Tag: weggooien

Eindelijk aangepakt: de schuur

In onze ruime tuin van zestig vierkante meter staat een charmant klein houten tuinhuisje. Er staat een vaste werkbank in en het is voorzien van een onzinnig aantal stopcontacten. Zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Blijkbaar had de oorspronkelijke bewoner een zeer grote stroombehoefte. Wij verhuisden vorig jaar maart naar dit huis en in de schuur zetten we alle spullen die niet in huis pasten. Een ladekast en twee Ikea Expeditkasten gaven ons nog meer ruimte om de boel flink vol te zetten. En in een jaar tijd kwam daar steeds meer bij. Tot de schuur zo vol stond dat we niet meer fatsoenlijk bij alle spullen konden, aargh! Nu we het huis al flink opgeruimd hadden, was de schuur aan de beurt. Ik zag er wel een beetje tegenop…

De chaos…

Een van de redenen dat ik huiverig was om de schuur aan te pakken is mijn angst voor spinnen. Ik kan me voorstellen dat die het prima naar hun zin hebben tussen de spullen. Zelf alles eruit trekken om de boel uit te zoeken zou dus niet gaan gebeuren. Gelukkig vindt Gerbrand het geen enkel probleem om hier en daar een achtpotig ‘vriendje’ tegen te komen, dus die mocht de spullen uit de schuur halen. Ik sorteerde deze dan buiten op het terras. Dat garandeerde trouwens niet dat ik geen spinnen tegenkwam, brrr… We maakten drie stapels buiten de schuur: afval (onderverdeeld in plastic en restafval), kringloop en bewaren. Bij de stapel kringloop gingen ook de spullen die het nog waard zijn om te verkopen via Marktplaats.

Ik merkte meteen dat we het opruimen tegenwoordig goed onder de knie hebben. Nu we al een aantal maanden bezig zijn met ontspullen, maken we razendsnel beslissingen over een item. Waar ik eerder vaak nog dacht: ‘maar stel je voor dat we dit nog kunnen gebruiken?’, vind ik nu veel sneller dat we zonder kunnen. De meeste spullen zijn de schuur niet uit geweest sinds de verhuizing, dus zo nodig zijn de items niet. En de meeste dingen kunnen we gemakkelijk van iemand lenen, mochten we het wel nodig hebben. Zo groeide de stapel ‘kringloop’ razendsnel. Wat daar zoal lag? Ontzettend veel reistassen en sporttassen, onder andere. Ik stond er echt versteld van hoeveel tassen wij met z’n tweetjes hadden verzameld. De meeste daarvan heb ik al jaren niet meer gebruikt, maar ze verhuisden wel steeds mee naar nieuwe huizen om daar weer ruimte op te slokken. Weg ermee dus. Ook bleken wij vier plamuurmessen te hebben…Ik had op Instagram nog gelachen om iemand die er zes had, maar ik bleek zelf net zo erg, oeps! Er gaat ook een gourmetset naar de kringloop, daar gaan we in het tiny house toch geen gebruik van maken. Verder veel bloempotten, wat vazen, kerstspullen, een kunstkerstboom en een paar schaatsen. Ik kan weer een aantal keren heen en weer fietsen naar Schroeder 🙂

Er bleek ook best nog veel afval uit de schuur te komen. Zo had ik de vier paar zomerschoenen die onze kat Gilles verpest had door eroverheen te plassen in een afgesloten zak in de schuur gegooid en was ik vergeten om deze daarna weg te gooien. Blugh… Ook lagen er meerdere kapotte plastic zeilen, een aantal kapotte plastic bloempottentrays en een stapel lege tomatenemmertjes. Die bewaarde ik een tijdje fanatiek, maar zoveel lege emmertjes hebben we echt niet nodig. Verder stond mijn ‘plank’ in de schuur. Mijn familie weet precies wat ik bedoel met ‘mijn plank’. Het is een vierkante plaat dik multiplex waar ik aan de ene kant met witte verf en een benzinestift koeienvlekken op gemaakt had en die aan de andere kant volgeschreven was met berichtjes die je als puber ook in agenda’s zet. Ik maakte er op de middelbare school altijd mijn huiswerk op, voor de televisie. Plank op schoot, boek en schrift erop en klaar was mijn draagbare bureau. Jarenlang heb ik de plank gebruikt: hij verhuisde mee naar Groningen voor mijn studie Bedrijfskunde en ging daarna mee naar Den Haag. Nu stond het ding echter al een jaar ongebruikt in de schuur. Tijd om er echt afscheid van te nemen.

