook hier al wat meer impact hebben dan alleen het schrijven van artikelen over mijn eigen stappen. Ik weet hoe lastig ik het zelf soms vind om een goede, groene keuze te maken en denk dat jij misschien vaak in hetzelfde schuitje zit. Wellicht baal jij ook zo van die zak met plastic afval die elke week toch weer vol zit. Of worstel jij soms ook met het kiezen tussen de betaalbare optie of de duurdere groene optie. Laten we het dan samen aanpakken! Vertel me jouw uitdagingen, alledaagse problemen en moeilijke momenten. Deel met mij jouw groene successen en slimme tips en inspireer mij om een nieuwe stap te zetten. Ik duik in wat jij met me deelt en zal erover schrijven op deze site. Zodat jouw stappen én die van mij én die van andere lezers, samen nét iets meer impact kunnen hebben.

Doe je mee?

Koos Deoloos: van natuurlijke deodorant naar geen deodorant meer

Ik gebruik geen deodorant meer en dat bevalt goed

Oh, ik was vroeger altijd zo bang voor zweetplekken. Ik zweette heel snel en vond het heel vervelend wanneer je dat zag op mijn shirt. Ik vermeed het daarom om shirtjes te dragen die strak onder mijn oksels zaten of droeg er een vestje of blouseje overheen. Maar ja, in de zomer, wanneer het zweetrisico het hoogst is, is het dragen van te veel kleding niet zo handig. Ik gebruikte dan weleens anti-transpirant van Odorex Extra Dry. Dat zit in een transparant glazen flesje en dat moest je de avond van tevoren op je oksels deppen met een watje. Je voelde je huid dan een beetje samentrekken. Ook ging het vaak verschrikkelijk jeuken, brrr. Maar het deed wel wat het beloofde: de volgende dag bleven mijn oksels kurkdroog. Maar of het verder zo goed voor me was…

De Odorex heb ik na nog meer jeukende en geïrriteerde situaties aan de wilgen gehangen. Dan toch liever maar wat zweetplekken. Ik gebruikte nog wel normale deodorant. Heel lang heb ik spuitbussen van Rexona gebruikt, meestal die voor de gevoelige huid, omdat ik snel last heb van irritatie en bultjes. Daarna ben ik overgestapt op de rollers van Sanex, de Zero-variant. Ook deze is speciaal gemaakt voor de gevoelige huid. Ik probeerde verder te accepteren dat ik nu eenmaal regelmatig wat zweetplekken onder mijn armen had. Dat vond ik echt niet altijd even gemakkelijk, want het voelt en staat zo vies, vind ik. Terwijl het helemaal niet hoeft te betekenen dat je meteen ook stinkt.

Sinds een aantal jaren leef ik drastisch anders dan ik in alle jaren daarvoor deed. Mijn voedingspatroon is compleet veranderd (zo min mogelijk toegevoegde suikers, vegetarisch en zoveel mogelijk zelf bereiden), ik ging van sporthater naar sportief persoon en viel bijna 50 kilo af. Niet alleen zat ik daardoor veel beter in mijn vel en voelde ik me gezond, ik merkte ook dat mijn zweetproductie afnam. Niet alleen onder mijn oksels, maar ook op de rest van mijn lichaam. Ik zweette bijvoorbeeld ook erg snel in mijn gezicht. Daar had ik veel last van toen ik nog foundation droeg, dan zag je een rand bij mijn haar waar de foundation door het zweten verdwenen was. Charmant is anders… Die foundation hoefde ik trouwens ook niet meer te gebruiken: door mijn gezondere leefstijl werd mijn huid eindelijk rustig en kon ik alle foundation, camouflagesticks en poeders afschaffen.

