Tag: voeding

De Vijf: vegetarische vleesvervangers die wij graag eten

De Vijf: vegetarische vleesvervangers

Ondanks dat we vroeger allebei dagelijks vlees aten, eten we nu we vegetariërs zijn niet bij elke maaltijd een vleesvervanger. Eiwitten, essentiële aminozuren en andere mineralen en vitaminen kun je namelijk ook binnenkrijgen door onder andere peulvruchten, noten en veel verschillende soorten groenten en fruit te eten. En met zoveel variatie in je eten mis je vlees helemaal niet en denken we vaak niet eens aan een vervanger. Maar bij sommige gerechten past een vegetarisch alternatief juist perfect. Ik zet onze favorieten op een rijtje!

Gerbrand en ik eten niet alleen vegetarisch, we letten er ook op dat de voedingsmiddelen die we eten zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij zijn en het liefst ook zo min mogelijk ‘onherkenbare’ ingrediënten bevatten. Voor veel vleesvervangers geldt echter dat ze nogal wat ‘zooi’ bevatten. Teveel zout bijvoorbeeld. Of suiker waar dat niet nodig is. We letten dus op de ingrediënten bij het kopen van vleesvervangers. Kant-en-klare vegetarische producten blijven bewerkt voedsel, dus we genieten ervan, maar met mate 🙂

Groentepakket van Lekkernassûh

Groente blijft de basis!

Falafel Hot ‘n Spicy van Maza

Ingrediënten: kikkererwten 67%, jalapenopepers 8%, raapolie, tarwebloem, harissa (rode piment, koriander, karwij), spinazie, ui, courgette, peterselie, knoflook, conserveermiddelen: E200/E210, zout, koriander, peper, voedingszuur: citroenzuur.

We kochten altijd de gewone falafel van Maza, die prima is, totdat deze een keer uitverkocht was. De pittige ging mee in het mandje en bleek veel lekkerder te zijn! Deze staat nu dus standaard op tafel wanneer we falafel eten. In deze falafel zit geen toegevoegd suiker en het bevat ook geen waslijst aan onherkenbare ingrediënten. Er zit 1 gram zout per 100 gram in, dat valt ook mee. Volwassenen mogen per dag maximaal 6 gram zout, maar minder is altijd beter.

De falafel eten we met suikervrije volkoren pitabroodjes van de Ekoplaza. Daar zit alleen steengemalen volkoren tarwemeel, water, gist en zout in. We voegen er verse spinazie aan toe en gebakken tomaatjes, paprika en wortel met wat kaneel, koriander, komijn en chilipoeder. Wat kwark en hummus erover en klaar is ons broodje falafel! Natuurlijk kun je falafel ook heel gemakkelijk zelf maken en ook pitabroodjes maken is eenvoudig. En dat zou ook plastic afval schelen. Maar dit is een gerecht dat we eten wanneer we minder tijd hebben en dan is dit toch wel heel handig.

Spinazie-kaas rondo van Garden Gourmet 

Ingrediënten: spinazie (23%), rijst, vegetarische Gouda en Edam kaas (18%), paneermeel (tarwemeel, water, zout, koolzaadolie, gist, specerijen (paprika, kurkuma)), water, plantaardige oliën (koolzaad, zonnebloem in wisselende verhoudingen), tarwemeel, scharrelei-eiwitpoeder, basilicum, azijn, erwtenvezels, erwtenzetmeel, zout, maïszetmeel, gedroogde dille, zwarte peper.

We eten meestal één keer per week gebakken aardappeltjes (Gerbrand bakt de lekkerste!) en groente. Daar past een vegetarische burger bij, een nieuwerwets AGV’tje. We hebben een tijdje een voorkeur gehad voor de broccoliburger van SoFine, die we haalden bij de Jumbo. Wederom maakten we een switch naar een nieuwe favoriet toen deze burgers een keer op waren en we daarna bij de Albert Heijn waren voor wat andere boodschappen. De spinazie-kaas rondo van Garden Gourmet is superlekker! Heel smaakvol en goed vullend. Er zitten behoorlijk wat ingrediënten in, maar niets waar wij ons druk over maken.