Links alle spullen voor de kringloop/verkoop, in het midden het afval (met onder in beeld ‘de plank’) en rechts de spullen die mogen blijven.

Drie uurtjes nadat we de deur van de schuur hadden opengetrokken waren we klaar. Buiten de schuur stonden grote stapels met spullen en binnen was het heerlijk leeg. Dat zou helaas niet zo blijven, want de spullen voor de kringloop en de verkoop moeten nog weggebracht en op Marktplaats gezet worden. De spullen die we houden (voornamelijk gereedschap, zaden en tuinspullen) passen met gemak in één Expeditkast. Ondanks dat de schuur nu nog niet leeg is, voelt het al wel als een grote opluchting dat we deze ruimte eindelijk aangepakt hebben. Ik weet nu precies wat er staat, er staat zeker weten geen afval meer (zelfs de gereedschapskist is uitgezocht en opnieuw ingedeeld) en ik weet dat de schuur over een tijdje wél zo goed als leeg zal zijn. Superfijn!

Vijf tips om geen eten meer weg te gooien + bonustip

Ik hang regelmatig met mijn neus boven een zak spinazie. Niet omdat spinazie een specifiek lekker geurtje heeft, maar omdat mijn favoriete bladgroente voor door mijn lunchsalades soms sneller ‘zuur’ wordt dan de houdbaarheidsdatum aangeeft. Vooral de spinazie van de Jumbo is daar bij mij berucht om, dus als het even kan haal ik mijn zakken bij de Albert Heijn. Die spinazie blijft minstens tot de houdbaarheidsdatum goed, zodat ik genoeg tijd heb om de zak leeg te eten. Want eten weggooien, dat vind ik zo zonde! Hoe ik ervoor zorg dat er zo min mogelijk voedsel in huize Van der Weg-Oosterloo de prullenbak in gaat? Ik geef je vijf tips én een bonustip!

Einde van de week: een bijna lege koelkast.

1. Maak een weekmenu
Elk weekend gaan Gerbrand en ik ervoor zitten: het bedenken van het weekmenu. We vinden het allebei niet de leukste klus, omdat we soms echt totaal geen inspiratie hebben, maar we weten hoe fijn het is om daarna de hele week niet meer te hoeven nadenken over wat we gaan eten. We halen alles in één keer in huis (speciaal daarvoor heb ik megagrote fietstassen gekocht waar twee volle boodschappentassen in kunnen) en hoeven doordeweeks alleen nog maar af en toe een versproduct of wat zuivel te halen. Zo relaxed, voor iemand zoals ik die een grondige hekel heeft aan boodschappen doen 🙂 Shoppen met een lijstje zorgt ervoor dat we nauwelijks impulsaankopen doen en omdat we doordeweeks niet vaak in een supermarkt komen, is die verleiding er dan ook niet. We halen precies genoeg voor een week en hoeven zo niets weg te gooien.

2. Kies gerechten met een aantal dezelfde ingrediënten
Als we de gerechten voor een week bedenken, proberen we vaak om met een aantal dezelfde ingrediënten verschillende maaltijden te maken. Hebben we bijvoorbeeld ergens wortelen voor nodig, dan zoeken we er een gerecht bij waar dit ook in kan. Verder proberen we zoveel mogelijk te kiezen voor ingrediënten die ook op een andere manier te gebruiken zijn. Voor de lunch of als tussendoortje bijvoorbeeld.

3. De vriezer is je beste vriend
We hebben dit jaar een nieuwe, zeer zuinige koelvriescombinatie gekocht. Het is een hoog model, maar wel minder hoog en diep dan de standaardmodellen. Deze koelvriescombinatie gaat namelijk mee naar ons tiny house. We hebben bewust voor een hoog model met een ruime vriezer gekozen, omdat we daar echt niet zonder kunnen. Wanneer we koken, maken we eigenlijk altijd iets voor vier personen. Een deel van het eten gaat de vriezer in, zodat we op dagen dat we geen zin hebben om te koken, snel iets lekkers op tafel hebben staan. Ook wanneer één van ons alleen eet, is een gevulde vriezer ideaal. Verder vriezen we restjes sausjes en andere kliekjes in om later te kunnen gebruiken bij het koken. Kokosmelk giet ik in een ijsblokjeshouder (met hartjesvorm) zodat ik blokjes kan toevoegen bij het opwarmen van bijvoorbeeld rode linzencurry waarvan ik vaak een portie in de vriezer heb staan. Tomatensaus, pindasaus, alles gaat de vriezer in zodat we het later weer kunnen toevoegen aan nieuwe gerechten.

