Tag: biologisch

Groen doeners: Lekkernassûh Den Haag

Groente van Lekkernassûh Den Haag

Snijbiet, heul veul sla, superverse tuinbonen, gele courgettes, schattige snackkomkommers, paprika’s, bietjes en bossen wortelen. Het is een greep uit de groenten die we de afgelopen weken konden ophalen bij Lekkernassûh in Den Haag. Dit lokaal voedselinitiatief is te vinden in De Gymzaal aan de Witte de Withstraat 127. Elke woensdag van 16 uur tot 19 uur kunnen abonnees hun pakket ophalen.

Ik had het al vaker voorbij zien komen op Facebook, want ik ben daar bevriend met Sytske en zij zit in het bestuur van Stichting Lokaal Voedsel Den Haag. Maar toen Gerbrand en ik allebei nog fulltime werkten, lukte het niet om elke woensdag voor 19 uur de groente op te halen. Nu ik als zzp’er vanuit huis werk, kan ik gemakkelijk tijd vrijmaken. En daar ben ik heel blij om, want Lekkernassûh is top! We krijgen nu elke week een pakket met biologische, onverpakte en lokale groente (en soms fruit). Verser kun je het bijna niet krijgen, tenzij je zelf een grote moestuin hebt. Je proeft duidelijk dat de groente de tijd krijgen om perfect op smaak te komen; ze hoeven namelijk niet eerst nog onrijp duizenden kilometers af te leggen. We eten door Lekkernassûh groente uit het seizoen en leren zo wat wanneer beschikbaar is. Dat zal straks in de winter wel even doorbijten worden, want dan zal het aanbod vast veel kolen bevatten, haha 🙂

Neem je eigen tas mee naar Lekkernassûh in Den Haag.

Lekkernassûh is een zelfstandige stichting die gefaciliteerd wordt door Stichting Lokaal Voedsel Den Haag en die zijn basis heeft in de Gymzaal. Op de woensdag, tijdens de Versmarkt, is daar meer te doen dan alleen je groente ophalen. Alhoewel dit ook al een feestje is, want je mag zelf je groentepakket samenstellen. Alles staat opgesteld in kratten op een rij lange tafels en bij elk product staat vermeld hoeveel je ervan mee mag nemen. Neem wel je eigen tas mee, want alles is onverpakt. Dat scheelt een hoop afval! Tijdens de Versmarkt is er ook de gelegenheid om aan te schuiven bij het diner, gekookt door de Volkskeuken. Voor 5 euro kun je vegetarisch eten en kletsen met mensen die ook houden van lekker lokaal eten. Verder wordt de Gymzaal op andere dagen en momenten gebruikt door verschillende toffe initiatieven, zoals Conscious Kitchen Den Haag en improvisatietheaterlessen.

De Versmarkt in de Gymzaal van Lekkernassûh.

Lekkernassûh draait op vrijwilligers die zich inzetten om lokaal voedsel beschikbaar te maken voor een grote groep mensen. Als je je abonneert op een groentepakket kun je ervoor kiezen om deze voor 12 euro af te halen. Wanneer je je echter minimaal vier uurtjes per twee maanden inzet voor de Versmarkt en Lekkernassûh, krijg je twee euro korting. Je betaalt dan elke week een tientje voor de groenten. En je krijgt daarvoor natuurlijk ook veel waardering, contact met leuke mensen en een kans om mee te helpen de markt draaiende te houden. Ik ben zelf ook vrijwilliger bij Lekkernassûh en vind dit een mooie en slimme manier om mensen op een laagdrempelige manier betrokken te maken bij hun voedsel. En het is gewoon hartstikke leuk om te helpen!

Woon je in Den Haag en lijkt zo’n pakket jou ook wel wat? Check dan zeker even de site van Lekkernassûh en geef je op. Je kunt je abonnement op elk gewenst moment op ‘pauze’ zetten wanneer je even geen groente kunt komen halen. Zie ik je een keer op de markt?