Toch staat deze burger op de nominatie om vervangen te worden door een alternatief. We willen namelijk graag wat minder zuivelproducten eten en in deze burger zit kaas. Zelf vegetarische burgers maken is zeker een optie. Met peulvruchten, wat kruiden en iets van paneermeel komen we al een heel eind!

Vegetarische schnitzel van Gourmet Garden 

Ingrediënten: water, paneermeel (tarwemeel, water, zout, koolzaadolie, gist, specerijen (paprika, kurkuma)), soja-eiwit (9%), koolzaadolie, tarwe-eiwit (7%), scharrelei-eiwitpoeder, mayonaise (zonnebloemolie, azijn, scharrelei-eigeel, mosterd, gejodeerd zout, suiker), tarwebloem, gistextract, citroenvezel, tomaatconcentraat, specerijen, maïszetmeel, azijn, zout, knoflook.

Deze vleesvervanger ontdekte ik zo’n twee weken geleden, wederom bij de Albert Heijn in de schappen. Het is eigenlijk een niet zo gezonde optie voor bij de aardappeltjes, want er zit geen groente in en het is vooral water met tarwe en soja. Toch is dit ding heel lekker! Voor de fervente vleeseters zou deze schnitzel een goede optie zijn om eens een dagje vegetarisch te eten. De smaak en het mondgevoel komen behoorlijk overeen met een schnitzel van vlees, zo eentje uit de supermarkt dan. Deze schnitzel voldoet trouwens ook niet aan onze geen-toegevoegd-suiker-regel, want het bevat mayonaise met suiker. Maar de hoeveelheid suiker is daardoor laag en voor een keertje is dat geen probleem.

Woezel & Pip vegetarische sticks van Jumbo

Ingrediënten: water, paneermeel (tarwebloem, gist, zout, paprikapoeder), sojabonen 17,3%, zonnebloemolie, aardappelzetmeel, verstevigingsmiddel: E509, aroma, tarwebloem, verdikkingsmiddelen: E401 en E461, zout.

Deze sticks kwamen we op het spoor door een blog van Iris van Ikbenirisniet. De sticks zijn een vegetarische optie voor vissticks. Wederom een lekker hapje voor bij de aardappeltjes en groente dus. Ook deze sticks zijn niets anders dan water, tarwebloem en soja met wat kruiden, maar daar smaken ze niet minder om! En ja, ze hebben echt veel weg van vissticks. We aten deze sticks laatst nog terwijl mijn neefje Olivier (1,5) ook meeat. En ook bij hem gingen de vissticks erin als koek. Geschikt voor zowel kinderen als volwassenen dus 🙂

Kipstuckjes van de Vegetarische Slager

Ingrediënten: 88% soja structuur (water, soja-eiwit concentraat), uien-extract, zonnebloemolie, natuurlijke aroma’s.

Meestal eten we onze nasi zonder vleesvervanger. We doen er dan bijvoorbeeld een gebakken eitje bij of een handvol noten. Net zo lekker, gezond én budgetvriendelijk. Maar af en toe willen we graag ‘luxe’ nasi en dan halen we de kipstuckjes van de Vegetarische Slager. Die zijn bij veel supermarkten gewoon verkrijgbaar. De kipstuckjes snijden we nog wat kleiner en dan bakken we ze goed aan in olie totdat ze lekker goudbruin zijn. De structuur en smaak zijn perfect en bijna niet van echte kip te onderscheiden. Ik vind ze echt lekker door de nasi, maar we kopen ze maar af en toe. Zo houden we het lekker en het is beter voor onze portemonnee. Want ze zijn best prijzig.

Meestal eten we één keer of maximaal twee keer per week een vegetarische burger of falafel. De vleesvervangers blijven bewerkt voedsel, met behoorlijk wat ingrediënten en zout waar we prima zonder kunnen. Eet jij vleesvervangers? Welke is jouw favoriet? En wanneer je ze zelf maakt, welk recept is dan onovertroffen?

Toegevoegd suikervrij eten: hoe doe ik dat?

