Tag: recyclen

Op naar een blauw leven!

Blauw leven, circulaire economie, leefregels van BlueCity Rotterdam

Blauw leven? Deze site heet toch Groene Manieren? We zijn bezig met het vergroenen van ons leven, toch? Ja, maar BlueCity in Rotterdam wil iedereen ook graag blauwer maken. De Blauwe Economie staat voor de circulaire economie: een economie waarin kringlopen gesloten zijn en het afval van de één, een grondstof voor de ander is. Er zijn al veel bedrijven bezig met circulair ondernemen, maar het onderwerp moet ook op de kaart van de consument gezet worden, vinden ze bij BlueCity. Daarom hebben zij de campagne ‘Bring Back Balance’ gelanceerd, om uit te leggen wat de circulaire economie nu precies is en hoe jij en ik daaraan kunnen bijdragen.

BlueCity is gevestigd in Tropicana in Rotterdam, het pand waar tot een paar jaar geleden een tropisch zwemparadijs zat. Nu is dit de plek waar zo’n dertig ondernemers zich bezighouden met circulair ondernemen. Zo maakt Fruitleather Rotterdam daar leer van fruit dat op de markt weggegooid wordt, maakt KEES mode en accessoires van oude fiets- en autobanden en transformeert OKKEHOUT afvalhout tot prachtige meubels. Ook RotterZwam is gevestigd in BlueCity. Helaas zijn de kelders waar zij zaten in mei getroffen door een brand en is een groot deel van hun inboedel verwoest door het roet. Met hulp van veel gulle donateurs, vrijwilligers en andere ondernemers zijn ze nu gelukkig weer bezig met het opbouwen van hun bedrijf. In deze aflevering van Pioniersplekken krijg je een mooi beeld van alle toffe dingen die er gebeuren in BlueCity.

Blauw leven in de circulaire economie, Earth Overshoot Day, BlueCity

De circulaire economie is voor een groot deel een zaak van producenten. Zij zullen zich actief moeten inzetten om hun kringlopen te sluiten en ervoor te zorgen dat hun productie niet alleen maar grondstoffen aan de aarde onttrekt, maar dat zij spullen leveren gemaakt van materiaal dat er al is en dat hernieuwbaar is. Helaas is nu nog steeds het tegenovergestelde waarheid: elk jaar worden er meer grondstoffen gebruikt dan de aarde ons kan geven in datzelfde jaar. Earth Overshoot Day brengt dit helder en confronterend in kaart. Zij berekenen elk jaar de datum waarop we door onze voorraad grondstoffen heen zijn. In 1970 was dat precies op 31 december, in 2000 op 1 november en dit jaar valt Earth Overshoot Day al op 2 augustus… Als we zo doorgaan, hebben we in 2030 twee aardes nodig om ons te voorzien van genoeg grondstoffen. En dat is natuurlijk geen optie.

Vijf leefregels voor een blauw leven, van BlueCity Rotterdam

Het is leuk en aardig om af te wachten tot de producenten hun productieproces circulair gaan inrichten, ondertussen kunnen wij als consument ook ons steentje bijdragen. Wat jij en ik kopen, laat zien wat wij belangrijk vinden. En daar zijn producenten gevoelig voor. BlueCity wil het je gemakkelijk maken om je gewoonten te verblauwen en helpt je de komende tijd op weg met Praktische Blauwe Leefregels. Dat zijn: 1. Gebruik alles, 2. Eet voornamelijk planten, 3. Vervang iets door niets, 4. Bevraag alles en 5. Benut wat lokaal voorhanden is. Per leefregel geven ze je tips en praktische ideeën zodat je zelf kunt meebouwen aan een blauwe circulaire economie. Hier vind je de tip voor leefregel 1: Gebruik alles, een recept voor #weggooigroentesoep. En nee, dat betekent niet dat je de soep weggooit 😉 Ik ben benieuwd naar de volgende tips, op naar een blauwgroen leven!

Groentje van de maand: Opgemärkt – Het Plasticdieet

Plasticdieet, Plastic Free July

Zamel jij je plastic afval apart in? En hoeveel plastic heb jij dan in een week? Wij zitten nu op ongeveer tweederde vuilniszak per week. En dat vind ik nog steeds schrikbarend veel! Ondanks dat wij ons best doen om het plastic afval te verminderen, komt er nog steeds veel ons huis binnen. Dat kan beter! En dat vindt het Groentje van de maand ook.

