Tag: wassen

Groen het huishouden doen: tips voor buiten de was drogen

De was buiten drogen: scheelt geld en is goed voor het milieu.

Ik vind weinig lekkerder dan slapen in een bed met lakens die ik die dag schoon van de waslijn buiten heb geplukt. Ze ruiken dan zo lekker! En wat ik ook fijn vindt van de was buiten drogen is dat je het dezelfde dag gewassen, gevouwen en schoon in de kast kunt hebben. Jaja, hier komt de huisvrouw in mij naar boven hoor! Als we de was binnen drogen, staat het meestal in de kleine slaapkamer waar ook onze kledingkast staat. Omdat het rek daar niet in de weg staat en de was binnen wel twee dagen nodig heeft om echt goed te drogen, blijft het daarna vaak gewoon hangen. Tussendoor plukken we dan de items eraf die we nodig hebben. Lang niet zo bevredigend als de was buiten laten drogen en daarna meteen fris in de kast te leggen!

Wassen én de was drogen zijn flinke uitdagingen, straks in ons tiny house. Niet alleen hebben we geen ruimte (en energie) voor een wasmachine, ook het drogen van de was zal wat creativiteit vergen. In de lente en zomer hangen we het natuurlijk buiten, maar wat doen we als het regent? En in de herfst, als de luchtvochtigheid heel hoog is? Of in de winter, wanneer het heel koud is? Binnen drogen is geen goed plan, dan krijgen we te veel vocht in huis. Een vochtig huis is minder goed te verwarmen en het verwarmen kost meer energie. Het lijkt me sowieso verstandig om een plekje buiten te maken met waslijnen onder een afdakje, voor de kleine wasjes die we met onze camping/handwasmachine zullen doen. Dan kan het ook naar buiten als het regent. Geen idee hoe snel het dan droogt, maar het is het proberen waard. Ik zie mijn Turkse achterbuurvrouw regelmatig dapper de was buiten hangen op de meest grijze dagen. Als het dan regent, gooit ze er gewoon een groot plastic zeil overheen. En voor grote wassen, zullen we af en toe vrienden lief aankijken óf naar de wasserette gaan. Mochten we met meerdere huisjes op een locatie komen te staan, dan is er misschien de mogelijkheid om een gezamenlijk washok te maken. Dat zou perfect zijn!

Naast dat de was zo fijn ruikt als het buiten gedroogd is, is het ook nog eens goed voor je portemonnee én voor het milieu om geen droger te gebruiken/hebben. En omdat ik zo’n fan ben van volle waslijnen met gezellig wapperende kleding, vandaag een aantal tips om optimaal te genieten van je waslijn buiten 🙂

Groen het huishouden doen: de was buiten drogen.

– Op zo’n dunne lijn zie je er niets van, maar wanneer je er een vochtige doek over haalt, zie je meteen hoe vies zo’n waslijn wordt. Stof en pollen blijven er op liggen en die wil je liever niet in je kleding. Even schoonmaken voor je de was ophangt scheelt je nog een keer wassen 😉

– Heb je geen oneindige voorraad wasknijpers, maar wel veel wasgoed? Gebruik dan één knijper om de punten van twee kledingstukken vast te zetten. Wanneer je de was ook nog eens niet te breed uithangt, heb je genoeg ruimte om een flinke hoeveelheid te drogen. Het droogt zo wel iets minder snel. Dus heb je de ruimte, gebruik die dan ook en laat het lekker breeduit wapperen.

– Als je wasknijpers gebruikt, krijg je soms van die lelijke afdrukken in je kleding. Knijp de knijper daarom op de naden van het kledingstuk, dan valt het een stuk minder op.

– De zon heeft een blekende werking; leg maar eens iets in de vensterbank, het is binnen de kortste keren lichter van kleur. Die blekende werking is ideaal voor je witte kleding, die wordt er alleen maar witter van! Maar voor je gekleurde kleding is het minder leuk wanneer deze lichter wordt. Keer daarom alles binnenstebuiten. Dat scheelt ook meteen in de zichtbaarheid van de knijperafdrukken én de zakken van je spijkerbroeken drogen sneller.

