Tag: zero waste

Groentje van de maand: Opgemärkt – Het Plasticdieet

Plasticdieet, Plastic Free July

Zamel jij je plastic afval apart in? En hoeveel plastic heb jij dan in een week? Wij zitten nu op ongeveer tweederde vuilniszak per week. En dat vind ik nog steeds schrikbarend veel! Ondanks dat wij ons best doen om het plastic afval te verminderen, komt er nog steeds veel ons huis binnen. Dat kan beter! En dat vindt het Groentje van de maand ook.

“Een vereniging voor ongedwongen duurzaamheid met een Scandinavisch tintje”, zo omschrijft Opgemärkt zichzelf mooi op hun website. En waar moet je dan aan denken? De mensen van Opgemärkt promoten duurzame innovatie. Dat doen zij door een community te zijn voor mensen met creatieve ideeën, door hen een podium te bieden en door een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemden te zijn. Daarnaast organiseert Opgemärkt zelf toffe events en activiteiten om duurzaam leven te promoten. Zo was ik een tijdje terug bij de lezing van zerowastegoeroe Bea Johnson, die mede door Opgemärkt naar Nederland was gehaald.

Opgemärkt moest deze maand wel het groentje van de maand zijn. Zij organiseren namelijk het Plasticdieet, een supertoffe challenge geïnspireerd op Plastic Free July. Plastic Free July is een van oorsprong Australisch initiatief waar inmiddels wereldwijd meer dan een miljoen mensen aan meedoen. Als je je aanmeldt op de website van het Plasticdieet, krijg je wekelijks een worksheet met tips, inspiratie en uitdagingen in je mailbox, zodat je aan de slag kunt om je plastic afvalberg drastisch te verminderen. Ik heb al eerder proef mogen draaien met deze worksheets en er staan hele handige tips en weetjes in. Hierdoor word je je een stuk bewuster van al het plastic om je heen én krijg je meteen handvatten aangereikt om er wat aan te doen.

Plasticdieet, Plastic Free July

De Australische minister van milieu doet ook mee 🙂

Het Plasticdieet heeft ook een Facebookgroep waar je met medeplasticlijners kunt praten over jouw uitdagingen én overwinningen. Misschien heb jij in jouw zoektocht naar een bepaald product een hele fijne verpakkingsvrije hotspot ontdekt? Of heb je een tip die andere deelnemers kan helpen? Deel alles en meer met de groep of gooi het op Twitter of Instagram met de hashtag #plasticdieet. Zo laat je niet alleen zien dat jij goed bezig bent (en natuurlijk niet alleen in juli ;)), maar inspireer je misschien ook weer anderen om van hun plastic gewoonten af te komen.

Waarom al dat plastic zo slecht voor het milieu is? Nou, plastic vergaat bijvoorbeeld niet, maar wordt alleen maar kleiner. De vervuiling door plastic is dus permanent en de minuscule deeltjes dringen zelfs door tot in onze voeding en komen dus ook in onze lichamen terecht. We kunnen het recyclen, hoor ik je denken? Dat is helaas ook niet de oplossing, want het meeste plastic wordt gedowncycled. Er worden dus producten van gemaakt die nog maar eenmalig gebruikt kunnen worden of het eindigt alsnog op de vuilstort. Ook blijkt veel van het plastic dat ingezameld wordt vervuild te zijn, zodat het voor recyclebedrijven lastig en kostbaar qua geld én energie is om er nieuwe producten van te maken. Verder zitten onze oceanen en zeeën al vol plastic en dat wordt de komende jaren helaas alleen nog maar meer. Wetenschappers zeggen dat er in 2050 meer ton plastic in het water drijft dan er vis in zit 🙁 En last, but not least: het produceren van plastic afval verbruikt veel fossiele brandstoffen en draagt zo bij aan de CO2-uitstoot.

Waarom zouden we producten die we maar een paar minuten gebruiken (een rietje, de deksel van een koffiebeker, een waterflesje, een plastic zakje) maken van een materiaal dat voor eeuwig blijft bestaan en dat zoveel ellende oplevert? Voor veel dingen zijn prima alternatieven te vinden. Weet jij niet waar je moet beginnen, maar wil je wel van die plastic berg af? Doe dan mee met het Plasticdieet, vanaf zaterdag 1 juli kun je aan de bak. Succes!