“Een vereniging voor ongedwongen duurzaamheid met een Scandinavisch tintje”, zo omschrijft Opgemärkt zichzelf mooi op hun website. En waar moet je dan aan denken? De mensen van Opgemärkt promoten duurzame innovatie. Dat doen zij door een community te zijn voor mensen met creatieve ideeën, door hen een podium te bieden en door een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemden te zijn. Daarnaast organiseert Opgemärkt zelf toffe events en activiteiten om duurzaam leven te promoten. Zo was ik een tijdje terug bij de lezing van zerowastegoeroe Bea Johnson, die mede door Opgemärkt naar Nederland was gehaald.

Opgemärkt moest deze maand wel het groentje van de maand zijn. Zij organiseren namelijk het Plasticdieet, een supertoffe challenge geïnspireerd op Plastic Free July. Plastic Free July is een van oorsprong Australisch initiatief waar inmiddels wereldwijd meer dan een miljoen mensen aan meedoen. Als je je aanmeldt op de website van het Plasticdieet, krijg je wekelijks een worksheet met tips, inspiratie en uitdagingen in je mailbox, zodat je aan de slag kunt om je plastic afvalberg drastisch te verminderen. Ik heb al eerder proef mogen draaien met deze worksheets en er staan hele handige tips en weetjes in. Hierdoor word je je een stuk bewuster van al het plastic om je heen én krijg je meteen handvatten aangereikt om er wat aan te doen.

Plasticdieet, Plastic Free July

De Australische minister van milieu doet ook mee 🙂

Het Plasticdieet heeft ook een Facebookgroep waar je met medeplasticlijners kunt praten over jouw uitdagingen én overwinningen. Misschien heb jij in jouw zoektocht naar een bepaald product een hele fijne verpakkingsvrije hotspot ontdekt? Of heb je een tip die andere deelnemers kan helpen? Deel alles en meer met de groep of gooi het op Twitter of Instagram met de hashtag #plasticdieet. Zo laat je niet alleen zien dat jij goed bezig bent (en natuurlijk niet alleen in juli ;)), maar inspireer je misschien ook weer anderen om van hun plastic gewoonten af te komen.

Waarom al dat plastic zo slecht voor het milieu is? Nou, plastic vergaat bijvoorbeeld niet, maar wordt alleen maar kleiner. De vervuiling door plastic is dus permanent en de minuscule deeltjes dringen zelfs door tot in onze voeding en komen dus ook in onze lichamen terecht. We kunnen het recyclen, hoor ik je denken? Dat is helaas ook niet de oplossing, want het meeste plastic wordt gedowncycled. Er worden dus producten van gemaakt die nog maar eenmalig gebruikt kunnen worden of het eindigt alsnog op de vuilstort. Ook blijkt veel van het plastic dat ingezameld wordt vervuild te zijn, zodat het voor recyclebedrijven lastig en kostbaar qua geld én energie is om er nieuwe producten van te maken. Verder zitten onze oceanen en zeeën al vol plastic en dat wordt de komende jaren helaas alleen nog maar meer. Wetenschappers zeggen dat er in 2050 meer ton plastic in het water drijft dan er vis in zit 🙁 En last, but not least: het produceren van plastic afval verbruikt veel fossiele brandstoffen en draagt zo bij aan de CO2-uitstoot.

Waarom zouden we producten die we maar een paar minuten gebruiken (een rietje, de deksel van een koffiebeker, een waterflesje, een plastic zakje) maken van een materiaal dat voor eeuwig blijft bestaan en dat zoveel ellende oplevert? Voor veel dingen zijn prima alternatieven te vinden. Weet jij niet waar je moet beginnen, maar wil je wel van die plastic berg af? Doe dan mee met het Plasticdieet, vanaf zaterdag 1 juli kun je aan de bak. Succes!

Hoe kom ik van mijn spullen af?!

We hebben een hoek in een van de twee slaapkamers waar alle spullen die een nieuw thuis zoeken zich tijdelijk verzamelen. Ontspullen gaat namelijk in kleine stappen: wat eerst nog zeker niet weg mocht, kan een aantal weken later zonder pardon bij de groeiende stapel ‘overbodige’ spullen. Hoe concreter het ontwerp van ons tiny house wordt (we zagen deze week het eerste echte concept van onze architect, woei!!), hoe makkelijker we keuzes kunnen maken. Dit blijft, dat niet. Maar dan. Dan liggen die spullen daar in die hoek. Hoe komen we er vanaf?

Weggooien doen we niet. Tenzij iets echt stuk is en niet meer te upcyclen is, door ons of iemand anders. Daarvan hebben we nu niet meer zoveel, de meeste dingen die we in deze fase (na maanden ontspullen) wegdoen zijn nog prima te gebruiken. Er staan nu bijvoorbeeld een wasmand, een paar plastic opbergbakken, kleding, kledinghangers, een toilettas, een stapel handdoeken, schoenen (slechts een paar keer gedragen, het zijn ‘zitschoenen’), wat serviesgoed en een koffiezetapparaat (in een off-grit leven zet je koffie met de hand). Voor al deze spullen is een goede plek te verzinnen, ik geef je graag een overzicht waar wij onze spullen laten.

