Tag: minimaliseren

Update The Minimalism Game, 496 spullen de deur uit: hoe gaat het?

The Minimalism Game

Het is vandaag 15 augustus en dat betekent dat er vandaag weer 15 spullen ontspuld moeten worden. Sinds 1 augustus doen Gerbrand en ik The Minimalism Game. Dat werkt heel simpel: op dag 1 doe je één item weg, op dag 2 twee, op dag 3 drie, enzovoort. Het ‘spel’ duurt oorspronkelijk dertig dagen en aan het eind van die dertig dagen ben je 465 spullen lichter. Wij besloten er nog een extra dag aan te plakken, omdat augustus 31 dagen heeft en ach, je moet het jezelf niet te makkelijk maken toch? Hier moeten dus 496 spullen het veld ruimen. We zijn nu ongeveer op de helft, tijd voor een update.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is nu al lastig! We hebben nu 105 items uitgezocht die de deur uit gaan. Een deel heb ik afgelopen zaterdag naar de kringloop gebracht, een aantal spullen gaan naar mijn zusje en sommige dingen zijn bij het afval beland. Vandaag moeten er vijftien spullen op de foto en naar de kringloop/weggeefhoek in onze ‘kledingkamer’ (= gewoon een kleine slaapkamer waar onze kledingkast en stellingkast staan). Als je de foto’s op mijn Instagramaccount gevolgd hebt, kun je zien dat we telkens het hele huis afzoeken naar items die weg kunnen. Zo kwam er elektronica voorbij, oude keukenspullen, een tafeltje, kantoorartikelen en spullen uit de badkamer. Sommige dingen gebruikten we zelfs nog dagelijks, zoals het witte lampje op dag 12. Maar omdat we die dag een tafeltje uit de slaapkamer verplaatst hebben naar de woonkamer en het lampje alleen daar paste, hebben we besloten deze weg te doen.

Ontspullen tijdens The Minimalism Game

Gerbrand en ik betwijfelen allebei of we de eindstreep wel gaan halen: redden we het überhaupt wel om nog 391 spullen weg te doen? Kunnen we nog zoveel missen? We moeten nu al zo zoeken! De grote spullen (meubels) kunnen we nu nog niet weg doen, want dan leven we echt in een kaal huis. Maar zit er nog wel genoeg in onze kasten om het spel vol te houden? Ondanks de twijfel heb ik het gevoel dat we zeker een eind gaan komen. Want ons huis is echt nog niet ‘leeg’. En alles wat er nu staat, past niet in het tiny house.

Er zijn een aantal plekken waar de teller nog wel hard op kan lopen. Zo hebben we nog een volle Billy boekenkast, kunnen we onze kledingkast nog eens extra kritisch doornemen en hebben we een kastje met allerlei elektronica en random administratiespullen. Je weet wel: zo’n van-alles-en-nog-wat-kastje waar een heleboel dingen terechtkomen om daarna nog maar sporadisch het daglicht te zien. Ook hebben we een boodschappentas vol boodschappentassen én een plastic box vol linnen tasjes. Daarvan kunnen we er best een aantal missen. Ik wilde ze eigenlijk bewaren met als reden: ‘handig bij de verhuizing naar het tiny house’, maar dat was weer dat hoarderstemmetje die graag vasthoudt aan dingen.

Nog even terug naar die kledingkast, dat vind ik toch wel een dingetje hoor. Ik heb al in verschillende ronden heel veel kleding weggedaan. Datgene wat ik nu heb, draag ik regelmatig, op een paar items voor speciale gelegenheden na. Toch is onze kledingkast té gevuld voor het tiny house en zal ik toch echt moeten minimaliseren qua kledingstukken. Dat betekent accepteren dat kleding die ik nog leuk en prima vind toch echt weg moet. Ik ga eerst maar eens tellen hoeveel stuks ik van bepaalde items heb, dat zal hopelijk al wat meer overzicht en motivatie geven. Dat hielp heel goed bij onze sokkencollectie, daarvan bleken we namelijk 68 paar te hebben! Helaas hebben we die al een tijd geleden ontspuld en tellen die niet meer mee voor het spel. Nog 16 dagen en 391 spullen te gaan…

496 spullen moeten deze maand het huis uit: gaat dat lukken?

