Tag: dieet

Toegevoegd suikervrij eten: hoe doe ik dat?

Toegevoegd suikervrij eten

Ik eet nu al een aantal jaren zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij. Toen ik daarmee begon, had ik nooit kunnen bedenken hoeveel positieve effecten ik zou ervaren. Wat begon als een manier om iets gezonder te eten en af te vallen, bleek te leiden tot een compleet nieuwe levensstijl en eigenlijk een ‘nieuwe’ Natasja. Ik viel door een combinatie van goede voeding en sporten bijna 50 kilo af, werd vegetariër en kwam van mijn jarenlange migraine af. Ok, dit begint te klinken als een TellSell-reclame (Mike, it’s amazing!), maar toegevoegd suikervrij eten heeft mijn leven veranderd. Ik krijg regelmatig vragen over mijn eetpatroon en laat in dit artikel graag zien hoe ik het aangepakt heb.

Ik was nooit een echte snoeper en in chocolade heb ik alleen zin wanneer het die tijd van de maand is. Ik dronk nauwelijks frisdrank en ik at meestal hartig beleg op mijn brood in plaats van zoetigheid. Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik veel suiker binnenkreeg, dan had ik ontkennend geantwoord. Door verschillende documentaires en berichten over de invloed van suiker op je lichaam, begon ik te letten op de hoeveelheid suiker in mijn voeding. En daar schrok ik enorm van, op zijn zachtst gezegd. Bijna in alles wat ik toen at, zat suiker. Soms kon ik het meteen herkennen op het etiket, maar meestal was de toegevoegde suiker ‘verstopt’ onder een andere naam: malto-dextrine, dextrose, fructose, invert-suikerstroop, glucosefructosestroop… Mijn ontbijt ’s ochtends (cruesli van Quaker) bleek een enorme suikerbom te zijn, die pizza van Dr. Oetker die ik wekelijks in de oven schoof en waarvan ik wist dat ie vet zou zijn, bleek ook heel wat suiker te bevatten en bijna al het vlees en vleeswaren hadden suiker als ingrediënt. En ook het brood waarop ik het vleeswaren legde, bevatte toegevoegd suiker. Aargh! Het was best overweldigend, want ik had het idee dat ik helemaal niets meer kon eten als ik suiker wilde vermijden. Toch besloot ik de uitdaging aan te gaan. Rigoureus en cold turkey.

Toegevoegd suikervrij eten, hoe doe ik dat?

Best wel veel suiker in huis voor iemand die toegevoegd suikervrij eet 😉

Voor de suikerrijke cruesli vond ik een waardige mueslivervanger: de biologische muesli met noten van de Hema. Omdat mijn brood én het beleg suiker bevatten, besloot ik te lunchen met goedgevulde salades. Ik werkte in die tijd samen met Jennifer en zij was toen net gestart met de website voedzaamensnel.nl. Ik zag haar elke dag de lekkerste salades wegwerken en dat inspireerde extra! Om ’s avonds geen toegevoegd suiker binnen te krijgen, was het nodig om alle kant-en-klare sausmixen, sausjes, het vlees en kant-en-klaarmaaltijden (zoals pizza en lasagne) te schrappen. Koken from scratch, dat was de enige manier om toegevoegd suiker te kunnen vermijden. En daar ging ik ver in, want wist je dat ook in veel bouillon suiker zit? En in paneermeel? In gerookte kipfilet? En in een potje voorgekookte bonen? De eerste weken was ik veel meer tijd kwijt in de supermarkt. Elk etiket checkte ik nauwkeurig. Een groot deel van de producten in de reguliere supermarkt bleek ik gewoon over te kunnen slaan. De afdelingen waar ik mijn boodschappen haal zijn de groente-en fruitafdeling, de zuivelafdeling en de afdeling met pasta en rijst en dergelijke. Hier en daar een uitstapje naar de nootjes en de peulvruchten. Bij de biologische supermarkten bleek ik meer suikervrije producten te kunnen halen. Volkoren pitabroodjes zonder toegevoegd suiker bijvoorbeeld. Currypasta. Crackers. En zelfs 100% pure chocolade. Alhoewel dat geen favoriet is geworden…