Geen deodorant meer gebruiken

Er is een wel heeeeel ruime keuze aan deodorant verkrijgbaar…

In mijn zoektocht naar manieren om groener te leven, kreeg ik uiteraard ook oog voor wat ik zoal op mijn lichaam smeerde. De deorollers van Sanex pasten niet meer in het plaatje en verving ik door een blokje deo van Lamazuna. In dit blog liet ik al weten dat deze mij niet zo goed beviel. Ik kreeg er bruine oksels van. Misschien door de baking soda die erin zit? Ik stopte met het gebruik van deze deo en besloot een tijdje zonder te doen. Dat beviel heel goed! Ik rook geen onaangename geurtjes, ook niet aan het einde van de dag. Mijn zweetproductie is minimaal wanneer ik gewoon mijn dagelijkse dingen doe. Na het sporten of een fietstocht zweet ik natuurlijk meer, maar dit stinkt niet. Ik kreeg het idee dat het gebruik van deo er juist voor zorgt dat ik meer ga zweten én stinken.

Een tijdje terug sprak ik een meisje dat het sap van biologische citroenen gebruikt als deodorant. Dat vond ik het proberen waard. Want het zat er toch wel aardig ingeramd: het idee dat je deo móet gebruiken. Ik heb de citroensapdeo een paar weken geprobeerd. Het werkt prima en je kunt de schijfjes meerdere keren gebruiken. Maar ik vergat het soms en vond dan een paar dagen later een bakje beschimmelde citroenschijfjes in het badkamerkastje. Oeps… Ook kreeg ik vlak na het scheren irritatie van het zure sap en vond ik het best zonde om de citroen alleen hiervoor te gebruiken en het merendeel weg te gooien.

Dan maar weer zonder. Ik ben nu een aantal maanden compleet deoloos en dat bevalt me supergoed! Ik heb geen irritaties meer onder mijn oksels, geen last van zweetlucht of rare luchtjes of vlekken in mijn kleding en geen last van overmatig zweten. Ik zorg ervoor dat ik mijn oksels regelmatig scheer, dat maakt de kans op geurtjes zo klein mogelijk. Voor mijn gevoel is het een combinatie van factoren die ervoor gezorgd heeft dat ik zonder deo kan: mijn eetpatroon, het regelmatig sporten en het langzaam switchen van ‘gewone’ deo naar alternatieve deo. Ik ben in elk geval blij dat ik zonder kan én me niet meer druk maak om mijn oksels.

Groen genieten in Maastricht

Uitzicht vanaf de Sint-Pietersberg in Maastricht.

Afgelopen dinsdag vierden we een dagje vakantie in een stad waar je je echt even in het buitenland waant: Maastricht. Het was prachtig weer: volop zon en lekker warm. In de stad zorgden de volle terrassen voor een gezellige aanblik en de zon maakte iedereen vrolijk. Ik was niet bewust op pad om groene hotspots te vinden, maar we kwamen op zulke fijne plekken terecht dat ik die graag deel. Voor als jij ook een dagje vakantie wilt vieren in eigen land.

Goedkoop met de trein
Het was even een reis, met de trein van Den Haag naar Maastricht. Twee uur en eenenveertig minuten heen en twee uur en eenenveertig minuten weer terug. Genoeg tijd dus om een boek te lezen of eindelijk eens aan dat tijdschrift dat al tijden in de mand ligt te beginnen. Of om gewoon uit het raam te staren en wat muziek te luisteren. We konden weer voordelig reizen: op treinreiziger.nl vonden we het NS Zomertoer-kaartje. We betaalden maar 26 euro voor twee personen, koopje! Het kaartje is nog t/m 31 augustus 2017 te verkrijgen, maar is alleen doordeweeks geldig en pas na 9.00 uur. Dat betekende dat wij net na 12 uur op het station in Maastricht stonden. Groene bonus bij dit kaartje: we hoefden het niet te printen, het e-ticket kon in de app van de NS geladen worden. Niet elke conducteur was hieraan gewend, maar het werkte prima.

Station Maastricht heeft groene bouwhekken en een groene uitkijktoren.

Het station met daarvoor de bouwput, vanaf de groene uitkijktoren gezien.

