Tag: groen

Groen het huishouden doen: tips voor buiten de was drogen

De was buiten drogen: scheelt geld en is goed voor het milieu.

Ik vind weinig lekkerder dan slapen in een bed met lakens die ik die dag schoon van de waslijn buiten heb geplukt. Ze ruiken dan zo lekker! En wat ik ook fijn vindt van de was buiten drogen is dat je het dezelfde dag gewassen, gevouwen en schoon in de kast kunt hebben. Jaja, hier komt de huisvrouw in mij naar boven hoor! Als we de was binnen drogen, staat het meestal in de kleine slaapkamer waar ook onze kledingkast staat. Omdat het rek daar niet in de weg staat en de was binnen wel twee dagen nodig heeft om echt goed te drogen, blijft het daarna vaak gewoon hangen. Tussendoor plukken we dan de items eraf die we nodig hebben. Lang niet zo bevredigend als de was buiten laten drogen en daarna meteen fris in de kast te leggen!

Wassen én de was drogen zijn flinke uitdagingen, straks in ons tiny house. Niet alleen hebben we geen ruimte (en energie) voor een wasmachine, ook het drogen van de was zal wat creativiteit vergen. In de lente en zomer hangen we het natuurlijk buiten, maar wat doen we als het regent? En in de herfst, als de luchtvochtigheid heel hoog is? Of in de winter, wanneer het heel koud is? Binnen drogen is geen goed plan, dan krijgen we te veel vocht in huis. Een vochtig huis is minder goed te verwarmen en het verwarmen kost meer energie. Het lijkt me sowieso verstandig om een plekje buiten te maken met waslijnen onder een afdakje, voor de kleine wasjes die we met onze camping/handwasmachine zullen doen. Dan kan het ook naar buiten als het regent. Geen idee hoe snel het dan droogt, maar het is het proberen waard. Ik zie mijn Turkse achterbuurvrouw regelmatig dapper de was buiten hangen op de meest grijze dagen. Als het dan regent, gooit ze er gewoon een groot plastic zeil overheen. En voor grote wassen, zullen we af en toe vrienden lief aankijken óf naar de wasserette gaan. Mochten we met meerdere huisjes op een locatie komen te staan, dan is er misschien de mogelijkheid om een gezamenlijk washok te maken. Dat zou perfect zijn!

Naast dat de was zo fijn ruikt als het buiten gedroogd is, is het ook nog eens goed voor je portemonnee én voor het milieu om geen droger te gebruiken/hebben. En omdat ik zo’n fan ben van volle waslijnen met gezellig wapperende kleding, vandaag een aantal tips om optimaal te genieten van je waslijn buiten 🙂

Groen het huishouden doen: de was buiten drogen.

– Op zo’n dunne lijn zie je er niets van, maar wanneer je er een vochtige doek over haalt, zie je meteen hoe vies zo’n waslijn wordt. Stof en pollen blijven er op liggen en die wil je liever niet in je kleding. Even schoonmaken voor je de was ophangt scheelt je nog een keer wassen 😉

– Heb je geen oneindige voorraad wasknijpers, maar wel veel wasgoed? Gebruik dan één knijper om de punten van twee kledingstukken vast te zetten. Wanneer je de was ook nog eens niet te breed uithangt, heb je genoeg ruimte om een flinke hoeveelheid te drogen. Het droogt zo wel iets minder snel. Dus heb je de ruimte, gebruik die dan ook en laat het lekker breeduit wapperen.

– Als je wasknijpers gebruikt, krijg je soms van die lelijke afdrukken in je kleding. Knijp de knijper daarom op de naden van het kledingstuk, dan valt het een stuk minder op.

– De zon heeft een blekende werking; leg maar eens iets in de vensterbank, het is binnen de kortste keren lichter van kleur. Die blekende werking is ideaal voor je witte kleding, die wordt er alleen maar witter van! Maar voor je gekleurde kleding is het minder leuk wanneer deze lichter wordt. Keer daarom alles binnenstebuiten. Dat scheelt ook meteen in de zichtbaarheid van de knijperafdrukken én de zakken van je spijkerbroeken drogen sneller.

– Schud de kleren voor je ze aan de lijn hangt goed uit. Als je net als ik huisdieren hebt, sla je zo meteen een deel van de haren eraf. Kleding helemaal haarvrij krijgen heb ik jaren geleden al opgegeven… Onbegonnen werk met drie harige monsters. Door het uitschudden krijgt de kleding ook zijn oorspronkelijke vorm sneller terug. Buiten in het zonnetje droogt het snel en het behoudt dan de vorm waarin het opgehangen is. Voor een perfectionist als ik is netjes ophangen een must. Ben je minder kritisch probeer hier dan toch aandacht aan te besteden, scheelt een strijkbeurt. Strijken doe ik trouwens nooit, hoe perfectionistisch ik ook ben. Ik vind het een onnodige en rottige klus. Ik heb laatst zelfs ons strijkijzer weggegeven via de Weggeefhoek 070 op Facebook. En in het tiny house kunnen we toch geen strijkijzer gebruiken.

– Iedereen heeft er vast zijn eigen methodes voor, maar dit is hoe ik onze kledingstukken ophang: spijkerbroeken hang ik op aan de pijpen, zodat de tailleband goed kan drogen. Shirts gaan ook op de kop, met dus de knijpers op de naden. Ik probeer grote dingen zo lang mogelijk op te hangen. Als je een dekbed precies met het midden op de lijn legt, droogt de binnenzijde minder snel. Jurkjes hang ik meestal ook op de kop, tenzij ik heel veel was heb en de ruimte beperkt is. Dan sla ik het taillegedeelte over de lijn. Overhemden van Gerbrand gaan ook op de kop. Ze nemen wel veel ruimte in op die manier, maar drogen supersnel.

– Voor mij vanzelfsprekend, maar ik zie aan de waslijnen van sommige van onze buren dat het niet voor iedereen normaal is: laat de was niet ’s nachts buiten hangen. Het wordt dan weer vochtig en het gaat er niet beter van ruiken… Laat ook je plastic wasmand niet buiten in de zon staan, daar wordt het plastic week van en dan gaat deze sneller kapot. Haal ook de knijpers van de lijn als de was droog is, anders worden ze vies en gaan ze snel kapot. Zonde!

Een heel artikel over de was buiten drogen, wie had dat gedacht 😉 Ik ben benieuwd of jij net zo enthousiast over buiten drogen bent als ik. Kom maar door met die volle waslijnfoto’s!

De Vijf: groene events in augustus en september

Ik krijg altijd een beetje last van FOMO, Fear of Missing Out, als ik alle toffe groene evenementen zie die georganiseerd worden. Er zijn er zóveel, ik zou mezelf in tientallen Natasja’s moeten splitsen om ze allemaal bij te kunnen wonen. Helaas lukt het me nog niet eens om mezelf één keer te klonen, dus zit er niets anders op dan keuzes te maken. Zit jij met hetzelfde dilemma? Misschien helpen deze vijf tips voor toffe groene events in augustus en september.

