Tag: lokaal

Groen doeners: Lekkernassûh Den Haag

Groente van Lekkernassûh Den Haag

Snijbiet, heul veul sla, superverse tuinbonen, gele courgettes, schattige snackkomkommers, paprika’s, bietjes en bossen wortelen. Het is een greep uit de groenten die we de afgelopen weken konden ophalen bij Lekkernassûh in Den Haag. Dit lokaal voedselinitiatief is te vinden in De Gymzaal aan de Witte de Withstraat 127. Elke woensdag van 16 uur tot 19 uur kunnen abonnees hun pakket ophalen.

Ik had het al vaker voorbij zien komen op Facebook, want ik ben daar bevriend met Sytske en zij zit in het bestuur van Stichting Lokaal Voedsel Den Haag. Maar toen Gerbrand en ik allebei nog fulltime werkten, lukte het niet om elke woensdag voor 19 uur de groente op te halen. Nu ik als zzp’er vanuit huis werk, kan ik gemakkelijk tijd vrijmaken. En daar ben ik heel blij om, want Lekkernassûh is top! We krijgen nu elke week een pakket met biologische, onverpakte en lokale groente (en soms fruit). Verser kun je het bijna niet krijgen, tenzij je zelf een grote moestuin hebt. Je proeft duidelijk dat de groente de tijd krijgen om perfect op smaak te komen; ze hoeven namelijk niet eerst nog onrijp duizenden kilometers af te leggen. We eten door Lekkernassûh groente uit het seizoen en leren zo wat wanneer beschikbaar is. Dat zal straks in de winter wel even doorbijten worden, want dan zal het aanbod vast veel kolen bevatten, haha 🙂

Neem je eigen tas mee naar Lekkernassûh in Den Haag.

Lekkernassûh is een zelfstandige stichting die gefaciliteerd wordt door Stichting Lokaal Voedsel Den Haag en die zijn basis heeft in de Gymzaal. Op de woensdag, tijdens de Versmarkt, is daar meer te doen dan alleen je groente ophalen. Alhoewel dit ook al een feestje is, want je mag zelf je groentepakket samenstellen. Alles staat opgesteld in kratten op een rij lange tafels en bij elk product staat vermeld hoeveel je ervan mee mag nemen. Neem wel je eigen tas mee, want alles is onverpakt. Dat scheelt een hoop afval! Tijdens de Versmarkt is er ook de gelegenheid om aan te schuiven bij het diner, gekookt door de Volkskeuken. Voor 5 euro kun je vegetarisch eten en kletsen met mensen die ook houden van lekker lokaal eten. Verder wordt de Gymzaal op andere dagen en momenten gebruikt door verschillende toffe initiatieven, zoals Conscious Kitchen Den Haag en improvisatietheaterlessen.

De Versmarkt in de Gymzaal van Lekkernassûh.

Lekkernassûh draait op vrijwilligers die zich inzetten om lokaal voedsel beschikbaar te maken voor een grote groep mensen. Als je je abonneert op een groentepakket kun je ervoor kiezen om deze voor 12 euro af te halen. Wanneer je je echter minimaal vier uurtjes per twee maanden inzet voor de Versmarkt en Lekkernassûh, krijg je twee euro korting. Je betaalt dan elke week een tientje voor de groenten. En je krijgt daarvoor natuurlijk ook veel waardering, contact met leuke mensen en een kans om mee te helpen de markt draaiende te houden. Ik ben zelf ook vrijwilliger bij Lekkernassûh en vind dit een mooie en slimme manier om mensen op een laagdrempelige manier betrokken te maken bij hun voedsel. En het is gewoon hartstikke leuk om te helpen!

Woon je in Den Haag en lijkt zo’n pakket jou ook wel wat? Check dan zeker even de site van Lekkernassûh en geef je op. Je kunt je abonnement op elk gewenst moment op ‘pauze’ zetten wanneer je even geen groente kunt komen halen. Zie ik je een keer op de markt?

Groentje van de maand: Haagse Stadswijngaard

Het wiel zelf uitvinden qua groener leven is helemaal niet nodig: er zijn zoveel mensen bezig met mooie groene initiatieven! Heel inspirerend en ik leer graag van hen. Daarom vind je op groenemanieren.nl interviews met groen doeners én zet ik elke maand een persoon, organisatie of website in de spotlights onder de titel ‘Groentje van de maand’. Dit keer is dat de Haagse Stadswijngaard.

Wijn uit Den Haag?
Ja! We hebben hier in Den Haag onze eigen wijngaard. Ik was er al een paar keer langsgefietst zonder precies te weten wat ze nu doen op dat kleine stukje grond, naast de spoorlijn bij station Moerwijk. Ik dacht dat je daar ‘gewoon’ lokale wijn kon kopen, maar bij de Haagse Stadswijngaard kun je veel meer doen dan alleen een flesje Haagse wijn scoren. Je kunt namelijk zelf een stukje grond huren en zo je eigen druiven telen. En met je eigen druiven leren om je eigen wijn te maken. Daar hoef je dus helemaal niet voor naar Frankrijk!

