Groen doeners: Urban Farmers Den Haag

Op het dak van een groot, grijs gebouw brandt zestien uur per dag licht, dat tot in de wijde omtrek te zien is. In de kassen bovenop kantoorgebouw De Schilde (een voormalige telefooncellenfabriek aan de rand van de Schilderswijk) groeien tomaten, paprika’s, aubergines, komkommers en sla. En onder deze kassen vol groen zwemmen ruim 18.000 vissen. Ik mocht een kijkje nemen bij Urban Farmers, met recht groen doeners te noemen. Met hen trap ik heel graag deze serie af!

De tomaatjes hebben het prima naar hun zin, bovenop het dak van De Schilde.

Den Haag heeft met Urban Farmers iets bijzonders binnen gehaald: het is de hoogste en grootste urban farm van Europa. De kassen staan op vierendertig meter hoogte en het vloeroppervlak is ruim 1000 vierkante meter. De mensen van Urban Farmers hebben een belangrijk doel: het terugbrengen van het aantal food miles. Nu legt voedsel gemiddeld tweeduizend kilometer af voor het op je bord ligt. Tweeduizend kilometer! Je spinazie bijvoorbeeld, die vindt zijn weg naar hier vanuit Spanje, die avocado reisde helemaal vanuit Midden-Amerika naar jouw saladebak en die heerlijk zoete dadels werden zorgvuldig ontpit in Egypte. Al dat vervoer van eten zorgt voor een negatieve impact op het milieu. Urban Farmers vindt dat voedsel zoveel mogelijk verbouwd zou moeten worden op de plek waar het gegeten wordt. Hoe dichterbij je je eten kunt halen, hoe verser het is. Het hoeft dan niet meer te vroeg geplukt te worden en na te rijpen in de vrachtwagen. Maar waar verbouw je verse groente en kweek je vis, wetende dat een groot deel van de wereldbevolking in steden leeft? Nou, in leegstaande gebouwen bijvoorbeeld!

Rijen en rijen groente, zo ver als je kijken kunt. Het is een indrukwekkend gezicht, wetende dat je op een dak middenin Den Haag staat.

De opa van Rem Koolhaas
In 2013 zat de gemeente Den Haag met het gebouw De Schilde in haar maag. Het was een stevig gebouw, erg duur om te slopen en bovendien nog ontworpen door de opa van Rem Koolhaas. Daar moesten ze iets mee. Maar wat? Ze besloten een prijsvraag uit te schrijven: degene met het beste idee voor stadslandbouw mocht zijn project daar uitvoeren. Urban Farmers (toen al actief in Zwitserland en Berlijn) had in die tijd contact met Nederlandse bedrijven en was op zoek naar een locatie. Toen ze van deze kans hoorden, dienden ze meteen hun al werkende concept in en wonnen ze de prijsvraag. Het duurde daarna nog drie jaar voor de eerste vissen het water in konden en de eerste plantjes in de kassen gezet werden. Want om de kassen op het dak te plaatsen en het gebouw geschikt te maken voor het gewicht van zoveel liter water was heel wat mankracht, rekenwerk en geld nodig. Het totale project heeft 2,7 miljoen euro gekost. Eind dit jaar hoopt Urban Farmers break-even te draaien.

Aquaponics
Urban Farmers kweekt haar vis en groente op basis van het aquaponicssysteem. Daarbij zorgen de vissen voor water en voeding voor de planten en de planten zorgen op hun beurt voor schoon water voor de vissen. Door op deze manier groente en vis te kweken bespaar je wel tot 90% op het watergebruik ten opzichte van traditionele landbouw. Dat is een hele hoop water! Het is wel een gevoelig systeem, dat veel aandacht nodig heeft: het kan nog geen halve dag alleen gelaten worden. Urban Farmers heeft daarom speciaal voor dit project drie specialisten (Louis, Paul en Gijs) aangenomen; zij zijn de eersten die op deze schaal met aquaponics werken. Met hun dagelijks werk schrijven zij dus eigenlijk de handleiding van het systeem. Alles wordt constant gemeten en gemonitord: met sensoren en door het bijhouden van alle handelingen en meetresultaten. Louis, Paul en Gijs noemen dit meet- en alarmsysteem ‘Lola’. Zij krijgen van Lola berichten op hun mobiele telefoon, ook ‘s nachts. Een veel gehoorde grap onder de jongens is dan ook: “Lola kept me up all night with her alarms.”

Op mijn charmantst bij de vissen. Uit de groene bakken komt automatisch het voer voor de vissen.

Alleen maar mannetjes
Gehuld in een witte overjas, met rode hoesjes om mijn schoenen en een blauw mutsje op mijn hoofd loop ik langs grote, hoge bakken vol met vissen. Ik krijg een rondleiding van Yarella Moendir. Ze vertelt vol enthousiasme over de vissen die ik in een grote bak zie zwemmen: het zijn roze Tilapiavissen, allemaal mannetjes. “In elke bak van vier tot zes kuub zwemmen vier- tot vijfhonderd vissen. Er is onderzoek gedaan naar het optimale aantal. Bij te veel ruimte gaan ze territoriaal gedrag vertonen, maar bij deze aantallen zwemmen ze relaxed in een grote school rond.” Maar hoe weten ze hier nou zo zeker dat het mannetjes zijn? De kweker die de vis levert, heeft daar een ‘trucje’ voor: op het moment dat het visseneitje uitkomt kan het visje in de eerste twee uur nog van geslacht veranderen. Het geslacht hangt namelijk samen met de watertemperatuur: bij 38 graden wordt het een mannetje. “Ze koken ze tot mannetjes,” grapt Yarella. Deze methode geeft geen 100% garantie, dus af en toe zwemt er in de tanks van Urban Farmers toch een vrouwtje rond. Leggen deze onverhoopt eitjes, dan worden de jonkies vaak opgegeten door de grote vissen. En de te kleine vrouwtjes worden er bij het graden (het meten van de vissen) wel uitgehaald; ze zijn namelijk een stuk kleiner. Zo kunnen te kleine visjes niet onverhoopt in het systeem verdwaald raken.