30 augustus – Future Flights Movie Night: Biodesign x Fashion (Rotterdam)
Ik baal er flink van, maar hier kan ik zelf niet bij zijn. Eerder schreef ik al over de mooie dingen die de ondernemers in BlueCity doen: zij houden zich bezig met circulair ondernemen en maken van bijzondere materialen die normaal weggegooid worden gave producten. Op woensdag 30 augustus kun je zelf een kijkje nemen in BlueCity door de Future Flights Movie Night bij te wonen. Het gaat dan over kleding: waarom fast fashion zo slecht is en wat biodesign hieraan kan veranderen:

“Fast fashion? Da’s net zo slecht als fast food. Al die 5 euro shirtjes en broekjes die na één of twee keer dragen achterin de kast en uiteindelijk op de vuilnisbelt belanden – zonde van de grondstoffen, de arbeid en de energie die bij het transport kwam kijken. Om nog maar te zwijgen van de (ecologische) kosten van het kweken van de katoen en het verven van de stoffen. Dat móet anders. Maar hoe? Tijdens de allereerste #FutureFlightsMovieNight legt captain en bio designer Emma van der Leest, van het BlueCity Lab, het haarfijn uit. Koop hier je tickets: bit.ly/2wypu03 en vlieg met ons mee naar de wereld van gele splijtzwam en bio design!”

Meer informatie over het event vind je hier: https://www.facebook.com/events/185491021987224/

7 september – Opening Tuin van BRET (Amsterdam)
Nog zo’n toffe plek die ondernemers bij elkaar gaat brengen: de Tuin van BRET in Amsterdam. Misschien heb je ze al zien staan vanuit de trein: naast station Sloterdijk staan een aantal hergebruikte zeecontainers, waarin de ondernemers zo duurzaam en circulair mogelijk aan de slag gaan. Het doel van de Tuin van BRET spreekt mij uiteraard aan:

“De Tuin van BRET is het voorbeeld van de nieuwe economie; niet gedreven door geld maar een passie om mooie, hoogwaardige en duurzame dingen te realiseren. Een inspiratie voor anderen waarmee ze laten zien dat iedereen zelf de wereld om zich heen kan veranderen.”

En wat er dan precies in die tuin komt? Dat wordt de eerste Amsterdamse stadswijngaard!

Op donderdag 7 september wordt de Tuin van BRET feestelijk geopend; met muziek, verhalen, kunst, een beetje spiritualiteit, lekker eten en drinken. Hier vind je meer informatie: https://www.facebook.com/events/197029707497658/

18 september tot 22 september – SusTasty (Utrecht)
Over lekker en duurzaam eten gesproken, van 18 tot 22 september moet je daarvoor in Utrecht zijn. Dan organiseert Green Office Utrecht (de duurzame community voor en door studenten van de Universiteit Utrecht) op haar campus een meerdaags festival waar je kunt genieten van duurzaam en lokaal eten. Wat je kunt verwachten?

“Vegan burgers van Rammenas – Roots Rock Kitschen en The Dutch Weed Burger, verfrissende smoothies van Shakes on Wheels, vers ijs van Gelato Burano, ambachtelijke patatjes van Tour de la Frite en verse maaltijdsoepen van YOSOUP.”

Maar alleen maar duurzame dingen eten zet niet genoeg zoden aan de dijk. Daarom kun je op het festival ook installaties, informatiestands en workshops vinden om in gesprek te gaan over voedselproductie, verpakkingen en voedselverspilling.

Meer informatie over SusTasty vind je hier: https://www.uu.nl/organisatie/green-office-utrecht/events/sustasty

21 september – Haagse Fietsparade voor het Klimaat 2017 (Den Haag)
Fietsen voor het klimaat, dat is het doel van de Haagse Fietsparade. Met zoveel mogelijk burgers en groepen willen Den Haag Fossielvrij en Fossielvrij NL de gemeente Den Haag aansporen om het beleid in lijn te brengen met het Parijs-akkoord: maximaal 1,5 graden Celcius opwarming. Dat kan de gemeente doen door te stoppen met activiteiten die de temperatuur alleen maar opjagen en door juist te gaan voor investeringen in duurzame projecten.
Beweging, actievoeren voor het klimaat én nieuwe mensen leren kennen: fiets je ook mee :)?

Meer informatie vind je hier: https://www.facebook.com/events/1463655056991293/

24 september – ACT. (Amsterdam)
Ik bankier onder andere bij ASN Bank en zij organiseren in samenwerking met Voor de Wereld van Morgen op zondag 24 september het gratis (ja, je leest het goed!) groene festival ACT. Ik laat hen zelf even vertellen wat je daar zoal kunt verwachten:

“Pioniers, experts en groentjes die nú bezig zijn met het klimaat van morgen; je ontdekt ze op ACT. Zie hoe Daan Roosegaarde de wereld verlicht met zijn technopoëzie, leer van klimaatexpert Jelmer Mommers van De Correspondent en ga op Amsterdamse stadssafari met een ecoloog. Tussendoor geniet je van muziek van Ntjam Rosie, drink je een biertje van regenwater, of verfris je jezelf met zongekoeld ijs.”

Dat duurzaam doen is zo nog helemaal niet zo vervelend, toch ;)?

Het festival is dus gratis, maar je moet wel van tevoren een kaartje aanvragen. Dat doe je hier: https://www.facebook.com/events/108302259840773/

Denkfout

Samen werken aan een groen leven

Ik ben erachter gekomen dat ik een denkfout maak. Een fout die invloed heeft op hoe ik tegen mijn activiteiten aankijk en de manier waarop ik mijn doelen bepaal. Door zo te denken, belemmer ik mezelf. Ik krijg er het gevoel van dat ik nooit genoeg kan doen, dat mijn activiteiten nauwelijks iets bijdragen en dat het dus geen zin heeft wat ik doe. En dat is geen goed gevoel om te hebben wanneer je bezig bent om als zzp’er aan de slag te gaan met duurzame projecten.

De fout die ik maak is mezelf steeds de vraag stellen met welk concreet project ik mensen kan motiveren om ook duurzamere keuzes te maken. Een tijdje terug deelde ik dat ook op Instagram: “ik zou zo graag meer impact willen hebben, meer doen dan alleen mijn eigen voetafdruk verkleinen. Dat is de reden dat ik op groenemanieren.nl schrijf en zelfstandig ondernemer ben geworden. Om tijd en energie vrij te maken voor groene projecten die meer mensen kunnen bereiken. Projecten die al die kleine druppels vangen en samenvoegen tot een flinke emmer water om op die gloeiende plaat te gooien. Want samen maken we zeker het verschil!” Ik denk dagelijks na over hoe ik mijn impact zou kunnen vergroten, wat ik kan doen om mensen in beweging te zetten en op welk gebied ik me wil focussen. Onder andere door het lezen van ‘Het hedendaagse heldenboek’ van Rachel van de Pol (een dikke aanrader trouwens!), het lezen van de Salt 70 (een lijst met 70 nationale en internationale inspirerende mensen die de wereld in beweging brengen) en het kijken van inspirerende YouTube-video’s (bijvoorbeeld die van Sanny Verhoeven en Jelle Derckx van Growthinkers) heb ik door waarom ik steeds vastloop in mijn denken over welke stappen ik zou kunnen ondernemen om impact te hebben.

Want ik maakte de fout te denken dat ik mensen direct zou kunnen veranderen. Dat ik een project zou kunnen opzetten dat in één klap een grote groep mensen zou bereiken en dat een deel daarvan meteen zo gemotiveerd zou raken dat ze instant stappen op groen gebied zouden zetten. Elk idee dat ik had, legde ik naast deze zeer onrealistische meetlat en al snel kwam ik tot de conclusie dat het een suf idee was. Ik dacht heus niet dat ik zo geweldig was dat ik in mijn eentje dé sleutel voor een prangend vraagstuk kon bedenken. Ik weet ook dat ik daar andere mensen, veel tijd, energie en vasthoudendheid voor nodig heb. Toch hoopte ik een voldoende goed idee te kunnen bedenken waarmee ik een groep mensen kon bereiken én kon aanzetten tot verandering. Want als ik iets doe, dan wil ik dat zo goed mogelijk doen. Mijn verwachting van wat ik kan doen was te hoog en dat leidde tot een onhaalbaar en demotiverend streven.

Ik ben zelf ook niet van de een op andere dag groener gaan leven. Ik was niet altijd bezig met minimalisme en een simpeler leven, integendeel zelfs! Ik zou mezelf vroeger een verzamelaar hebben genoemd en de hoarder in mij steekt ook nu nog af en toe de kop op. Ik zet stappen, maar struikel nog vaak genoeg. En de stappen die ik nu zet op het gebied van duurzaamheid, had ik een jaar geleden helemaal niet kunnen zetten. Ze zijn het resultaat van alle voorgaande stapjes en inzichten. Als ik weet hoe lastig het is om mijn gewoontes aan te passen, waarom verwacht ik dan wel dat andere mensen zomaar ineens een verandering doorvoeren? En wie ben ik om dat van hen te verwachten? Want wat ik ‘goed’ en ‘groen’ vind, is dat voor een ander misschien helemaal niet.

Mijn intenties zijn goed: ik wil graag bijdragen aan een gezondere wereld, voor mens en dier en daar mijn uiterste best voor doen. En in dat zinnetje ligt besloten waar ik me op moet focussen. Op mezelf. Deze quote van Rachel van de Pol uit ‘Het hedendaagse heldenboek’ kwam behoorlijk binnen toen ik hem gisteren las: “Een held weet dat om vertrouwen te krijgen in zijn eigen weg, hij niet hoeft aan te tonen dat een ander de verkeerde volgt.” Iedereen is vrij om zijn of haar eigen pad te volgen, ik ook. Ik kan maar één iemand direct veranderen en dat ben ikzelf. Dat is al lastig genoeg. Ik kan met mijn activiteiten en de projecten waarvoor ik me inzet wel laten zien welk effect dat heeft en hoe ik dat ervaar. Hopelijk inspireer ik daarmee anderen om ook stappen te zetten. Welke stappen dan ook, want zij kiezen wat past bij hun manier van leven. Het resultaat van mijn acties op andere mensen is oncontroleerbaar en dat is voor een onverbeterlijke perfectionist best lastig om te accepteren. Maar als ik dat niet doe, kom ik zelf ook helemaal nergens. Het zinnetje ‘een beter milieu begint bij jezelf’ klinkt altijd erg uitgekauwd en saai, maar het is zo waar. Doen wat ik kan, is wat ik moet doen.

Onze groene bruiloft: muziek

Hoe luister je duurzaam naar muziek?

Nog een paar dagen en dan zitten we precies een jaar voor onze bruiloft. We zijn nog niet in volledige bruiloftplannings- en organisatiemodus, maar het krijgt allemaal al wel wat meer vorm in onze hoofden. Een spannend punt is en blijft het budget, onze absolute max is nu nog 5.000 euro, maar het ziet ernaar uit dat een veel lager bedrag realistischer is. We zijn namelijk ook druk bezig met de berekeningen van de kosten voor de bouw van ons tiny house en die krijgt voorrang op onze bruiloft. En zoals dat bij elk bouwproject gaat, moet je rekening houden met onverwachte kosten. Maar goed, dat is voor latere zorg! Voor nu kunnen we ons nog steeds fijn oriënteren op de keuzes die we kunnen maken. Zoals: wat doen we qua muziek?

Er zijn verschillende momenten waarop we muziek nodig hebben tijdens onze dag. Natuurlijk rondom en tijdens de ceremonie, wellicht als achtergrondbehang tijdens het diner en ’s avonds als we met onze familie en vrienden gaan feesten. De muziek tijdens onze ceremonie en het diner kunnen we waarschijnlijk het beste (en kostenefficiënt) regelen met een goede geluidsinstallatie. De locatie waar we onze bruiloft houden heeft groene stroom (100% windenergie), dus dat is heel fijn. Bij het nadenken over de muziek, vroeg ik me af hoe groen Spotify eigenlijk is. Want ik kan me zo voorstellen dat we voor de ceremonie en de achtergrondmuziek afspeellijsten aanmaken bij de dienst waar we al dagelijks gebruik van maken. Greenpeace blijkt al sinds 2009 onderzoek te doen naar de impact van digitale dienstverleners. Het blijkt dat de IT-sector verantwoordelijk is voor 7% van de totale wereldwijde electriciteitsconsumptie. Het is dus belangrijk dat grote spelers in deze branche, zoals Facebook, Google, Netflix en Spotify, energie uit hernieuwbare bronnen gebruiken om hun datacenters te voorzien van energie. En dat niet elk bedrijf dat al doet, verbaast me helaas niet. Zo is Netflix absoluut niet groen en ook Spotify scoort niet goed. Het streamen van muziek vergt veel dataverkeer en dus energie. Je kunt dat een beetje ondervangen door muziek offline op te slaan, zodat de liedjes niet steeds opnieuw naar jou gestuurd hoeven te worden. Maar de grootste verandering moeten deze bedrijven toch echt zelf maken.

Groene muziek: wat is duurzaam muziek luisteren?

Met ons kleine budget kunnen we voor de muziek ‘s avonds hoogstwaarschijnlijk geen dure dj, band of singer-songwriter inhuren. We zullen ook op dit vlak creatief moeten zijn. Misschien kunnen we een beginnend muzikant vinden, die niet zo prijzig is als de ‘oude rotten’ in het vak. Wellicht kennen mensen die wij kennen, mensen die een leuk deuntje kunnen spelen. En mocht het nou niet lukken om een live muzikant te vinden/in te huren, dan heb ik het idee om vooraf aan onze gasten te vragen welke muziek zij graag willen horen op het feest. Liedjes waarvan zij uit hun dak gaan, die hen vrolijk maakt of gewoon perfect is op een trouwfeest. Van al die liedjes (en onze eigen favorieten) kunnen we dan vooraf een (offline) Spotify-afspeellijst maken. We klikken op ‘shuffle’ en kunnen dan hopelijk de hele avond genieten van de leukste, gekste en mooiste nummers.