Hoe werkt dat dan?
Je kunt je inschrijven voor je eigen lapje wijngrond en dan werk je een jaar lang mee om de druiven zo goed mogelijk te verzorgen. Snoeien, het aanbinden van de planten, het toppen van de ranken, het plaatsen van netten; voordat je goede smaakvolle druiven hebt moeten de handen uit de mouwen. Samen met andere enthousiastelingen ga je aan de slag. Op de website lees ik dat er ook een actieve appgroep is, zodat men elkaar op de hoogte kan houden van de werkzaamheden die er uitgevoerd moeten worden. En als er dan eenmaal druiven geoogst zijn, ga je aan de slag om flessen ‘Haagse Heerlijkheid’ te brouwen. Heb je al deze stappen succesvol doorlopen, onder begeleiding van een professionele Stadswijngaardenier, dan ontvang je ook nog eens een certificaat en mag je jezelf ‘Stadswijngaardenier’ noemen. En ik hoorde laatst van twee enthousiaste wijnstokbezitters dat je je nog kunt inschrijven voor een paar stokken!

Is er meer?
Natuurlijk hoef je je niet per se een jaar lang uit te sloven om te kunnen genieten van deze stadswijngaard. Ook als je alleen een flesje wijn wilt kopen, een wijnproeverij wilt meemaken of een rondleiding wilt volgen, ben je hier aan het goede adres. Ik heb de Haagse Heerlijkheid nog niet geproefd, maar hij gaat op het lijstje om eens te halen. Ik ben heel benieuwd hoe lekker wijn uit een Nederlandse stad kan zijn. Ons koude kikkerlandje heeft toch heel wat minder zonuren dan wat de druiven in Frankrijk te zien krijgen. Op de website lees ik dat de wijn nog ligt te rijpen, maar dat je bij de wijngaard al wel terecht kunt voor een flesje Haagse grappa. Met één mailtje kun je je bestelling doorgeven. En ik zag meer leuk nieuws: de wijngaard werkt samen met de Turkse gemeenschap die in de buurt van het lapje grond woont. Zij gebruiken de druivenbladeren voor hun gerechten en daarvan mochten de wijngaardeniers dan weer proeven. Win-win daar 🙂

Waar vind ik nog meer van zulke wijngaarden?
De Haagse stadswijngaard is niet de enige Nederlandse stadswijngaard. Ook in Amsterdam en Almere wordt wijn gemaakt. Deze wijngaarden werken met hetzelfde concept dat ook in Den Haag wordt gebruikt: met een groep mede-wijnliefhebbers met groene vingers aan de slag om zelf wijn te maken. En als het daar kan, dan zou het zelfs in je eigen achtertuin kunnen toch? Ik zie mogelijkheden voor wanneer we in ons tiny house wonen: tiny-house-wijn 🙂

Groen doeners: Urban Farmers Den Haag

Op het dak van een groot, grijs gebouw brandt zestien uur per dag licht, dat tot in de wijde omtrek te zien is. In de kassen bovenop kantoorgebouw De Schilde (een voormalige telefooncellenfabriek aan de rand van de Schilderswijk) groeien tomaten, paprika’s, aubergines, komkommers en sla. En onder deze kassen vol groen zwemmen ruim 18.000 vissen. Ik mocht een kijkje nemen bij Urban Farmers, met recht groen doeners te noemen. Met hen trap ik heel graag deze serie af!

De tomaatjes hebben het prima naar hun zin, bovenop het dak van De Schilde.

Den Haag heeft met Urban Farmers iets bijzonders binnen gehaald: het is de hoogste en grootste urban farm van Europa. De kassen staan op vierendertig meter hoogte en het vloeroppervlak is ruim 1000 vierkante meter. De mensen van Urban Farmers hebben een belangrijk doel: het terugbrengen van het aantal food miles. Nu legt voedsel gemiddeld tweeduizend kilometer af voor het op je bord ligt. Tweeduizend kilometer! Je spinazie bijvoorbeeld, die vindt zijn weg naar hier vanuit Spanje, die avocado reisde helemaal vanuit Midden-Amerika naar jouw saladebak en die heerlijk zoete dadels werden zorgvuldig ontpit in Egypte. Al dat vervoer van eten zorgt voor een negatieve impact op het milieu. Urban Farmers vindt dat voedsel zoveel mogelijk verbouwd zou moeten worden op de plek waar het gegeten wordt. Hoe dichterbij je je eten kunt halen, hoe verser het is. Het hoeft dan niet meer te vroeg geplukt te worden en na te rijpen in de vrachtwagen. Maar waar verbouw je verse groente en kweek je vis, wetende dat een groot deel van de wereldbevolking in steden leeft? Nou, in leegstaande gebouwen bijvoorbeeld!