Frisse oksels zonder rotzooi: citroen!

In de badkamer hebben we al een grote opruiming gehouden. In het tiny house filteren we straks ons eigen grijze water en dan zijn chemische producten uit den boze. Ook voelen we ons niet meer fijn bij een aantal ingrediënten die in veel producten van bekende merken gebruikt worden. Eerst hebben we producten met microplastics erin verbannen. Dat bleken er best wel een aantal te zijn, vooral bodylotions en scrubs zijn berucht om hun plastic inhoud. Daarna gingen we onder andere letten op de stof SLS (sodium lauryl sulfate) in onze shampoo en douchegel. Deze best wel agressieve stof wordt toegevoegd om zijn reinigende werking en zorgt ervoor dat producten goed gaan schuimen. En dat geeft het gevoel dat de shampoo of douchegel goed werkt. SLS wordt echter vaak gewonnen uit palmolie en dat is niet zo duurzaam. Bovendien zorgt de te agressieve reiniging ervoor dat je vaker je haar wilt wassen, omdat je hoofdhuid teveel talg gaat aanmaken. Wij gebruiken nu alleen nog maar natuurlijke producten om ons te wassen. En ook voor mijn oksels wilde ik graag een natuurlijk alternatief en het liefst verpakkingsvrij/arm.

‘Vroeger’ gebruikte ik altijd een roller van Sanex en daarbij lette ik er wel op dat er geen aluminium in zat. Deze rollers zijn echter helemaal van plastic en bij dagelijks gebruik gooide ik er heel wat weg op jaarbasis. Zonde! Ik ging op zoek naar een alternatief en vond deze van Lamazuna. Ik heb het een tijdje gebruikt en vond de werking prima. Je maakt het blokje nat onder de kraan en wrijft er vervolgens mee onder je oksel. Het blokje gaat lang mee, want je ziet na een paar maanden gebruik nog nauwelijks verschil in grootte. Maar na een tijdje smeren viel me op dat de huid van mijn oksels verkleurde. Niet zo’n fijn idee, dus met deze deodorant ben ik gestopt. Gelukkig kregen mijn oksels hun oorspronkelijke kleur weer terug. Ik heb geen idee of dit vaker voorkomt of dat mijn huid gewoon raar reageerde.

Ik heb daarna een tijdje gewoon maar geen deodorant gebruikt. In eerste instantie was ik wel bang voor zweetplekken in mijn kleding en onaangename geurtjes, maar mijn oksels bleven aanzienlijk droger zónder deodorant! En met de geurtjes viel het ook 100% mee. Natuurlijk rook ik aan het einde van de dag weleens wat, als ik bijvoorbeeld een sprintje naar de trein had getrokken, maar over het algemeen was ik fris en fruitig. Met de afgelopen warme dagen wilde ik toch graag iets gebruiken, want met temperaturen van 30 graden zweet je al als je een pink optilt. Tijdens de Nationale Dag voor Duurzaamheid in het Hoger Onderwijs had ik gesproken met een studente die me vertelde dat zij citroensap gebruikte als deo. Dat moest ik natuurlijk ook proberen!

Het heeft even geduurd voordat we eraan dachten om een biologische citroen mee te nemen van de supermarkt, maar deze week is de citroendeotest officieel begonnen. Het is heel simpel: je snijdt een plakje van de citroen, dept hiermee onder beide oksels en laat het even drogen. Hier en daar zat er wat vruchtvlees onder mijn oksel, dat heb ik natuurlijk even weggehaald 😉 Als het sap opgedroogd is, voelen mijn oksel niet plakkerig. Ook ruiken ze niet overdreven naar citroen. De alternatieve deo doorstond een dagje wandelen in de zon en een bootvaart in elk geval met glans. Ik rook aan het einde van de dag nog fris en fruitig (haha). Ook na mijn eerste rondje hardlopen na tien maanden (!) stilstand was er geen zweetlucht te bekennen. Niet gedacht dat zoiets simpels als citroen zo goed zo werken!