Er zijn trouwens artiesten die heel bewust bezig zijn met ‘groene’ muziek. Singer-songwriter Florian Wolff is daar het beste voorbeeld van. Gerbrand en ik zagen hem al een keer live, tijdens een event van Milieudefensie. Florian wil, volgens zijn bio, de wereld twee dingen nalaten: een enorme catalogus vol mooie liedjes en … niets. Hij streeft namelijk naar een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk, juist ook bij de muziek die hij maakt. Zo zette hij in 2010 The Green Tour op, met een podium dat zijn energie haalde uit zon, wind en het publiek. Dat klinkt echt heel tof! Ook zijn nieuwste album is zo groen mogelijk geproduceerd, onder andere met gerecycled papier en milieuvriendelijke inkt. En Florian is niet de enige artiest die zich via zijn muziek inzet voor het klimaat. Ook Roos Blufpand bijvoorbeeld heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Zij wil geheel CO2-neutraal worden en haar publiek inspireren om ook te verduurzamen. Haar album werd dus ook zo duurzaam mogelijk gemaakt en haar tourbusje rijdt op groen gas via Orange Gas.

Ik vond in mijn zoektocht naar groene muziek trouwens nog een inspirerende Spotifylijst met duurzame liedjes. Niet allemaal helemaal geschikt voor een bruiloft, maar wel leuk om eens op te zetten. Offline gedowload dan 🙂

Groen genieten in Maastricht

Uitzicht vanaf de Sint-Pietersberg in Maastricht.

Afgelopen dinsdag vierden we een dagje vakantie in een stad waar je je echt even in het buitenland waant: Maastricht. Het was prachtig weer: volop zon en lekker warm. In de stad zorgden de volle terrassen voor een gezellige aanblik en de zon maakte iedereen vrolijk. Ik was niet bewust op pad om groene hotspots te vinden, maar we kwamen op zulke fijne plekken terecht dat ik die graag deel. Voor als jij ook een dagje vakantie wilt vieren in eigen land.

Goedkoop met de trein
Het was even een reis, met de trein van Den Haag naar Maastricht. Twee uur en eenenveertig minuten heen en twee uur en eenenveertig minuten weer terug. Genoeg tijd dus om een boek te lezen of eindelijk eens aan dat tijdschrift dat al tijden in de mand ligt te beginnen. Of om gewoon uit het raam te staren en wat muziek te luisteren. We konden weer voordelig reizen: op treinreiziger.nl vonden we het NS Zomertoer-kaartje. We betaalden maar 26 euro voor twee personen, koopje! Het kaartje is nog t/m 31 augustus 2017 te verkrijgen, maar is alleen doordeweeks geldig en pas na 9.00 uur. Dat betekende dat wij net na 12 uur op het station in Maastricht stonden. Groene bonus bij dit kaartje: we hoefden het niet te printen, het e-ticket kon in de app van de NS geladen worden. Niet elke conducteur was hieraan gewend, maar het werkte prima.

Station Maastricht heeft groene bouwhekken en een groene uitkijktoren.

Het station met daarvoor de bouwput, vanaf de groene uitkijktoren gezien.

Groene bouwput
Op het station kwamen we meteen al een tof groen initiatief tegen: groene bouwhekken én een groene klimtoren. Voor het station wordt een ondergrondse fietsenstalling gebouwd en de gemeente probeert de overlast hiervan te beperken: met gezellig groen rondom de bouwput (net zoals we dat een tijdje terug in Utrecht zagen) en een met planten aangeklede toren vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de werkzaamheden, het station en het omliggende gebied. Wij hadden al heel wat uurtjes in de trein gezeten, dus die klim omhoog was zeer welkom om de benen weer los te maken.

Falafel lunch bij de Brandweerkantine in Maastricht

Ziet er goed uit, toch?

De Brandweerkantine
Omdat er ’s middags een wandeling van 9 kilometer op het programma stond én het al rond lunchtijd was, begonnen we ons dagje Maastricht met een stevige lunch. We hadden van tevoren wat opties online bekeken, omdat we graag een plekje met goede vegetarische en het liefst ook biologische gerechten wilden vinden. Bij De Brandweerkantine waren we op het juiste adres! Daar koken ze met producten uit het seizoen en de streek, biologisch én met extra aandacht voor vegetarische gerechten. Gerbrand en ik gingen allebei voor de pita falafel met rode kool, feta en Andalouse-saus en daar kregen we geen spijt van! Superlekker was het 🙂 De kantine zelf ziet er ook erg leuk uit: lekker ruim, veel planten, knusse zithoekjes her en der en een mooie bar gemaakt van hergebruikt hout en kastjes. Ook ben je hier op het juiste adres wanneer je een fijne werkplek buiten de deur zoekt. Ze hebben zelfs een printer in de hoek waar je gebruik van kunt maken. Een Little Free Library maakt deze (hipster ;))plek af.

Links: gewildgroei op de oude stadsmuur, midden: een mooi doorkijkje, rechts: op de kazerne is educatieve graffiti 🙂

Tapijnkazerne
Na deze stevige lunch waren we klaar voor onze wandeling. We gingen op weg naar de Sint-Pietersberg en kwamen in de stad eerst nog langs de oude stadsmuur uit 1229, waar veel gewildgroei zich prima op thuisvoelt, door een park vol eendjes en ganzen en langs een oude kazerne. De Tapijnkazerne blijkt een hotspot in wording te zijn: op het terrein komt een openbaar park en diverse gebouwen met plek voor onderwijs en onderzoek. Er is nu al een biologische stadstuin, de Tapijntuin, die volop in ontwikkeling is, er zijn diverse startende bedrijfjes actief en er is een brasserie gevestigd in de voormalige kantine. Het terrein moet een groen en educatief terrein worden dat in 2020 gereed is.

Sint-Pietersberg Maastricht

Het mooie uitzicht op de Sint-Pietersberg.

Sint-Pietersberg en Natuurtuinen Jekerdal
Na het passeren van deze voormalige kazerne en via een klein stukje woonwijk, stonden we aan de voet van de Sint-Pietersberg. Gerbrand had een NS-wandeling van 9 kilometer uitgezocht die ons langs de rechterkant van de berg zou leiden. In de zon en met lange spijkerbroeken aan was het eerste stukje omhoog even wennen, maar het uitzicht dat we cadeau kregen maakte alles goed. Instant vakantiegevoel! Wijngaarden in de volle zon, glooiende heuvels, een plukje paarden in de diepte, echt prachtig! De route was verder prima te doen en zeker niet te zwaar. Algauw liepen we langs de rivier de Jeker Maastricht weer in. Daar liepen we tegen de CNME Natuurtuinen Jekerdal aan. Een plek waar verschillende ecologische tuinen te bewonderen zijn, je op een blotevoetenpad kunt lopen of gewoon even kunt uitrusten van je bergwandeling. En waar ze biologische fruitijsjes van NICE verkopen 🙂 Wij waren wel toe aan wat verkoeling en kochten bij een lieve dame twee ijsjes uit een vriezer met een slotje erop.

Sint Amorsplein Maastricht

Het terras op het Sint Amorsplein.

Terrasje Sint Amorsplein
Daarna waren we er klaar voor om het centrum van Maastricht weer op te zoeken. We liepen een tijdje met de Jeker mee en kwamen via de oude stadsmuur weer in het pittoreske centrum uit. Ik liet Gerbrand natuurlijk de boekhandel in de Dominicanenkerk even zien en daarna was het toch echt tijd om onze benen wat rust te gunnen op een fijn terras. De terrassen op het Vrijthof en de Markt lieten we links liggen, niet in de laatste plaats omdat André Rieu het hele Vrijthof in beslag had genomen voor zijn show. We wilden liever wat knusser zitten en kwamen uit op het Sint Amorsplein. Daar dronken we niet zulke biologische, maar wel erg lekkere biertjes en mixdrankjes (waaronder een Limoncello Spritz voor mij, oeh!), tussen de zwermen vliegende mieren die net gisteren besloten uit te vliegen. Ietwat onvast op de benen konden we na deze tussenstop meteen door naar het laatste programmaonderdeel: het diner.