Familie en vrienden
Ze zijn het inmiddels gewend: de appjes met foto’s van spullen waarvan ik denk dat een bepaald familielid of die ene vriendin er wel interesse in heeft. Of dat er weer wat uit mijn tas komt wanneer ik op bezoek kom. Veel van mijn kleding is bijvoorbeeld naar mijn zusje gegaan. Alsof die niet al genoeg in haar kast heeft hangen 😉 Boeken zijn perfect om als extra cadeautje mee te nemen en met verzorgingsproducten maak ik bijvoorbeeld mijn moeder graag blij. Het voelt soms wel een beetje dubbel om hen met deze spullen ‘op te zadelen’, zodat wij het in elk geval kwijt zijn. Maar de meeste spullen worden dankbaar in ontvangst genomen. En mocht het bij diegene niet op de goede plek zijn; ik zeg er altijd bij dat het doorgegeven kan worden.

Kringloop
Tassen vol spullen hebben we er al heen gesleept: de kringloop is steeds blij als ze ons zien. Er zit een kringloopwinkel van Schroeder redelijk dichtbij ons huis en we kunnen erheen lopen, fietsen óf met de tram. Handig, want we hebben geen auto en mochten we eens iets groots moeten afleveren, dan kan dat met de tram. Het is al eens gebeurd dat een aantal van onze pannen al bijna verkocht was terwijl wij nog onze tassen aan het uitladen waren. Tof om te zien dat onze spullen andere mensen weer blij kunnen maken! Met de kringloopwinkels geeft Schroder niet alleen spullen aan een tweede kans, maar ook mensen. Ze zorgen voor werkgelegenheid, leiden mensen op zodat ze zich kunnen ontwikkelen, willen duurzaamheid bevorderen én zetten zich in om armoede te bestrijden. Een betere plek voor onze spullen kan ik niet bedenken.

We kunnen het meestal niet laten om zelf nog even in de winkel te snuffelen, ook al hebben we eigenlijk helemaal niets nodig. Maar ja, je weet maar nooit wat voor handigs je tegenkomt, toch? Gelukkig verlaten we de winkel meestal met lege tassen, verstandig als we zijn 😉

Weggeefhoek Facebook
Een deel van onze spullen hebben we weggegeven via de Weggeefhoek 070. Dat is een wereldje op zich hoor! Het is belangrijk om je goed aan de regels van de groep te houden, want anders wordt je advertentie zonder pardon verwijderd. Je moet bij het plaatsen duidelijk aangeven hoe je het item weg wilt geven. Ga je kiezen uit alle mensen die reageren? Of geef je het aan de eerste die reageert? Omdat ik het heel lastig zou vinden om iemand te kiezen (ik gun het iedereen!), zet ik er altijd bij dat de eerste die reageert het ding mag ophalen. Dan is het gewoon een kwestie van geluk hebben. Wanneer je iets plaatst, heb je binnen een paar minuten een reactie. Bij alle spullen die we via de weggeefhoek hebben weggegeven (onder andere twee eetkamerstoelen, vazen, een kledingkast en een oude fiets met een lekke band), ging het eigenlijk van een leien dakje. Het schijnt nogal vaak mis te gaan: mensen die niet op komen dagen of niet meer reageren, maar dat heb ik gelukkig met de Weggeefhoek niet gehad. Er kwamen alle keren heel lieve en dankbare mensen aan de deur die duidelijk lieten merken erg blij te zijn met datgene dat wij weggaven. En daarvan werden wij dan weer blij. Nog een voordeel: omdat het gratis is, hebben de mensen die het komen halen er zeker wat voor over om het item mee te nemen. Zo hoefde de kledingkast niet uit elkaar en werd de fiets met lekke band zonder gemopper meegenomen. Handig!

Marktplaats
Er zijn altijd een paar spullen die nog wel wat geld waard zijn. Die verkopen we uiteraard via Marktplaats. Mijn oude iPhone heeft zo al een nieuwe eigenaar gevonden, er is een beeldscherm verkocht, een geluidssysteem en een internetradio. Toch mooi meegenomen dat ze nog wat opleveren. Maar ondanks dat het wat geld oplevert, ben ik niet zo’n fan van Marktplaats. Het kost vaak behoorlijk wat tijd om de spullen daadwerkelijk kwijt te raken. Eerst een tijdje de biedingen in de gaten houden, vervolgens contact zoeken met de hoogste bieder, wachten op reactie, een afspraak maken over hoe het product geleverd moet worden, een afhaalafspraak maken en daarna hopen dat de bieder daadwerkelijk komt. Zo niet, dan begint het weer van voren af aan: contact opnemen met een andere bieder, checken of die nog interesse heeft, soms nog wat extra onderhandelen, weer een afspraak maken, wachten, mailen, appen. Met een beetje doorzettingsvermogen raak je uiteindelijk alles wel kwijt, maar daarvoor heb je soms wat geduld nodig. Spullen op Marktplaats zetten doe ik dan ook alleen als ik daar tijd voor heb.