Koos Deoloos: van natuurlijke deodorant naar geen deodorant meer

Ik gebruik geen deodorant meer en dat bevalt goed

Oh, ik was vroeger altijd zo bang voor zweetplekken. Ik zweette heel snel en vond het heel vervelend wanneer je dat zag op mijn shirt. Ik vermeed het daarom om shirtjes te dragen die strak onder mijn oksels zaten of droeg er een vestje of blouseje overheen. Maar ja, in de zomer, wanneer het zweetrisico het hoogst is, is het dragen van te veel kleding niet zo handig. Ik gebruikte dan weleens anti-transpirant van Odorex Extra Dry. Dat zit in een transparant glazen flesje en dat moest je de avond van tevoren op je oksels deppen met een watje. Je voelde je huid dan een beetje samentrekken. Ook ging het vaak verschrikkelijk jeuken, brrr. Maar het deed wel wat het beloofde: de volgende dag bleven mijn oksels kurkdroog. Maar of het verder zo goed voor me was…

De Odorex heb ik na nog meer jeukende en geïrriteerde situaties aan de wilgen gehangen. Dan toch liever maar wat zweetplekken. Ik gebruikte nog wel normale deodorant. Heel lang heb ik spuitbussen van Rexona gebruikt, meestal die voor de gevoelige huid, omdat ik snel last heb van irritatie en bultjes. Daarna ben ik overgestapt op de rollers van Sanex, de Zero-variant. Ook deze is speciaal gemaakt voor de gevoelige huid. Ik probeerde verder te accepteren dat ik nu eenmaal regelmatig wat zweetplekken onder mijn armen had. Dat vond ik echt niet altijd even gemakkelijk, want het voelt en staat zo vies, vind ik. Terwijl het helemaal niet hoeft te betekenen dat je meteen ook stinkt.

Sinds een aantal jaren leef ik drastisch anders dan ik in alle jaren daarvoor deed. Mijn voedingspatroon is compleet veranderd (zo min mogelijk toegevoegde suikers, vegetarisch en zoveel mogelijk zelf bereiden), ik ging van sporthater naar sportief persoon en viel bijna 50 kilo af. Niet alleen zat ik daardoor veel beter in mijn vel en voelde ik me gezond, ik merkte ook dat mijn zweetproductie afnam. Niet alleen onder mijn oksels, maar ook op de rest van mijn lichaam. Ik zweette bijvoorbeeld ook erg snel in mijn gezicht. Daar had ik veel last van toen ik nog foundation droeg, dan zag je een rand bij mijn haar waar de foundation door het zweten verdwenen was. Charmant is anders… Die foundation hoefde ik trouwens ook niet meer te gebruiken: door mijn gezondere leefstijl werd mijn huid eindelijk rustig en kon ik alle foundation, camouflagesticks en poeders afschaffen.

Geen deodorant meer gebruiken

Er is een wel heeeeel ruime keuze aan deodorant verkrijgbaar…

In mijn zoektocht naar manieren om groener te leven, kreeg ik uiteraard ook oog voor wat ik zoal op mijn lichaam smeerde. De deorollers van Sanex pasten niet meer in het plaatje en verving ik door een blokje deo van Lamazuna. In dit blog liet ik al weten dat deze mij niet zo goed beviel. Ik kreeg er bruine oksels van. Misschien door de baking soda die erin zit? Ik stopte met het gebruik van deze deo en besloot een tijdje zonder te doen. Dat beviel heel goed! Ik rook geen onaangename geurtjes, ook niet aan het einde van de dag. Mijn zweetproductie is minimaal wanneer ik gewoon mijn dagelijkse dingen doe. Na het sporten of een fietstocht zweet ik natuurlijk meer, maar dit stinkt niet. Ik kreeg het idee dat het gebruik van deo er juist voor zorgt dat ik meer ga zweten én stinken.