Maastricht by night

De zon ging onder en maakte het allemaal nog mooier.

Eetcafé Céramique
Ook dit keer hadden we thuis al ons huiswerk gedaan en een tafeltje gereserveerd bij Eetcafé Céramique dat bekend staat om haar goede vegetarische en veganistische gerechten. Het was nog zo lekker warm dat we op het terras op de stoep konden eten. Dat voelde ook al zo vakantie-achtig aan, alsof we in een Italiaans straatje zaten 🙂 Gerbrand en ik deelden de veganistische proeverij: brood met bietenkaviaar, hummus en quinoasalade. Ik koos daarna voor de groene risotto als hoofd en die was super. Gerbrand had het meest spannende gerecht op de kaart: witlof lasagne met rabarber, brie-bechamel en een wodka-limesaus. Ook dit gerecht viel zeer in de smaak! Als toetje gingen we unaniem voor de tiramisu, uiteraard allebei een eigen portie.

Met een volle buik, een rozig hoofd en moe-gewandelde benen ploften we daarna weer in de trein om halfslapend de twee uur en eenenveertig minuten terug te reizen naar Den Haag. Iets voor eenen ’s nachts lagen we tevreden in bed.

Blije eitjes!

De Groene Stadswandeling: verborgen groene stadspareltjes in Den Haag

Maurits Burgers van Wandelen met Maup organiseerde in samenwerking met Duurzaam Den Haag de Groene Stadswandeling om verborgen groene plekjes in de Haagse binnenstad te vinden. Gerbrand, ik én Groen met Saar wandelden mee. We kwamen langs práchtige groene pareltjes. En omdat ik de beroerdste niet ben, wandel ik er vandaag nog eens virtueel langs, met jou. Zodat jij er ook nog van kunt genieten 🙂

We verzamelen op een op het eerste gezicht niet zo’n groene plek: op de derde verdieping van de Centrale Bibliotheek. Maar schijn bedriegt, want hier is het loket van Duurzaam Den Haag gevestigd. En dit loket staat dit voorjaar helemaal in het teken van… groen! Zo is er regelmatig een Groen Spreekuur waar je terecht kunt met al je (gevel)tuin- en plantenvragen. Maar goed, we zoeken écht groen. Bomen, bloemen, bloeiende struiken. Op naar buiten!

Na een korte stop in de tuin van de Nieuwe Kerk lopen we in stevige pas door naar de Wagenstraat. Daar is namelijk, verscholen achter de grote panden, een bijzonder stukje stadsgroen met een strikte sluitingstijd. Om 19.30 uur gaat het dicht. Het lijkt er even op dat een kijkje nemen ons niet gegund wordt, want het hek is al gesloten om 19.20 uur. Overal aanbellen heeft niet het gewenste resultaat en net als we besluiten om dan maar door te lopen, komt er een dame mét de sleutel aan. En zo ontdekken we dan toch een fijn stukje stadsgroen, het buurtparkje Wagenstraat. Vergeet trouwens niet het hek achter je dicht te doen, er lopen hier cavia’s los. Dit parkje is een initiatief van de buurtbewoners en het ligt verscholen achter een parkeerplaats en naast een blinde muur van een hoog gebouw. Er is gras om op te spelen, een moestuin, er zijn veel bomen en struiken en ook de cavia’s hebben een eigen onderkomen. Goed plekje!

We gaan door, op weg naar de Nieuwe Molstraat. In het begin van de Nieuwe Molstraat is nauwelijks groen te bekennen. Hier en daar doet wat gras een poging om de tegelwoestijn te doorbreken, maar het zet geen zoden (haha) aan de dijk. In deze straat is gelukkig actie ondernomen om het groener te maken: De Groene Mol is een initiatief van Gerlinde Beusink. Zij diende het idee in bij een wedstrijd van Staedion en won. Buurtbewoners kunnen zich hierbij aansluiten en krijgen dan een hekwerk tegen de gevel van de woning en een klein strookje geveltuin. Bij verschillende woningen zijn vaste planten en klimmers gepland en je kunt al zien dat deze straat er over een aantal jaren heel anders uit zal zien. Dan is een groot deel van de gevels aan het oog onttrokken door groen. Een slimme en gemakkelijke manier om een straat te vergroenen en toepasbaar in nog veel meer wijken!

Nieuwe Molstraat

Als je nog een klein stukje doorloopt naar de Lange Beestenmarkt, dan zie je daar een aantal gevels die de toekomst van de Nieuwe Molstraat al laten zien. Hier neemt het groen sommige gevels al compleet over. De huizen staan hier rond een soort binnenplaats met gras, dat omzoomd is met groen. Helaas viel ook de enorme hoeveelheid zwerfafval op die in dit parkje ligt. Zo zonde!

Doorkijkje Lange Beestenmarkt.

Er is in deze straat ook een prachtig hofje te vinden, maar dat is helaas niet vrij toegankelijk. Wij hadden het geluk dat één van de bewoners net thuiskwam en ‘ja’ antwoordde op de vraag of de groep even een kijkje mocht nemen. Achter de houten deur van Flora’s Hof bevindt zich een idyllische stadstuin. De achtertuintjes van de omringende woningen komen uit op dit hofje en geven planten én insecten volop de ruimte. Het is heel rustig, stadsgeluiden zijn niet te horen. Je zou niet denken dat je middenin de stad staat.

Nu we al heel wat stadsgroen gezien hebben, beginnen onze ogen automatisch te zoeken naar meer. Opeens valt op hoeveel klein en groter groen er om ons heen groeit, al dan niet expres aangelegd. Planten laten zich gelukkig niet zo makkelijk tegenhouden door wat tegels of beton. In de meest minuscule richeltjes en hoekjes weten ze wortel te schieten en zich van hun mooiste kant te laten zien. Op de Lange Beestenmarkt stoppen we bij nummer 76. Daar wonen Noud te Riele en Moki Last. Hij was architect, maar houdt zich nu onder andere bezig met het duurzame energieproject Langebeesten Energie(k) en het vergroenen van de stad en zij is kunstenares en maakt werk van keramiek. Waaronder bijzondere wormentorens waarin je tijgerwormen aan de slag kunt zetten om van je GFT-afval compost te maken. Noud en Moki hebben hun eigen groene oase én stadsboerderij gecreëerd op de schaarse ruimte achter hun woning. Alle daken en het voorheen betonnen plaatsje zijn bedekt met planten, zowel eetbare als sierplanten. In de tuin staan een grote berk en een Acacia, mooie volle varens en ander groen dat het goed doet in een besloten schaduwrijke tuin. Noud heeft veel moois te vertellen; over deze tuin, zijn zonnepanelenproject en de zwammen die hij in talloze emmertjes kweekt. Hij en Moki zijn met recht groen doeners te noemen.

De groene oase van Noud en Moki.

Noud vertelt.

Hoi!