Jouw Marktkraam
In Den Haag zit helaas geen vestiging, maar ik ken deze optie door Iris van Ikbenirisniet.nl. Zij heeft een kraampje bij Jouwmarktkraam.nl en verkoopt op deze manier haar spullen. Je betaalt alleen huur voor de kraam, verder gaat alle opbrengst van de verkoop naar jou. Als je een grote hoeveelheid spullen van waarde hebt, dan kan dit een fijne manier van verkopen zijn. Je hoeft er zelf niet bij te zijn, alle administratie wordt afgehandeld door de winkel en je ligt op een plek waar ook andere aanbieders hun spullen verkopen. Dit zorgt voor een goede toestroom van mogelijke klanten en de kans dat je wat verkoopt is daardoor een stuk groter, lijkt mij. En het voelt een beetje als je eigen kleine winkeltje, kan ik me voorstellen. Iris doet altijd erg haar best op haar kraam en ik denk dat dat heel slim is. Presentatie is alles!

Dierenasiel/kledingbak/opticien/goede doelen
Voor een aantal spullen doen we extra ons best om een goed plekje te vinden. De stapel handdoeken en dekbedovertrekken gaat bijvoorbeeld naar het dierenasiel. Die zijn altijd erg blij daarmee en ik zie helemaal voor me hoe een pas opgevangen hond zich nestelt in een van onze oude badhanddoeken.

Kleding die mijn zusje of iemand anders niet wil hebben, gaat in de kledingbak van het Leger des Heils. Vanuit daar gaat het naar verschillende plekken: zo hebben we in Den Haag de Reshare Store, waar nog prima kleding voor een klein prijsje verkocht wordt. Met de opbrengst ondersteunt het Leger des Heils haar projecten. Een deel van de kleding wordt apart gehouden om uit te delen in het geval van noodsituaties of rampen. En kleding die te vies of kapot is, gaat naar textielsorteerbedrijven waar er weer nieuwe garen van gemaakt wordt. Zo weet ik zeker dat mijn kleding een goede bestemming krijgt.

Een aantal maanden geleden kocht ik een nieuwe bril. Helemaal in de ontspulmodus vroeg ik me af wat ik nu moest doen met mijn oude bril. Even googlen leerde mij dat je deze bij verschillende opticiens in kan leveren, zodat de brillen mensen in ontwikkelingslanden weer beter kunnen laten zien. Nu zitten er op mijn glazen wel heel veel krassen, dus ik weet niet goed of ze die van mij willen hebben. Ik ga het checken.

Het vergt soms wat moeite én tijd om alle spullen kwijt te raken op een manier die goed voelt. Gelukkig hebben we ruim de tijd genomen om te ontspullen en kunnen we voor alles een goede plek zoeken.

Afvalvrij leven: mini-stapjes vooruit

Ik had zo leuk bedacht dat ik wel elke twee weken een update kon schrijven over hoe wij steeds meer afvalvrij zouden gaan leven. Zo moeilijk kon het toch niet zijn? Er waren vast duizend-en-een manieren om onze dagelijkse boodschappen op een gemakkelijke manier te vervangen door afvalvrije alternatieven. Nu zou ik eigenlijk weer een positieve, we-zijn-een stap-verder-update willen geven, maar helaas. De afvalberg blijft hier onverminderd groot.

Jumbo, zeg nou zelf, dit is toch onnodig?

Toch is het niet allemaal kommer en kwel op zero-waste-gebied. Een groot deel van onze boodschappen (en dat zijn dan voornamelijk groente en fruit) halen we bij de Lidl en laat deze supermarkt nou een stuk beter uit de bus komen qua verpakkingsvrij shoppen dan de Jumbo, waar we de rest halen. Bij de Lidl kunnen we veel van onze groente en fruit plasticvrij kopen, terwijl bij de Jumbo de paprika’s zelfs per stuk verpakt zijn. Ik maak niet altijd vrienden bij de kassa als ik weer eens acht losse rode paprika’s op de lopende band heb gelegd, maar met wat gejongleer boven de weegschaal krijgt het kassameisje het uiteindelijk allemaal prima gewogen. Bij de Lidl hebben ze ook noten die je in een eigen zakje kunt doen. De vorige keer deed ik nog een vreugdedansje door de winkel, omdat ik precies (précies) 400 gram had afgewogen. Met een goed gemikt tikje voor het laatste beetje om dat aantal te halen. Hoppa! Ik vond het net zo leuk als bij het tanken een rond bedrag of aantal liters te hebben. En nu we geen auto meer hebben, moet ik deze overwinningen toch op andere gebieden behalen.