Een tijdje terug sprak ik een meisje dat het sap van biologische citroenen gebruikt als deodorant. Dat vond ik het proberen waard. Want het zat er toch wel aardig ingeramd: het idee dat je deo móet gebruiken. Ik heb de citroensapdeo een paar weken geprobeerd. Het werkt prima en je kunt de schijfjes meerdere keren gebruiken. Maar ik vergat het soms en vond dan een paar dagen later een bakje beschimmelde citroenschijfjes in het badkamerkastje. Oeps… Ook kreeg ik vlak na het scheren irritatie van het zure sap en vond ik het best zonde om de citroen alleen hiervoor te gebruiken en het merendeel weg te gooien.

Dan maar weer zonder. Ik ben nu een aantal maanden compleet deoloos en dat bevalt me supergoed! Ik heb geen irritaties meer onder mijn oksels, geen last van zweetlucht of rare luchtjes of vlekken in mijn kleding en geen last van overmatig zweten. Ik zorg ervoor dat ik mijn oksels regelmatig scheer, dat maakt de kans op geurtjes zo klein mogelijk. Voor mijn gevoel is het een combinatie van factoren die ervoor gezorgd heeft dat ik zonder deo kan: mijn eetpatroon, het regelmatig sporten en het langzaam switchen van ‘gewone’ deo naar alternatieve deo. Ik ben in elk geval blij dat ik zonder kan én me niet meer druk maak om mijn oksels.

Frisse oksels zonder rotzooi: citroen!

In de badkamer hebben we al een grote opruiming gehouden. In het tiny house filteren we straks ons eigen grijze water en dan zijn chemische producten uit den boze. Ook voelen we ons niet meer fijn bij een aantal ingrediënten die in veel producten van bekende merken gebruikt worden. Eerst hebben we producten met microplastics erin verbannen. Dat bleken er best wel een aantal te zijn, vooral bodylotions en scrubs zijn berucht om hun plastic inhoud. Daarna gingen we onder andere letten op de stof SLS (sodium lauryl sulfate) in onze shampoo en douchegel. Deze best wel agressieve stof wordt toegevoegd om zijn reinigende werking en zorgt ervoor dat producten goed gaan schuimen. En dat geeft het gevoel dat de shampoo of douchegel goed werkt. SLS wordt echter vaak gewonnen uit palmolie en dat is niet zo duurzaam. Bovendien zorgt de te agressieve reiniging ervoor dat je vaker je haar wilt wassen, omdat je hoofdhuid teveel talg gaat aanmaken. Wij gebruiken nu alleen nog maar natuurlijke producten om ons te wassen. En ook voor mijn oksels wilde ik graag een natuurlijk alternatief en het liefst verpakkingsvrij/arm.

‘Vroeger’ gebruikte ik altijd een roller van Sanex en daarbij lette ik er wel op dat er geen aluminium in zat. Deze rollers zijn echter helemaal van plastic en bij dagelijks gebruik gooide ik er heel wat weg op jaarbasis. Zonde! Ik ging op zoek naar een alternatief en vond deze van Lamazuna. Ik heb het een tijdje gebruikt en vond de werking prima. Je maakt het blokje nat onder de kraan en wrijft er vervolgens mee onder je oksel. Het blokje gaat lang mee, want je ziet na een paar maanden gebruik nog nauwelijks verschil in grootte. Maar na een tijdje smeren viel me op dat de huid van mijn oksels verkleurde. Niet zo’n fijn idee, dus met deze deodorant ben ik gestopt. Gelukkig kregen mijn oksels hun oorspronkelijke kleur weer terug. Ik heb geen idee of dit vaker voorkomt of dat mijn huid gewoon raar reageerde.