Het omschakelen naar toegevoegd suikervrij eten was even wennen, maar al snel merkte ik de veranderingen. Ik viel sneller af (ik ging ook steeds meer sporten, dat hielp natuurlijk ook!), ik sliep beter én mijn dagelijkse hoofdpijn begon te verdwijnen. Ook werd mijn huid rustiger en verbeterde mijn smaak enorm: ik proef nu veel beter verschillende smaken én dingen die ik eerst niet echt zoet vond zijn nu lekker zoet voor mij. Mijn eetpatroon voelde totaal niet als een dieet, het was juist het tegenovergestelde: ik at (en eet) lekkerder en gevarieerder dan ik ooit deed. Een goedgevulde salade als lunch is zoveel lekkerder dan de saaie boterhammen die ik daarvoor altijd at. En ’s avonds zelf met verse ingrediënten koken, maakt de maaltijd veel smaakvoller. Ik krijg weleens de vraag hoe het gaat met mijn ‘dieet’ (ja, ook na ruim 3 jaar zo eten…) en dan antwoord ik altijd dat dit geen dieet is. Het is de manier hoe ik eet en leef en het is iets waarover ik niet meer hoef na te denken. Ik weet inmiddels wat ik wel en niet kan pakken in de supermarkt en welke namen suiker allemaal heeft. Onder toegevoegd suiker valt voor mij trouwens ook honing, agavesiroop, kokosbloesemsuiker, rijpe bananen, dadels en alle andere ‘gezonde’ suikers die vaak in ‘suikervrije’ recepten gebruikt worden ter vervanging van geraffineerde suikers. Voor je lichaam is suiker, suiker, in welke vorm je het dan ook neemt. Ik eet dan ook zeker niet suikervrij, want ik eet fruit, groente en zuivelproducten en daar zit van nature gewoon suiker in. Ik probeer juist onnodig toegevoegd suiker te vermijden.

De oude Natasja en de nieuwe Natasja

Voor & na, dit was drie jaar geleden, toen stond ik met mijn verhaal in de Womens Health 🙂

Eet ik dan nooit meer een taartje? Een stukje Tony Chocolonely? Een toetje in een restaurant? Natuurlijk wel! Soms krijg ik daar opmerkingen over van tafelgenoten: ‘jij eet toch geen suiker?!’ Maar balans is het toverwoord hier: als je overwegend toegevoegd suikervrij eet, kun je best eens iets lekkers met suiker nemen. Daar word je niet slechter van. Alhoewel, omdat ik het niet meer gewend ben om veel suiker in één keer binnen te krijgen, heb ik er soms bovengemiddeld last van. Dan kan ik me bijvoorbeeld twee uur lang heel raar en hyper voelen, wat niet echt prettig is. Dat is niet altijd het geval, soms gaat het prima, maar die keren dat ik er een vervelend gevoel van krijg, zorgen ervoor dat ik nog minder snel trek heb in suikerrijke producten.

Overweeg jij ook toegevoegd suikervrij te gaan eten en weet je niet waar je moet beginnen? Probeer dan eerst eens op zoek te gaan naar suikervrije varianten van de producten die je vaak eet. Of in elk geval, varianten waar veel minder suiker in zit. Vervang stap voor stap onderdelen van je voeding. Zo wen je aan het lezen van etiketten en het eten van andere producten en zal je smaak zich langzaam aanpassen. Hoe minder zoet je eet, hoe makkelijker het wordt. Gemakkelijk suiker herkennen op een etiket? Vraag de gratis suikerspiekpas aan om mee te nemen in je portemonnee. Zo kun je in de supermarkt snel even checken of een product suiker bevat. Je krijgt na aanvragen van de suikerspiekpas wel e-mails met tips van Carola van Sugarchallenge.nl, maar daarvoor kun je je weer afmelden. Heb je vragen over mijn manier van eten? Stel ze gerust!

‘Zo doe ik dat gewoon’: wanneer gewoon ineens niet meer zo logisch is

Waarom gewoonten niet altijd logisch zijn.