Sinds we definitief besloten voor een tiny house te gaan, zijn we bezig met ontspullen. Want in een huis van zo’n 24 m2 kun je nu eenmaal niet zoveel kwijt. En wat je hebt, moet van waarde, nut of belang zijn. Minimaliseren tot de max dus. In een aantal grote opruimronden hebben we de keuken, de buffetkast, onze kledingkasten, boekenkasten én de schuur aangepakt. Tussen de echt grote acties door ontspulden we steeds enkele items die we tegenkwamen bij het dagelijkse opruimen. Zo is er al heel wat richting vrienden, familie, Marktplaats, Little Free Libraries en de kringloop gegaan.

Ons huis is op dit moment dus echt wel een stuk leger dan een jaar geleden. Waar ik in het begin niet veel verschil merkte, valt me nu de ruimte in onze kamers en kasten steeds meer op. We hebben zelfs al een aantal kasten weg kunnen doen: de kledingkast van Gerbrand bijvoorbeeld, een ladekast uit de schuur en een boekenkast uit de woonkamer. Ons motto was wel steeds: we willen niet een dik jaar in een ‘leeg’ huis leven. Dus staat de buffetkast er gewoon nog, waarin onze minimale hoeveelheid servies wel erg uitgespreid staat om de kast nog enigszins op te vullen. Er zijn nog steeds twee boekenkasten. Niet compleet gevuld meer, maar toch ook niet leeg. We hebben een stellingkast, een kledingkast, een ladenkast. Allemaal nog steeds gevuld met spullen. Teveel spullen (én meubels) om mee te nemen naar het tiny house. En teveel spullen om straks in één keer de deur uit te moeten doen. We zijn daarom een uitdaging aan gegaan, eentje die we een paar maanden geleden met heel veel gemak hadden kunnen uitvoeren: The Minimalism Game.

De regels van dit ‘spel’ zijn simpel: op dag 1 doe je één item weg, op dag 2 twee items, op dag 3 drie items, enzovoorts. Het spel duurt oorspronkelijk 30 dagen en na 30 dagen heb je dan dus 465 spullen je huis uitgewerkt. Klinkt veel? De meeste mensen komen met het uitzoeken van hun besteklade al richting een tiental spullen. En dan heb je de rest van het huis nog voor de boeg… Deze challenge is een goede stok achter de deur om kritisch te kijken naar wat je hebt en wat je echt nodig hebt. Doordat je hier dagelijks mee bezig bent, dwing je jezelf keuzes te maken. Ik heb al gemerkt dat mijn perspectief over wat ik ‘nodig’ heb steeds verandert naarmate ik meer spullen wegdoe. Items die ik eerst per se wilde bewaren, blijken een maand later zonder problemen op de kringloopstapel te belanden. Wat ‘nodig’ is, is dus onderhevig aan verandering. Dat zorgt er soms wel voor dat mijn kleine hoarderstemmetje zich ermee gaat bemoeien: “zou je dit niet toch bewaren? Straks dan, je weet maar nooit, het is handig om te hebben, echt, denk er nog even over na”. Meestal snoer ik dit stemmetje snel de mond en ontspul ik driftig verder. Heel soms belandt zo’n item op de twijfelstapel. Maar de ervaring leert dat het daar dan nooit meer vandaan komt en de spullen gewoon de deur uit gaan.

Gerbrand en ik pakken The Minimalism Game nog een tikje drastischer aan. We zijn op 1 augustus gestart en omdat augustus 31 dagen heeft, gaan we 31 dagen lang spullen wegdoen. Wij zullen dus niet eindigen met 465 ontspulde spullen, maar gaan 496 items de deur uitwerken. Ik vraag me af: hebben we nog wel 496 spullen om weg te doen? Na al dat minimaliseren, opruimen en ontspullen heb ik het idee dat we al heel veel weggedaan hebben. Toch is het huis nog niet leeg en zijn de kasten en laden zoals gezegd gevuld. We gaan er dus voor: 31 dagen lang zullen we dagelijks op Instagram laten zien wat ons huis gaat verlaten. Ik zal er zoveel mogelijk bij vermelden waarom we het ding hadden, waarom het weggaat én waar het naartoe gaat. We willen namelijk zo min mogelijk spullen weggooien (alleen als het vies of stuk is) en alles een goede, nieuwe bestemming geven. Dat kan door het te verkopen op Marktplaats, het weg te geven aan vrienden en familie (die bij sommige items in ons huis al hebben aangegeven dat ze dat wel graag willen hebben, als we dat weg doen :)), het naar de kringloop te brengen, het op een Facebook Weggeefhoekpagina te zetten of te schenken aan een goed doel. Alle spullen hebben namelijk energie en grondstoffen gekost en het zou zonde zijn om dat te verspillen. Het kan dus best zo zijn dat jij iets op Instagram ziet langskomen dat je graag zou willen hebben. Top! Stuur me dan vooral een berichtje, dan regelen we dat.

Dag 1 en 2 van The Minimalism Game.

Dag 1 en 2 zijn al achter de rug en zijn natuurlijk easy peasy. Op dag 1 is de Chromecast ontspuld, die is vrij nutteloos wanneer de tv al maanden de deur uit is. Deze gaan we verkopen op Marktplaats. Op dag 2 hebben twee fotolijstjes het veld geruimd. Ze zagen er leuk uit, maar bleven maar omvallen bij het minste of geringste, aargh! Mijn zusje vindt ze wel erg tof en wilde ze wel hebben. Die krijgen dus een plekje in haar interieur. Op mijn Instagramaccount vind je vanavond welke drie items er vandaag weg gaan.

Ga je ook mee doen of ben je al begonnen? Laat me dat vooral weten, want dan volg ik je graag. Ik ben altijd erg benieuwd hoe anderen het ontspullen ervaren. Wellicht kunnen we tips en motiverende woorden uitwisselen op de dagen dat er wel heel veel weg moet…Ik ben benieuwd of we de 496 items gaan redden, ik hou jullie op de hoogte!

‘Zo doe ik dat gewoon’: wanneer gewoon ineens niet meer zo logisch is

Waarom gewoonten niet altijd logisch zijn.

Mijn dagen zijn gevuld met allerlei handelingen die ik al jaren uit gewoonte doe. Dat ene kopje koffie bij het ontbijt, dagcrème op mijn gezicht smeren, de manier waarop ik mijn fietsslot onder mijn zadel bind, de plek waar ik mijn sleutels neergooi als ik thuiskom, hoe ik een paprika snij en de manier waarop ik mijn kussen opklop voor ik ga slapen. Om er maar een paar te noemen. Over de meeste handelingen hoef ik niet na te denken, die gaan automatisch. Gelukkig maar, want anders zou elke dag een stuk meer energie kosten. Veel routines zijn nuttig: ze zorgen ervoor dat je handige basishandelingen verricht zonder al te veel moeite. Maar niet elke gewoonte is even logisch, als je er over na gaat denken.

Ik ben al geruime tijd bewust bezig met het aanpassen van mijn levensstijl, op allerlei gebieden. En wanneer je verandert, dan word je je bewust van gewoonten die ineens zo gewoon niet meer zijn. De grootste verandering begon, heel cliché, rond mijn dertigste. Ik raakte in een dipje en ging aan de slag om me weer fijn in mijn vel te voelen. Ik ging meer bewegen en nam mijn voedingspatroon onder de loep. Wat je in je mond stopt, is voor een groot deel ook maar net wat je gewend bent. Ik was een vleeseter, want dat aten we thuis ook elke dag. Ik lette niet bewust op de ingrediënten, want ik at ‘gewoon’ wat er in de supermarkt aangeboden werd. Maar door me daarvan wél bewust te worden, veranderde ik stap voor stap wat ik at. Elke gewoonte die ik veranderde, leidde tot het veranderen van weer een andere gewoonte, het werd een logisch pad. Door mijn keuze om zo min mogelijk toegevoegd suiker te eten bijvoorbeeld, ging ik van brood als lunch naar salades vol groente en van vleeseter naar vegetariër.

Ik pakte niet alleen mijn lijf aan, ook mijn hoofd kon wel wat verandering en vooral rust gebruiken. Ik begon de spullen in mijn huis met andere ogen te bekijken. Al die volle kasten, al die dingen die stof stonden te verzamelen en alles wat ik nog steeds dacht nodig te hebben: het was een gewoonte om te kopen waar ik ‘behoefte’ aan had en het was dus ‘logisch’ dat ik ‘gewoon’ meer opbergruimte nodig had. Dat het ook anders kon, daar kwam ik na veel opruimronden achter. Ik had niet méér nodig, maar minder. Minder bezitten én minder aanschaffen, dat zorgt voor rust.

Over veranderen en gewoonten

Naast de Reus van Rotterdam, die 2.37 meter lang was. Ik voel me klein!

Elke gewoonte die ik veranderde, werd vervangen door een nieuwe gewoonte. Dat is niet gemakkelijk. Het kost namelijk energie om iets anders te doen dan je gewend bent. Je moet er over nadenken, het kost meer tijd, kortom: het kost moeite. Onze hersenen vinden dat niet zo gezellig, zij besteden het liefst zo min mogelijk energie aan een taak. En als het lastig wordt, haken ze al helemaal snel af. Allemaal energieverspilling, het moet efficiënter! Het liefst willen ze dat je weer teruggaat naar je oude gewoonte, de routine die al geprogrammeerd staat en die hen nauwelijks energie kost. Daarom is het zo lastig om gewoonten te doorbreken: het ongemakkelijke gevoel kan ervoor zorgen dat je toch maar weer doet wat je altijd al deed.

Om groener te leven bekijk ik mijn gewoonten opnieuw kritisch. Elke dag douchen, dat hoeft eigenlijk niet. Elke ochtend ontbijten met yoghurt én kwark kan ook best anders. Het gas uitzetten als de rijst al aan de kook gebracht is, mijn kleding niet zomaar meer ergens kopen: hoe meer stappen ik zet op het gebied van duurzaamheid en hoe meer ik erover lees, hoe meer ik me realiseer welke gewoonten helemaal niet zo logisch zijn.

Stap voor stap pak ik ze aan, op een manier die bij mij past. Natuurlijk, er zijn altijd mensen die groener zijn dan ik. Iedereen begint op een ander punt en elk pad is anders. Dat maakt mijn keuzes niet slechter of beter dan die van een ander. Ook is het lastig om niet te snel te willen: het liefst is morgen alles anders! Maar dat kan niet. Nieuwe gewoonten aanleren kost tijd én moeite. Bovendien zijn niet alle gewenste veranderingen nu al zichtbaar. Ik leer door het gewoon te doen 🙂

Wat ik van mode-meisjes kan leren

Ik ben nooit een fashionista of mode-meisje geweest. Natuurlijk vind ik het fijn om er leuk uit te zien en fijne kleren te dragen. Maar mijn kledingkeuze zit altijd erg aan de veilige kant, meer richting basic en comfortabel, dan volgens een bepaalde trend of in een bepaalde stijl. In de jaren dat ik veel gewicht verloor heb ik mijn kledingkast verschillende malen helemaal moeten vernieuwen en kon ik heel andere kleding aan. Ik kon winkelen bij andere en veel meer verschillende winkels: er ging een wereld voor me open. Nu ik al een dikke twee jaar op een stabiel gewicht zit, is ook de rust in mijn kledingkast teruggekeerd. Alhoewel…

In een tiny house van zo’n vierentwintig vierkante meter is geen plek voor een grote kledingkast. Dus moest mijn kledingverzameling nog een keer flink uitgezocht worden. Ik ben nu drie keer door mijn hele garderobe gegaan. In de eerste ronde (in deze video te zien) ging het grootste gedeelte de deur uit. Ik had nog veel kleding die ik amper of eigenlijk nooit droeg, kleding die versleten of verschoten was en kleding waarvan ik er best een aantal kon missen, omdat er dan nog genoeg overbleef. Een paar maanden later heb ik mijn kledingkast nog een keer kritisch onder de loep genomen en heb ik nog een bergje naar de kringloop en de kledingbak van het Leger des Heils kunnen brengen. Ik had inmiddels zoveel opgeruimd dat ik Gerbrands kleding ook in mijn kast kwijt kon en we nu dus nog maar één grote kast hebben.

Laatst deed ik nog een opruimrondje en ik merk dat het nu al echt lastig wordt om kleding weg te doen. Er zijn nu geen items meer die ik nooit draag of die niet goed passen. Alles wat ik nu nog heb, is prima kleding en zou ik zo kunnen dragen. Maar ik heb nog steeds te veel om in het tiny house te kunnen bewaren en ik denk dat ik echt wel met minder items toe zou kunnen. Mijn strategie voor deze ontspulronde is net iets anders dan bij de vorige keren. Bracht ik hiervoor de kleding meteen weg (weg is weg), nu sla ik het eerst op in een box. Mis ik een bepaald kledingstuk na een paar maanden? Dan kan het weer terug mijn kast in. Maar ik merk nu al dat wanneer je iets niet ziet, je het ook niet draagt en het niet mist. Zo probeer ik stap voor stap te komen tot een garderobe waarin ik genoeg keuze heb, maar die zo minimalistisch mogelijk is.

Maar veel minder kleding hebben, betekent ook dat ik creatief moet combineren om elke dag leuk voor de dag te kunnen komen. Enter de vlogs van fashionista’s/mode-meisjes, mijn favoriete tijdverdrijf als ik even in bed een video wil kijken of wanneer ik na een lange werkdag in de trein zit. Ook al komt mijn manier van naar kleding kijken en mijn koopgedrag totaal niet overeen met de manier waarop deze dames met kleding omgaan, toch kan ik veel van hen leren. Vooral op het gebied van kledingstukken combineren. Combinaties waarbij ik al snel denk: dat kan echt niet bij elkaar, dragen zij zonder gêne. En eigenlijk staat het dan nog leuk ook. Ik zal niet snel dragen wat deze meiden dragen, maar ze laten me wel zien dat ik best iets minder veilige combinaties kan maken. Ik probeer nu dus met een frisse blik naar mijn kleding te kijken en items te combineren die ik nooit eerder samen droeg. En tot nu ben ik niet ontevreden over mijn combinaties!

Ook Bea Johnson is een kei in het optimaal dragen van haar minimalistische garderobe. Met maar 15 items kan ze 50 verschillende combinaties maken. Ik vraag me dan wel af hoe ze dat doet wanneer het overgrote deel in de was ligt en hoe vaak ze wast… Ze heeft trouwens ook een heel handig wikkeljurkje dat op 22 verschillende manieren te dragen is. Daardoor ziet het er steeds weer anders uit. Zoiets zou ook ideaal in mijn tiny-house-proof kledingkast zijn. Maar dan moet er eerst een jurkje of twee uit. Ik bedacht me laatst nóg een manier om een nieuwe outfit te kunnen samenstellen, zónder iets nieuws te hoeven aan te schaffen: ik leende een blouse van Gerbrand en die stond me prima! We hebben vrijwel dezelfde maat, dus ik kan veel van zijn kleding aan. Ineens heb ik er een hele lading kleding bij 😉

De komende maanden blijf ik mijn kledingkast kritisch bekijken en zal er meer kleding weg gaan. Ook heb ik het plan om in principe geen nieuwe kleding aan te schaffen dit jaar. Als ik toch iets wil vervangen of nodig heb, dan probeer ik het tweedehands te kopen of te ruilen. Ik ben benieuwd hoe ver ik daarmee kom!

Ontspullen: maar vier vorken, messen en lepels?!

Ontspullen is hier al maanden de mantra. We hebben al bergen serviesgoed, opbergdozen, frutsels en andere overbodige spullen naar de kringloop gebracht, weggegeven aan vrienden of een goed doel of weggegooid omdat het stuk was. Er leek maar geen eind aan te komen; telkens verschenen er weer nieuwe dingen die we helemaal niet nodig bleken te hebben. Dus bleven we uitzoeken, ordenen, sorteren en ontspullen. Maar nu begint het toch langzamerhand leger en overzichtelijker te worden. Er zijn lege planken in kasten en ik weet nu precies wat we hebben en waar het ligt. Toch moet er voordat we tiny gaan wonen nog steeds véél weg. Maar als we zo ver zijn, gaat dat hopelijk met het grootste gemak.

Ik merk dat ik tijdens al dit minimaliseren en opruimen veel bezig ben met de vraag: wat hebben we nou écht nodig? Welke spullen zorgen ervoor dat wij comfortabel kunnen leven en wat is eigenlijk alleen overtollige ballast? Het antwoord op deze vraag verandert steeds. Ik merk dat wanneer je stap voor stap opruimt, de grenzen verschuiven. Spullen waarbij ik in het begin moeite had om ze los te laten, gaan nu zonder pardon het huis uit. Ik heb vooral afgerekend met de ‘maar wat als’- en ‘stel je voor dat’-spullen. Ik ben een kei in het bedenken dat ik iets wellicht ooit in de nabije of verre toekomst nodig zal hebben. En dan kan ik vast niet zonder. Maar de meeste spullen zijn de moeite van het bewaren helemaal niet waard. En hebben we iets per se nodig, dan kunnen we het altijd dan nog aanschaffen of lenen. Ik heb geleerd dat opruimen echt in stappen moet. Anders loop ik tegen veel te veel keuzemomenten aan en dat zorgt voor spanning. Maar door continu te evalueren of ik iets nog nodig heb en wat mijn gevoel erbij is, lukt het steeds beter om écht te ontspullen.

Een van de eerste ruimten die we aanpakten waren de keuken en de servieskast. We maakten daar zelfs twee video’s over voor op onze tiny-house-site. Het uitzoeken van ons servies en keukenspullen deden we wel rigoureus: we bedachten wat er in een tiny keuken zou passen en bekeken welke spullen we daadwerkelijk gebruikten. Er ging dus veel, heel veel weg. Tassen vol keukenspullen, heel veel bestek (van mezelf, mijn oma én Gerbrand, altijd handig: vijftien lepels…), keukenapparatuur dat alleen maar stof stond te vangen, allerlei bakspullen terwijl we amper iets bakken en heel veel glaswerk en servies. De kringloop was erg blij met ons.

We zijn nu een aantal maanden verder; hebben we iets gemist? Daar kan ik kort over zijn: nee. Het is juist een hele verademing dat we niet meer hoeven te graaien in een kast vol plastic opbergbakjes waar je nooit het juiste dekseltje bij kunt vinden, de pannen gemakkelijk in de kast passen en we in een oogopslag kunnen zien wat er in de bestekla ligt. We hebben van alles nu precies genoeg. Van de borden en het bestek hebben we zelfs nog maar vier stuks per item. Dus vier messen, vier vorken, vier lepels; goed, je snapt hem. Komen er meer dan twee mensen eten, dan moeten ze inderdaad hun eigen bestek en servies meenemen. Een soort ‘Bring Your Own’, maar dan met borden.

Nog een voordeel van weinig bestek en servies hebben: we moeten nu echt regelmatig afwassen. Er is geen mogelijkheid meer om gigantische bergen afwas te verzamelen voordat de schone vorken echt op zijn. Dus ook die vorken van oma waarmee we eigenlijk niet prettig aten, maar die we toch bewaarden. En de afwas is lekker snel klaar. Dat is wel zo fijn als je besloten hebt de vaatwasser niet meer te gebruiken om alvast te wennen aan een leven zonder.

We blijven de komende tijd ontspullen. Want in het tiny house zal de ruimte écht heel beperkt zijn en we willen er zo licht en ruimtelijk mogelijk wonen. Ook al wordt het nemen van beslissingen dat spullen weg kunnen stap voor stap makkelijker, er zijn dingen waarbij afscheid nemen wel lastiger is. En hoe minder we nog hebben, hoe vaker er zulke momenten zullen zijn. Maar we weten waarvoor we het doen: een overzichtelijk leven gericht op ervaringen in plaats van spullen en met een minimale impact op mens, milieu en dier. En blije mensen bij de kringloop, dat ook 😉