– Schud de kleren voor je ze aan de lijn hangt goed uit. Als je net als ik huisdieren hebt, sla je zo meteen een deel van de haren eraf. Kleding helemaal haarvrij krijgen heb ik jaren geleden al opgegeven… Onbegonnen werk met drie harige monsters. Door het uitschudden krijgt de kleding ook zijn oorspronkelijke vorm sneller terug. Buiten in het zonnetje droogt het snel en het behoudt dan de vorm waarin het opgehangen is. Voor een perfectionist als ik is netjes ophangen een must. Ben je minder kritisch probeer hier dan toch aandacht aan te besteden, scheelt een strijkbeurt. Strijken doe ik trouwens nooit, hoe perfectionistisch ik ook ben. Ik vind het een onnodige en rottige klus. Ik heb laatst zelfs ons strijkijzer weggegeven via de Weggeefhoek 070 op Facebook. En in het tiny house kunnen we toch geen strijkijzer gebruiken.

– Iedereen heeft er vast zijn eigen methodes voor, maar dit is hoe ik onze kledingstukken ophang: spijkerbroeken hang ik op aan de pijpen, zodat de tailleband goed kan drogen. Shirts gaan ook op de kop, met dus de knijpers op de naden. Ik probeer grote dingen zo lang mogelijk op te hangen. Als je een dekbed precies met het midden op de lijn legt, droogt de binnenzijde minder snel. Jurkjes hang ik meestal ook op de kop, tenzij ik heel veel was heb en de ruimte beperkt is. Dan sla ik het taillegedeelte over de lijn. Overhemden van Gerbrand gaan ook op de kop. Ze nemen wel veel ruimte in op die manier, maar drogen supersnel.

– Voor mij vanzelfsprekend, maar ik zie aan de waslijnen van sommige van onze buren dat het niet voor iedereen normaal is: laat de was niet ’s nachts buiten hangen. Het wordt dan weer vochtig en het gaat er niet beter van ruiken… Laat ook je plastic wasmand niet buiten in de zon staan, daar wordt het plastic week van en dan gaat deze sneller kapot. Haal ook de knijpers van de lijn als de was droog is, anders worden ze vies en gaan ze snel kapot. Zonde!

Een heel artikel over de was buiten drogen, wie had dat gedacht 😉 Ik ben benieuwd of jij net zo enthousiast over buiten drogen bent als ik. Kom maar door met die volle waslijnfoto’s!

Niet meer elke dag douchen

Het is de planning om volgend voorjaar, dus in 2018, in ons tiny house te gaan wonen. Er is een architect bezig met het ontwerp, we hebben al een eerste gesprek met een aannemer gehad en we zijn ook al druk met de eerste stappen op weg naar een (tijdelijke) plek voor ons huis. En door al deze toffe dingen krijgen we alleen maar meer zin om NU in ons tiny house te gaan wonen! We zullen helaas nog even geduld moeten hebben. Gelukkig hebben we ook nu al genoeg om ons ‘bezig’ te houden. Zo zijn we al maanden flink aan het ontspullen én passen we onze gewoonten stap voor stap aan in voorbereiding op het off-grid wonen.

Eén van de uitdagingen in het tiny house zal de watervoorziening zijn. Of beter gezegd: de hoeveelheid regen die er valt en die we kunnen opvangen. We zullen niet aangesloten zijn op het waternet en als er straks een flinke bui valt zijn we daar een stuk blijer mee dan dat we nu zijn. We zijn ons nu al meer bewust van de hoeveelheid water die er valt, mede omdat we tinyhousepionier Marjolein in het klein nauwgezet volgen. Er zijn perioden dat ze met smart wacht op een goede bui. Als het na een droge periode flink regent, denken we dan ook meteen aan haar. Fijn dat Marjolein weer thuis kan douchen!, denken we dan blij.

We vangen nu al een tijdje tijdens het douchen en tijdens het gebruiken van onze keukenkraan overtollig water op. Dit gebruiken we om ons toilet mee door te spoelen of de planten buiten water te geven. Maar elke dag douchen is een luxe die we ons in het tiny house waarschijnlijk niet kunnen permitteren. Dus hebben we besloten om dat nu alvast niet meer te doen. Dat scheelt water, energie én geld. Door nu al een nieuwe gewoonte aan te leren, hopen we de overgang naar off-grid wonen soepeler te maken. En bovendien: hoe smerig worden we nu helemaal op een dag? Het is niet dat we heel zwaar of smerig werk doen. We zitten allebei hele dagen achter onze laptops, dus we worden hoogstens wat stoffig 😉

IJsschotsen op een zwart strand in IJsland, een van de indrukwekkendste dingen die ik ooit gezien heb.

We douchen nu om de dag, waarbij we niet altijd ons haar wassen. Ik was mijn haar één keer per week en Gerbrand (nu nog) twee keer per week, maar ook hij is nog aan het afbouwen. Douchen doen we trouwens altijd samen: gezellig én waterbesparend! De andere dag vullen we onze wasbakken (we hebben er nu twee, dat zal straks ook anders zijn) met warm water. Met een washandje soppen we onszelf goed af. In de ene wasbak spoelen we de zeep uit de doeken zodat we ons daarna met het schone water uit de andere wasbak zeepvrij kunnen maken. Meestal spoel ik mijn gezicht nog even na met een plens koud water. Even wakker worden 🙂 Het wassen bij de wasbak bevalt prima: we worden er net zo fris van als onder de douche en de dagen dat we wél onder de douche staan waarderen we extra.

We zijn erg benieuwd hoe het douchen en wassen straks in ons tiny house zullen gaan. Dan zullen we in lange droge perioden wellicht af en toe bij vrienden of familie moeten douchen. Kunnen we daar meteen even een grote was draaien 😉 Als water niet vanzelfsprekend uit de kraan komt, zullen we creatief moeten zijn. Gaat vast goedkomen!

Zelf wasmiddel maken: groen, simpel én goedkoop!

Als we straks in ons tiny house niet aangesloten zijn op de riolering en ons water moeten filteren, kunnen we alleen nog biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen gebruiken. En waarom zouden we daarmee wachten totdat we daar wonen? Een milieuvriendelijker wasmiddel kan nu ook zeker geen kwaad. Sinds eind vorig jaar maken we ons eigen wasmiddel. En dat is zo simpel, een kind kan de was doen 😉

Op de website van Evelien Matthijssen, alias Green Evelien, vonden we een recept voor wasmiddel voor de witte en gekleurde was. Witte was hebben wij eigenlijk niet, dus we hadden alleen zeep, water en een lege wasmiddelfles nodig om aan de slag te kunnen. Er zijn drie soorten zeep die je volgens Evelien kunt gebruiken: Sunlight zeep, Marseillezeep en Aleppozeep. Alleen die laatste is volledig plantaardig én zonder palmolie. Door de productie van palmolie gaat er veel regenwoud verloren, dus dit is een ingrediënt dat we graag vermijden.

aleppozeep

De Aleppozeep haalden we bij de Ekoplaza en we betaalden voor een stuk van 180 gram € 7,95. Wij kozen voor de variant met olijfolie en 16% laurierolie. Er is ook een blok met alleen olijfolie. De Aleppozeep is ook te koop bij de Dille & Kamille, zag ik laatst. Het blok zeep ruikt inderdaad naar laurier en wat olie-achtigs. Omdat we bij onze eerste batch benieuwd waren hoe de was zou ruiken als we alleen deze zeep zouden gebruiken, hebben we toen geen etherische olie toegevoegd. Vanaf de tweede batch hebben we essentiële olie met lavendelgeur erbij gedaan. Dat haalt de eventuele deo- en zweetluchtjes nóg beter uit de kleding, hebben we gemerkt.

benodigdheden

Met het recept van Evelien kun je 5 liter wasmiddel maken, maar zo’n grote pan hebben we niet meer. Die is naar de kringloopwinkel gegaan na onze keukenopruimactie… Twee liter past er in onze braadpan én in de lege wasmiddelfles. Per wasbeurt heb je 60 ml nodig, dus met deze fles kunnen we 33 keer wassen. Voor 2 liter wasmiddel hebben we 32 gram zeep nodig. Raspen maar!

raspen

Met een grove keukenrasp is de zeep gemakkelijk te raspen. Er blijkt een mooie groene kleur binnenin te zitten; de zeep droogt uit en verandert daardoor van groen naar bruin. Tijdens het raspen hadden we de pan met water alvast op het vuur gezet. Zodra de bak gevuld was met genoeg zeeprasp, kookte ook het water. Efficiënt!

in_water

Als het water kookt, roer je de zeeprasp er doorheen. Het lost razendsnel op en daarna is het een kwestie van wachten. Het wasmiddel moet namelijk afkoelen, zodat de plastic fles niet smelt als je het erin giet. Tijdens het afkoelen verandert het goedje van kleur: van doorzichtig/schuimig naar bruinig/gelig. We waren een beetje bang dat de olijfolie naar boven zou drijven, maar bij het overschenken van het middel bleek het nog steeds goed gemixt te zijn. En de geur? Geen dansende beren-geur of exotische bloemengeur in elk geval, maar redelijk neutraal met een vleugje laurier. Absoluut niet vies.

de_test

We hebben nog nooit zo’n zin gehad om de was te doen en gooiden ‘s avonds meteen een handdoeken/ondergoed/sokkenwas in de machine. Een veilige was om mee te beginnen; mocht het niets zijn, dan hebben we in elk geval geen kleren verpest. Zestig milliliter hadden we nodig volgens Evelien, dus dat goten we in de wasbol. Het was nu nog heel vloeibaar, maar het schijnt na verloop van tijd nog wat dikker te worden. Was in de machine, bolletje erop en afwachten maar…Tijdens het draaien viel ons op dat het zeep niet schuimt zoals ‘normale’ wasmiddel dat doet. Maar goed, als het maar schoon wordt.

resultaat

We hebben met deze was meteen ook maar even het laagterecord ‘tijd dat de was nog in de machine zit terwijl het programma al klaar is’ verbroken, nieuwsgierig als we waren. En het resultaat mag er zijn! De was ruikt neutraal, niet naar laurier of olijfolie en is net zo schoon als normaal. De sokken hebben geen vieze zolen meer, de theedoeken zien er keurig uit en ook de vaatdoekjes zijn schoon en fris. Goedgekeurd dus, deze eigen gemaakte wasmiddel. Fijn voor het milieu, gemakkelijk te maken én voordelig: € 1,41 voor 2 liter. Een blijvertje!

Deze blog verscheen eerder op onze tiny house-blog: vangrootnaarklein.nl. Ik heb de tekst hier en daar ietsjes aangepast nu we wat meer ervaring hebben met dit wasmiddel. We hebben vandaag net onze derde fles gemaakt en hebben dus sinds november vorig jaar 4 liter wasmiddel met twee personen gebruikt. Dat zijn 66 wasjes in 5 maanden en dus 13,2 wasjes per maand. Dat zijn best veel wasjes…In het tiny house zullen we geen wasmachine hebben, tenminste, niet zo’n machine als die we nu hebben. We zijn ons aan het oriënteren op kleine wasmachines die je met de hand bedient. En we zullen de was af en toe naar een wasserette of familie/vrienden moeten brengen. Het wordt zeker een uitdaging om minder te wassen met minder kleren!

Verzorging zonder rotzooi: wat gebruik ik in de badkamer?

Vroeger droeg ik veel make-up. Geen eye-liner, lippenstift of oogschaduw, maar foundation, concealer, poeder en blush. Ik had een erg slechte huid en voelde me daar onzeker over. Ik probeerde het dan ook zo goed mogelijk te verbergen onder een dikke laag plamuur. Op sommige dagen had ik wat minder nodig, op andere dagen leek niets de pukkels te kunnen camoufleren. Maar sinds ik mijn leef- en eetpatroon drastisch heb veranderd, zijn alle pukkels en oneffenheden verdwenen en is mijn huid veel minder gevoelig geworden. De foundation en andere camouflagemiddelen heb ik dus de deur uit gedaan. Wat een opluchting!

Nu mijn aandacht zich richt op een duurzamer leven, heb ik mijn verzorgingsproducten nog eens kritisch bekeken. Want in de middelen die ik voorheen zonder daarover na te denken aanschafte, blijken nogal eens ingrediënten te zitten waar mijn lijf én het milieu niet zo blij van worden. Zo verdwenen er heel wat bodylotions, scrubs en douchegels uit ons badkamerkastje nadat we de etiketten hadden nagelezen op micro-plastics. En nu onze plannen voor het wonen in een off-grid tiny house concreet zijn geworden, letten we er ook op dat de producten die we gebruiken biologisch afbreekbaar zijn. Zo weten we zeker dat we ons grijze afvalwater straks zelf kunnen zuiveren. Verder letten we ook op het verpakkingsmateriaal en proberen we verzorgingsproducten met zo min mogelijk afval te kopen.

Onder de douche
Wat staat er nu dan nog wel in onze badkamer? Onder de douche gebruiken we een stuk zeep om onze lijven in te zepen. We hebben er een aantal van Lush gebruikt en hebben er nu eentje van de EkoPlaza. Die was een stuk gunstiger geprijsd, maar helaas wel verpakt in plastic. Laatst kwam ik via-via de kleine Groningse zeepfabriek Soap7 tegen en bij hen bestelden we een limited edition Sandalwood zeep met onder andere patchouli, een van mijn lievelingsgeuren. Ook kochten we daar een shampoobar, zonder palmolie. Gerbrand gaat deze gebruiken, ik was mijn haar nog met de shampoo van Zerah.nl. Die zit wel in een plastic fles, maar die is vast herbruikbaar. Ik was mijn haar maar één keer per week en Gerbrand eens per twee dagen. Soap7 verzendt hun zeep trouwens zonder plastic, heel fijn!

Onder de oksels
Ik heb een tijdje deodorant van Lamazuna gebruikt, een blokje dat je nat maakt onder de kraan. Na een aantal weken viel het me op dat de huid onder mijn oksels begon te verkleuren. Ik ben gestopt met deze deodorant en mijn oksels hebben gelukkig weer hun normale kleur aangenomen. Ik heb sindsdien helemaal geen deodorant meer gebruikt. Deels uit luiheid, want ik wist niet zo goed welke ik dan wilde proberen. Maar nu blijken mijn oksels zich prima te gedragen zonder deo. Ik zweet stukken minder dan voorheen en merk niet of nauwelijks zweetluchtjes. Soms, een beetje, aan het einde van de dag. Maar dat heeft volgens mij meer te maken met de soort kleding die ik dan draag (synthetisch) dan de zweetproductie van die dag. Gerbrand heeft sinds kort een deostick van Faith in nature, gekocht bij Veggie4U, de vegetarische/vegan supermarkt in Den Haag. Het is een aluinstick met Ammonium alum. Als je hierop gaat googlen zijn de meningen verdeeld over hoe goed dit voor je is. De werking is in elk geval prima, aldus Gerbrand. En zo’n minerale deostick gaat superlang mee, dus dat scheelt een hoop lege deobussen of rollers!

Op mijn gezicht
Voor mijn gezicht gebruikte ik een tijdje een dagcrème van Lush, maar ik wilde graag een minder dure crème. Mijn zusje ontdekte de producten van Lavera. Ik ben heel Den Haag afgefietst om een potje te kopen, maar nergens was het verkrijgbaar. Na weken zonder dagcrème heb ik deze week dan toch maar een potje online besteld, samen met een sunblock van Lovea en zonnebrandcrème met factor 30 van Lavera. Ik bestelde het bij BigGreenSmile.nl en de drie kleine producten kwamen in maar liefst vier (!) dozen. Doos in doos in doos in doos. Ik snap dat het goed verpakt moet worden, maar dit was wel erg veel. Ik ga ze per e-mail vragen naar de reden, ik ben benieuwd.

Links de vier dozen van BigGreenSmile, rechts het kleine, met aandacht ingepakte doosje van Soap7.

Voor de intieme zone
De grootste afvalbesparing is mijn keuze om wasbare inlegkruisjes/maandverband en een menstruatiecup te kopen. Ik gebruikte dagelijks een inlegkruisje van Yoni, een merk dat biologisch katoen gebruikt. Maar dat leverde veel plastic afval op. Via een gesprek op Twitter vond ik de website cutecotton.nl. Daar geven ze supergoede informatie over deze producten en ik bestelde daar acht stuks inlegkruisjes van Myllymuksut (what’s in a name?) en een paar weken later een menstruatiecup van Me Luna. De cup moet ik nog proberen, maar de wasbare inlegkruisjes bevallen heel goed! Ik vind het zelfs frisser dan wegwerpinlegkruisjes, omdat ze van stof (bamboe) zijn en daardoor ademen. Je sluit de verbandjes met een drukknoopje, net als je turnpakje vroeger 😉 Daar voel je verder niets van, ook niet op de fiets. De verbandjes was ik op zestig graden met de handdoeken en onderbroeken. Ideaal!