Gezellige kokosmelkblokjes!

Ook brood gaat hier standaard de vriezer in, meteen op de dag dat we het kopen. Ik eet doordeweeks geen brood en Gerbrand vergeet het nog weleens mee te nemen en luncht dan op zijn werk. Het brood gaat er dus niet zo snel doorheen hier. Even ontdooien en we hebben altijd een plakje bij de hand. En wordt het echt te oud? Dan roosteren we het in de oven en besmeren het lekker dik met roomboter. Mmmm!

4. Kook met restjes & wat je nog in de kast hebt staan
Als we het weekmenu maken, heb ik vaak de neiging om ‘from scratch’ gerechten te bedenken. Maar regelmatig herinner ik mezelf eraan eerst te kijken wat we nog op voorraad hebben en daarmee iets lekkers te bedenken. Ik haal namelijk graag voorraadjes in huis, zodat we niet snel misgrijpen, maar dat zorgt er soms ook voor dat dingen te lang kunnen blijven staan. Eens in de zoveel tijd trek ik de keukenkastjes open en kijk ik met welke voorraad ik aan de slag kan. Meestal hoeven er dan maar een paar ingrediënten gehaald te worden om een volwaardige maaltijd te koken.

Voorraad.

We hebben bijna nooit restjes van complete maaltijden, omdat we die altijd invriezen. Maar we houden wel regelmatig ingrediënten ‘over’. Een paar lente-uitjes uit een hele bos bijvoorbeeld, die kun je toevoegen aan tal van andere recepten. Restjes bonen of kikkererwten smaken heerlijk in een salade, kunnen zo bij de falafel en passen in elke curry. En een halve komkommer snoep ik overdag weg, met wat hummus, of gooi ik door een lunchsalade.

5. Deel eten via Olio & Thuisafgehaald
Ik heb van beide sites nog niet actief gebruikgemaakt, maar ik vind het idee super! Met de app Olio kun je eten (of spullen) fotograferen en delen. Iemand anders kan dit dan gratis komen ophalen. Handig voor als je per ongeluk een verkeerde smaak chips hebt gehaald, een zak koffie hebt gehaald voor de visite maar de rest niet meer gebruikt of je toch allergisch blijkt voor die net nieuw gekochte dagcrème.

Op Thuisafgehaald kunnen fanatieke thuiskoks zich aanmelden. Je post een foto en beschrijving van het gerecht dat je gaat maken en voor een klein bedrag kan iemand een portie komen halen. Dat zouden wij een keer kunnen proberen met de extra portie die we standaard maken. En een keertje iets halen in onze buurt lijkt me ook een fijn plan, want we wonen in een multiculturele wijk met vele nationaliteiten. En dat kan niet anders dan de heerlijkste gerechten betekenen!

Bonustip 😉 Composteren
Ook al doen we nog zo ons best, soms moeten ook wij iets weggooien. Spinazie die dus toch sneller slap en nattig is geworden, bijvoorbeeld, of een paar stengels bleekselderij die echt nergens bijpasten. Alles wat rauw is, gooien we in onze compostbak. We hadden eerst een open composthoop en die deed het super. Binnen een paar maanden was er onderop goede, zwarte grond ontstaan en kropen er veel blije wormen in rond. Nu hebben we een compostbak gekregen en gaat al ons GFT-afval daarin. Ik ben benieuwd of deze net zo goed composteert, ik heb gelezen dat het soms te warm wordt daarbinnen waardoor het eerder verrot dan composteert. We zullen zien! In elk geval hergebruiken we ons GFT-afval op deze manier om onze tuin van voeding te voorzien of plantenpotjes te vullen met verse aarde. Zo voelt het net wat minder erg om eten weg te gooien. Gekookte etensresten kun je beter niet op de composthoop gooien, die moeten toch echt bij het restafval.

Heb jij nog tips om voedselverspilling tegen te gaan? Ik ben benieuwd!