Ik heb daarna een tijdje gewoon maar geen deodorant gebruikt. In eerste instantie was ik wel bang voor zweetplekken in mijn kleding en onaangename geurtjes, maar mijn oksels bleven aanzienlijk droger zónder deodorant! En met de geurtjes viel het ook 100% mee. Natuurlijk rook ik aan het einde van de dag weleens wat, als ik bijvoorbeeld een sprintje naar de trein had getrokken, maar over het algemeen was ik fris en fruitig. Met de afgelopen warme dagen wilde ik toch graag iets gebruiken, want met temperaturen van 30 graden zweet je al als je een pink optilt. Tijdens de Nationale Dag voor Duurzaamheid in het Hoger Onderwijs had ik gesproken met een studente die me vertelde dat zij citroensap gebruikte als deo. Dat moest ik natuurlijk ook proberen!

Het heeft even geduurd voordat we eraan dachten om een biologische citroen mee te nemen van de supermarkt, maar deze week is de citroendeotest officieel begonnen. Het is heel simpel: je snijdt een plakje van de citroen, dept hiermee onder beide oksels en laat het even drogen. Hier en daar zat er wat vruchtvlees onder mijn oksel, dat heb ik natuurlijk even weggehaald 😉 Als het sap opgedroogd is, voelen mijn oksel niet plakkerig. Ook ruiken ze niet overdreven naar citroen. De alternatieve deo doorstond een dagje wandelen in de zon en een bootvaart in elk geval met glans. Ik rook aan het einde van de dag nog fris en fruitig (haha). Ook na mijn eerste rondje hardlopen na tien maanden (!) stilstand was er geen zweetlucht te bekennen. Niet gedacht dat zoiets simpels als citroen zo goed zo werken!

De plakjes citroen zijn meerdere dagen te gebruiken wanneer je ze in een afgesloten bakje bewaart, zodat je lang kunt doen met één citroen. Helemaal afvalvrij is het natuurlijk niet, maar het afval dat ik ervan heb, kan zo op de composthoop. Ik heb de ‘citroensapdeo’ ook geprobeerd direct na het scheren van mijn oksels, dat prikt een heel klein beetje, maar niet noemenswaardig. Omdat mijn oksels niet naar citroen ruiken, ben ik ook niet zo bang dat ik wespen of andere insecten zal aantrekken. Ik ben namelijk allergisch voor prikbeesten, dus hou ze het liefst op grote afstand. Ik ga deze natuurlijke ‘deodorant’ de komende tijd uitgebreid testen en hou jullie op de hoogte!

Ik ben benieuwd: wat gebruik jij als deodorant? En hoe bevalt dat?

Zelf wasmiddel maken: groen, simpel én goedkoop!

Als we straks in ons tiny house niet aangesloten zijn op de riolering en ons water moeten filteren, kunnen we alleen nog biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen gebruiken. En waarom zouden we daarmee wachten totdat we daar wonen? Een milieuvriendelijker wasmiddel kan nu ook zeker geen kwaad. Sinds eind vorig jaar maken we ons eigen wasmiddel. En dat is zo simpel, een kind kan de was doen 😉

Op de website van Evelien Matthijssen, alias Green Evelien, vonden we een recept voor wasmiddel voor de witte en gekleurde was. Witte was hebben wij eigenlijk niet, dus we hadden alleen zeep, water en een lege wasmiddelfles nodig om aan de slag te kunnen. Er zijn drie soorten zeep die je volgens Evelien kunt gebruiken: Sunlight zeep, Marseillezeep en Aleppozeep. Alleen die laatste is volledig plantaardig én zonder palmolie. Door de productie van palmolie gaat er veel regenwoud verloren, dus dit is een ingrediënt dat we graag vermijden.