Toegevoegd suikervrij eten

Ik eet nu al een aantal jaren zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij. Toen ik daarmee begon, had ik nooit kunnen bedenken hoeveel positieve effecten ik zou ervaren. Wat begon als een manier om iets gezonder te eten en af te vallen, bleek te leiden tot een compleet nieuwe levensstijl en eigenlijk een ‘nieuwe’ Natasja. Ik viel door een combinatie van goede voeding en sporten bijna 50 kilo af, werd vegetariër en kwam van mijn jarenlange migraine af. Ok, dit begint te klinken als een TellSell-reclame (Mike, it’s amazing!), maar toegevoegd suikervrij eten heeft mijn leven veranderd. Ik krijg regelmatig vragen over mijn eetpatroon en laat in dit artikel graag zien hoe ik het aangepakt heb.

Ik was nooit een echte snoeper en in chocolade heb ik alleen zin wanneer het die tijd van de maand is. Ik dronk nauwelijks frisdrank en ik at meestal hartig beleg op mijn brood in plaats van zoetigheid. Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik veel suiker binnenkreeg, dan had ik ontkennend geantwoord. Door verschillende documentaires en berichten over de invloed van suiker op je lichaam, begon ik te letten op de hoeveelheid suiker in mijn voeding. En daar schrok ik enorm van, op zijn zachtst gezegd. Bijna in alles wat ik toen at, zat suiker. Soms kon ik het meteen herkennen op het etiket, maar meestal was de toegevoegde suiker ‘verstopt’ onder een andere naam: malto-dextrine, dextrose, fructose, invert-suikerstroop, glucosefructosestroop… Mijn ontbijt ’s ochtends (cruesli van Quaker) bleek een enorme suikerbom te zijn, die pizza van Dr. Oetker die ik wekelijks in de oven schoof en waarvan ik wist dat ie vet zou zijn, bleek ook heel wat suiker te bevatten en bijna al het vlees en vleeswaren hadden suiker als ingrediënt. En ook het brood waarop ik het vleeswaren legde, bevatte toegevoegd suiker. Aargh! Het was best overweldigend, want ik had het idee dat ik helemaal niets meer kon eten als ik suiker wilde vermijden. Toch besloot ik de uitdaging aan te gaan. Rigoureus en cold turkey.

Toegevoegd suikervrij eten, hoe doe ik dat?

Best wel veel suiker in huis voor iemand die toegevoegd suikervrij eet 😉

Voor de suikerrijke cruesli vond ik een waardige mueslivervanger: de biologische muesli met noten van de Hema. Omdat mijn brood én het beleg suiker bevatten, besloot ik te lunchen met goedgevulde salades. Ik werkte in die tijd samen met Jennifer en zij was toen net gestart met de website voedzaamensnel.nl. Ik zag haar elke dag de lekkerste salades wegwerken en dat inspireerde extra! Om ’s avonds geen toegevoegd suiker binnen te krijgen, was het nodig om alle kant-en-klare sausmixen, sausjes, het vlees en kant-en-klaarmaaltijden (zoals pizza en lasagne) te schrappen. Koken from scratch, dat was de enige manier om toegevoegd suiker te kunnen vermijden. En daar ging ik ver in, want wist je dat ook in veel bouillon suiker zit? En in paneermeel? In gerookte kipfilet? En in een potje voorgekookte bonen? De eerste weken was ik veel meer tijd kwijt in de supermarkt. Elk etiket checkte ik nauwkeurig. Een groot deel van de producten in de reguliere supermarkt bleek ik gewoon over te kunnen slaan. De afdelingen waar ik mijn boodschappen haal zijn de groente-en fruitafdeling, de zuivelafdeling en de afdeling met pasta en rijst en dergelijke. Hier en daar een uitstapje naar de nootjes en de peulvruchten. Bij de biologische supermarkten bleek ik meer suikervrije producten te kunnen halen. Volkoren pitabroodjes zonder toegevoegd suiker bijvoorbeeld. Currypasta. Crackers. En zelfs 100% pure chocolade. Alhoewel dat geen favoriet is geworden…