Ook hebben we laatst gedroogde bonen en kikkererwten geweekt en gekookt, zodat we deze door onze salade en avondeten konden gooien. Het kost vooral wachttijd, veel werk is het niet, maar na deze ene keer is het nog niet weer gebeurd… Het is geen luiheid, het is meer dat het nog een gewoonte moet worden. Ik moet eraan wennen om op tijd bonen en kikkererwten in een bak met water te gooien zodat het klaar is wanneer we het nodig hebben. En in de praktijk komt het er dus nog op neer dat ik het vergeet, waardoor we toch weer een blikje halen. Goed, opstartproblemen noemen we dit dan maar.

Bij de Albert Heijn gaat er gelukkig ook al heel wat goed qua verpakkingsvrije groente 🙂

Wat bij veel mensen nog de meeste verbazing opwekt is dat wij onze hummus niet zelf maken. Ook deze week staat er weer een bakje van Maza in de koelkast. De naturelvariant, die vind ik het allerlekkerst. Veel lekkerder ook dan die van Sabra, bijvoorbeeld. En ja, ik heb heus weleens zelf hummus gemaakt, ik heb zelfs nog tahin in huis, maar mijn mengsels komen niet in de buurt van de smaak van die van Maza. Nu las ik dat dat waarschijnlijk komt door de hoeveelheid olie die Maza door de hummus gooit… Mmm, een extra reden om het zelf te maken. Heb jij een recept dat mij mijn favoriete hummus wel doet vergeten? Dan hoor ik het graag. Het zou ons veel plastic bakjes per maand schelen! De hot ’n spicy falafel van Maza is trouwens ook zo’n aanrader. Wederom iets in een plastic bakje dat we gemakkelijk zelf zouden kunnen maken. Misschien kan ik met de ingrediënten op de verpakking wel een variant maken die dezelfde smaak heeft. Het is een experimentje waard.

Afvalvrij reizen gaat al prima!

We doen dus heus wel ons best, om vooral ons plastic afval te verminderen. We letten veel beter op de verpakkingen wanneer we boodschappen doen en proberen een variant te kiezen dat minder tot geen afval oplevert. Het grootste ‘probleem’ is dat ik te snel wil veranderen. Ik zou het liefst zien dat die vuilniszak aan plastic afval per week ineens verdwenen is en dat wij als twee blije eitjes met onze zelfgemaakte hummus met zelfgeweekte kikkererwten op een zelfgebakken crackertje op de bank zitten. Maar veranderingen kosten moeite en alleen door kleine stappen te maken zullen de veranderingen ook blijvend zijn. De intentie is er, de eerste kleine stappen zijn gemaakt, nu is het een kwestie van doorgaan. Ik denk dat ik vanavond maar even wat bonen in de week zet…

Afvalvrij leven: zo makkelijk is het niet

Helemaal geïnspireerd kwamen we terug van de lezing door zero waste goeroe Bea Johnson. Zij heeft slechts een klein potje restafval per jaar, met een gezin van vier personen. Daar zitten wij met z’n tweetjes wel erg ver vanaf… Hoe gaat het met ons voornemen om minder afval te produceren?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen, niet zo goed. Tenminste, niet zo goed als ik zou willen. De hoeveelheid plastic is nog steeds een zak per week en ook de papierbak en glasbak zitten snel vol. Het enige dat echt aanzienlijk minder is geworden, is de hoeveelheid restafval. Dat is nu zo weinig dat we gewoon vergeten de zak weg te brengen. Met als gevolg dat er afgelopen zaterdag een groot grijs schimmelmonster in de prullenbak zat. Ieh! Daar hebben we korte metten mee gemaakt én we hebben meteen de grote bak vervangen door een mini-exemplaar. De grote bak doet nu dienst als plastic bak, wat weer stukken handiger is dan de wasmand die we eerst gebruikten. Die gaat naar de kringloop. Zo schuift alles weer mooi door. Maar ja, minder afval is er dus nog niet. Hoe kan dat?