De plakjes citroen zijn meerdere dagen te gebruiken wanneer je ze in een afgesloten bakje bewaart, zodat je lang kunt doen met één citroen. Helemaal afvalvrij is het natuurlijk niet, maar het afval dat ik ervan heb, kan zo op de composthoop. Ik heb de ‘citroensapdeo’ ook geprobeerd direct na het scheren van mijn oksels, dat prikt een heel klein beetje, maar niet noemenswaardig. Omdat mijn oksels niet naar citroen ruiken, ben ik ook niet zo bang dat ik wespen of andere insecten zal aantrekken. Ik ben namelijk allergisch voor prikbeesten, dus hou ze het liefst op grote afstand. Ik ga deze natuurlijke ‘deodorant’ de komende tijd uitgebreid testen en hou jullie op de hoogte!

Ik ben benieuwd: wat gebruik jij als deodorant? En hoe bevalt dat?

Groene Manieren test: de menstruatiecup

Op Twitter stelde Suuz_ een tijdje terug een vraag over de menstruatiecup. Ik had het ding al vaker voorbij zien komen en las uit interesse mee. In de twitterconversatie kwam de link naar Cute Cotton voorbij, een online webwinkel die wasbaar maandverband en menstruatiecups verkoopt. Ik zag veel zeer positieve berichten over de cup en besloot het ding zelf ook te proberen. En omdat ik het zelf aandurfde doordat ik een aantal echte ervaringen van bloggers las, deel ik mijn ervaringen ook graag.

De menstruatiecup is een bekertje van duurzaam siliconenmateriaal. Als je eenmaal een cup hebt aangeschaft, kun je er jaren mee doen. De menstruatiecup draag je in plaats van tampons, inwendig dus. Het vangt je menstruatiebloed op in plaats van dat het alles absorbeert. Dat schijnt een stuk vriendelijker voor je vagina en je slijmvliezen te zijn dan tampons, want deze willen de boel nog weleens uitdrogen. Met een menstruatiecup bespaar je geld en voorkom je afval: je hoeft geen doosjes tampons meer aan te schaffen én weg te gooien. Het is gezond, hygiënisch én milieuvriendelijk. Win-win-win 🙂

Goed, ik zou er eentje aanschaffen. Ik had al eerder wasbaar maandverband bij Cute Cotton gekocht en vind het een erg prettige webshop. Mijn cup zou ik daar dus ook bestellen. Maar welke moest ik nemen? Er zijn alleen al op Cute Cotton vijf verschillende merken in talloze maten. Gelukkig geeft de webwinkel duidelijke informatie over hoe je bepaalt welk model en welke maat je moet aanschaffen. Het gaat daarbij om drie zaken: maat, vorm en flexibiliteit. Een cup bestel je niet aan de hand van de zwaarte van je menstruatie, maar je kijkt naar hoe je lichaam is gebouwd en de kenmerken van jouw vagina. Je lichaamsbouw bepaalt de maat, de diepte van je vagina de vorm en de sterkte van je bekkenbodemspieren de benodigde flexibiliteit. Ik ben 1.85 meter lang, breder gebouwd en heb geen kinderen. Ook heb ik een gevoelige vagina. Met de informatie op deze pagina kwam ik uit op de Me Luna Normal Soft, maat XL. Ik bestelde een cup mét een steeltje, dat leek me wel zo makkelijk bij het verwijderen.

De cup kwam een dag later al binnen. Op het eerste gezicht lijkt het erg groot, helemaal als je het vergelijkt met een tampon. Het ding is wel superflexibel. Nu was het wachten op mijn eerste menstruatie om de cup te kunnen proberen. Je schijnt er ook prima mee te kunnen oefenen als je niet ongesteld bent: omdat de cup niets absorbeert en je slijmvliezen niet aantast, kun je als je dat wilt al voor je menstruatie testen hoe het inbrengen en eruit halen werkt. Ik heb dat niet gedaan, want ik vond het nogal spannend om de cup te testen. Helemaal geen probleem om het ding nog even ongebruikt in de la te laten liggen dus, totdat ik hem echt nodig zou hebben. Kon ik alvast aan het idee wennen…