Rijen en rijen groente, zo ver als je kijken kunt. Het is een indrukwekkend gezicht, wetende dat je op een dak middenin Den Haag staat.

De opa van Rem Koolhaas
In 2013 zat de gemeente Den Haag met het gebouw De Schilde in haar maag. Het was een stevig gebouw, erg duur om te slopen en bovendien nog ontworpen door de opa van Rem Koolhaas. Daar moesten ze iets mee. Maar wat? Ze besloten een prijsvraag uit te schrijven: degene met het beste idee voor stadslandbouw mocht zijn project daar uitvoeren. Urban Farmers (toen al actief in Zwitserland en Berlijn) had in die tijd contact met Nederlandse bedrijven en was op zoek naar een locatie. Toen ze van deze kans hoorden, dienden ze meteen hun al werkende concept in en wonnen ze de prijsvraag. Het duurde daarna nog drie jaar voor de eerste vissen het water in konden en de eerste plantjes in de kassen gezet werden. Want om de kassen op het dak te plaatsen en het gebouw geschikt te maken voor het gewicht van zoveel liter water was heel wat mankracht, rekenwerk en geld nodig. Het totale project heeft 2,7 miljoen euro gekost. Eind dit jaar hoopt Urban Farmers break-even te draaien.

Aquaponics
Urban Farmers kweekt haar vis en groente op basis van het aquaponicssysteem. Daarbij zorgen de vissen voor water en voeding voor de planten en de planten zorgen op hun beurt voor schoon water voor de vissen. Door op deze manier groente en vis te kweken bespaar je wel tot 90% op het watergebruik ten opzichte van traditionele landbouw. Dat is een hele hoop water! Het is wel een gevoelig systeem, dat veel aandacht nodig heeft: het kan nog geen halve dag alleen gelaten worden. Urban Farmers heeft daarom speciaal voor dit project drie specialisten (Louis, Paul en Gijs) aangenomen; zij zijn de eersten die op deze schaal met aquaponics werken. Met hun dagelijks werk schrijven zij dus eigenlijk de handleiding van het systeem. Alles wordt constant gemeten en gemonitord: met sensoren en door het bijhouden van alle handelingen en meetresultaten. Louis, Paul en Gijs noemen dit meet- en alarmsysteem ‘Lola’. Zij krijgen van Lola berichten op hun mobiele telefoon, ook ‘s nachts. Een veel gehoorde grap onder de jongens is dan ook: “Lola kept me up all night with her alarms.”

Op mijn charmantst bij de vissen. Uit de groene bakken komt automatisch het voer voor de vissen.

Alleen maar mannetjes
Gehuld in een witte overjas, met rode hoesjes om mijn schoenen en een blauw mutsje op mijn hoofd loop ik langs grote, hoge bakken vol met vissen. Ik krijg een rondleiding van Yarella Moendir. Ze vertelt vol enthousiasme over de vissen die ik in een grote bak zie zwemmen: het zijn roze Tilapiavissen, allemaal mannetjes. “In elke bak van vier tot zes kuub zwemmen vier- tot vijfhonderd vissen. Er is onderzoek gedaan naar het optimale aantal. Bij te veel ruimte gaan ze territoriaal gedrag vertonen, maar bij deze aantallen zwemmen ze relaxed in een grote school rond.” Maar hoe weten ze hier nou zo zeker dat het mannetjes zijn? De kweker die de vis levert, heeft daar een ‘trucje’ voor: op het moment dat het visseneitje uitkomt kan het visje in de eerste twee uur nog van geslacht veranderen. Het geslacht hangt namelijk samen met de watertemperatuur: bij 38 graden wordt het een mannetje. “Ze koken ze tot mannetjes,” grapt Yarella. Deze methode geeft geen 100% garantie, dus af en toe zwemt er in de tanks van Urban Farmers toch een vrouwtje rond. Leggen deze onverhoopt eitjes, dan worden de jonkies vaak opgegeten door de grote vissen. En de te kleine vrouwtjes worden er bij het graden (het meten van de vissen) wel uitgehaald; ze zijn namelijk een stuk kleiner. Zo kunnen te kleine visjes niet onverhoopt in het systeem verdwaald raken.

Als de vissen binnenkomen, wegen ze maar 0.5 tot 0.7 gram en na acht maanden wegen ze 850 gram. Dan zijn ze klaar om ‘geoogst’ te worden. Met z’n vijftigen tegelijk gaan ze in een bak waarin ze met een flinke stroomstoot meteen dood zijn. Dat gaat zo snel, dat de hersenen geen tijd hebben om een stresshormoon vrij te geven. En dat is weer beter voor de kwaliteit van de vissen. Urban Farmers levert tweehonderd tot tweehonderdvijftig vissen per week aan restaurants én consumenten.