aleppozeep

De Aleppozeep haalden we bij de Ekoplaza en we betaalden voor een stuk van 180 gram € 7,95. Wij kozen voor de variant met olijfolie en 16% laurierolie. Er is ook een blok met alleen olijfolie. De Aleppozeep is ook te koop bij de Dille & Kamille, zag ik laatst. Het blok zeep ruikt inderdaad naar laurier en wat olie-achtigs. Omdat we bij onze eerste batch benieuwd waren hoe de was zou ruiken als we alleen deze zeep zouden gebruiken, hebben we toen geen etherische olie toegevoegd. Vanaf de tweede batch hebben we essentiële olie met lavendelgeur erbij gedaan. Dat haalt de eventuele deo- en zweetluchtjes nóg beter uit de kleding, hebben we gemerkt.

benodigdheden

Met het recept van Evelien kun je 5 liter wasmiddel maken, maar zo’n grote pan hebben we niet meer. Die is naar de kringloopwinkel gegaan na onze keukenopruimactie… Twee liter past er in onze braadpan én in de lege wasmiddelfles. Per wasbeurt heb je 60 ml nodig, dus met deze fles kunnen we 33 keer wassen. Voor 2 liter wasmiddel hebben we 32 gram zeep nodig. Raspen maar!

raspen

Met een grove keukenrasp is de zeep gemakkelijk te raspen. Er blijkt een mooie groene kleur binnenin te zitten; de zeep droogt uit en verandert daardoor van groen naar bruin. Tijdens het raspen hadden we de pan met water alvast op het vuur gezet. Zodra de bak gevuld was met genoeg zeeprasp, kookte ook het water. Efficiënt!

in_water

Als het water kookt, roer je de zeeprasp er doorheen. Het lost razendsnel op en daarna is het een kwestie van wachten. Het wasmiddel moet namelijk afkoelen, zodat de plastic fles niet smelt als je het erin giet. Tijdens het afkoelen verandert het goedje van kleur: van doorzichtig/schuimig naar bruinig/gelig. We waren een beetje bang dat de olijfolie naar boven zou drijven, maar bij het overschenken van het middel bleek het nog steeds goed gemixt te zijn. En de geur? Geen dansende beren-geur of exotische bloemengeur in elk geval, maar redelijk neutraal met een vleugje laurier. Absoluut niet vies.

de_test

We hebben nog nooit zo’n zin gehad om de was te doen en gooiden ‘s avonds meteen een handdoeken/ondergoed/sokkenwas in de machine. Een veilige was om mee te beginnen; mocht het niets zijn, dan hebben we in elk geval geen kleren verpest. Zestig milliliter hadden we nodig volgens Evelien, dus dat goten we in de wasbol. Het was nu nog heel vloeibaar, maar het schijnt na verloop van tijd nog wat dikker te worden. Was in de machine, bolletje erop en afwachten maar…Tijdens het draaien viel ons op dat het zeep niet schuimt zoals ‘normale’ wasmiddel dat doet. Maar goed, als het maar schoon wordt.

resultaat

We hebben met deze was meteen ook maar even het laagterecord ‘tijd dat de was nog in de machine zit terwijl het programma al klaar is’ verbroken, nieuwsgierig als we waren. En het resultaat mag er zijn! De was ruikt neutraal, niet naar laurier of olijfolie en is net zo schoon als normaal. De sokken hebben geen vieze zolen meer, de theedoeken zien er keurig uit en ook de vaatdoekjes zijn schoon en fris. Goedgekeurd dus, deze eigen gemaakte wasmiddel. Fijn voor het milieu, gemakkelijk te maken én voordelig: € 1,41 voor 2 liter. Een blijvertje!

Deze blog verscheen eerder op onze tiny house-blog: vangrootnaarklein.nl. Ik heb de tekst hier en daar ietsjes aangepast nu we wat meer ervaring hebben met dit wasmiddel. We hebben vandaag net onze derde fles gemaakt en hebben dus sinds november vorig jaar 4 liter wasmiddel met twee personen gebruikt. Dat zijn 66 wasjes in 5 maanden en dus 13,2 wasjes per maand. Dat zijn best veel wasjes…In het tiny house zullen we geen wasmachine hebben, tenminste, niet zo’n machine als die we nu hebben. We zijn ons aan het oriënteren op kleine wasmachines die je met de hand bedient. En we zullen de was af en toe naar een wasserette of familie/vrienden moeten brengen. Het wordt zeker een uitdaging om minder te wassen met minder kleren!