Vorige week was het tijd om de proef op de som te nemen. Stap 1 is het desinfecteren van de cup. Voor het eerste gebruik (én na elke menstruatieperiode) moet je de cup uitkoken. Je stopt hem daarvoor 3 tot 5 minuten in kokend water. Even goed laten afkoelen en afdrogen en de cup is klaar voor gebruik. De Me Luna komt met een uitgebreide handleiding waarin staat hoe je het inbrengt en natuurlijk hoe je het er vervolgens weer uit krijgt. Ik was best wel een beetje gespannen voor deze eerste poging. In de handleiding staan drie vouwmanieren: de ‘C-fold’, de ‘Punchdown-Fold’ en de ’S-Fold’. Met mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht en mijn behoefte om deze eerste keer zo simpel mogelijk te houden, koos ik voor de C-fold, de C-vouw. Daarvoor hoef je alleen maar een deel van de rand naar binnen toe te vouwen zodat de cup wat platter is. Als je het ding vouwt, merk je meteen hoe sterk het siliconenmateriaal is. Tijdens het inbrengen moet je de cup goed opgevouwen vasthouden, want het klapt gemakkelijk weer open. Het inbrengen zelf ging prima. Het ding is zacht en flexibel. Ik vond het vervolgens wel lastig om te bepalen of de cup goed zat. Het hoort namelijk open te klappen en daarmee een vacuüm te creëren. Zo houdt het zich, samen met je bekkenbodemspieren, op zijn plaats. Maar ja, was het goed opengeklapt? Zat de cup op de juiste plek? Ik vond het lastig om te voelen. In mijn enthousiasme om het allemaal goed te testen dacht ik: laat ik meteen even proberen hoe het verwijderen gaat. Dat lukte dus voor geen meter! Ik kreeg er geen grip op en hoe vaker ik het probeerde en het niet lukte, hoe meer ik in paniek raakte. Ik zag me al de huisarts bellen: ‘eh, ja, ik krijg mijn menstruatiecup er niet uit’. Nee, dat zou me niet gebeuren. Ik besloot het ding rustig te laten zitten, zodat ik zelf ook weer kalm kon worden. Met al die paniek spande ik mijn spieren natuurlijk extra aan, waardoor de cup nog steviger op zijn plaats werd gehouden. Ik voelde het ding niet zitten, dat leek me in elk geval een goed teken.

Na een middagje werken waagde ik rond 17 uur weer een nieuwe poging. Ik nam plaats op het toilet en ‘perste’ een beetje. De cup bleek na een middag ontspannen al iets naar beneden te zijn gekomen en door het ‘persen’ kon ik het steeltje gemakkelijk te pakken krijgen. Ik had al een aantal verhalen gelezen over hoe belangrijk het is om het vacuüm te verbreken en wist dat ik de cup niet alleen aan het steeltje eruit moest halen. Door de cup ietsjes naar beneden te trekken, kon ik de onderkant beetpakken. Daar moest ik vervolgens inknijpen om het vacuüm te verbreken. En ja hoor, na wat knijpen en ietsjes draaien, kwam de cup los en kreeg ik het er makkelijk uit. Wát een opluchting! De huisarts zou niet nodig zijn 😉

De cup had alles netjes opgevangen. Om het te reinigen, spoel je de cup goed om en was je het vervolgens met wat milde zeep. Daarna kun je het weer inbrengen. Het is niet nodig om de cup steeds uit te koken, dat doe je alleen nog een keer na je menstruatie. Ik heb de cup de hele week gedragen, ook op de lichtere laatste dagen. Wel steeds met een maandverbandje erbij voor de zekerheid, omdat ik er nog niet vertrouwd genoeg mee was om erop te kunnen rekenen dat er echt niets langs zou lekken. Dat is slechts één keer een beetje gebeurd en dat was prima op te vangen met een wasbaar maandverbandje. Na de eerste keer inbrengen en verwijderen ging het verder eigenlijk al heel makkelijk. Nu ik het vertrouwen had dat ik de cup prima kon verwijderen, was ik een stuk meer ontspannen en dat maakte het nóg makkelijker. Vooraf had ik gedacht dat het best vies zou zijn om de cup te reinigen, maar ik vind het juist veel schoner dan tampons en maandverband. Je hoeft de cup ook lang niet zo vaak als een tampon te verschonen, slechts één keer per 8 tot 12 uur is voldoende. Je kunt er dus gerust een hele werkdag mee rondlopen en ook ’s nachts dragen is geen probleem.