Niet ver van Nouds huis is een groter hof te vinden, waar iedereen van harte welkom is. Aan het Hof van Wouw wonen veertien alleenstaande dames die allen de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben en geen huisdieren houden, de bewoonsters worden nog steeds geselecteerd aan de hand van de regels van het testament van Cornelia van Wouw, oprichtster van dit hof. Er woont één man: hij is samen met zijn vrouw (‘de binnenmoeder’) de beheerder van dit groene plekje en vertelt meer over de bijzondere geschiedenis van het hofje en de bijbehorende tuin, de Tuin der Hesperiden. Terwijl de hofjeshond (er is dus tóch 1 huisdier) kwispelend iedereen komt begroeten, genieten wij van het zorgvuldig aangelegde groen. Iedereen mag dit hofje bezoeken en je kunt er zelfs overnachten. Cornelia’s Tuinhuis is te boeken via onder andere Airbnb en op de site van het Hof zelf.

Hof van Wouw.

Achter de Tuin der Hesperiden blijkt nóg een verborgen pareltje te liggen: de Kloostertuin achter de Barthkapel. Middenin deze tuin staat een ruim 200 jaar oude Es, die helemaal hol is van binnen. Sara demonstreerde dat even door haar hoofd in het gat te steken. Ooit is deze boom geraakt door de bliksem, vertelt een buurtbewoonster. Dat heeft hem gelukkig niet de das om gedaan. Via de achterzijde verlaten we de tuin weer en komen uit op de Brouwersgracht. Na al deze groene pareltjes is het weer even wennen aan al het beton en de bestrating van de stad die je gewend bent. Maar na deze mooie wandeling weet ik dat er overal in Den Haag groen te vinden is, je moet het alleen even weten 🙂

Groen met Saar 🙂

De foto’s zijn gemaakt door mijn vaste huisfotograaf, Gerbrand van der Weg <3 De route die wij liepen, kun je op deze kaart terugvinden. Bedankt Maurits en Duurzaam Den Haag!

Flora én fauna!

Groentje van de maand: Haagse Stadswijngaard

Het wiel zelf uitvinden qua groener leven is helemaal niet nodig: er zijn zoveel mensen bezig met mooie groene initiatieven! Heel inspirerend en ik leer graag van hen. Daarom vind je op groenemanieren.nl interviews met groen doeners én zet ik elke maand een persoon, organisatie of website in de spotlights onder de titel ‘Groentje van de maand’. Dit keer is dat de Haagse Stadswijngaard.

Wijn uit Den Haag?
Ja! We hebben hier in Den Haag onze eigen wijngaard. Ik was er al een paar keer langsgefietst zonder precies te weten wat ze nu doen op dat kleine stukje grond, naast de spoorlijn bij station Moerwijk. Ik dacht dat je daar ‘gewoon’ lokale wijn kon kopen, maar bij de Haagse Stadswijngaard kun je veel meer doen dan alleen een flesje Haagse wijn scoren. Je kunt namelijk zelf een stukje grond huren en zo je eigen druiven telen. En met je eigen druiven leren om je eigen wijn te maken. Daar hoef je dus helemaal niet voor naar Frankrijk!

Hoe werkt dat dan?
Je kunt je inschrijven voor je eigen lapje wijngrond en dan werk je een jaar lang mee om de druiven zo goed mogelijk te verzorgen. Snoeien, het aanbinden van de planten, het toppen van de ranken, het plaatsen van netten; voordat je goede smaakvolle druiven hebt moeten de handen uit de mouwen. Samen met andere enthousiastelingen ga je aan de slag. Op de website lees ik dat er ook een actieve appgroep is, zodat men elkaar op de hoogte kan houden van de werkzaamheden die er uitgevoerd moeten worden. En als er dan eenmaal druiven geoogst zijn, ga je aan de slag om flessen ‘Haagse Heerlijkheid’ te brouwen. Heb je al deze stappen succesvol doorlopen, onder begeleiding van een professionele Stadswijngaardenier, dan ontvang je ook nog eens een certificaat en mag je jezelf ‘Stadswijngaardenier’ noemen. En ik hoorde laatst van twee enthousiaste wijnstokbezitters dat je je nog kunt inschrijven voor een paar stokken!

Is er meer?
Natuurlijk hoef je je niet per se een jaar lang uit te sloven om te kunnen genieten van deze stadswijngaard. Ook als je alleen een flesje wijn wilt kopen, een wijnproeverij wilt meemaken of een rondleiding wilt volgen, ben je hier aan het goede adres. Ik heb de Haagse Heerlijkheid nog niet geproefd, maar hij gaat op het lijstje om eens te halen. Ik ben heel benieuwd hoe lekker wijn uit een Nederlandse stad kan zijn. Ons koude kikkerlandje heeft toch heel wat minder zonuren dan wat de druiven in Frankrijk te zien krijgen. Op de website lees ik dat de wijn nog ligt te rijpen, maar dat je bij de wijngaard al wel terecht kunt voor een flesje Haagse grappa. Met één mailtje kun je je bestelling doorgeven. En ik zag meer leuk nieuws: de wijngaard werkt samen met de Turkse gemeenschap die in de buurt van het lapje grond woont. Zij gebruiken de druivenbladeren voor hun gerechten en daarvan mochten de wijngaardeniers dan weer proeven. Win-win daar 🙂

Waar vind ik nog meer van zulke wijngaarden?
De Haagse stadswijngaard is niet de enige Nederlandse stadswijngaard. Ook in Amsterdam en Almere wordt wijn gemaakt. Deze wijngaarden werken met hetzelfde concept dat ook in Den Haag wordt gebruikt: met een groep mede-wijnliefhebbers met groene vingers aan de slag om zelf wijn te maken. En als het daar kan, dan zou het zelfs in je eigen achtertuin kunnen toch? Ik zie mogelijkheden voor wanneer we in ons tiny house wonen: tiny-house-wijn 🙂

Ik doe er niet meer aan mee!

Een eigen bedrijf (sinds 1 mei, hoera!), radicaal ontspullen om in een tiny house te gaan wonen, mijn eetpatroon omgooien: veranderen doe ik graag. Een veelgehoorde uitspraak in mijn vriendenkring is dan ook: ‘Jij hebt ook altijd wat nieuws!’ En dat klopt, stilzitten is niet mijn ding. Maar soms zit zelfs ik vastgeroest in bepaalde gewoonten. En duurt het even voordat ik die doorbreek…

Zo was ik vanaf mijn jeugd klant bij de Rabobank. Je kent het wel: je ouders openen een rekening voor je bij de bank waar zij ook bankieren en vanaf dat moment gaat al jouw zakgeld en dat zuurverdiende geld van dat bijbaantje in de snackbar naar de rekening die je altijd al had. Ook mijn stufi en het loon van mijn eerste echte baan vonden hun weg naar mijn oude vertrouwde rekening. Ik dacht er eigenlijk niet over na wat er met mijn geld gebeurde als het daarop stond. Totdat ik steeds meer berichten tegenkwam over hoe banken hun geld investeren. De euro’s die ik op mijn rekening had staan, konden gebruikt worden voor investeringen in controversiële wapens. Of het werd gestoken in bedrijven die helemaal niet bezig zijn met maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan. Ik vond het een hele vervelende gedachte dat mijn geld op die manier betrokken was bij zaken waar ik en de wereld niet beter van worden. Ik ging in 2014 dus eindelijk op zoek naar een alternatieve bank. Die zoektocht duurde maar kort, want met de Eerlijke Bankwijzer kon ik in één oogopslag zien welke banken het beter doen. Ik koos voor de Triodos Bank en ben daar nog steeds erg tevreden over. Ook nu ze als eerste bank de spaarrente naar 0% hebben gezet…Want ik weet dat mijn spaargeld in elk geval ingezet wordt voor goede (lokale) initiatieven.