Ontspullen: meer dan alleen flink opruimen

Ontspullen en minimaliseren zijn hip. Je kunt geen krant of tijdschrift openslaan, geen website of blog lezen zonder drie keer te struikelen over opruimtips, minimalism challenges of before-and-after-foto’s na een flinke ontspulronde. In Facebookgroepen over minimaliseren worden foto’s gedeeld van huizen die ontdaan zijn van alle franje. Nergens is meer een frutsel of fotolijstje te bekennen. Waar de ene groep deze leegte bejubelt, wordt door anderen het nut van chaos en het verzamelen van spullen maar weer eens benadrukt. Want creatieve mensen zouden het niet zo goed doen in een ordelijke, opgeruimde omgeving. Die hebben een (lichte mate van) rommel om hen heen nodig, om out of the box te kunnen denken of inspirerende ingevingen te krijgen.

Het beeld is heel zwart-wit: of je leeft minimalistisch en je huis is leeg óf je bent een onverbeterlijke verzamelaar die zijn rolschaatsen van vroeger terugvindt achter een stapel Viva’s die nooit gelezen zijn en naast die lelijke lamp die je vijf jaar geleden kreeg van je schoonmoeder. Ik snap dat zulke artikelen beter gelezen worden dan genuanceerde verhalen waarin het allemaal wat minder goed samen te vatten is in ‘tien opruimtips’ of ‘twintig manieren om minimalistisch te leven’. Maar voor mij is ontspullen meer dan alleen goed opruimen en heel veel spullen wegdoen. Het is meer dan streven naar een leeg huis of zo min mogelijk spullen (want hoe tel je dan? Tellen sokken als twee items of als één paar? Hoort de oplader bij de telefoon of zijn het twee dingen? Ik tel dus gewoon niet…). Het is een manier van leven die op veel meer vlakken verandering brengt. Ja, het begint met uitzoeken, opruimen en spullen verkopen, weggeven en weggooien. Maar de rust die ontspullen je kan brengen, zal niet blijvend zijn wanneer na een paar maanden flink opruimen er niets aan je manier van omgaan met spullen veranderd is.

Inmiddels is onze huiskamer een stukje leger dan op deze foto. Maar nog steeds niet kaal en wit 😉

Een minimalistisch leven is voor mij een leven waarin alleen die spullen een plekje hebben die voor mij van nut of waarde zijn. Zonder die spullen zou ik niet comfortabel kunnen leven. En daar zit meteen ‘het probleem’ waardoor we nu overspoeld worden met artikelen die helemaal voor of juist helemaal tegen ontspullen zijn. Want wat zijn voor mij de spullen waar ik niet zonder kan? En welke spullen zijn dat voor jou? Dat zijn vast niet dezelfde spullen waarmee jouw moeder haar leven prettig zou inrichten. En ook haar buurman denkt er weer heel anders over. Het is een dooddoener, maar de ene minimalist is de andere niet. Waar de een dolgelukkig wordt van het feit dat al zijn bezittingen in één koffer passen, zal de ander toch echt niet zonder zijn uitgebreide visuitrusting kunnen. En dat is prima. Het gaat erom dat de spullen waarmee je je omringt, daar niet alleen zijn omdat ze er nou eenmaal zijn. Dat zijn dus geen spullen waarvan je al niet eens meer wist dat je ze had of waarvan je, zonder het te weten, meerdere exemplaren hebt. Je weet wel: die dingen die je bewaart ‘voor het geval dat’ en waarvan je eigenlijk best weet dat ‘het geval dat’ zich zeer waarschijnlijk niet snel zal voordoen. Dat zijn dus de spullen in die ene la die nog nauwelijks dichtgaat, omdat deze overstroomt met pennen, halflege rolletjes tape, elastiekjes, verbogen paperclips, paracetamol die over de datum is en een half rolletje pepermunt. Dat soort ruis is het waard om flink op te ruimen.

Maar het houdt daar zeker niet op. Het draait ook om wat je nog consumeert. Welke aankopen doe je en waarom? Het heeft natuurlijk geen enkele zin om alles je huis uit te gooien wanneer je de maand daarna weer vier vaasjes, een nieuwe koekenpan (met de nieuwste aanbaklaag, vást veel beter dan die koekenpan die je nu gebruikt!) en grappige kussensloopjes in een trendkleur koopt. Ik merk dat ontspullen en minimalistisch leven een groot effect hebben op mijn koopgedrag. Waar ik vroeger gemakkelijk hebbedingetjes en handige items mee naar huis sleepte, denk ik nu wel tien keer na voor ik iets koop. Want hoe lang heb ik er plezier van? Is het het geld waard? Heb ik het echt nodig of wil ik alleen kopen om het kopen? Want dat laatste deed ik achteraf gezien best vaak. Een aanbieding die je niet kunt weerstaan, een mooi vaasje dat zo leuk op de salontafel zou staan, een item dat ik ‘echt, echt’ nodig had maar dat vervolgens maanden ongebruikt op de plank lag. Impulsaankopen waren mij niet onbekend. Maar nu ik me bewust ben van de impact die dergelijke spullen op mij en mijn vrijheid hebben, is een middagje ‘shoppen om het shoppen’ niet meer aan mij besteed.