De menstruatiecup is voor mij absoluut een blijvertje! Het voelt fris en hygiënisch, het inbrengen en verwijderen is de eerste keer wat wennen, maar daarna heel gemakkelijk, de cup voelt een stuk vriendelijker voor mijn vagina dan tampons en het bespaart me een hoop geld én afval. Ik ben blij dat ik het geprobeerd heb en kan het iedereen aanraden. Wil je zelf ook een cup proberen? Lees dan vooral de uitgebreide informatie van Cute Cotton. Zij leggen alles zo goed uit, dat het meteen al een stukje minder eng wordt. Ook heeft de blog van Sofie van tussendromenenleven.be me erg geholpen: zij schrijft heel eerlijk over haar ervaringen en dat is superfijn om te lezen voordat je de cup probeert.

Gebruik jij al een menstruatiecup? Zo nee, lijkt het je wat om te proberen?

Afvalvrij leven: mini-stapjes vooruit

Ik had zo leuk bedacht dat ik wel elke twee weken een update kon schrijven over hoe wij steeds meer afvalvrij zouden gaan leven. Zo moeilijk kon het toch niet zijn? Er waren vast duizend-en-een manieren om onze dagelijkse boodschappen op een gemakkelijke manier te vervangen door afvalvrije alternatieven. Nu zou ik eigenlijk weer een positieve, we-zijn-een stap-verder-update willen geven, maar helaas. De afvalberg blijft hier onverminderd groot.

Jumbo, zeg nou zelf, dit is toch onnodig?

Toch is het niet allemaal kommer en kwel op zero-waste-gebied. Een groot deel van onze boodschappen (en dat zijn dan voornamelijk groente en fruit) halen we bij de Lidl en laat deze supermarkt nou een stuk beter uit de bus komen qua verpakkingsvrij shoppen dan de Jumbo, waar we de rest halen. Bij de Lidl kunnen we veel van onze groente en fruit plasticvrij kopen, terwijl bij de Jumbo de paprika’s zelfs per stuk verpakt zijn. Ik maak niet altijd vrienden bij de kassa als ik weer eens acht losse rode paprika’s op de lopende band heb gelegd, maar met wat gejongleer boven de weegschaal krijgt het kassameisje het uiteindelijk allemaal prima gewogen. Bij de Lidl hebben ze ook noten die je in een eigen zakje kunt doen. De vorige keer deed ik nog een vreugdedansje door de winkel, omdat ik precies (précies) 400 gram had afgewogen. Met een goed gemikt tikje voor het laatste beetje om dat aantal te halen. Hoppa! Ik vond het net zo leuk als bij het tanken een rond bedrag of aantal liters te hebben. En nu we geen auto meer hebben, moet ik deze overwinningen toch op andere gebieden behalen.

Ook hebben we laatst gedroogde bonen en kikkererwten geweekt en gekookt, zodat we deze door onze salade en avondeten konden gooien. Het kost vooral wachttijd, veel werk is het niet, maar na deze ene keer is het nog niet weer gebeurd… Het is geen luiheid, het is meer dat het nog een gewoonte moet worden. Ik moet eraan wennen om op tijd bonen en kikkererwten in een bak met water te gooien zodat het klaar is wanneer we het nodig hebben. En in de praktijk komt het er dus nog op neer dat ik het vergeet, waardoor we toch weer een blikje halen. Goed, opstartproblemen noemen we dit dan maar.

Bij de Albert Heijn gaat er gelukkig ook al heel wat goed qua verpakkingsvrije groente 🙂

Wat bij veel mensen nog de meeste verbazing opwekt is dat wij onze hummus niet zelf maken. Ook deze week staat er weer een bakje van Maza in de koelkast. De naturelvariant, die vind ik het allerlekkerst. Veel lekkerder ook dan die van Sabra, bijvoorbeeld. En ja, ik heb heus weleens zelf hummus gemaakt, ik heb zelfs nog tahin in huis, maar mijn mengsels komen niet in de buurt van de smaak van die van Maza. Nu las ik dat dat waarschijnlijk komt door de hoeveelheid olie die Maza door de hummus gooit… Mmm, een extra reden om het zelf te maken. Heb jij een recept dat mij mijn favoriete hummus wel doet vergeten? Dan hoor ik het graag. Het zou ons veel plastic bakjes per maand schelen! De hot ’n spicy falafel van Maza is trouwens ook zo’n aanrader. Wederom iets in een plastic bakje dat we gemakkelijk zelf zouden kunnen maken. Misschien kan ik met de ingrediënten op de verpakking wel een variant maken die dezelfde smaak heeft. Het is een experimentje waard.