Groene bouwput
Op het station kwamen we meteen al een tof groen initiatief tegen: groene bouwhekken én een groene klimtoren. Voor het station wordt een ondergrondse fietsenstalling gebouwd en de gemeente probeert de overlast hiervan te beperken: met gezellig groen rondom de bouwput (net zoals we dat een tijdje terug in Utrecht zagen) en een met planten aangeklede toren vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de werkzaamheden, het station en het omliggende gebied. Wij hadden al heel wat uurtjes in de trein gezeten, dus die klim omhoog was zeer welkom om de benen weer los te maken.

Falafel lunch bij de Brandweerkantine in Maastricht

Ziet er goed uit, toch?

De Brandweerkantine
Omdat er ’s middags een wandeling van 9 kilometer op het programma stond én het al rond lunchtijd was, begonnen we ons dagje Maastricht met een stevige lunch. We hadden van tevoren wat opties online bekeken, omdat we graag een plekje met goede vegetarische en het liefst ook biologische gerechten wilden vinden. Bij De Brandweerkantine waren we op het juiste adres! Daar koken ze met producten uit het seizoen en de streek, biologisch én met extra aandacht voor vegetarische gerechten. Gerbrand en ik gingen allebei voor de pita falafel met rode kool, feta en Andalouse-saus en daar kregen we geen spijt van! Superlekker was het 🙂 De kantine zelf ziet er ook erg leuk uit: lekker ruim, veel planten, knusse zithoekjes her en der en een mooie bar gemaakt van hergebruikt hout en kastjes. Ook ben je hier op het juiste adres wanneer je een fijne werkplek buiten de deur zoekt. Ze hebben zelfs een printer in de hoek waar je gebruik van kunt maken. Een Little Free Library maakt deze (hipster ;))plek af.

Links: gewildgroei op de oude stadsmuur, midden: een mooi doorkijkje, rechts: op de kazerne is educatieve graffiti 🙂

Tapijnkazerne
Na deze stevige lunch waren we klaar voor onze wandeling. We gingen op weg naar de Sint-Pietersberg en kwamen in de stad eerst nog langs de oude stadsmuur uit 1229, waar veel gewildgroei zich prima op thuisvoelt, door een park vol eendjes en ganzen en langs een oude kazerne. De Tapijnkazerne blijkt een hotspot in wording te zijn: op het terrein komt een openbaar park en diverse gebouwen met plek voor onderwijs en onderzoek. Er is nu al een biologische stadstuin, de Tapijntuin, die volop in ontwikkeling is, er zijn diverse startende bedrijfjes actief en er is een brasserie gevestigd in de voormalige kantine. Het terrein moet een groen en educatief terrein worden dat in 2020 gereed is.

Sint-Pietersberg Maastricht

Het mooie uitzicht op de Sint-Pietersberg.

Sint-Pietersberg en Natuurtuinen Jekerdal
Na het passeren van deze voormalige kazerne en via een klein stukje woonwijk, stonden we aan de voet van de Sint-Pietersberg. Gerbrand had een NS-wandeling van 9 kilometer uitgezocht die ons langs de rechterkant van de berg zou leiden. In de zon en met lange spijkerbroeken aan was het eerste stukje omhoog even wennen, maar het uitzicht dat we cadeau kregen maakte alles goed. Instant vakantiegevoel! Wijngaarden in de volle zon, glooiende heuvels, een plukje paarden in de diepte, echt prachtig! De route was verder prima te doen en zeker niet te zwaar. Algauw liepen we langs de rivier de Jeker Maastricht weer in. Daar liepen we tegen de CNME Natuurtuinen Jekerdal aan. Een plek waar verschillende ecologische tuinen te bewonderen zijn, je op een blotevoetenpad kunt lopen of gewoon even kunt uitrusten van je bergwandeling. En waar ze biologische fruitijsjes van NICE verkopen 🙂 Wij waren wel toe aan wat verkoeling en kochten bij een lieve dame twee ijsjes uit een vriezer met een slotje erop.

Sint Amorsplein Maastricht

Het terras op het Sint Amorsplein.