Groen doeners: Urban Farmers Den Haag

Op het dak van een groot, grijs gebouw brandt zestien uur per dag licht, dat tot in de wijde omtrek te zien is. In de kassen bovenop kantoorgebouw De Schilde (een voormalige telefooncellenfabriek aan de rand van de Schilderswijk) groeien tomaten, paprika’s, aubergines, komkommers en sla. En onder deze kassen vol groen zwemmen ruim 18.000 vissen. Ik mocht een kijkje nemen bij Urban Farmers, met recht groen doeners te noemen. Met hen trap ik heel graag deze serie af!

De tomaatjes hebben het prima naar hun zin, bovenop het dak van De Schilde.

Den Haag heeft met Urban Farmers iets bijzonders binnen gehaald: het is de hoogste en grootste urban farm van Europa. De kassen staan op vierendertig meter hoogte en het vloeroppervlak is ruim 1000 vierkante meter. De mensen van Urban Farmers hebben een belangrijk doel: het terugbrengen van het aantal food miles. Nu legt voedsel gemiddeld tweeduizend kilometer af voor het op je bord ligt. Tweeduizend kilometer! Je spinazie bijvoorbeeld, die vindt zijn weg naar hier vanuit Spanje, die avocado reisde helemaal vanuit Midden-Amerika naar jouw saladebak en die heerlijk zoete dadels werden zorgvuldig ontpit in Egypte. Al dat vervoer van eten zorgt voor een negatieve impact op het milieu. Urban Farmers vindt dat voedsel zoveel mogelijk verbouwd zou moeten worden op de plek waar het gegeten wordt. Hoe dichterbij je je eten kunt halen, hoe verser het is. Het hoeft dan niet meer te vroeg geplukt te worden en na te rijpen in de vrachtwagen. Maar waar verbouw je verse groente en kweek je vis, wetende dat een groot deel van de wereldbevolking in steden leeft? Nou, in leegstaande gebouwen bijvoorbeeld!

Rijen en rijen groente, zo ver als je kijken kunt. Het is een indrukwekkend gezicht, wetende dat je op een dak middenin Den Haag staat.

De opa van Rem Koolhaas
In 2013 zat de gemeente Den Haag met het gebouw De Schilde in haar maag. Het was een stevig gebouw, erg duur om te slopen en bovendien nog ontworpen door de opa van Rem Koolhaas. Daar moesten ze iets mee. Maar wat? Ze besloten een prijsvraag uit te schrijven: degene met het beste idee voor stadslandbouw mocht zijn project daar uitvoeren. Urban Farmers (toen al actief in Zwitserland en Berlijn) had in die tijd contact met Nederlandse bedrijven en was op zoek naar een locatie. Toen ze van deze kans hoorden, dienden ze meteen hun al werkende concept in en wonnen ze de prijsvraag. Het duurde daarna nog drie jaar voor de eerste vissen het water in konden en de eerste plantjes in de kassen gezet werden. Want om de kassen op het dak te plaatsen en het gebouw geschikt te maken voor het gewicht van zoveel liter water was heel wat mankracht, rekenwerk en geld nodig. Het totale project heeft 2,7 miljoen euro gekost. Eind dit jaar hoopt Urban Farmers break-even te draaien.