Afvalvrij reizen gaat al prima!

We doen dus heus wel ons best, om vooral ons plastic afval te verminderen. We letten veel beter op de verpakkingen wanneer we boodschappen doen en proberen een variant te kiezen dat minder tot geen afval oplevert. Het grootste ‘probleem’ is dat ik te snel wil veranderen. Ik zou het liefst zien dat die vuilniszak aan plastic afval per week ineens verdwenen is en dat wij als twee blije eitjes met onze zelfgemaakte hummus met zelfgeweekte kikkererwten op een zelfgebakken crackertje op de bank zitten. Maar veranderingen kosten moeite en alleen door kleine stappen te maken zullen de veranderingen ook blijvend zijn. De intentie is er, de eerste kleine stappen zijn gemaakt, nu is het een kwestie van doorgaan. Ik denk dat ik vanavond maar even wat bonen in de week zet…

Afvalvrij leven: zo makkelijk is het niet

Helemaal geïnspireerd kwamen we terug van de lezing door zero waste goeroe Bea Johnson. Zij heeft slechts een klein potje restafval per jaar, met een gezin van vier personen. Daar zitten wij met z’n tweetjes wel erg ver vanaf… Hoe gaat het met ons voornemen om minder afval te produceren?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen, niet zo goed. Tenminste, niet zo goed als ik zou willen. De hoeveelheid plastic is nog steeds een zak per week en ook de papierbak en glasbak zitten snel vol. Het enige dat echt aanzienlijk minder is geworden, is de hoeveelheid restafval. Dat is nu zo weinig dat we gewoon vergeten de zak weg te brengen. Met als gevolg dat er afgelopen zaterdag een groot grijs schimmelmonster in de prullenbak zat. Ieh! Daar hebben we korte metten mee gemaakt én we hebben meteen de grote bak vervangen door een mini-exemplaar. De grote bak doet nu dienst als plastic bak, wat weer stukken handiger is dan de wasmand die we eerst gebruikten. Die gaat naar de kringloop. Zo schuift alles weer mooi door. Maar ja, minder afval is er dus nog niet. Hoe kan dat?

Ik kan een hele rits aan ‘smoezen’ bedenken. We hebben (maken?) te weinig tijd om alternatieve winkels te zoeken waar we makkelijker verpakkingsvrij kunnen winkelen of om naar de markt te gaan. We vergeten veel te vaak onze eigen katoenen zakjes mee te nemen (hoe krijgen we dat in ons systeem?). En een maand was te kort om nóg een verandering in ons eetpatroon door te voeren, met het oog op eten met minder verpakkingsmateriaal. En toch zijn dit wel de hoofdredenen waarom het deze maand nog niet echt van de grond is gekomen met meer afvalvrij leven. Oké, ik zal niet te streng zijn voor mezelf (ook al ben ik daar een meester in); er zijn ook dingen die we al wél goed doen. We nemen onderweg altijd onze eigen waterflessen mee bijvoorbeeld, gooien onze lunch in een eigen trommel en paprika’s halen we altijd los bij de Lidl (en daar eten we er vijf tot zes per week van!). Bij de Lidl kunnen we nu ook nootjes tappen en alle koppen thee zetten we met losse thee en een rvs-zeefje. En tot onze verrassing blijkt onze favoriete kokosrasp (die van de EkoPlaza) in biologisch afbreekbare zakken te zitten. Win-win voor deze kokosverslaafde 🙂

Maar ja…die kwarkbakjes hè, elke ochtend maken we er eentje leeg. We willen eigenlijk alleen maar biologische zuivel eten en die is er alleen in bakjes van 500 gram. We hebben een tijdje een poging gedaan om plantaardig te ontbijten, met havermout en amandelmelk. Maar dat was geen succes in huize Oosterloo-Van der Weg. Ook hummus gaat er hier nog in grote hoeveelheden doorheen en dat levert om de paar dagen een leeg bakje op. Elke dag een salade voor de lunch mét peulvruchten, zoals linzen en bonen, levert een stapel blikjes op. Alhoewel we daarbij wel steeds vaker kiezen voor glas en dat bewaren voor andere doeleinden.