Ik kan een hele rits aan ‘smoezen’ bedenken. We hebben (maken?) te weinig tijd om alternatieve winkels te zoeken waar we makkelijker verpakkingsvrij kunnen winkelen of om naar de markt te gaan. We vergeten veel te vaak onze eigen katoenen zakjes mee te nemen (hoe krijgen we dat in ons systeem?). En een maand was te kort om nóg een verandering in ons eetpatroon door te voeren, met het oog op eten met minder verpakkingsmateriaal. En toch zijn dit wel de hoofdredenen waarom het deze maand nog niet echt van de grond is gekomen met meer afvalvrij leven. Oké, ik zal niet te streng zijn voor mezelf (ook al ben ik daar een meester in); er zijn ook dingen die we al wél goed doen. We nemen onderweg altijd onze eigen waterflessen mee bijvoorbeeld, gooien onze lunch in een eigen trommel en paprika’s halen we altijd los bij de Lidl (en daar eten we er vijf tot zes per week van!). Bij de Lidl kunnen we nu ook nootjes tappen en alle koppen thee zetten we met losse thee en een rvs-zeefje. En tot onze verrassing blijkt onze favoriete kokosrasp (die van de EkoPlaza) in biologisch afbreekbare zakken te zitten. Win-win voor deze kokosverslaafde 🙂

Maar ja…die kwarkbakjes hè, elke ochtend maken we er eentje leeg. We willen eigenlijk alleen maar biologische zuivel eten en die is er alleen in bakjes van 500 gram. We hebben een tijdje een poging gedaan om plantaardig te ontbijten, met havermout en amandelmelk. Maar dat was geen succes in huize Oosterloo-Van der Weg. Ook hummus gaat er hier nog in grote hoeveelheden doorheen en dat levert om de paar dagen een leeg bakje op. Elke dag een salade voor de lunch mét peulvruchten, zoals linzen en bonen, levert een stapel blikjes op. Alhoewel we daarbij wel steeds vaker kiezen voor glas en dat bewaren voor andere doeleinden.

Het afvalstation. Het kleine prullenbakje is restafval, zijn grote broer verzamelt het plastic. Daarnaast compost, glas en papier.

Zie je, daar ga ik weer met wat er allemaal niet “goed” gaat. Feit is: we kiezen nog steeds sneller voor gemak dan voor afvalvrij. Want een deel van deze zaken kunnen we best vervangen door alternatieven met veel minder verpakkingen. De hummus is heel eenvoudig zelf te maken. En als we grote zakken gedroogde peulvruchten kopen, kunnen we deze zelf weken en koken. Scheelt een hoop blikjes en potten! En zelfs de kwark en de yoghurt kunnen we vervangen door een beter alternatief; zo’n vijftien kilometer verderop zit een biologische boer waar we het in glazen potten en flessen met statiegeld kunnen halen. We hebben geen auto, dus zouden we er op de fiets of met het OV naartoe moeten. Maar ja, de tijd hè… Ik weet het, het is een kwestie van prioriteiten stellen, maar op dit moment zitten de dagen zo vol, dat gemak het wint van verpakkingsvrije alternatieven zoeken. Helaas…

Maar hee, nieuwe ronde, nieuwe kansen! We gaan gewoon door met het zetten van kleine stappen op weg naar een meer afvalvrij leven. Natuurlijk zou het fijn zijn als je in je vingers kon knippen en al je gewoonten op magische wijze veranderden in groene manieren. Helaas werkt het niet zo en blijft het een leerproces. Dingen uitproberen, alternatieven zoeken, kijken wat bij ons past en dat dan lang genoeg doen zodat het een gewoonte wordt. Dat we uiteindelijk minder afval zullen produceren staat vast, want daar gaan we voor. Nu nog de ‘juiste’ route uitstippelen…Tips zijn zeer welkom!

Groen doeners: een schoon Den Haag met het 100-100-100-project

Oh oh Den Haag! Den Haag wil niet alleen die mooie stad achter de duinen zijn, maar ook graag die schone en duurzame stad. In samenwerking met stichting Duurzaam Den Haag werken ze daar hard aan. Ik sprak Charlotte Bos, Communicatie en Projectleider bij deze stichting, over een recent project, gericht op een afvalvrij leven.

In Den Haag produceren de 500.000 bewoners elke dag ongeveer 600 ton afval. Dat is ruim 1 kilo per persoon en er zijn maar liefst 75 vuilniswagens nodig om dat te vervoeren. Geen wonder dat de gemeente deze hoeveelheid graag wil verminderen, want al dat afval moet ingezameld, afgevoerd en op een verantwoorde wijze verwerkt worden om de stad schoon te houden. Dat kost geld én energie. Met het 100-100-100-project, dat inmiddels in 100 gemeenten is uitgevoerd, kan een gemeente aan de slag om bewoners te stimuleren minder afval te produceren. Charlotte vertelt dat naast dit concrete doel van 100% afvalvrij er nog een ander gewenst resultaat was: het verhogen van de bewustwording onder een grote groep mensen dat afval een grondstof is. Dat heel veel soorten afval recyclebaar zijn, wanneer je deze op de juiste manier inzamelt.

Charlotte Bos van Duurzaam Den Haag.