Met onze gezamenlijke rekening zaten we tot begin dit jaar bij de ING. Nog zo’n bank die op veel fronten niet zo lekker scoort. ING kwam de laatste tijd vooral negatief in het nieuws door de financiering van de Dakota Access pijpleiding. Daar trokken ze zich uiteindelijk uit terug, maar op de Eerlijke Bankwijzer lees ik in een bericht van 4 april dat ING nu plannen heeft om te investeren in een milieuvervuilende kolencentrale in Indonesië, ondanks verzoeken van verschillende partijen (zoals Greenpeace) om dit vooral niet te doen. De centrale moet naast een al in 2012 geplaatste centrale komen en de inwoners van het eiland vrezen voor nog meer lucht- en thermische watervervuiling. Ik ben blij dat we onze rekening overgezet hebben naar de ASN Bank en dat ons geld in elk geval niet gebruikt wordt voor deze plannen.

Er was nog een bedrijf dat mij al jaren tot één van haar vaste klanten mocht rekenen, maar die binnenkort onze opzegbrief op de mat vindt. Mijn elektriciteit en gas kocht ik, al sinds ik samen met mijn zusje in ons knusse Groningse woninkje woonde, in bij Essent. Ja, inderdaad, dat energiebedrijf dat van de Consumentenbond het allerlaagste rapportcijfer krijgt in de ranglijst van groene energieleveranciers. Essent wordt gerekend tot de categorie ‘vervuilers’: ze leveren energie van kolencentrales én bouwen zelfs nog nieuwe vervuilende centrales. Niet zo fijn om me te realiseren dat ik dit al die jaren ondersteund heb. Maar daar komt nu verandering in! We zijn overgestapt op gas en elektriciteit van Pure Energie. Zij scoren een 10 in de ranglijst én kwamen in de Energievergelijker van gaslicht.com als een van de goedkoopste uit de bus. Pure Energie levert 100% groene energie, opgewekt door zonne-energieprojecten en windmolens in ons eigen koude kikkerlandje.

Voor het wisselen van bank en het overstappen naar een andere energiemaatschappij was ik altijd een beetje huiverig. Ik was bang voor horrorscenario’s waarin we rillend van de kou, afgesloten van elektra en gas, nog een keer wanhopig proberen te bellen met de klantenservice die ons ijskoud meedeelt ‘dat ze er een notitie van zullen maken’. Ik zag al stapels met verkeerde nota’s op de mat, onterecht afgeschreven bedragen en eindeloos luisteren naar wachtmuziek voor me. Maar dat bleek bij het wisselen van bank helemaal niet het geval. Ja, je moet wat geduld hebben voor je alle veiligheidshandelingen doorlopen hebt en alle bevestigingsbrieven en codes afgewerkt hebt. Maar hee, het zijn wel je bankgegevens, dus dat ze daar voorzichtig mee zijn is wel zo fijn. Met de overstapservice worden bedrijven die jouw oude rekeningnummer gebruiken automatisch op de hoogte gebracht van je nieuwe rekeningnummer. Ideaal! En als het goed is, regelt Pure Energie op dit moment voor ons de opzegging van Essent en zijn we over een kleine maand ook de trotse ondersteuners van oer-Hollandse stroom! Ik kan weer wat beter slapen ’s nachts 😉

Groene nieuwtjes

Groene manieren zoeken is groene nieuwtjes vinden. Ik kom overal en nergens leuke, interessante en inspirerende berichten tegen over uiteenlopende onderwerpen. En waarom zou ik die allemaal voor mezelf houden? Een lijstje van wat ik de laatste tijd zoal aan linkjes opgeslagen heb.

Hoogvliet ‘verpakt’ avocado en gember zonder verpakking

Ik weet dat ik zeker niet de enige ben die zich hier groen en geel aan ergert: biologische groente die in plastic verpakt worden. Om ze te onderscheiden van de gewone groente, is dan het argument. Probeer je zo je best te doen met biologisch, word je opgescheept met extra plastic afval. Dat moet anders kunnen, dacht fruitdistributeur Eosta. Zij ontwikkelden de merkmethode Natural Branding, waarbij groente en fruit gemerkt worden met laserlicht. Proef je helemaal niets van, maar scheelt wel een hoop zooi! Supermarkt Hoogvliet is de eerste die avocado en gember met deze merkjes verkoopt. Nu kom ik daar nooit, heeft iemand al zo’n avocado gespot? Hoe dan ook, hoera voor Hoogvliet en dat de andere supermarkten maar snel mogen volgen!

Lek Belt

Bij collega groene blogger Tessa van Awkward Duckling zag ik dit toffe Haagse (!) riemenmerk voorbijkomen. Jet en Michiel maken riemen van een wel heel bijzonder materiaal: oude fietsbanden! Ze kwamen op dit idee door hun vader die bij een festival een fietsband als riem gebruikte om zijn kapotte exemplaar te vervangen. De riemen zijn verkrijgbaar met verschillende ‘prints’ en zijn superduurzaam! Sterk en gemaakt van materiaal dat anders als afval zou eindigen. Ik heb er al eentje op mijn verlanglijstje staan.

Operatie Steenbreek – Een tegel eruit, een plant erin. Vergroen Den Haag!

Operatie Steenbreek gaat landelijk de strijd aan met de verstening van onze steden. Te veel tegels zorgt voor te veel hitte. Meer groen kan de temperatuur in de stad aangenaam houden én helpt mee om de lucht schoner te houden. En van meer plantjes worden de bijen, vlinders en vogels ook erg blij. In Den Haag zijn we goed bezig: er werden vorig jaar maar liefst ruim 87.000 tegels geruild voor een gratis plantje door Hagenezen en Hagenaren. Dit jaar gaan ze voor de 100.000.

Stop met bio-plastic, het is flauwekul

Ik was helemaal blij: ik ontdekte dat mijn favoriete kokosrasp van de Ekoplaza verpakt is in bio-plastic. Hiephoi, geen plastic afval, maar composteerbaar materiaal. Mijn blijdschap was echter snel verdwenen toen ik dit artikel op NOS.nl las. Bio-plastic blijkt helemaal niet zo onschuldig te zijn als ik dacht. Volgens afvalverwerkingsbedrijf Attero raken mensen erdoor in de war en belandt er daardoor ook veel gewoon plastic in het GFT-afval. Zo wordt het maken van compost bemoeilijkt en loopt het recycleproces vertraging op. Ook blijkt bio-plastic helemaal niet zo gemakkelijk composteerbaar te zijn als ik verwacht had. Alleen onder de juiste omstandigheden (minimaal twaalf dagen in een donkere ruimte met precies 65 graden) breekt het af. Het verdwijnt dus niet vanzelf wanneer je het op je composthoop gooit en het lost ook niet op in (zee)water. Helemaal geen plastic, ook geen bio, is dus nog steeds het streven.