Terrasje Sint Amorsplein
Daarna waren we er klaar voor om het centrum van Maastricht weer op te zoeken. We liepen een tijdje met de Jeker mee en kwamen via de oude stadsmuur weer in het pittoreske centrum uit. Ik liet Gerbrand natuurlijk de boekhandel in de Dominicanenkerk even zien en daarna was het toch echt tijd om onze benen wat rust te gunnen op een fijn terras. De terrassen op het Vrijthof en de Markt lieten we links liggen, niet in de laatste plaats omdat André Rieu het hele Vrijthof in beslag had genomen voor zijn show. We wilden liever wat knusser zitten en kwamen uit op het Sint Amorsplein. Daar dronken we niet zulke biologische, maar wel erg lekkere biertjes en mixdrankjes (waaronder een Limoncello Spritz voor mij, oeh!), tussen de zwermen vliegende mieren die net gisteren besloten uit te vliegen. Ietwat onvast op de benen konden we na deze tussenstop meteen door naar het laatste programmaonderdeel: het diner.

Maastricht by night

De zon ging onder en maakte het allemaal nog mooier.

Eetcafé Céramique
Ook dit keer hadden we thuis al ons huiswerk gedaan en een tafeltje gereserveerd bij Eetcafé Céramique dat bekend staat om haar goede vegetarische en veganistische gerechten. Het was nog zo lekker warm dat we op het terras op de stoep konden eten. Dat voelde ook al zo vakantie-achtig aan, alsof we in een Italiaans straatje zaten 🙂 Gerbrand en ik deelden de veganistische proeverij: brood met bietenkaviaar, hummus en quinoasalade. Ik koos daarna voor de groene risotto als hoofd en die was super. Gerbrand had het meest spannende gerecht op de kaart: witlof lasagne met rabarber, brie-bechamel en een wodka-limesaus. Ook dit gerecht viel zeer in de smaak! Als toetje gingen we unaniem voor de tiramisu, uiteraard allebei een eigen portie.

Met een volle buik, een rozig hoofd en moe-gewandelde benen ploften we daarna weer in de trein om halfslapend de twee uur en eenenveertig minuten terug te reizen naar Den Haag. Iets voor eenen ’s nachts lagen we tevreden in bed.

Blije eitjes!

Op naar een blauw leven!

Blauw leven, circulaire economie, leefregels van BlueCity Rotterdam

Blauw leven? Deze site heet toch Groene Manieren? We zijn bezig met het vergroenen van ons leven, toch? Ja, maar BlueCity in Rotterdam wil iedereen ook graag blauwer maken. De Blauwe Economie staat voor de circulaire economie: een economie waarin kringlopen gesloten zijn en het afval van de één, een grondstof voor de ander is. Er zijn al veel bedrijven bezig met circulair ondernemen, maar het onderwerp moet ook op de kaart van de consument gezet worden, vinden ze bij BlueCity. Daarom hebben zij de campagne ‘Bring Back Balance’ gelanceerd, om uit te leggen wat de circulaire economie nu precies is en hoe jij en ik daaraan kunnen bijdragen.

BlueCity is gevestigd in Tropicana in Rotterdam, het pand waar tot een paar jaar geleden een tropisch zwemparadijs zat. Nu is dit de plek waar zo’n dertig ondernemers zich bezighouden met circulair ondernemen. Zo maakt Fruitleather Rotterdam daar leer van fruit dat op de markt weggegooid wordt, maakt KEES mode en accessoires van oude fiets- en autobanden en transformeert OKKEHOUT afvalhout tot prachtige meubels. Ook RotterZwam is gevestigd in BlueCity. Helaas zijn de kelders waar zij zaten in mei getroffen door een brand en is een groot deel van hun inboedel verwoest door het roet. Met hulp van veel gulle donateurs, vrijwilligers en andere ondernemers zijn ze nu gelukkig weer bezig met het opbouwen van hun bedrijf. In deze aflevering van Pioniersplekken krijg je een mooi beeld van alle toffe dingen die er gebeuren in BlueCity.