Mijn dagen zijn gevuld met allerlei handelingen die ik al jaren uit gewoonte doe. Dat ene kopje koffie bij het ontbijt, dagcrème op mijn gezicht smeren, de manier waarop ik mijn fietsslot onder mijn zadel bind, de plek waar ik mijn sleutels neergooi als ik thuiskom, hoe ik een paprika snij en de manier waarop ik mijn kussen opklop voor ik ga slapen. Om er maar een paar te noemen. Over de meeste handelingen hoef ik niet na te denken, die gaan automatisch. Gelukkig maar, want anders zou elke dag een stuk meer energie kosten. Veel routines zijn nuttig: ze zorgen ervoor dat je handige basishandelingen verricht zonder al te veel moeite. Maar niet elke gewoonte is even logisch, als je er over na gaat denken.

Ik ben al geruime tijd bewust bezig met het aanpassen van mijn levensstijl, op allerlei gebieden. En wanneer je verandert, dan word je je bewust van gewoonten die ineens zo gewoon niet meer zijn. De grootste verandering begon, heel cliché, rond mijn dertigste. Ik raakte in een dipje en ging aan de slag om me weer fijn in mijn vel te voelen. Ik ging meer bewegen en nam mijn voedingspatroon onder de loep. Wat je in je mond stopt, is voor een groot deel ook maar net wat je gewend bent. Ik was een vleeseter, want dat aten we thuis ook elke dag. Ik lette niet bewust op de ingrediënten, want ik at ‘gewoon’ wat er in de supermarkt aangeboden werd. Maar door me daarvan wél bewust te worden, veranderde ik stap voor stap wat ik at. Elke gewoonte die ik veranderde, leidde tot het veranderen van weer een andere gewoonte, het werd een logisch pad. Door mijn keuze om zo min mogelijk toegevoegd suiker te eten bijvoorbeeld, ging ik van brood als lunch naar salades vol groente en van vleeseter naar vegetariër.

Ik pakte niet alleen mijn lijf aan, ook mijn hoofd kon wel wat verandering en vooral rust gebruiken. Ik begon de spullen in mijn huis met andere ogen te bekijken. Al die volle kasten, al die dingen die stof stonden te verzamelen en alles wat ik nog steeds dacht nodig te hebben: het was een gewoonte om te kopen waar ik ‘behoefte’ aan had en het was dus ‘logisch’ dat ik ‘gewoon’ meer opbergruimte nodig had. Dat het ook anders kon, daar kwam ik na veel opruimronden achter. Ik had niet méér nodig, maar minder. Minder bezitten én minder aanschaffen, dat zorgt voor rust.

Over veranderen en gewoonten

Naast de Reus van Rotterdam, die 2.37 meter lang was. Ik voel me klein!

Elke gewoonte die ik veranderde, werd vervangen door een nieuwe gewoonte. Dat is niet gemakkelijk. Het kost namelijk energie om iets anders te doen dan je gewend bent. Je moet er over nadenken, het kost meer tijd, kortom: het kost moeite. Onze hersenen vinden dat niet zo gezellig, zij besteden het liefst zo min mogelijk energie aan een taak. En als het lastig wordt, haken ze al helemaal snel af. Allemaal energieverspilling, het moet efficiënter! Het liefst willen ze dat je weer teruggaat naar je oude gewoonte, de routine die al geprogrammeerd staat en die hen nauwelijks energie kost. Daarom is het zo lastig om gewoonten te doorbreken: het ongemakkelijke gevoel kan ervoor zorgen dat je toch maar weer doet wat je altijd al deed.

Om groener te leven bekijk ik mijn gewoonten opnieuw kritisch. Elke dag douchen, dat hoeft eigenlijk niet. Elke ochtend ontbijten met yoghurt én kwark kan ook best anders. Het gas uitzetten als de rijst al aan de kook gebracht is, mijn kleding niet zomaar meer ergens kopen: hoe meer stappen ik zet op het gebied van duurzaamheid en hoe meer ik erover lees, hoe meer ik me realiseer welke gewoonten helemaal niet zo logisch zijn.