Serie op TV West: Johan gaat scheiden 

Ik heb het nog niet gekeken, maar ik werd wel erg nieuwsgierig naar deze nieuwe serie op TV West. Johan Overdevest duikt in de wereld van afvalscheiding en recycling. Wat gebeurt er met ons afval nadat wij het zo netjes gescheiden ingeleverd hebben? In de serie komen ook mensen die meegedaan hebben aan de 100-100-100-challenge in beeld. Ik ben benieuwd wat Johan allemaal ontdekt!

Duurzaamheid uit een pakje

En last, but zeker niet least: een lang, maar zeer interessant en lezenswaardig artikel over Unilever en haar duurzaamheidsdoelstellingen. Unilever wordt door velen bejubeld als het voorbeeld van een multinational met het duurzame hart op de goede plaats, maar is dit ook écht zo? Platform Investico dook in de materie, sprak met vele experts, ging op onderzoek uit bij verschillende leveranciers van Unilever en lieten zien hoe ‘duurzaamheid’ geïnterpreteerd wordt door een bedrijf dat wereldwijd een grote invloed heeft op vele huishoudens.

Onze groene bruiloft [2] – het budget

Volgend jaar augustus gaan we trouwen, Gerbrand en ik. We hebben nog wel even de tijd om alles te plannen, maar toch is het verstandig om hier al vroeg mee te beginnen. Niet in de laatste plaats omdat dat veel geld kan besparen. Deze keer in de serie ‘Onze groene bruiloft’: het budget…

Een bruiloft kun je zo duur én zo goedkoop maken als je wilt. Alles laten regelen door een wedding planner, trouwen op een kasteel of in het buitenland, alles tot in de puntjes verzorgd voor honderden gasten en daarna duizenden euro’s aftikken. Of even snel met je getuigen op maandagochtend het gemeentehuis inrennen en daarna met een klein groepje genieten van een high tea, dan ben je voor weinig geld in het echt verbonden. Beide opties spreken ons niet aan. We willen graag een mooie dag met onze dierbaarste familie en vrienden. Maar zonder meteen emmers vol euro’s uit te geven. Want met een beetje creativiteit, netwerken én een goede planning hoeft trouwen volgens ons helemaal niet zo duur te zijn.

Op The Perfect Wedding vond ik een verdeelsleutel waarmee je je budget kunt verdelen over de meest gebruikte categorieën. Die sleutel ziet er als volgt uit:

4% Bloemen en decoratie
5% Drukwerk
8% Trouwringen
9% Stadhuis/kerk/notaris (eventueel)
9% Trouwfotograaf
10% Gemengde kosten
15% Trouwjurk en trouwpak
40% Feestelijkheden zoals diner, trouwfeest, receptie etc.

Wij hebben een maximaal budget van 5.000 euro. Onze verdeelsleutel ziet er dan zo uit:

Bloemen en decoratie: 200 euro
Drukwerk: 250 euro
Trouwringen: 400 euro
Stadhuis/kerk/notaris (eventueel): 450 euro
Trouwfotograaf: 450 euro
Gemengde kosten: 500 euro
Trouwjurk en trouwpak: 750 euro
Feestelijkheden zoals diner, trouwfeest, receptie etc.: 2.000 euro

Hier valt natuurlijk nog in te schuiven, want het ene element is van meer belang voor ons dan het andere. Zo is het feest ’s avonds voor ons heel belangrijk: we willen graag met iedereen proosten en dansen om ons huwelijk te vieren. Met een fijn drankje en een lekker hapje erbij. Die 2.000 euro mag dus zeker wel wat omhoog. Op de bloemen en decoratie, de trouwringen en vooral de jurk en het pak denken we zeker te kunnen besparen. En ook aan onze trouwlocatie zijn we niet veel kwijt, 0 euro om precies te zijn! De precieze locatie houden we nog even voor ons, maar het is een bijzondere plek waar we elkaar heel graag het ja-woord willen geven. Daarentegen is trouwen op een zaterdag op een plek die niet als standaard huwelijkslocatie is aangemerkt aanzienlijk duurder dan de 450 euro die er nu in het budget voor staat. Wij zullen daar dan al ruim 700 euro aan kwijt zijn. Die kunnen we misschien afsnoepen van de ‘gemengde kosten’.

Het draait om keuzes maken. Zo vinden wij onze kleding minder belangrijk dan een gezellig diner voor onze daggasten. Bovendien wonen we als het goed is tegen die tijd al in ons tiny house en daar hebben we helemaal geen ruimte om trouwkleding op te slaan. En waarom zouden we investeren in dure trouwkleding die we maar één dag dragen? We gaan dus zeker kijken naar de opties om onze kleding te huren of tweedehands te kopen. En het daarna natuurlijk weer van de hand te doen.

We willen niet alleen graag een budgetvriendelijke bruiloft, we willen ook graag groene keuzes maken. Daar past bijvoorbeeld een bruidsboeket met bloemen uit een ver land niet bij. Wel zouden we zelf op tijd bloemen kunnen zaaien die we op onze huwelijksdag gebruiken voor het boeket en de versiering. Dat scheelt niet alleen transport en energie, maar ook geld! Voor de versiering van de huwelijkslocatie zijn we ook al aan het kijken hoe we dit op een duurzame en groene manier kunnen doen. Zo raakte ik geïnspireerd door Milouska Meulens die in het programma Groen Licht van de VARA af en toe vertelt over de voorbereidingen van haar groene bruiloft. Ze verzamelt al een tijdje glazen potjes om kaarsjes in te doen. En bij ons (en mijn ouders!) staan er dus ook al een heel aantal glazen potjes schoongespoeld klaar :). En daar kunnen we vast veel meer mee dan alleen kaarsjes in doen.

Het lastigste punt om op te bezuinigen is de trouwfotograaf. Natuurlijk willen we mooie foto’s van onze dag en we weten dat een fotograaf terecht een goede prijs vraagt voor de hele dag foto’s schieten, deze bewerken en een prachtig album af te leveren. Een bedrag van 1000 euro is nog niets, meestal ben je toch al gauw zo’n 1500 euro kwijt. En dat past niet binnen ons budget… We kennen wel mensen die goed kunnen fotograferen, vrienden van ons, maar we willen hen ook niet vragen om alleen maar aan het werk te zijn. Zij moeten net als wij kunnen genieten van deze dag. We zijn er nog niet over uit: misschien een vriend vragen om de officiële foto’s te maken en daarna alle gasten te vragen foto’s te maken met hun eigen telefoons en camera’s? Deze kunnen we dan (digitaal) verzamelen en dan hebben we ook een mooi overzicht van de dag. Overal wegwerpcamera’s neerleggen is een ook leuk idee, maar helemaal niet groen natuurlijk. Hier gaan we nog goed over nadenken, tips zijn in de tussentijd zeer gewenst!

Deze eerste budgetverdeling maakt het in elk geval een stuk inzichtelijker hoe ons budget verdeeld zou kunnen worden. Dat helpt mee bij het zoeken van mogelijkheden en het beoordelen of deze passen binnen ons budget én onze wens om groen te trouwen.