De waarde van ontspullen zit voor mij niet alleen in de leegte die het oplevert, maar juist ook in de vrijheid die het mij geeft. Minder spullen brengt rust in mijn woonomgeving, het geeft me rust omdat ik niet meer naar koopprikkels hoef te luisteren en het zorgt ervoor dat ik veel minder uitgeef en zo meer financiële vrijheid heb om dingen te doen die écht van waarde zijn: dingen ondernemen met mijn geliefde, mijn familie en vrienden.

Ontspullen: maar vier vorken, messen en lepels?!

Ontspullen is hier al maanden de mantra. We hebben al bergen serviesgoed, opbergdozen, frutsels en andere overbodige spullen naar de kringloop gebracht, weggegeven aan vrienden of een goed doel of weggegooid omdat het stuk was. Er leek maar geen eind aan te komen; telkens verschenen er weer nieuwe dingen die we helemaal niet nodig bleken te hebben. Dus bleven we uitzoeken, ordenen, sorteren en ontspullen. Maar nu begint het toch langzamerhand leger en overzichtelijker te worden. Er zijn lege planken in kasten en ik weet nu precies wat we hebben en waar het ligt. Toch moet er voordat we tiny gaan wonen nog steeds véél weg. Maar als we zo ver zijn, gaat dat hopelijk met het grootste gemak.

Ik merk dat ik tijdens al dit minimaliseren en opruimen veel bezig ben met de vraag: wat hebben we nou écht nodig? Welke spullen zorgen ervoor dat wij comfortabel kunnen leven en wat is eigenlijk alleen overtollige ballast? Het antwoord op deze vraag verandert steeds. Ik merk dat wanneer je stap voor stap opruimt, de grenzen verschuiven. Spullen waarbij ik in het begin moeite had om ze los te laten, gaan nu zonder pardon het huis uit. Ik heb vooral afgerekend met de ‘maar wat als’- en ‘stel je voor dat’-spullen. Ik ben een kei in het bedenken dat ik iets wellicht ooit in de nabije of verre toekomst nodig zal hebben. En dan kan ik vast niet zonder. Maar de meeste spullen zijn de moeite van het bewaren helemaal niet waard. En hebben we iets per se nodig, dan kunnen we het altijd dan nog aanschaffen of lenen. Ik heb geleerd dat opruimen echt in stappen moet. Anders loop ik tegen veel te veel keuzemomenten aan en dat zorgt voor spanning. Maar door continu te evalueren of ik iets nog nodig heb en wat mijn gevoel erbij is, lukt het steeds beter om écht te ontspullen.

Een van de eerste ruimten die we aanpakten waren de keuken en de servieskast. We maakten daar zelfs twee video’s over voor op onze tiny-house-site. Het uitzoeken van ons servies en keukenspullen deden we wel rigoureus: we bedachten wat er in een tiny keuken zou passen en bekeken welke spullen we daadwerkelijk gebruikten. Er ging dus veel, heel veel weg. Tassen vol keukenspullen, heel veel bestek (van mezelf, mijn oma én Gerbrand, altijd handig: vijftien lepels…), keukenapparatuur dat alleen maar stof stond te vangen, allerlei bakspullen terwijl we amper iets bakken en heel veel glaswerk en servies. De kringloop was erg blij met ons.

We zijn nu een aantal maanden verder; hebben we iets gemist? Daar kan ik kort over zijn: nee. Het is juist een hele verademing dat we niet meer hoeven te graaien in een kast vol plastic opbergbakjes waar je nooit het juiste dekseltje bij kunt vinden, de pannen gemakkelijk in de kast passen en we in een oogopslag kunnen zien wat er in de bestekla ligt. We hebben van alles nu precies genoeg. Van de borden en het bestek hebben we zelfs nog maar vier stuks per item. Dus vier messen, vier vorken, vier lepels; goed, je snapt hem. Komen er meer dan twee mensen eten, dan moeten ze inderdaad hun eigen bestek en servies meenemen. Een soort ‘Bring Your Own’, maar dan met borden.