Het afvalstation. Het kleine prullenbakje is restafval, zijn grote broer verzamelt het plastic. Daarnaast compost, glas en papier.

Zie je, daar ga ik weer met wat er allemaal niet “goed” gaat. Feit is: we kiezen nog steeds sneller voor gemak dan voor afvalvrij. Want een deel van deze zaken kunnen we best vervangen door alternatieven met veel minder verpakkingen. De hummus is heel eenvoudig zelf te maken. En als we grote zakken gedroogde peulvruchten kopen, kunnen we deze zelf weken en koken. Scheelt een hoop blikjes en potten! En zelfs de kwark en de yoghurt kunnen we vervangen door een beter alternatief; zo’n vijftien kilometer verderop zit een biologische boer waar we het in glazen potten en flessen met statiegeld kunnen halen. We hebben geen auto, dus zouden we er op de fiets of met het OV naartoe moeten. Maar ja, de tijd hè… Ik weet het, het is een kwestie van prioriteiten stellen, maar op dit moment zitten de dagen zo vol, dat gemak het wint van verpakkingsvrije alternatieven zoeken. Helaas…

Maar hee, nieuwe ronde, nieuwe kansen! We gaan gewoon door met het zetten van kleine stappen op weg naar een meer afvalvrij leven. Natuurlijk zou het fijn zijn als je in je vingers kon knippen en al je gewoonten op magische wijze veranderden in groene manieren. Helaas werkt het niet zo en blijft het een leerproces. Dingen uitproberen, alternatieven zoeken, kijken wat bij ons past en dat dan lang genoeg doen zodat het een gewoonte wordt. Dat we uiteindelijk minder afval zullen produceren staat vast, want daar gaan we voor. Nu nog de ‘juiste’ route uitstippelen…Tips zijn zeer welkom!

Groen doeners: een schoon Den Haag met het 100-100-100-project

Oh oh Den Haag! Den Haag wil niet alleen die mooie stad achter de duinen zijn, maar ook graag die schone en duurzame stad. In samenwerking met stichting Duurzaam Den Haag werken ze daar hard aan. Ik sprak Charlotte Bos, Communicatie en Projectleider bij deze stichting, over een recent project, gericht op een afvalvrij leven.

In Den Haag produceren de 500.000 bewoners elke dag ongeveer 600 ton afval. Dat is ruim 1 kilo per persoon en er zijn maar liefst 75 vuilniswagens nodig om dat te vervoeren. Geen wonder dat de gemeente deze hoeveelheid graag wil verminderen, want al dat afval moet ingezameld, afgevoerd en op een verantwoorde wijze verwerkt worden om de stad schoon te houden. Dat kost geld én energie. Met het 100-100-100-project, dat inmiddels in 100 gemeenten is uitgevoerd, kan een gemeente aan de slag om bewoners te stimuleren minder afval te produceren. Charlotte vertelt dat naast dit concrete doel van 100% afvalvrij er nog een ander gewenst resultaat was: het verhogen van de bewustwording onder een grote groep mensen dat afval een grondstof is. Dat heel veel soorten afval recyclebaar zijn, wanneer je deze op de juiste manier inzamelt.

Charlotte Bos van Duurzaam Den Haag.

Zoveel mogelijk mensen bereiken
Duurzaam Den Haag is geen stichting die met een wijzend vingertje wil laten zien ‘hoe het allemaal moet’. Nee, zij werken binnen een aantal thema’s en de daarbij behorende projecten samen met de bewoners om duurzame doelen te bereiken. Co-creatie noemen ze dit: initiatieven van bewoners aanmoedigen en ondersteunen. Met als doel om via de bewoners een olievlek te creëren: mensen praten over de initiatieven met anderen, die hopelijk ook weer geïnspireerd raken. Om deze olievlekbenadering te versterken, werd de werving van de deelnemers daarop aangepast. Natuurlijk werd er op de normale manier aandacht gevraagd voor de 100-100-100-challenge, met posters in de stad en een online campagne. Maar om er zeker van te zijn dat inwoners uit alle stadsdelen mee zouden doen, is Duurzaam Den Haag op zoek gegaan naar ambassadeurs. Deze enthousiaste wijkbewoners werden extra betrokken bij de campagne en gestimuleerd om mensen in hun wijk te werven. En met succes! Uit alle stadsdelen deden mensen mee: jongeren, ouderen, mensen in portiekwoningen of flats, grote gezinnen of juist eenpersoonshuishoudens; de groep was zeer divers.