Als de vissen binnenkomen, wegen ze maar 0.5 tot 0.7 gram en na acht maanden wegen ze 850 gram. Dan zijn ze klaar om ‘geoogst’ te worden. Met z’n vijftigen tegelijk gaan ze in een bak waarin ze met een flinke stroomstoot meteen dood zijn. Dat gaat zo snel, dat de hersenen geen tijd hebben om een stresshormoon vrij te geven. En dat is weer beter voor de kwaliteit van de vissen. Urban Farmers levert tweehonderd tot tweehonderdvijftig vissen per week aan restaurants én consumenten.

Alles in dit systeem is geautomatiseerd: hoe vaak het water gefilterd wordt, wanneer de vissen eten krijgen, de hoeveelheid zuurstof die het water in gaat. “Er zit ook een noodsysteem op alle tanks, voor de zuurstofvoorziening. Mocht daarin iets misgaan, dan hebben we nog één uur de tijd om de vissen te redden.”

Yarella vertelt over de slaplantjes.

Groen dak
Tijd om de vissen weer met rust te laten en met de lift een verdieping hoger te gaan, op naar het dak. Rijen en rijen sla zie ik als de lift boven is, knalgroen en allemaal van gelijke grootte. “Dat komt doordat ze op een speciaal systeem groeien,” legt Yarella uit. Via een buis komt het water van de vissen omhoog en dat wordt via slangen langs de slakroppen gevoerd. Bij elke krop zit een klein gaatje en zo krijgt elke krop evenveel water. Al het water dat niet gebruikt wordt, loopt naar beneden en gaat terug naar het filtersysteem en de vissen. Zo wordt er geen druppel verspild. In de slakas worden zo’n vijf soorten sla gekweekt, goed voor een oogst van wel 1100 kroppen per week. Een slaplantje doet er zo’n vijf weken over om tot een grote krop uit te groeien.

Via deze slang krijgen de kroppen sla hun water.

Natuurlijk kun je in een aquaponicssysteem geen pesticiden of andere bestrijdingsmiddelen gebruiken. Dit zou de vissen ziek maken en het systeem onderuit halen. Daarom maakt Urban Farmers gebruik van beneficial insects: ze houden nauwlettend in de gaten welke insecten een gevaar vormen voor de groente en zetten daar een natuurlijke vijand tegenover. In de kassen waar de aubergines en tomaten groeien vliegen bijvoorbeeld hommels rond. En bij de sla doet de sluipwesp zich tegoed aan de bladluizen. We lopen langs de rijen met sla. “Proef maar hoor, deze kroppen zijn al geoogst, dus deze blaadjes kunnen we gewoon eten.” Smaakt heerlijk, zo’n blaadje daksla!

Ik denk dat deze klaar zijn om geoogst te worden!

Energie
Natuurlijk kost het kweken van groente in kassen energie. Urban Farmers probeert zo slim mogelijk om te gaan met haar materialen om niet te veel te hoeven stoken. Zo zijn de kasramen veertig millimeter dik, zodat de warmte goed binnen blijft. De lampen van 800 en 400 Watt die in de winter nodig zijn, stralen ook warmte af en door de vloer onder de planten wit te maken, weerkaatst het licht beter. Ook hangen de planten extra hoog, zodat het licht beter verspreid wordt en er minder lampen nodig zijn. “Tussen 17 uur ‘s middags en 01.00 uur ‘s nachts gaan de lampen uit. Dan kunnen de buurtbewoners lekker in slaap vallen en hopelijk worden ze daarna niet wakker van het licht dat weer aan gaat.”

Plannen
We lopen de kas weer uit en gaan terug naar de ‘kantoortuin’. Ik ben benieuwd naar de plannen van deze groen doeners. Yarella vertelt dat Urban Farmers is begonnen met een B2B-strategie: ze leveren aan restaurants in de omgeving. Sinds december 2016 is de groente en vis ook voor de consument beschikbaar: via de Dakmarkt die elke vrijdagmiddag is kunnen de lokaal gekweekte groenten en vis gekocht worden. Het doel voor dit jaar is meer bekendheid genereren voor wat Urban Farmers doet, zodat steeds meer mensen hun weg naar lokaal voedsel weten te vinden. Zo moet het eten op meer markten in en rond Den Haag te vinden zijn en willen ze nog meer restaurants voorzien van verse groente en vis. Vandaag liepen er al twee potentiële afnemers mee met de rondleiding: Raoul Farla & Torsten Heeres van een nieuw te openen restaurant op de Grote Markt. Hopelijk zetten zij gerechten op de kaart waarbij ze gebruik maken van de verse ingrediënten van Urban Farmers, want dan ga ik dat zeker eens proeven!

Wil je meer weten over Urban Farmers of zelf ook eens een kijkje nemen bij de vissen en de sla? Op urbanfarmers.nl vind je alle informatie én kun je een rondleiding boeken. Woon je in Den Haag of in de buurt? Kom dan zeker eens op vrijdag naar de Dakmarkt om zelf te kunnen proeven hoe vers lokaal geteeld eten is.

2 Comments

  1. Wat mooi allemaal, ik las ooit dat roze, paars licht beter licht was voor de planten, zijn jullie daarvan op de hoogte? En speelt open lucht nig een functie in jullie groei van plant en dier?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *