Tag: ontspullen

Ontspullen: meer dan alleen flink opruimen

Ontspullen en minimaliseren zijn hip. Je kunt geen krant of tijdschrift openslaan, geen website of blog lezen zonder drie keer te struikelen over opruimtips, minimalism challenges of before-and-after-foto’s na een flinke ontspulronde. In Facebookgroepen over minimaliseren worden foto’s gedeeld van huizen die ontdaan zijn van alle franje. Nergens is meer een frutsel of fotolijstje te bekennen. Waar de ene groep deze leegte bejubelt, wordt door anderen het nut van chaos en het verzamelen van spullen maar weer eens benadrukt. Want creatieve mensen zouden het niet zo goed doen in een ordelijke, opgeruimde omgeving. Die hebben een (lichte mate van) rommel om hen heen nodig, om out of the box te kunnen denken of inspirerende ingevingen te krijgen.

Het beeld is heel zwart-wit: of je leeft minimalistisch en je huis is leeg óf je bent een onverbeterlijke verzamelaar die zijn rolschaatsen van vroeger terugvindt achter een stapel Viva’s die nooit gelezen zijn en naast die lelijke lamp die je vijf jaar geleden kreeg van je schoonmoeder. Ik snap dat zulke artikelen beter gelezen worden dan genuanceerde verhalen waarin het allemaal wat minder goed samen te vatten is in ‘tien opruimtips’ of ‘twintig manieren om minimalistisch te leven’. Maar voor mij is ontspullen meer dan alleen goed opruimen en heel veel spullen wegdoen. Het is meer dan streven naar een leeg huis of zo min mogelijk spullen (want hoe tel je dan? Tellen sokken als twee items of als één paar? Hoort de oplader bij de telefoon of zijn het twee dingen? Ik tel dus gewoon niet…). Het is een manier van leven die op veel meer vlakken verandering brengt. Ja, het begint met uitzoeken, opruimen en spullen verkopen, weggeven en weggooien. Maar de rust die ontspullen je kan brengen, zal niet blijvend zijn wanneer na een paar maanden flink opruimen er niets aan je manier van omgaan met spullen veranderd is.

Inmiddels is onze huiskamer een stukje leger dan op deze foto. Maar nog steeds niet kaal en wit 😉

Een minimalistisch leven is voor mij een leven waarin alleen die spullen een plekje hebben die voor mij van nut of waarde zijn. Zonder die spullen zou ik niet comfortabel kunnen leven. En daar zit meteen ‘het probleem’ waardoor we nu overspoeld worden met artikelen die helemaal voor of juist helemaal tegen ontspullen zijn. Want wat zijn voor mij de spullen waar ik niet zonder kan? En welke spullen zijn dat voor jou? Dat zijn vast niet dezelfde spullen waarmee jouw moeder haar leven prettig zou inrichten. En ook haar buurman denkt er weer heel anders over. Het is een dooddoener, maar de ene minimalist is de andere niet. Waar de een dolgelukkig wordt van het feit dat al zijn bezittingen in één koffer passen, zal de ander toch echt niet zonder zijn uitgebreide visuitrusting kunnen. En dat is prima. Het gaat erom dat de spullen waarmee je je omringt, daar niet alleen zijn omdat ze er nou eenmaal zijn. Dat zijn dus geen spullen waarvan je al niet eens meer wist dat je ze had of waarvan je, zonder het te weten, meerdere exemplaren hebt. Je weet wel: die dingen die je bewaart ‘voor het geval dat’ en waarvan je eigenlijk best weet dat ‘het geval dat’ zich zeer waarschijnlijk niet snel zal voordoen. Dat zijn dus de spullen in die ene la die nog nauwelijks dichtgaat, omdat deze overstroomt met pennen, halflege rolletjes tape, elastiekjes, verbogen paperclips, paracetamol die over de datum is en een half rolletje pepermunt. Dat soort ruis is het waard om flink op te ruimen.

Maar het houdt daar zeker niet op. Het draait ook om wat je nog consumeert. Welke aankopen doe je en waarom? Het heeft natuurlijk geen enkele zin om alles je huis uit te gooien wanneer je de maand daarna weer vier vaasjes, een nieuwe koekenpan (met de nieuwste aanbaklaag, vást veel beter dan die koekenpan die je nu gebruikt!) en grappige kussensloopjes in een trendkleur koopt. Ik merk dat ontspullen en minimalistisch leven een groot effect hebben op mijn koopgedrag. Waar ik vroeger gemakkelijk hebbedingetjes en handige items mee naar huis sleepte, denk ik nu wel tien keer na voor ik iets koop. Want hoe lang heb ik er plezier van? Is het het geld waard? Heb ik het echt nodig of wil ik alleen kopen om het kopen? Want dat laatste deed ik achteraf gezien best vaak. Een aanbieding die je niet kunt weerstaan, een mooi vaasje dat zo leuk op de salontafel zou staan, een item dat ik ‘echt, echt’ nodig had maar dat vervolgens maanden ongebruikt op de plank lag. Impulsaankopen waren mij niet onbekend. Maar nu ik me bewust ben van de impact die dergelijke spullen op mij en mijn vrijheid hebben, is een middagje ‘shoppen om het shoppen’ niet meer aan mij besteed.

De waarde van ontspullen zit voor mij niet alleen in de leegte die het oplevert, maar juist ook in de vrijheid die het mij geeft. Minder spullen brengt rust in mijn woonomgeving, het geeft me rust omdat ik niet meer naar koopprikkels hoef te luisteren en het zorgt ervoor dat ik veel minder uitgeef en zo meer financiële vrijheid heb om dingen te doen die écht van waarde zijn: dingen ondernemen met mijn geliefde, mijn familie en vrienden.

Waarom wij in een tiny house gaan wonen

Het is sinds kort echt écht aan het worden: we werken samen met een architect om ons tiny house te laten ontwerpen en zijn ons al aan het oriënteren op aannemersbedrijven die het voor ons zouden kunnen gaan bouwen. Als alles goed gaat, beginnen we nog dit jaar met de bouw van ons mini-paleisje en kunnen we er hopelijk in de lente van 2018 in gaan wonen. Maar waarom willen we eigenlijk in zo’n klein huisje gaan wonen?

Ik ben al een aantal jaren bezig met ontspullen en opruimen. Dit werd in eerste instantie aangewakkerd door een flinke dip waar ik rond mijn dertigste in terechtkwam. Ik merkte dat het opruimen van overbodige spullen en (toen nog) rommel me hielp om meer rust in mijn hoofd te krijgen. Samen met een flinke verandering in mijn levensstijl (anders eten en meer bewegen) kwam ik uit de dip en voelde me lichamelijk en geestelijk weer fit. Ik ontmoette de liefde van mijn leven, ging samenwonen, verhuizen en maakte steeds bij elke stap korte metten met een hele hoop spullen. Doordat ik veel las over minimalistisch leven, zag ik ook vaak de prachtigste tiny houses voorbij komen. Mooie, houten huisjes met een efficiënte én Pinterestwaardige inrichting die er knus en rustgevend uitzagen. Ik ging me verdiepen in de filosofie achter tiny housing en deze bleek perfect aan te sluiten op de wensen die ik heb: een duurzamer en groener leven in een huis met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. Een gewoon huis kopen heeft me altijd al de kriebels bezorgd en dan niet de goede soort. Als ik al ooit een huis zou bezitten, dan zou dat een zo duurzaam en energiezuinig mogelijk stekje moeten zijn. Maar de kosten voor zo’n woning zijn schrikbarend en ik wil juist een vrijer leven: minder afhankelijk zijn van vaste lasten zodat er meer ruimte is om mijn leven in te richten zoals dat voor mij goed voelt.

Bij Marjolein in het klein op bezoek 🙂

Natuurlijk praatte ik hier veel met Gerbrand over en ook hij raakte enorm enthousiast over het idee om in een huisje van maximaal 24 vierkante meter te gaan leven. Vanaf dat moment zijn we samen aan de slag gegaan om deze droom werkelijkheid te laten worden. Omdat leven in een tiny house meer is dan alleen maar heel klein gaan wonen en we voor heel wat uitdagingen komen te staan, besloten we onze ervaringen bij te houden op een blog: www.vangrootnaarklein.nl. En waarom zouden we wachten met een groener leven totdat we in ons tiny house wonen? Ook in onze huidige woning kunnen we al duurzame stappen zetten. Bovendien valt er nog heel veel te ontspullen, voordat we met onze bezittingen en drie katten in het tiny house passen. En dat doen we liever in kleine stappen, zodat we kunnen wennen aan het loslaten.

Er zijn voor ons drie hoofdredenen om in een tiny house te gaan wonen: omdat we denken dat wonen en leven duurzamer kan, met respect voor mens, dier en milieu. Omdat we geloven dat het ook met minder kan: het brengt rust om minder spullen te willen kopen en bezitten. En omdat we graag financiële vrijheid willen hebben en het een optie is om dit te bereiken door de kosten voor ons levensonderhoud zo laag mogelijk te maken. Een tiny house bouw je voor een bedrag tussen de 35.000 en 50.000 euro. Dat is een bedrag dat je in een vrij korte periode (een aantal jaren) kunt afbetalen. Zo hebben we straks geen hoge hypotheeklasten of huurkosten meer. En door ons huis off grid te maken (stroom opwekken met zonnepanelen, regenwater opvangen om mee te douchen, geen aansluiting op de riolering, maar een composttoilet) zijn ook die vaste lasten weg. En zorgen we voor een kleine ecologische voetafdruk. Win-win dus!

En even met Marjolein op de foto natuurlijk. Nadat we in haar tiny house waren geweest, wisten we het nóg zekerder: dit willen wij ook!

Wonen in een tiny house is (nog) erg nieuw in Nederland en dat betekent dat we voor veel uitdagingen staan. Hoe krijgen we de financiering rond? Waar kan ons huisje staan? Lukt het ons om genoeg energie op te wekken om het vooral in de winter warm genoeg te hebben? Valt er genoeg regen om te kunnen douchen? Hoe gaan we de was doen als we straks geen wasmachine meer hebben? En dit is nog maar het puntje van de ijsberg… Maar we geloven dat het allemaal goed gaat komen als we het maar gewoon doen en de dingen die op ons pad komen één voor één aanpakken. Leven in een tiny house met alles wat daarbij komt kijken is onze droom en we werken er hard aan om deze binnen afzienbare tijd werkelijkheid te laten worden! Als je onze reis wilt volgen, ben je van harte welkom op www.vangrootnaarklein.nl En mocht je vragen hebben over deze onderneming, laat het gerust weten!

Ontspullen: maar vier vorken, messen en lepels?!

Ontspullen is hier al maanden de mantra. We hebben al bergen serviesgoed, opbergdozen, frutsels en andere overbodige spullen naar de kringloop gebracht, weggegeven aan vrienden of een goed doel of weggegooid omdat het stuk was. Er leek maar geen eind aan te komen; telkens verschenen er weer nieuwe dingen die we helemaal niet nodig bleken te hebben. Dus bleven we uitzoeken, ordenen, sorteren en ontspullen. Maar nu begint het toch langzamerhand leger en overzichtelijker te worden. Er zijn lege planken in kasten en ik weet nu precies wat we hebben en waar het ligt. Toch moet er voordat we tiny gaan wonen nog steeds véél weg. Maar als we zo ver zijn, gaat dat hopelijk met het grootste gemak.

Ik merk dat ik tijdens al dit minimaliseren en opruimen veel bezig ben met de vraag: wat hebben we nou écht nodig? Welke spullen zorgen ervoor dat wij comfortabel kunnen leven en wat is eigenlijk alleen overtollige ballast? Het antwoord op deze vraag verandert steeds. Ik merk dat wanneer je stap voor stap opruimt, de grenzen verschuiven. Spullen waarbij ik in het begin moeite had om ze los te laten, gaan nu zonder pardon het huis uit. Ik heb vooral afgerekend met de ‘maar wat als’- en ‘stel je voor dat’-spullen. Ik ben een kei in het bedenken dat ik iets wellicht ooit in de nabije of verre toekomst nodig zal hebben. En dan kan ik vast niet zonder. Maar de meeste spullen zijn de moeite van het bewaren helemaal niet waard. En hebben we iets per se nodig, dan kunnen we het altijd dan nog aanschaffen of lenen. Ik heb geleerd dat opruimen echt in stappen moet. Anders loop ik tegen veel te veel keuzemomenten aan en dat zorgt voor spanning. Maar door continu te evalueren of ik iets nog nodig heb en wat mijn gevoel erbij is, lukt het steeds beter om écht te ontspullen.

Een van de eerste ruimten die we aanpakten waren de keuken en de servieskast. We maakten daar zelfs twee video’s over voor op onze tiny-house-site. Het uitzoeken van ons servies en keukenspullen deden we wel rigoureus: we bedachten wat er in een tiny keuken zou passen en bekeken welke spullen we daadwerkelijk gebruikten. Er ging dus veel, heel veel weg. Tassen vol keukenspullen, heel veel bestek (van mezelf, mijn oma én Gerbrand, altijd handig: vijftien lepels…), keukenapparatuur dat alleen maar stof stond te vangen, allerlei bakspullen terwijl we amper iets bakken en heel veel glaswerk en servies. De kringloop was erg blij met ons.

We zijn nu een aantal maanden verder; hebben we iets gemist? Daar kan ik kort over zijn: nee. Het is juist een hele verademing dat we niet meer hoeven te graaien in een kast vol plastic opbergbakjes waar je nooit het juiste dekseltje bij kunt vinden, de pannen gemakkelijk in de kast passen en we in een oogopslag kunnen zien wat er in de bestekla ligt. We hebben van alles nu precies genoeg. Van de borden en het bestek hebben we zelfs nog maar vier stuks per item. Dus vier messen, vier vorken, vier lepels; goed, je snapt hem. Komen er meer dan twee mensen eten, dan moeten ze inderdaad hun eigen bestek en servies meenemen. Een soort ‘Bring Your Own’, maar dan met borden.

Nog een voordeel van weinig bestek en servies hebben: we moeten nu echt regelmatig afwassen. Er is geen mogelijkheid meer om gigantische bergen afwas te verzamelen voordat de schone vorken echt op zijn. Dus ook die vorken van oma waarmee we eigenlijk niet prettig aten, maar die we toch bewaarden. En de afwas is lekker snel klaar. Dat is wel zo fijn als je besloten hebt de vaatwasser niet meer te gebruiken om alvast te wennen aan een leven zonder.

We blijven de komende tijd ontspullen. Want in het tiny house zal de ruimte écht heel beperkt zijn en we willen er zo licht en ruimtelijk mogelijk wonen. Ook al wordt het nemen van beslissingen dat spullen weg kunnen stap voor stap makkelijker, er zijn dingen waarbij afscheid nemen wel lastiger is. En hoe minder we nog hebben, hoe vaker er zulke momenten zullen zijn. Maar we weten waarvoor we het doen: een overzichtelijk leven gericht op ervaringen in plaats van spullen en met een minimale impact op mens, milieu en dier. En blije mensen bij de kringloop, dat ook 😉