Het omschakelen naar toegevoegd suikervrij eten was even wennen, maar al snel merkte ik de veranderingen. Ik viel sneller af (ik ging ook steeds meer sporten, dat hielp natuurlijk ook!), ik sliep beter én mijn dagelijkse hoofdpijn begon te verdwijnen. Ook werd mijn huid rustiger en verbeterde mijn smaak enorm: ik proef nu veel beter verschillende smaken én dingen die ik eerst niet echt zoet vond zijn nu lekker zoet voor mij. Mijn eetpatroon voelde totaal niet als een dieet, het was juist het tegenovergestelde: ik at (en eet) lekkerder en gevarieerder dan ik ooit deed. Een goedgevulde salade als lunch is zoveel lekkerder dan de saaie boterhammen die ik daarvoor altijd at. En ’s avonds zelf met verse ingrediënten koken, maakt de maaltijd veel smaakvoller. Ik krijg weleens de vraag hoe het gaat met mijn ‘dieet’ (ja, ook na ruim 3 jaar zo eten…) en dan antwoord ik altijd dat dit geen dieet is. Het is de manier hoe ik eet en leef en het is iets waarover ik niet meer hoef na te denken. Ik weet inmiddels wat ik wel en niet kan pakken in de supermarkt en welke namen suiker allemaal heeft. Onder toegevoegd suiker valt voor mij trouwens ook honing, agavesiroop, kokosbloesemsuiker, rijpe bananen, dadels en alle andere ‘gezonde’ suikers die vaak in ‘suikervrije’ recepten gebruikt worden ter vervanging van geraffineerde suikers. Voor je lichaam is suiker, suiker, in welke vorm je het dan ook neemt. Ik eet dan ook zeker niet suikervrij, want ik eet fruit, groente en zuivelproducten en daar zit van nature gewoon suiker in. Ik probeer juist onnodig toegevoegd suiker te vermijden.

De oude Natasja en de nieuwe Natasja

Voor & na, dit was drie jaar geleden, toen stond ik met mijn verhaal in de Womens Health 🙂

Eet ik dan nooit meer een taartje? Een stukje Tony Chocolonely? Een toetje in een restaurant? Natuurlijk wel! Soms krijg ik daar opmerkingen over van tafelgenoten: ‘jij eet toch geen suiker?!’ Maar balans is het toverwoord hier: als je overwegend toegevoegd suikervrij eet, kun je best eens iets lekkers met suiker nemen. Daar word je niet slechter van. Alhoewel, omdat ik het niet meer gewend ben om veel suiker in één keer binnen te krijgen, heb ik er soms bovengemiddeld last van. Dan kan ik me bijvoorbeeld twee uur lang heel raar en hyper voelen, wat niet echt prettig is. Dat is niet altijd het geval, soms gaat het prima, maar die keren dat ik er een vervelend gevoel van krijg, zorgen ervoor dat ik nog minder snel trek heb in suikerrijke producten.

Overweeg jij ook toegevoegd suikervrij te gaan eten en weet je niet waar je moet beginnen? Probeer dan eerst eens op zoek te gaan naar suikervrije varianten van de producten die je vaak eet. Of in elk geval, varianten waar veel minder suiker in zit. Vervang stap voor stap onderdelen van je voeding. Zo wen je aan het lezen van etiketten en het eten van andere producten en zal je smaak zich langzaam aanpassen. Hoe minder zoet je eet, hoe makkelijker het wordt. Gemakkelijk suiker herkennen op een etiket? Vraag de gratis suikerspiekpas aan om mee te nemen in je portemonnee. Zo kun je in de supermarkt snel even checken of een product suiker bevat. Je krijgt na aanvragen van de suikerspiekpas wel e-mails met tips van Carola van Sugarchallenge.nl, maar daarvoor kun je je weer afmelden. Heb je vragen over mijn manier van eten? Stel ze gerust!

Wat schaft de pot in huize Oosterloo-Van der Weg?

Wat eten wij zoal vegetarisch?