Voor een frisse mond
Ook qua tandenborstel is er een groene keuze. Gerbrand en ik poetsen nu onze tanden glimmend schoon met een Humble Brush, een tandenborstel gemaakt van bamboe. Beter voor het milieu dan alle plastic tandenborstels die jaarlijks op de afvalhoop belanden. En bij elke verkochte borstel wordt er een kind die tandverzorging nodig heeft geholpen. Dat poetst een heel stuk fijner! Op de borstel doen we een drupje tandpasta van AloeDent, gekocht bij de EkoPlaza. De verkoper daar zag ons snuffelen bij het rek en vertelde dat we van deze tandpasta maar een kloddertje ter grootte van een erwt nodig hebben. En hij heeft gelijk. Deze natuurlijke tandpasta is lekker fris en de tube gaat eeuwen mee. Helaas zit het uiteraard wel in een plastic tube.

Scheren
Ik ben nu nog bezig om mijn laatste pakje wegwerpmesjes op te maken, maar ga daarna over op de mesjes van Boldking. Gerbrand gebruikt deze al een tijdje en is er zeer tevreden over. Het zijn wel plastic scheermesjes, maar de kop met de mesjes is los te halen van de houder. Deze gebruikte mesjes kun je terugsturen naar Boldking en worden gerecycled. En voor de verpakking van de mesjes wordt alleen karton gebruikt. De houder die wij hebben, ga ik delen met Gerbrand. Zo hoef ik alleen de mesjes aan te schaffen.

Je leest het, ik ben snel klaar in de badkamer ’s ochtends. Ik borstel mijn haren, poets mijn tanden, doe dagcrème op en klaar! Een heel verschil met mijn make-uproutine van vroeger…

Groen mijn haar wassen

Vorig jaar liep ik zes weken rond met heel vet haar. Het voelde verre van fijn en mijn haar zag er dof uit. Met een borstel van zwijnenhaar probeerde ik het talg naar beneden te ‘transporteren’, om zo de droge punten te ‘voeden’. Een keer in de week stond ik te puffen onder een veel te hete douche. Ik probeerde de no-poo-methode uit, maar dat was op zijn zachtst gezegd geen succes.

Misschien had ik het langer vol moeten houden. Er zijn hordes mensen (vrouwen én mannen) die zweren bij deze manier van haarverzorging en die verklaren dat hun haar nog nooit zo mooi is geweest. Met een natuurlijk volume, een gezonde glans en nergens te veel talg te bekennen. En dat door het met alleen maar water te wassen. Ondanks deze ‘gouden-bergen-belofte’ besloot ik na zes weken toch mijn haar weer te wassen. Ik wilde het weer eens los kunnen dragen en er met mijn vingers doorheen kunnen gaan zonder de kriebels te krijgen.

Ik besloot deze haarwasmethode uit te proberen, omdat het me een milieuvriendelijke en goedkope manier van haarverzorging leek. Bij de no-poo-methode laat je je haar ontwennen van alle chemische producten en was je het veel minder vaak, waardoor het uiteindelijk minder talg gaat produceren. De hoeveelheid talg die nog wel vrijkomt, verzorgt je haar op de natuurlijke manier. Geen shampoo en minder wasbeurten, dat klinkt gemakkelijk. Zo easy is het echter niet. Er zijn namelijk een aantal essentiële stappen die ervoor moeten zorgen dat je haar optimaal gebruik kan maken van haar eigen verzorgingsproduct. Zo moet je voor het wassen je haar behandelen en het talg verdelen naar de drogere punten. Dat doe je eerst met je vingers en daarna borstel je het grondig uit met een borstel van echt zwijnenhaar. Zo’n borstel neemt een teveel aan talg op én transporteert het naar de rest van je haar. Na deze stappen zag mijn haar er helemaal vies uit: ultravet bovenop en pluizig aan de onderkant. De volgende stap vond ik het meest vervelend: het wassen met alleen water. Het water moet behoorlijk warm zijn, zodat overtollig talg oplost en eruit gewassen kan worden. Tijdens het wassen voelde ik hoe vet mijn haar was en ik merkte dat dit er niet goed uitspoelde. Je moet het water zo heet maken dat het nèt prettig aanvoelt. Er ging heel wat heet water doorheen voordat ik het idee had iets schoner haar te hebben en ik kwam daarna met een knalrood hoofd van de hitte de douche uit. Ik wikkelde mijn haar in een katoenen t-shirt om het te laten drogen en kamde het tenslotte voorzichtig uit met een grove kam. Eenmaal droog was het helaas nog steeds slap en vet. En zo hield ik dat zes lange weken vol…

Mijn haar na de voorbehandeling…heel erg vet!