Stap voor stap pak ik ze aan, op een manier die bij mij past. Natuurlijk, er zijn altijd mensen die groener zijn dan ik. Iedereen begint op een ander punt en elk pad is anders. Dat maakt mijn keuzes niet slechter of beter dan die van een ander. Ook is het lastig om niet te snel te willen: het liefst is morgen alles anders! Maar dat kan niet. Nieuwe gewoonten aanleren kost tijd én moeite. Bovendien zijn niet alle gewenste veranderingen nu al zichtbaar. Ik leer door het gewoon te doen 🙂

Van rasechte vleeseter naar vegetariër (en bijna 50 kilo lichter)

Vlees, ik hield er zo van. Ik plande elke maaltijd rondom het type vlees dat ik wilde eten (ok, behalve het ontbijt) en in restaurants koos ik vaak voor een flink stuk vlees. Lady steak? Nee hoor, doe mij maar die grote! Ik was een rasechte vleeseter en moest er niet aan denken om dat op te geven. Waarom? Hoezo? Vlees heb je toch nodig? En het was zo lekker! Maar zeg nooit nooit, want nu ben ik toch echt vegetariër. Watskeburt?

Zo’n vier jaar geleden zette ik de eerste stappen naar een ander eetpatroon. Ik had daarvoor geen vooropgezet plan of dieet. Nee, de trigger was een flinke psychische dip. Ik zat mezelf enorm in de weg en raakte daarin behoorlijk verstrikt. Op aanraden van mijn psycholoog destijds ging ik mindfulness yoga doen om mezelf en mijn balans weer terug te vinden. Zo’n flinke dip ben je niet 1, 2, 3 kwijt en omdat ik zoveel spanning in mijn lijf had, ging eten wat lastiger. Ik deed wel mijn best om elke dag genoeg binnen te krijgen, want ik voelde me al rot genoeg, maar dat lukte niet altijd. Ik viel dus wat af, een paar kilo, niets schokkends. Daarnaast leerde ik bij yoga mijn lichaam beter kennen en ik kreeg zin om wat meer te sporten. Ik bedacht me dat het geen kwaad kon om te proberen nog wat meer af te vallen, op een gezonde manier. Ik had namelijk zwaar overgewicht met een bmi van 35. Ik riep toen altijd hard dat ik daar geen problemen mee had (nu weet ik wel beter), maar gewicht verliezen leek me toch een gezonde keuze. En wellicht zou ik daardoor nog sneller weer goed in mijn vel zitten.

Kleine stapjes
Ik begon veranderingen aan te brengen in mijn voedingspatroon: ik ging kleinere porties eten (dat betekende vooral niet nóg een bord opscheppen ‘s avonds), gebruikte steeds minder pakjes en zakjes en at juist meer groente en fruit. Al deze stappen zette ik niet in één keer, maar geleidelijk veranderde ik steeds wat anders aan mijn manier van eten. De belangrijkste keuze die ik toen maakte was het schrappen van producten met toegevoegde suikers. Ik weet niet eens meer hoe ik tot die beslissing kwam, maar het voelde als een hele logische stap. Natuurlijk wist ik dat teveel suiker niet gezond is, maar zoveel suiker at ik toch niet? Ik begon te letten op de ingrediënten van de producten die ik at en werkelijk in alles zat suiker. Soms maar een beetje, ter conservering of voor een ‘gezond’ bruin korstje en soms heel veel, zoals in de cruesli die ik elke ochtend in een behoorlijke portie at of de diepvriespizza die ik wekelijks at. Dat ik dagelijks zoveel suiker binnenkreeg, terwijl ik geen snoep at, frisdrank dronk of suiker in mijn thee gooide, verbaasde me enorm.