Blauw leven in de circulaire economie, Earth Overshoot Day, BlueCity

De circulaire economie is voor een groot deel een zaak van producenten. Zij zullen zich actief moeten inzetten om hun kringlopen te sluiten en ervoor te zorgen dat hun productie niet alleen maar grondstoffen aan de aarde onttrekt, maar dat zij spullen leveren gemaakt van materiaal dat er al is en dat hernieuwbaar is. Helaas is nu nog steeds het tegenovergestelde waarheid: elk jaar worden er meer grondstoffen gebruikt dan de aarde ons kan geven in datzelfde jaar. Earth Overshoot Day brengt dit helder en confronterend in kaart. Zij berekenen elk jaar de datum waarop we door onze voorraad grondstoffen heen zijn. In 1970 was dat precies op 31 december, in 2000 op 1 november en dit jaar valt Earth Overshoot Day al op 2 augustus… Als we zo doorgaan, hebben we in 2030 twee aardes nodig om ons te voorzien van genoeg grondstoffen. En dat is natuurlijk geen optie.

Vijf leefregels voor een blauw leven, van BlueCity Rotterdam

Het is leuk en aardig om af te wachten tot de producenten hun productieproces circulair gaan inrichten, ondertussen kunnen wij als consument ook ons steentje bijdragen. Wat jij en ik kopen, laat zien wat wij belangrijk vinden. En daar zijn producenten gevoelig voor. BlueCity wil het je gemakkelijk maken om je gewoonten te verblauwen en helpt je de komende tijd op weg met Praktische Blauwe Leefregels. Dat zijn: 1. Gebruik alles, 2. Eet voornamelijk planten, 3. Vervang iets door niets, 4. Bevraag alles en 5. Benut wat lokaal voorhanden is. Per leefregel geven ze je tips en praktische ideeën zodat je zelf kunt meebouwen aan een blauwe circulaire economie. Hier vind je de tip voor leefregel 1: Gebruik alles, een recept voor #weggooigroentesoep. En nee, dat betekent niet dat je de soep weggooit 😉 Ik ben benieuwd naar de volgende tips, op naar een blauwgroen leven!

Van autoliefhebber naar OV-grootverbruiker

Groen reizen met de trein

Mijn allereerste auto was een Renault 5. Een groene. Ik was er gek op! Als je een Renault 5 van de voorkant bekijkt, lijkt hij (die van mij was duidelijk een ‘hij’) te glimlachen. Een Renault 5 is een klein autootje, maar door zijn uitgekiende vierkante design past er veel meer in dan je denkt. Een verhuizing, daar draaide mijn Renault zijn hand niet voor om. Om mijn auto nóg gezelliger te maken, had ik hem aangekleed met zelfgemaakte kussentjes met dalmatiërprint, hingen er knuffels met zuignapjes aan de ramen en bungelde er een vogelbekdier met geurtje aan de spiegel.

Ik bij mijn eerste auto

Ik denk dat ik hier begin twintig ben? Trots op de motorkap van mijn allereerste auto 🙂

De Renault (al redelijk op leeftijd toen ik hem kreeg) heeft het een aantal jaren prima volgehouden, maar begon daarna steeds meer ouderdomskwalen te vertonen. Ik wist bij de meeste haperingen wel wat ik moest doen. De verdelerkap even droogmaken bijvoorbeeld. Of even wat spray om vocht te verwijderen op de bougiekabels sprayen. Een beetje gas geven bij het starten wilde ook nog weleens werken. Ik heb geregeld heel verbaasde (mannelijke) blikken gehad als ik met een schroevendraaier en een oude doek onder de motorkap dook en de auto daarna gewoon weer startte 🙂 Maar na een tijdje werkten ook deze trucjes niet meer en werd het tijd om afscheid te nemen. Na deze Renault heb ik jaren in een Daihatsu Charade rondgereden. Waarom ik als lange vrouw steeds in van die kleine auto’s rondreed, is mij ook nog steeds een raadsel. Mijn handige vader zorgde ervoor dat de bestuurdersstoel wat verder naar achteren kon, waardoor ik eigenlijk best prima zat in deze auto die eigenlijk gebouwd is voor kleine Japanners. Ik ben er zelfs mee heen en terug naar Rome gereden.