Alles in dit systeem is geautomatiseerd: hoe vaak het water gefilterd wordt, wanneer de vissen eten krijgen, de hoeveelheid zuurstof die het water in gaat. “Er zit ook een noodsysteem op alle tanks, voor de zuurstofvoorziening. Mocht daarin iets misgaan, dan hebben we nog één uur de tijd om de vissen te redden.”

Yarella vertelt over de slaplantjes.

Groen dak
Tijd om de vissen weer met rust te laten en met de lift een verdieping hoger te gaan, op naar het dak. Rijen en rijen sla zie ik als de lift boven is, knalgroen en allemaal van gelijke grootte. “Dat komt doordat ze op een speciaal systeem groeien,” legt Yarella uit. Via een buis komt het water van de vissen omhoog en dat wordt via slangen langs de slakroppen gevoerd. Bij elke krop zit een klein gaatje en zo krijgt elke krop evenveel water. Al het water dat niet gebruikt wordt, loopt naar beneden en gaat terug naar het filtersysteem en de vissen. Zo wordt er geen druppel verspild. In de slakas worden zo’n vijf soorten sla gekweekt, goed voor een oogst van wel 1100 kroppen per week. Een slaplantje doet er zo’n vijf weken over om tot een grote krop uit te groeien.

Via deze slang krijgen de kroppen sla hun water.

Natuurlijk kun je in een aquaponicssysteem geen pesticiden of andere bestrijdingsmiddelen gebruiken. Dit zou de vissen ziek maken en het systeem onderuit halen. Daarom maakt Urban Farmers gebruik van beneficial insects: ze houden nauwlettend in de gaten welke insecten een gevaar vormen voor de groente en zetten daar een natuurlijke vijand tegenover. In de kassen waar de aubergines en tomaten groeien vliegen bijvoorbeeld hommels rond. En bij de sla doet de sluipwesp zich tegoed aan de bladluizen. We lopen langs de rijen met sla. “Proef maar hoor, deze kroppen zijn al geoogst, dus deze blaadjes kunnen we gewoon eten.” Smaakt heerlijk, zo’n blaadje daksla!

Ik denk dat deze klaar zijn om geoogst te worden!

Energie
Natuurlijk kost het kweken van groente in kassen energie. Urban Farmers probeert zo slim mogelijk om te gaan met haar materialen om niet te veel te hoeven stoken. Zo zijn de kasramen veertig millimeter dik, zodat de warmte goed binnen blijft. De lampen van 800 en 400 Watt die in de winter nodig zijn, stralen ook warmte af en door de vloer onder de planten wit te maken, weerkaatst het licht beter. Ook hangen de planten extra hoog, zodat het licht beter verspreid wordt en er minder lampen nodig zijn. “Tussen 17 uur ‘s middags en 01.00 uur ‘s nachts gaan de lampen uit. Dan kunnen de buurtbewoners lekker in slaap vallen en hopelijk worden ze daarna niet wakker van het licht dat weer aan gaat.”

Plannen
We lopen de kas weer uit en gaan terug naar de ‘kantoortuin’. Ik ben benieuwd naar de plannen van deze groen doeners. Yarella vertelt dat Urban Farmers is begonnen met een B2B-strategie: ze leveren aan restaurants in de omgeving. Sinds december 2016 is de groente en vis ook voor de consument beschikbaar: via de Dakmarkt die elke vrijdagmiddag is kunnen de lokaal gekweekte groenten en vis gekocht worden. Het doel voor dit jaar is meer bekendheid genereren voor wat Urban Farmers doet, zodat steeds meer mensen hun weg naar lokaal voedsel weten te vinden. Zo moet het eten op meer markten in en rond Den Haag te vinden zijn en willen ze nog meer restaurants voorzien van verse groente en vis. Vandaag liepen er al twee potentiële afnemers mee met de rondleiding: Raoul Farla & Torsten Heeres van een nieuw te openen restaurant op de Grote Markt. Hopelijk zetten zij gerechten op de kaart waarbij ze gebruik maken van de verse ingrediënten van Urban Farmers, want dan ga ik dat zeker eens proeven!

Wil je meer weten over Urban Farmers of zelf ook eens een kijkje nemen bij de vissen en de sla? Op urbanfarmers.nl vind je alle informatie én kun je een rondleiding boeken. Woon je in Den Haag of in de buurt? Kom dan zeker eens op vrijdag naar de Dakmarkt om zelf te kunnen proeven hoe vers lokaal geteeld eten is.