Nog een voordeel van weinig bestek en servies hebben: we moeten nu echt regelmatig afwassen. Er is geen mogelijkheid meer om gigantische bergen afwas te verzamelen voordat de schone vorken echt op zijn. Dus ook die vorken van oma waarmee we eigenlijk niet prettig aten, maar die we toch bewaarden. En de afwas is lekker snel klaar. Dat is wel zo fijn als je besloten hebt de vaatwasser niet meer te gebruiken om alvast te wennen aan een leven zonder.

We blijven de komende tijd ontspullen. Want in het tiny house zal de ruimte écht heel beperkt zijn en we willen er zo licht en ruimtelijk mogelijk wonen. Ook al wordt het nemen van beslissingen dat spullen weg kunnen stap voor stap makkelijker, er zijn dingen waarbij afscheid nemen wel lastiger is. En hoe minder we nog hebben, hoe vaker er zulke momenten zullen zijn. Maar we weten waarvoor we het doen: een overzichtelijk leven gericht op ervaringen in plaats van spullen en met een minimale impact op mens, milieu en dier. En blije mensen bij de kringloop, dat ook 😉

‘Het begint met nee zeggen’: Zero waste goeroe Bea Johnson was in Nederland

Ze kreeg rode uitslag op haar lippen toen ze brandnetelsap erop smeerde om ze groter te laten lijken. En uitgedroogd mos bleek toch niet zo’n heel goed alternatief voor wc-papier… Sinds 2008 leeft Bea Johnson zero waste en heeft ze heel veel dingen uitgeprobeerd om afval zoveel mogelijk te vermijden. En met resultaat: vorig jaar produceerde haar gezin van vier personen (met twee puberzonen) slechts één klein weckpotje aan restafval… Inmiddels reist ze de wereld over om mensen te inspireren afvalvrij te leven.

In Amsterdam waren er veel mensen nieuwsgierig naar de tips van deze ‘zero waste goeroe’, die in Pllek een lezing van twee uur zou geven; de zaal zat goed vol. Iets na 20 uur stapte Bea Johnson op het podium en met haar charmante Franse accent nam ze ons mee in haar afvalvrije leven. Voor wie Bea Johnson niet kent: op haar blog zerowastehome.com vertelt ze duizenden bezoekers per maand hoe ze zo min mogelijk afval kunnen produceren. En geeft ze een kijkje in haar smetteloos witte, minimalistisch ingerichte huis.

Haar mantra is: Refuse, Reduce, Reuse, Recycle, Rot (and only in that order). Ze probeert in de eerste plaats dus zo min mogelijk afval in huis te halen. Wat je niet hebt, hoef je ook niet weg te gooien. En, zegt Bea, wanneer je verpakte producten koopt geef je als consument het signaal: ik ben hier blij mee, produceer alsjeblieft meer plastic. Wanneer je ‘nee’ zegt, heeft de aanbieder juist de kans om het anders te doen. En hoe meer mensen ‘nee’ zeggen, hoe groter het effect is. Het geeft mij positieve energie, deze instelling. Want wanneer ik bezig ben met veranderingen op het gebied van bewust leven denk ik soms in een pessimistische bui: ‘ach, wat maakt het uit, ik maak in mijn eentje het verschil niet.’ Maar ik (en jij :)) maken het verschil juist wél.

Bea liet aan de hand van persoonlijke anekdotes zien hoe zij omgaat met een zero waste levensstijl. Je zult haar bijvoorbeeld nooit zien reizen zonder haar eigen thermosfles en katoenen zakje voor eten en ze is een groot fan van tweedehands shoppen. Haar outfit was geheel tweedehands en een dame uit het publiek vroeg haar in het vragenrondje: ‘koop je ook ondergoed tweedehands?’ Ja dus, wanneer ze het goede merk en maat tweedehands kan krijgen, koopt ze dat. Volgens Bea is dat echt niet ‘viezer’ dan nieuw ondergoed uit de winkel… Ook is ze een groot fan van producten met een unconditional lifetime warranty. Dat betekent dat wanneer iets stuk is, ze het naar de fabrikant terug kan sturen en een nieuwe krijgt. Ongeacht de reden waarom het artikel niet meer werkt. De fabrikant kan zo de grondstoffen hergebruiken en Bea heeft weer een goed werkend product en geen afval. Naar producten met zo’n garantie moet je wel goed zoeken; Bea noemde onder andere de rugtas van Jansport, sokken van Darn Tough en een koffer van Briggs & Riley.