Toen ik in Den Haag ging wonen, stond mijn auto vaker stil dan dat ie reed. In de Randstad is de auto gewoon niet het meest handig, zeker niet binnen de stad. En waarom zou je überhaupt met de auto gaan voor kleine stukjes? Ik moest er soms expres een rondje in rijden, want stilstaan is funest voor een auto. Tel daarbij op dat een auto altijd geld kost, ook al staat hij stil én dat zo’n oude auto erg milieuonvriendelijk is en de knoop was doorgehakt: de Daihatsu ging weg. Ik verkocht hem aan een opkoper van auto’s. Op een ochtend kwam een vrachtwagen mijn bakkie ophalen en zwaaide ik hem met toch wel een beetje weemoed uit. Toen ik een relatie kreeg met Gerbrand hebben we nog heel even een auto gehad. Gelukkig kon ik hem er al vrij snel van overtuigen dat we beter af zijn zonder.

Van autoliefhebber naar treinreiziger

En daar ging mijn tweede auto: mijn rode gebakkie.

Het leven zonder auto bevalt ons (meestal) prima. Alles in de stad en tot zo’n vijftien kilometer daarbuiten doen we op de fiets. De OV-verbindingen in de Randstad zijn prima en we kunnen overal komen met de bus, tram en trein. De trein zien we vaak van binnen: we hebben vrienden en familie in veel verschillende provincies wonen. Om de kosten van al dat treinreizen een beetje in de hand te houden, heb ik een voordeelurenabonnement (waarop Gerbrand ook kan reizen als we samen reizen) en houden we de acties op treinreiziger.nl goed in de gaten. Er zijn bijna altijd wel goedkope treinkaartjes te vinden, vooral wanneer je op één dag heen en terug gaat. Dan kunnen we meestal voor een bedrag tussen de 14 en 17 euro per persoon een hele dag reizen. Met de auto waren we dan (ook met z’n tweetjes) duurder uit geweest. Een ritje Den Haag – Drenthe – Drenthe – Den Haag bijvoorbeeld kost je zo een hele tank en dat was toch wel zo’n 50 euro.

Met de trein reizen is groen reizen. En sinds dit jaar zelfs nóg groener, want de treinen van de NS rijden op stroom uit windenergie. Om dit te promoten heeft de directeur van de NS zichzelf aan een wiek van een molen laten vastmaken. Had ie voor mij niet hoeven doen, maar het levert een leuk filmpje op 😉 Ok, ik geef toe, het is niet altijd feest om afhankelijk te zijn van het OV. Hoe klein Nederland ook is, niet alle plaatsen zijn even gemakkelijk bereikbaar. Soms moeten we vaak overstappen en zijn de reistijden een stuk langer dan wanneer we met de auto waren gegaan. En de vertragingen of uitvallende treinen, nope, dat is ook geen pretje*. Dat gebeurt meestal wanneer je écht een belangrijke afspraak hebt. Ik kan er dan wel even van balen dat ik geen andere optie heb. Maar meestal ben ik heel tevreden met onze keuze om geen auto te hebben. Het is goed voor het milieu, het scheelt geld én je kunt nog eens wat doen tijdens zo’n lange treinreis. Dit artikel typen bijvoorbeeld!

*Ps. Om mijn laatste vertraging, afgelopen weekend, kon ik wel lachen. De trein waarin ik zat, moest voor Zwolle stoppen, omdat er een kangoeroe op het spoor rondhuppelde! Helaas hebben we alleen de politie in een weiland zien lopen en zagen we de wallaby niet. Maar het beestje heeft voor een hoop hilariteit in de trein gezorgd!