Zoveel mogelijk mensen bereiken
Duurzaam Den Haag is geen stichting die met een wijzend vingertje wil laten zien ‘hoe het allemaal moet’. Nee, zij werken binnen een aantal thema’s en de daarbij behorende projecten samen met de bewoners om duurzame doelen te bereiken. Co-creatie noemen ze dit: initiatieven van bewoners aanmoedigen en ondersteunen. Met als doel om via de bewoners een olievlek te creëren: mensen praten over de initiatieven met anderen, die hopelijk ook weer geïnspireerd raken. Om deze olievlekbenadering te versterken, werd de werving van de deelnemers daarop aangepast. Natuurlijk werd er op de normale manier aandacht gevraagd voor de 100-100-100-challenge, met posters in de stad en een online campagne. Maar om er zeker van te zijn dat inwoners uit alle stadsdelen mee zouden doen, is Duurzaam Den Haag op zoek gegaan naar ambassadeurs. Deze enthousiaste wijkbewoners werden extra betrokken bij de campagne en gestimuleerd om mensen in hun wijk te werven. En met succes! Uit alle stadsdelen deden mensen mee: jongeren, ouderen, mensen in portiekwoningen of flats, grote gezinnen of juist eenpersoonshuishoudens; de groep was zeer divers.

Inspiratie
In het 100-100-100-project wordt ernaar gestreefd om minimaal 100 huishoudens te stimuleren om in 100 dagen naar een 100% afvalvrij leven toe te werken. In Den Haag deden er zelfs 220 huishoudens mee en daardoor gingen honderden Hagenaars aan de slag met het verminderen van hun huishoudelijk afval. Via een online platform kregen zij informatie over afval en afvalscheiding, konden ze zich aanmelden voor workshops en bijeenkomsten en hielden ze gemakkelijk contact met elkaar. Dit stimuleerde hen om tips uit te wisselen, ervaringen te delen en elkaar vragen te stellen. Met zo’n aanpak stimuleer en inspireer je mensen. Voor Charlotte was dit ook het mooiste resultaat van de actie: het enthousiasme van de deelnemers en hoe zij hun enthousiasme deelden, juist ook met mensen die niet aan het project deelnamen. En deze manier van werken sluit perfect aan op de manier waarop Duurzaam Den Haag al haar projecten aanpakt: door focus te creëren, krijg je impact en bereik je de massa waardoor je projecten en de resultaten daarvan kunt opschalen.

En? Wat is er na 100 dagen bereikt?
Het is natuurlijk hartstikke fijn om mensen enthousiast te maken over het verminderen van afval, maar wat zijn de concrete resultaten van de actie? Na 100 dagen is er een eindmeting ingevuld en iedereen heeft daarin aangegeven door te gaan met afval scheiden en verminderen. De huishoudens hebben gemiddeld 20% minder afval geproduceerd. Natuurlijk zit er veel variatie in de deelnemers onderling. Zo was er een dame die al niet meer dan 400 gram restafval per week had, maar die heel graag 100% afvalvrij wilde worden. En er waren huishoudens die van 10 kilo restafval naar 2 kilo zijn gegaan. Het belangrijkste resultaat is dat al deze huishoudens doorgaan met de gedragsverandering die ze ingezet hebben: minder afval in huis halen en blijvend afval scheiden. En daarmee is het doel dat de gemeente Den Haag in haar Huishoudelijk Afvalplan heeft vastgelegd (in plaats van 15% huishoudelijk afval scheiden, 35% afval scheiden) weer een stukje dichterbij. Oh, oh Den Haag, iets schonere stad achter de duinen 🙂

Alle tips die de deelnemers met elkaar gedeeld hebben zijn trouwens nog te vinden op het platform http://denhaag.100-100-100.nl/. Voor een flinke portie inspiratie op afvalvrij gebied zit je daar goed!

Afvalvrij [1] – waar beginnen we?

Plasticdieet, Plastic Free July

Afval scheiden hebben we al tot een kunst verheven. In de keuken staat een verzameling bakken en tassen: voor plastic afval, glas, papier en restafval. Op het aanrecht staat een glazen pot waarin ons groenafval gaat voor op de composthoop. En ook in de wc en badkamer staan zakken en bakjes voor plastic, rest- en papierafval. Het geeft al een beter gevoel dat ons afval (voor het grootste gedeelte) hergebruikt wordt, maar het is toch elke week weer schrikken hoeveel rotzooi wij met z’n tweetjes kunnen verzamelen. Vooral papier en plastic is met recht een afvalberg te noemen. Dat moet minder kunnen. In deze serie zoek ik uit: hoe kunnen we zo afvalvrij mogelijk leven?