Wat ik leuk vond aan Bea is haar nuchterheid over haar manier van leven. Ze laat duidelijk merken dat het haar persoonlijke keuzes zijn en dat kritiek daarop niet aan haar besteed is. Ze doet wat zij kan en wat bij haar en haar gezin past. Doordat ze zo in de aandacht staat, krijgt ze namelijk ook kritiek. Het is volgens sommige mensen nooit groen genoeg. Haar vleesconsumptie is bijvoorbeeld een terugkomende thema in kritische berichten. En haar vliegreizen om lezingen te geven in verschillende landen doet her en der ook wat wenkbrauwen fronsen. Een van de bezoekers in Amsterdam vroeg zich dat ook af: hoe verenigde Bea het reizen per vliegtuig met haar manier van leven? Haar antwoord was helder: dit is voor haar een manier om een zero waste levensstijl bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen. En als ze ook maar één iemand per lezing aanzet om daarin stappen te zetten, dan is dat het waard.

Een van Bea’s zonen laat zien hoe gelukkig je wordt van belevingen in plaats van spullen 🙂

En ons heeft ze zeker geïnspireerd! Tips die ik meeneem uit haar lezing:

    • Wij vinden het een grote uitdaging om ons huidige menu meer verpakkingsvrij te kopen. Bea bekijkt dit anders: probeer niet te focussen op het vinden van alternatieven voor wat je altijd kocht, maar kijk wat je gemakkelijk verpakkingsvrij kunt krijgen.
    • Kun je iets niet verpakkingsvrij kopen, koop het dan in een grootverpakking. Dat wordt een schuurtje naast het tiny house 😉
    • Een afvalvrij leven begint met ‘nee’ zeggen: nee tegen overbodige verpakkingen, nee tegen folders en ‘freebies’, nee tegen wegwerpproducten.
    • Recyclen is ok, maar is niet zaligmakend. Door te recyclen draag je nog steeds bij aan de productie van bijvoorbeeld plastic.
    • Maak dingen zelf, maar alleen als je je daar goed bij voelt en het geen extra verplichting of tijd opslokkende bezigheid wordt. Zo maakt Bea haar tomatensaus zelf, maar slechts één keer per jaar in een enorme hoeveelheid. Niet helemaal tiny house proof, wel inspirerend.
    • Afvalvrij leven moet niet voelen als een levensstijl waarin je niets meer ‘mag’, maar als iets dat je juist vrijer en gelukkiger maakt. Je concentreert je namelijk op belevingen in plaats van op (nog meer) spullen.
    • Doe wat je kunt op het gebied van groener leven en bepaal daarin je eigen koers. Laat je niet ontmoedigen door kritiek van mensen die vinden dat je het niet goed genoeg doet of die je een ‘rare vogel’ vinden. Als jij je fijn voelt bij jouw manier van leven, dan is dat goed.

Dank aan het Nederlandse zero waste blog Emma+John, duurzame community Opgemärkt en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor deze toffe avond! Op naar een meer afvalvrij leven 🙂

Afvalvrij [1] – waar beginnen we?

Plasticdieet, Plastic Free July

Afval scheiden hebben we al tot een kunst verheven. In de keuken staat een verzameling bakken en tassen: voor plastic afval, glas, papier en restafval. Op het aanrecht staat een glazen pot waarin ons groenafval gaat voor op de composthoop. En ook in de wc en badkamer staan zakken en bakjes voor plastic, rest- en papierafval. Het geeft al een beter gevoel dat ons afval (voor het grootste gedeelte) hergebruikt wordt, maar het is toch elke week weer schrikken hoeveel rotzooi wij met z’n tweetjes kunnen verzamelen. Vooral papier en plastic is met recht een afvalberg te noemen. Dat moet minder kunnen. In deze serie zoek ik uit: hoe kunnen we zo afvalvrij mogelijk leven?