Aquaponics
Urban Farmers kweekt haar vis en groente op basis van het aquaponicssysteem. Daarbij zorgen de vissen voor water en voeding voor de planten en de planten zorgen op hun beurt voor schoon water voor de vissen. Door op deze manier groente en vis te kweken bespaar je wel tot 90% op het watergebruik ten opzichte van traditionele landbouw. Dat is een hele hoop water! Het is wel een gevoelig systeem, dat veel aandacht nodig heeft: het kan nog geen halve dag alleen gelaten worden. Urban Farmers heeft daarom speciaal voor dit project drie specialisten (Louis, Paul en Gijs) aangenomen; zij zijn de eersten die op deze schaal met aquaponics werken. Met hun dagelijks werk schrijven zij dus eigenlijk de handleiding van het systeem. Alles wordt constant gemeten en gemonitord: met sensoren en door het bijhouden van alle handelingen en meetresultaten. Louis, Paul en Gijs noemen dit meet- en alarmsysteem ‘Lola’. Zij krijgen van Lola berichten op hun mobiele telefoon, ook ‘s nachts. Een veel gehoorde grap onder de jongens is dan ook: “Lola kept me up all night with her alarms.”

Op mijn charmantst bij de vissen. Uit de groene bakken komt automatisch het voer voor de vissen.

Alleen maar mannetjes
Gehuld in een witte overjas, met rode hoesjes om mijn schoenen en een blauw mutsje op mijn hoofd loop ik langs grote, hoge bakken vol met vissen. Ik krijg een rondleiding van Yarella Moendir. Ze vertelt vol enthousiasme over de vissen die ik in een grote bak zie zwemmen: het zijn roze Tilapiavissen, allemaal mannetjes. “In elke bak van vier tot zes kuub zwemmen vier- tot vijfhonderd vissen. Er is onderzoek gedaan naar het optimale aantal. Bij te veel ruimte gaan ze territoriaal gedrag vertonen, maar bij deze aantallen zwemmen ze relaxed in een grote school rond.” Maar hoe weten ze hier nou zo zeker dat het mannetjes zijn? De kweker die de vis levert, heeft daar een ‘trucje’ voor: op het moment dat het visseneitje uitkomt kan het visje in de eerste twee uur nog van geslacht veranderen. Het geslacht hangt namelijk samen met de watertemperatuur: bij 38 graden wordt het een mannetje. “Ze koken ze tot mannetjes,” grapt Yarella. Deze methode geeft geen 100% garantie, dus af en toe zwemt er in de tanks van Urban Farmers toch een vrouwtje rond. Leggen deze onverhoopt eitjes, dan worden de jonkies vaak opgegeten door de grote vissen. En de te kleine vrouwtjes worden er bij het graden (het meten van de vissen) wel uitgehaald; ze zijn namelijk een stuk kleiner. Zo kunnen te kleine visjes niet onverhoopt in het systeem verdwaald raken.

Als de vissen binnenkomen, wegen ze maar 0.5 tot 0.7 gram en na acht maanden wegen ze 850 gram. Dan zijn ze klaar om ‘geoogst’ te worden. Met z’n vijftigen tegelijk gaan ze in een bak waarin ze met een flinke stroomstoot meteen dood zijn. Dat gaat zo snel, dat de hersenen geen tijd hebben om een stresshormoon vrij te geven. En dat is weer beter voor de kwaliteit van de vissen. Urban Farmers levert tweehonderd tot tweehonderdvijftig vissen per week aan restaurants én consumenten.

Alles in dit systeem is geautomatiseerd: hoe vaak het water gefilterd wordt, wanneer de vissen eten krijgen, de hoeveelheid zuurstof die het water in gaat. “Er zit ook een noodsysteem op alle tanks, voor de zuurstofvoorziening. Mocht daarin iets misgaan, dan hebben we nog één uur de tijd om de vissen te redden.”

Yarella vertelt over de slaplantjes.