Gerbrand en ik zijn nu ongeveer een half jaar fulltime vegetariërs. Daarvoor aten we thuis sowieso geen vlees. Alleen af en toe bij iemand thuis of in een restaurant. Ik merkte dat ik daar niet blijer van werd: ik kreeg veel pijn in mijn buik als ik eens vlees at. Dat, en alle nare verhalen die ik steeds maar weer voorbij zag komen, zorgden ervoor dat ik definitief vegetarisch ging eten. Gerbrand volgde een klein poosje later, ook hij kon het voor zichzelf niet meer verantwoorden waarom ie af en toe nog wel voor een stukje vlees koos. Het is heel fijn dat we allebei hetzelfde denken over voeding, dat maakt het boodschappen doen een heel stuk makkelijker 🙂

Vegetarisch eten

In principe doen we één keer per week boodschappen: we zijn allebei geen fan van supermarktbezoeken (understatement in mijn geval) en het scheelt een hoop geld wanneer je niet elke avond met een lege maag langs allerlei verleidelijke schappen hoeft te lopen. In het weekend gaan we samen aan de keukentafel zitten en maken we het weekmenu. Nee, dat is niet altijd even makkelijk. Soms hebben we totaal geen inspiratie en komen we wéér op dezelfde soort gerechten uit. Je weet wel: die recepten die makkelijk, snel en altijd lekker zijn. Gelukkig zijn dat allemaal (vrij) gezonde maaltijden, dus we kunnen ons er geen buil aan vallen. Maar het is wel oppassen dat we niet elke week voor gemak kiezen en blijven variëren. Dat proberen we nu onder andere te doen door het wekelijks afhalen van een Lekkernassûh-groentepakket. Bij Lekkernassûh neem je een abonnement en dan kun je elke week op woensdag een pakket met acht verschillende biologische groenten ophalen. De inhoud van het pakket verschilt elke week: het is maar net wat welke lokale boeren en tuinders geoogst hebben. Zo worden we elke week ‘gedwongen’ om creatief te koken, want die acht groenten moeten toch echt op!

Groentepakket van Lekkernassûh

Allemaal biologisch en uit de buurt van Den Haag.

Op ons weekmenu staat sowieso een dagje aardappels, groente en een vleesvervanger. Gerbrand is hier de specialist in krieltjes bakken met de lekkerste kruiden, dus die maakt dit altijd. Bij de vleesvervangers letten we goed op de ingrediënten. We eten namelijk ook zoveel mogelijk toegevoegd suikervrij én willen liever niet al te veel toevoegingen naar binnen werken met dit soort producten. Bij de Jumbo zijn we fan van de broccoliburger en de Woezel&Pip-sticks (bedankt voor de tip, Iris!), maar onze favoriet halen we speciaal bij de Albert Heijn: de spinazieburger mét kaas erin. Verder eten we altijd wel een keer pasta (met zelf gemaakte spinaziepesto bijvoorbeeld of de gnocchi van Iris) en rijst (de laatste tijd is een eenvoudige wokmaaltijd hier favoriet: we kunnen er veel van de groente van Lekkernassûh in kwijt. Je gooit er eventueel tofublokjes in, sojasaus, gember, knoflookpoeder, beetje kerrie, roerbakken en klaar!). Verder zijn we echte risottofans: met venkel en citroen bijvoorbeeld of met rode bietjes en geitenkaas. Of deze klassieker van Jamie Oliver, mmmm. Ook hier is Gerbrand weer de specialist, hij maakt heerlijke risotto. Nu lijkt het net of ik nooit kook, maar dat is niet zo hoor, haha 🙂 Andere favoriete gerechten zijn chili sin carne, een heerlijke pasta bolognese (met linzen) en rode linzencurry (met ananas en doperwtjes).

Vlees missen we totaal niet in onze gerechten. We eten zo’n 1 à 2 keer per week een vleesvervanger (zo’n burger dus, tofublokjes of falafel) en verder vullen we onze gerechten aan met peulvruchten, ei, kaas of noten. Met de hoeveelheid groente die wij dagelijks verorberen zit het wel goed, al scoort ik hier iets beter op dan Gerbrand 😉 Ik eet meestal een flinke salade voor de lunch, dus ik loop dan meteen al een paar honderd gram voor. En als ik dan toch eens brood eet, in het weekend bijvoorbeeld, probeer ik er alsnog wat groente op te doen. Wat spinazie eronder, tomaatjes erop of wat rauwe paprika. Maakt zo’n saaie boterham meteen een stuk lekkerder. Qua brood eet ik trouwens alleen de varianten zonder suiker/dextrose. Liefde&Passie-brood van de Albert Heijn vind ik heerlijk, maar ook de Jumbo heeft lekker brood zonder suiker en zelfs bij de Lidl is dat te halen. Het desembrood (dat niet altijd op voorraad is helaas) is suikervrij.