Waar beginnen we? Al een tijdje nemen we ons voor om minder verpakkingen te kopen bij onze wekelijkse boodschappen. Maar dat blijkt steeds gemakkelijker gezegd dan gedaan. De katoenen tasjes voor fruit en groente vergeten we vaak mee te nemen (oeps!), als we boodschappen doen bij de kleine Albert Heijn om de hoek (voor de snelle tussendoorboodschapjes) kunnen we geen snoeptomaatjes zonder plastic emmer kopen. En elke ochtend kwark bij het ontbijt betekent elke dag een leeg plastic kwarkbakje. Ja, zo vullen de afvalbakken zich wel razendsnel. Eigenlijk zijn dit natuurlijk gewoon planningsproblemen en die zijn op te lossen. Tijd dus voor serious business: geen smoesjes meer! Stap voor stap willen we ons afval verminderen en om te kunnen zien hoe erg het nu precies is, keerde ik onze plastic-afvalbak om. Dit is het resultaat van één week:

De opbrengst van één week plastic afval. Het was een heerlijk klusje om dit zo uit te spreiden…

Verpakkingen van groente en fruit
Waarom zit zoveel groente en fruit in plastic verpakt? Soms zelfs met een bakje én een zakje? En als we dan voor biologisch kiezen, zit er vaak alsnog plastic omheen. Om de broccoli, per paprika, om een komkommer. Wortels in een plastic zak, tomaatjes in een emmer. Met ons vegetarische dieet stapelt de hoeveelheid afval van groente en fruit zich snel op. En het is zo onnodig en gemakkelijk te vermijden.
Kwarkbakjes en yoghurtverpakking
Ik geniet (al jaren) elke ochtend van mijn muesli (biologisch, van de Hema) met rozijnen, lijnzaad en kokos. Mét volle biologische kwark én een beetje biologische magere yoghurt. Maar die biologische kwark is er alleen in bakjes van 500 gram en die gaat elke ochtend op met twee personen. Hallo plasticberg!
Hummusbakjes
Ik ben hummusverslaafd, ik geef het toe. Ik gebruik het in de dressing voor mijn lunch, eet het graag met een stuk paprika of wortel en in het weekend doe ik het op brood.
Zakken van de rijst, pasta en dergelijke
Loopt toch aardig op, want we eten vaak wel iets van rijst of pasta bij het avondeten.
Verpakkingen van ons broodbeleg/salade-inhoud
Potjes, kaasverpakking (gewone kaas én feta), boterkuipjes, noem maar op.
Verpakkingen van ons brood
De zak. Vaak van plastic, soms gecombineerd met papier.
Zakjes van de nootjes
Elke dag een handje nootjes is gezond. Maar ja, weer zo’n zakje hè.
Blikjes kattenvoer
Onze drie harige huisgenoten krijgen elke dag 1/3 van een blikje nat voer. Elke dag een blikje bij het afval dus.

Pfoe, confronterend, om alles zo uitgespreid en opgesomd te zien! Geen wonder dat we elke week een vuilniszak vol plastic afval hebben 🙁 Voor elk van deze producten wil ik een alternatief vinden. Op een voor ons gemakkelijk te veranderen manier, zodat we het goed kunnen inpassen in ons dagelijks leven. Ik wil de producten in eerste instantie kunnen halen bij de supermarkt of een alternatief dat daar dichtbij is. In het weekend, want dan doen we de weekboodschappen. Voor ons betekent dit dat ik in deze eerste stap op zoek ga naar zoveel mogelijk verpakkingsvrije producten bij de Jumbo, Lidl en Albert Heijn. Als het niet lukt om daar iets verpakkingsvrij te kopen, ga ik op zoek naar een voordeelverpakking of een milieuvriendelijker alternatief.

Katoenen zakjes van Re-Sack.

Ik ben al enigszins voorbereid op meer afvalvrij kopen. Ik heb twee mooie katoenen zakjes van Re-Sack, gekocht bij Babongo. En in een creatieve bui naaide ik zelf een zakje van een oud kussensloop. Maar deze vergeet ik nog iets te vaak mee te nemen bij het boodschappen doen. En bij spontane, tussendoor-boodschappen heb ik ze al helemaal niet standaard in mijn tas. Dat is alvast één gemakkelijk verbeterpuntje: zakjes op een plek bewaren zodat ze bij de hand zijn.

Over een maand zie je in deel 2 van deze serie hoe het mij de eerste maand vergaan is. Welke alternatieven heb ik bij onze vaste supermarkten kunnen vinden? Of heb ik wellicht winkels gevonden die gemakkelijk per fiets bereikbaar zijn (we hebben geen auto) en waar verpakkingsvrij shoppen een stuk makkelijker is?

Ik ben benieuwd: let jij op de verpakking wanneer je iets koopt?