Groen dak
Tijd om de vissen weer met rust te laten en met de lift een verdieping hoger te gaan, op naar het dak. Rijen en rijen sla zie ik als de lift boven is, knalgroen en allemaal van gelijke grootte. “Dat komt doordat ze op een speciaal systeem groeien,” legt Yarella uit. Via een buis komt het water van de vissen omhoog en dat wordt via slangen langs de slakroppen gevoerd. Bij elke krop zit een klein gaatje en zo krijgt elke krop evenveel water. Al het water dat niet gebruikt wordt, loopt naar beneden en gaat terug naar het filtersysteem en de vissen. Zo wordt er geen druppel verspild. In de slakas worden zo’n vijf soorten sla gekweekt, goed voor een oogst van wel 1100 kroppen per week. Een slaplantje doet er zo’n vijf weken over om tot een grote krop uit te groeien.

Via deze slang krijgen de kroppen sla hun water.

Natuurlijk kun je in een aquaponicssysteem geen pesticiden of andere bestrijdingsmiddelen gebruiken. Dit zou de vissen ziek maken en het systeem onderuit halen. Daarom maakt Urban Farmers gebruik van beneficial insects: ze houden nauwlettend in de gaten welke insecten een gevaar vormen voor de groente en zetten daar een natuurlijke vijand tegenover. In de kassen waar de aubergines en tomaten groeien vliegen bijvoorbeeld hommels rond. En bij de sla doet de sluipwesp zich tegoed aan de bladluizen. We lopen langs de rijen met sla. “Proef maar hoor, deze kroppen zijn al geoogst, dus deze blaadjes kunnen we gewoon eten.” Smaakt heerlijk, zo’n blaadje daksla!

Ik denk dat deze klaar zijn om geoogst te worden!

Energie
Natuurlijk kost het kweken van groente in kassen energie. Urban Farmers probeert zo slim mogelijk om te gaan met haar materialen om niet te veel te hoeven stoken. Zo zijn de kasramen veertig millimeter dik, zodat de warmte goed binnen blijft. De lampen van 800 en 400 Watt die in de winter nodig zijn, stralen ook warmte af en door de vloer onder de planten wit te maken, weerkaatst het licht beter. Ook hangen de planten extra hoog, zodat het licht beter verspreid wordt en er minder lampen nodig zijn. “Tussen 17 uur ‘s middags en 01.00 uur ‘s nachts gaan de lampen uit. Dan kunnen de buurtbewoners lekker in slaap vallen en hopelijk worden ze daarna niet wakker van het licht dat weer aan gaat.”

Plannen
We lopen de kas weer uit en gaan terug naar de ‘kantoortuin’. Ik ben benieuwd naar de plannen van deze groen doeners. Yarella vertelt dat Urban Farmers is begonnen met een B2B-strategie: ze leveren aan restaurants in de omgeving. Sinds december 2016 is de groente en vis ook voor de consument beschikbaar: via de Dakmarkt die elke vrijdagmiddag is kunnen de lokaal gekweekte groenten en vis gekocht worden. Het doel voor dit jaar is meer bekendheid genereren voor wat Urban Farmers doet, zodat steeds meer mensen hun weg naar lokaal voedsel weten te vinden. Zo moet het eten op meer markten in en rond Den Haag te vinden zijn en willen ze nog meer restaurants voorzien van verse groente en vis. Vandaag liepen er al twee potentiële afnemers mee met de rondleiding: Raoul Farla & Torsten Heeres van een nieuw te openen restaurant op de Grote Markt. Hopelijk zetten zij gerechten op de kaart waarbij ze gebruik maken van de verse ingrediënten van Urban Farmers, want dan ga ik dat zeker eens proeven!

Wil je meer weten over Urban Farmers of zelf ook eens een kijkje nemen bij de vissen en de sla? Op urbanfarmers.nl vind je alle informatie én kun je een rondleiding boeken. Woon je in Den Haag of in de buurt? Kom dan zeker eens op vrijdag naar de Dakmarkt om zelf te kunnen proeven hoe vers lokaal geteeld eten is.