We koken trouwens vrijwel altijd maaltijden voor drie tot vier personen. Wat er dan overblijft, vriezen we in. Die porties gebruiken we wanneer één van ons alleen moet eten of wanneer we eens een dagje geen zin hebben om te koken of te weinig tijd hebben. Ideaal! En soms hebben we zelfs geen zin om wat op te warmen. Dan gaan we even langs het Patathoekje voor twee mediumfriet en een kaassouflé. Want aardappelen zijn ook groente, toch ;)?

Van rasechte vleeseter naar vegetariër (en bijna 50 kilo lichter)

Vlees, ik hield er zo van. Ik plande elke maaltijd rondom het type vlees dat ik wilde eten (ok, behalve het ontbijt) en in restaurants koos ik vaak voor een flink stuk vlees. Lady steak? Nee hoor, doe mij maar die grote! Ik was een rasechte vleeseter en moest er niet aan denken om dat op te geven. Waarom? Hoezo? Vlees heb je toch nodig? En het was zo lekker! Maar zeg nooit nooit, want nu ben ik toch echt vegetariër. Watskeburt?

Zo’n vier jaar geleden zette ik de eerste stappen naar een ander eetpatroon. Ik had daarvoor geen vooropgezet plan of dieet. Nee, de trigger was een flinke psychische dip. Ik zat mezelf enorm in de weg en raakte daarin behoorlijk verstrikt. Op aanraden van mijn psycholoog destijds ging ik mindfulness yoga doen om mezelf en mijn balans weer terug te vinden. Zo’n flinke dip ben je niet 1, 2, 3 kwijt en omdat ik zoveel spanning in mijn lijf had, ging eten wat lastiger. Ik deed wel mijn best om elke dag genoeg binnen te krijgen, want ik voelde me al rot genoeg, maar dat lukte niet altijd. Ik viel dus wat af, een paar kilo, niets schokkends. Daarnaast leerde ik bij yoga mijn lichaam beter kennen en ik kreeg zin om wat meer te sporten. Ik bedacht me dat het geen kwaad kon om te proberen nog wat meer af te vallen, op een gezonde manier. Ik had namelijk zwaar overgewicht met een bmi van 35. Ik riep toen altijd hard dat ik daar geen problemen mee had (nu weet ik wel beter), maar gewicht verliezen leek me toch een gezonde keuze. En wellicht zou ik daardoor nog sneller weer goed in mijn vel zitten.

Kleine stapjes
Ik begon veranderingen aan te brengen in mijn voedingspatroon: ik ging kleinere porties eten (dat betekende vooral niet nóg een bord opscheppen ‘s avonds), gebruikte steeds minder pakjes en zakjes en at juist meer groente en fruit. Al deze stappen zette ik niet in één keer, maar geleidelijk veranderde ik steeds wat anders aan mijn manier van eten. De belangrijkste keuze die ik toen maakte was het schrappen van producten met toegevoegde suikers. Ik weet niet eens meer hoe ik tot die beslissing kwam, maar het voelde als een hele logische stap. Natuurlijk wist ik dat teveel suiker niet gezond is, maar zoveel suiker at ik toch niet? Ik begon te letten op de ingrediënten van de producten die ik at en werkelijk in alles zat suiker. Soms maar een beetje, ter conservering of voor een ‘gezond’ bruin korstje en soms heel veel, zoals in de cruesli die ik elke ochtend in een behoorlijke portie at of de diepvriespizza die ik wekelijks at. Dat ik dagelijks zoveel suiker binnenkreeg, terwijl ik geen snoep at, frisdrank dronk of suiker in mijn thee gooide, verbaasde me enorm.