Toegevoegd suikervrij eten was voor mij de grootste omslag in mijn voedingspatroon. Het beïnvloedde alles: voor elke maaltijd moest ik compleet andere keuzes maken. Mijn cruesli verving ik door suikervrije muesli, mijn broodlunch werd een goed gevulde salade en bij het avondeten moest ik alles zelf maken en kruiden. En ik ontdekte dat er in heel veel vlees en vleeswaren suiker zit. En dat terwijl ik vlees zo lekker vond… Ik merkte echter de effecten van minder suiker eten. Ik voelde me fitter, viel af (ook door het meer bewegen uiteraard) en mijn dagelijkse hoofdpijn (die ik al sinds mijn puberteit had) begon te verdwijnen. Hoe meer ik las over de effecten van suiker op je lichaam, hoe meer het me ging tegenstaan. En vlees met suiker dus ook. Ik sprak met mezelf af: thuis geen vlees meer, maar buiten de deur kon ik daar nog wel voor kiezen. Dat zou ook schelen in ‘gedoe’ bij het eten bij anderen. Zij hoefden dan niet speciaal voor mij iets anders te koken.

Kilo’s vlogen eraf
Door mijn compleet nieuwe voedingspatroon en het sporten viel ik af. Twintig kilo, dertig kilo, het bleef maar doorgaan. Ik was ooit al eens 21 kilo afgevallen door op een ‘echt’ dieet te gaan, maar toen ik daarna weer ‘normaal’ ging eten, zaten al die kilo’s plus nog een hoop extra er zo weer aan. Deze keer was de ervaring echter totaal anders. Ik voelde me beter dan ooit: fit, minder vermoeid, geen migraine meer en de kilo’s vlogen eraf. En mijn nieuwe eetpatroon beviel me eigenlijk veel beter dan mijn oude. Ik at veel lekkerder en gevarieerder en daardoor voelde het helemaal niet als een dieet. Omdat ik geen idee meer had hoeveel ik nog kon afvallen en eigenlijk niet eens een streefgewicht had, besloot ik dat helemaal los te laten. Ik zou gewoon doorgaan met deze fijne manier van leven en maar te zien waar het schip gewichtstechnisch zou stranden. Uiteindelijk verloor ik 47 kilo en die zijn er nu, 3 jaar later, nog steeds af. Mijn bmi is nu keurig: 22.

 

Flexitariër?
Ik voelde me goed als flexitariër en had niet het idee dat ik dat nog verder zou veranderen. De keren dat ik vlees at in de maand waren op één hand te tellen en dat vond ik eigenlijk prima. Tot ik steeds meer groene keuzes ging maken en daardoor ook meer las over de impact van de vleesindustrie op het milieu en de dieren. Natuurlijk wist ik dit al wel, maar het was op de een of andere manier nooit echt tot me doorgedrongen. Of ik wilde het niet laten doordringen… Ergens had ik het idee dat mijn vleesconsumptie niet bijdroeg aan al die problemen. Ik at het zo weinig, dat kon toch geen kwaad? En als ik maar niet herkende dat het een dier was geweest, dan kon ik het met een gerust hart eten en dacht ik niet aan wat dat dier meegemaakt moest hebben voor het op mijn bord belandde.

Toch ging het weinige vlees dat ik at me steeds meer tegenstaan. Het voelde steeds minder logisch om buiten de deur wel vlees te eten én omdat ik het zo weinig at, hadden mijn darmen het er erg zwaar mee. Het voelde na elke sporadische vleesmaaltijd niet goed. In december ging het knopje daarom definitief om: ik zou volledig vegetarisch gaan eten. De stap was nog maar zo klein, deze verandering kostte me nog maar zo weinig moeite, ik kon het gewoon niet meer uitstellen.

Echt geen vlees meer
Ik ging in een paar jaar tijd van rasechte vleeseter naar een bijna vijftig kilo minder wegende vegetariër. Wie dat tien jaar geleden tegen me gezegd zou hebben, had ik hard uitgelachen. Maar ik wil nooit meer terug naar die oude Natasja, ik zou wel gek zijn als ik dat zware, logge lichaam, die onzuivere huid, vermoeidheid, migraine en dagelijkse hoofdpijn terug zou willen. En ook al wordt er niet direct een kip of koe minder geslacht omdat ik het niet eet, elke bewuste keuze helpt mee en hoe meer mensen bewuster gaan eten, hoe groter het effect zeker zal zijn!