Waar beginnen we? Al een tijdje nemen we ons voor om minder verpakkingen te kopen bij onze wekelijkse boodschappen. Maar dat blijkt steeds gemakkelijker gezegd dan gedaan. De katoenen tasjes voor fruit en groente vergeten we vaak mee te nemen (oeps!), als we boodschappen doen bij de kleine Albert Heijn om de hoek (voor de snelle tussendoorboodschapjes) kunnen we geen snoeptomaatjes zonder plastic emmer kopen. En elke ochtend kwark bij het ontbijt betekent elke dag een leeg plastic kwarkbakje. Ja, zo vullen de afvalbakken zich wel razendsnel. Eigenlijk zijn dit natuurlijk gewoon planningsproblemen en die zijn op te lossen. Tijd dus voor serious business: geen smoesjes meer! Stap voor stap willen we ons afval verminderen en om te kunnen zien hoe erg het nu precies is, keerde ik onze plastic-afvalbak om. Dit is het resultaat van één week:

De opbrengst van één week plastic afval. Het was een heerlijk klusje om dit zo uit te spreiden…

Verpakkingen van groente en fruit
Waarom zit zoveel groente en fruit in plastic verpakt? Soms zelfs met een bakje én een zakje? En als we dan voor biologisch kiezen, zit er vaak alsnog plastic omheen. Om de broccoli, per paprika, om een komkommer. Wortels in een plastic zak, tomaatjes in een emmer. Met ons vegetarische dieet stapelt de hoeveelheid afval van groente en fruit zich snel op. En het is zo onnodig en gemakkelijk te vermijden.
Kwarkbakjes en yoghurtverpakking
Ik geniet (al jaren) elke ochtend van mijn muesli (biologisch, van de Hema) met rozijnen, lijnzaad en kokos. Mét volle biologische kwark én een beetje biologische magere yoghurt. Maar die biologische kwark is er alleen in bakjes van 500 gram en die gaat elke ochtend op met twee personen. Hallo plasticberg!
Hummusbakjes
Ik ben hummusverslaafd, ik geef het toe. Ik gebruik het in de dressing voor mijn lunch, eet het graag met een stuk paprika of wortel en in het weekend doe ik het op brood.
Zakken van de rijst, pasta en dergelijke
Loopt toch aardig op, want we eten vaak wel iets van rijst of pasta bij het avondeten.
Verpakkingen van ons broodbeleg/salade-inhoud
Potjes, kaasverpakking (gewone kaas én feta), boterkuipjes, noem maar op.
Verpakkingen van ons brood
De zak. Vaak van plastic, soms gecombineerd met papier.
Zakjes van de nootjes
Elke dag een handje nootjes is gezond. Maar ja, weer zo’n zakje hè.
Blikjes kattenvoer
Onze drie harige huisgenoten krijgen elke dag 1/3 van een blikje nat voer. Elke dag een blikje bij het afval dus.

Pfoe, confronterend, om alles zo uitgespreid en opgesomd te zien! Geen wonder dat we elke week een vuilniszak vol plastic afval hebben 🙁 Voor elk van deze producten wil ik een alternatief vinden. Op een voor ons gemakkelijk te veranderen manier, zodat we het goed kunnen inpassen in ons dagelijks leven. Ik wil de producten in eerste instantie kunnen halen bij de supermarkt of een alternatief dat daar dichtbij is. In het weekend, want dan doen we de weekboodschappen. Voor ons betekent dit dat ik in deze eerste stap op zoek ga naar zoveel mogelijk verpakkingsvrije producten bij de Jumbo, Lidl en Albert Heijn. Als het niet lukt om daar iets verpakkingsvrij te kopen, ga ik op zoek naar een voordeelverpakking of een milieuvriendelijker alternatief.

Katoenen zakjes van Re-Sack.

Ik ben al enigszins voorbereid op meer afvalvrij kopen. Ik heb twee mooie katoenen zakjes van Re-Sack, gekocht bij Babongo. En in een creatieve bui naaide ik zelf een zakje van een oud kussensloop. Maar deze vergeet ik nog iets te vaak mee te nemen bij het boodschappen doen. En bij spontane, tussendoor-boodschappen heb ik ze al helemaal niet standaard in mijn tas. Dat is alvast één gemakkelijk verbeterpuntje: zakjes op een plek bewaren zodat ze bij de hand zijn.

Over een maand zie je in deel 2 van deze serie hoe het mij de eerste maand vergaan is. Welke alternatieven heb ik bij onze vaste supermarkten kunnen vinden? Of heb ik wellicht winkels gevonden die gemakkelijk per fiets bereikbaar zijn (we hebben geen auto) en waar verpakkingsvrij shoppen een stuk makkelijker is?

Ik ben benieuwd: let jij op de verpakking wanneer je iets koopt?