Ik besefte dat deze methode voor mij niet geschikt was. Mijn haar voelde niet fijn en de wasmethode vond ik tijdrovend en oncomfortabel. Daarnaast is no poo niet tiny-house-proof: het zou te veel vragen van onze watercapaciteit (we vangen straks zelf regenwater op om mee te douchen) en teveel van onze warmwatervoorziening. Exit no poo dus. Ik wilde wel graag op een natuurlijke manier mijn haar blijven wassen, want we filteren in het tiny house ons eigen afvalwater en kunnen dus alleen biologisch afbreekbare stoffen gebruiken. Met azijn en natriumbicarbonaat (baking soda) zou je je haar ook schoon en glanzend moeten kunnen krijgen. Deze manier valt ook onder de no-poo-methode en ik besloot het een kans te geven. Ik dook de douche in met een fles met een mengsel van water en baking soda en een glas azijn. Eerst wassen met het mengsel uit de fles en daarna de azijn erdoor om het haar zacht te maken. Het werkte als een trein en het was een verademing na zes weken alleen water. Mijn haar voelde squeaky clean en zacht en ik was een blij ei. Dit was de oplossing! Maar helaas, dit keer gooide Gerbrand roet in het eten. Hij vond een aantal artikelen waarin gewaarschuwd werd voor het effect van de hoge pH-waarde van natriumbicarbonaat op je haar. Op de lange termijn zou dit kunnen zorgen voor haaruitval. De azijn zou deze waarde moeten neutraliseren, maar de vraag was of dit werkte wanneer je dit na elkaar gebruikt. Omdat mijn haar me dierbaar is, besloot ik niet verder te gaan met deze methode. Ik heb hierna nog alleen azijn als ‘shampoo’ geprobeerd, maar daar bleef mijn haar ook erg slap en vettig bij. Nee, dit was het ook niet.

Wat nu? Ik wilde nog steeds alleen een natuurlijk product gebruiken. Op Twitter tipte iemand mij de shampoo van Zerah.nl (voorheen zuiverezeep.nl). Eliane en Kirsten maken ecologische wasmiddelen en verzorgingsproducten en verkopen onder andere de Heavenly Haircare. Er zitten alleen biologisch afbreekbare producten in. Ik werd nieuwsgierig en bestelde een proefflesje. En dat beviel erg goed. Nu staat er dus een grote fles shampoo in de badkamer. Ik was mijn haar een keer per week met een kleine hoeveelheid Heavenly Haircare. Doordat ik in al die weken mijn haar al had laten wennen aan het minder wassen, kan ik het gemakkelijk redden met een wekelijkse shampoobeurt. Alleen de laatste twee dagen is het wat vetter bovenop, maar dit komt niet in de buurt van de vetheid die ik heb ervaren tijdens het no-poo-experiment! Ik draag het dan gewoon in een vlecht of knot: opgelost! Na het wassen droog ik het nog steeds met een katoenen t-shirt. Ik wikkel dat om mijn natte haar en laat het t-shirt het water opnemen. Daarna kam ik het voorzichtig met een grove kam. Verder gebruik ik nog steeds de zwijnenhaarborstel om het te borstelen.

Net gewassen 🙂

Mijn haar is volgens mij net zo blij als ik met deze haarwasroutine. Doordat ik het minder vaak was en met een shampoo zonder chemische middelen is het glanzend en heb ik veel meer volume dan ik had met ‘normale’ shampoo. En wekelijks wassen scheelt een hoop tijd in de douche! Ook gaat mijn fles shampoo lekker lang mee. Wanneer hij op is, stuur ik hem terug naar Zerah zodat ze hem opnieuw kunnen vullen.

Ik ben benieuwd: hoe verzorg jij je haar?