Toegevoegd suikervrij eten was voor mij de grootste omslag in mijn voedingspatroon. Het beïnvloedde alles: voor elke maaltijd moest ik compleet andere keuzes maken. Mijn cruesli verving ik door suikervrije muesli, mijn broodlunch werd een goed gevulde salade en bij het avondeten moest ik alles zelf maken en kruiden. En ik ontdekte dat er in heel veel vlees en vleeswaren suiker zit. En dat terwijl ik vlees zo lekker vond… Ik merkte echter de effecten van minder suiker eten. Ik voelde me fitter, viel af (ook door het meer bewegen uiteraard) en mijn dagelijkse hoofdpijn (die ik al sinds mijn puberteit had) begon te verdwijnen. Hoe meer ik las over de effecten van suiker op je lichaam, hoe meer het me ging tegenstaan. En vlees met suiker dus ook. Ik sprak met mezelf af: thuis geen vlees meer, maar buiten de deur kon ik daar nog wel voor kiezen. Dat zou ook schelen in ‘gedoe’ bij het eten bij anderen. Zij hoefden dan niet speciaal voor mij iets anders te koken.

Kilo’s vlogen eraf
Door mijn compleet nieuwe voedingspatroon en het sporten viel ik af. Twintig kilo, dertig kilo, het bleef maar doorgaan. Ik was ooit al eens 21 kilo afgevallen door op een ‘echt’ dieet te gaan, maar toen ik daarna weer ‘normaal’ ging eten, zaten al die kilo’s plus nog een hoop extra er zo weer aan. Deze keer was de ervaring echter totaal anders. Ik voelde me beter dan ooit: fit, minder vermoeid, geen migraine meer en de kilo’s vlogen eraf. En mijn nieuwe eetpatroon beviel me eigenlijk veel beter dan mijn oude. Ik at veel lekkerder en gevarieerder en daardoor voelde het helemaal niet als een dieet. Omdat ik geen idee meer had hoeveel ik nog kon afvallen en eigenlijk niet eens een streefgewicht had, besloot ik dat helemaal los te laten. Ik zou gewoon doorgaan met deze fijne manier van leven en maar te zien waar het schip gewichtstechnisch zou stranden. Uiteindelijk verloor ik 47 kilo en die zijn er nu, 3 jaar later, nog steeds af. Mijn bmi is nu keurig: 22.

 

Flexitariër?
Ik voelde me goed als flexitariër en had niet het idee dat ik dat nog verder zou veranderen. De keren dat ik vlees at in de maand waren op één hand te tellen en dat vond ik eigenlijk prima. Tot ik steeds meer groene keuzes ging maken en daardoor ook meer las over de impact van de vleesindustrie op het milieu en de dieren. Natuurlijk wist ik dit al wel, maar het was op de een of andere manier nooit echt tot me doorgedrongen. Of ik wilde het niet laten doordringen… Ergens had ik het idee dat mijn vleesconsumptie niet bijdroeg aan al die problemen. Ik at het zo weinig, dat kon toch geen kwaad? En als ik maar niet herkende dat het een dier was geweest, dan kon ik het met een gerust hart eten en dacht ik niet aan wat dat dier meegemaakt moest hebben voor het op mijn bord belandde.

Toch ging het weinige vlees dat ik at me steeds meer tegenstaan. Het voelde steeds minder logisch om buiten de deur wel vlees te eten én omdat ik het zo weinig at, hadden mijn darmen het er erg zwaar mee. Het voelde na elke sporadische vleesmaaltijd niet goed. In december ging het knopje daarom definitief om: ik zou volledig vegetarisch gaan eten. De stap was nog maar zo klein, deze verandering kostte me nog maar zo weinig moeite, ik kon het gewoon niet meer uitstellen.

Echt geen vlees meer
Ik ging in een paar jaar tijd van rasechte vleeseter naar een bijna vijftig kilo minder wegende vegetariër. Wie dat tien jaar geleden tegen me gezegd zou hebben, had ik hard uitgelachen. Maar ik wil nooit meer terug naar die oude Natasja, ik zou wel gek zijn als ik dat zware, logge lichaam, die onzuivere huid, vermoeidheid, migraine en dagelijkse hoofdpijn terug zou willen. En ook al wordt er niet direct een kip of koe minder geslacht omdat ik het niet eet, elke bewuste keuze helpt mee en hoe meer mensen bewuster gaan eten, hoe groter het effect zeker zal zijn!