Inspiratie
In het 100-100-100-project wordt ernaar gestreefd om minimaal 100 huishoudens te stimuleren om in 100 dagen naar een 100% afvalvrij leven toe te werken. In Den Haag deden er zelfs 220 huishoudens mee en daardoor gingen honderden Hagenaars aan de slag met het verminderen van hun huishoudelijk afval. Via een online platform kregen zij informatie over afval en afvalscheiding, konden ze zich aanmelden voor workshops en bijeenkomsten en hielden ze gemakkelijk contact met elkaar. Dit stimuleerde hen om tips uit te wisselen, ervaringen te delen en elkaar vragen te stellen. Met zo’n aanpak stimuleer en inspireer je mensen. Voor Charlotte was dit ook het mooiste resultaat van de actie: het enthousiasme van de deelnemers en hoe zij hun enthousiasme deelden, juist ook met mensen die niet aan het project deelnamen. En deze manier van werken sluit perfect aan op de manier waarop Duurzaam Den Haag al haar projecten aanpakt: door focus te creëren, krijg je impact en bereik je de massa waardoor je projecten en de resultaten daarvan kunt opschalen.

En? Wat is er na 100 dagen bereikt?
Het is natuurlijk hartstikke fijn om mensen enthousiast te maken over het verminderen van afval, maar wat zijn de concrete resultaten van de actie? Na 100 dagen is er een eindmeting ingevuld en iedereen heeft daarin aangegeven door te gaan met afval scheiden en verminderen. De huishoudens hebben gemiddeld 20% minder afval geproduceerd. Natuurlijk zit er veel variatie in de deelnemers onderling. Zo was er een dame die al niet meer dan 400 gram restafval per week had, maar die heel graag 100% afvalvrij wilde worden. En er waren huishoudens die van 10 kilo restafval naar 2 kilo zijn gegaan. Het belangrijkste resultaat is dat al deze huishoudens doorgaan met de gedragsverandering die ze ingezet hebben: minder afval in huis halen en blijvend afval scheiden. En daarmee is het doel dat de gemeente Den Haag in haar Huishoudelijk Afvalplan heeft vastgelegd (in plaats van 15% huishoudelijk afval scheiden, 35% afval scheiden) weer een stukje dichterbij. Oh, oh Den Haag, iets schonere stad achter de duinen 🙂

Alle tips die de deelnemers met elkaar gedeeld hebben zijn trouwens nog te vinden op het platform http://denhaag.100-100-100.nl/. Voor een flinke portie inspiratie op afvalvrij gebied zit je daar goed!

‘Het begint met nee zeggen’: Zero waste goeroe Bea Johnson was in Nederland

Ze kreeg rode uitslag op haar lippen toen ze brandnetelsap erop smeerde om ze groter te laten lijken. En uitgedroogd mos bleek toch niet zo’n heel goed alternatief voor wc-papier… Sinds 2008 leeft Bea Johnson zero waste en heeft ze heel veel dingen uitgeprobeerd om afval zoveel mogelijk te vermijden. En met resultaat: vorig jaar produceerde haar gezin van vier personen (met twee puberzonen) slechts één klein weckpotje aan restafval… Inmiddels reist ze de wereld over om mensen te inspireren afvalvrij te leven.

In Amsterdam waren er veel mensen nieuwsgierig naar de tips van deze ‘zero waste goeroe’, die in Pllek een lezing van twee uur zou geven; de zaal zat goed vol. Iets na 20 uur stapte Bea Johnson op het podium en met haar charmante Franse accent nam ze ons mee in haar afvalvrije leven. Voor wie Bea Johnson niet kent: op haar blog zerowastehome.com vertelt ze duizenden bezoekers per maand hoe ze zo min mogelijk afval kunnen produceren. En geeft ze een kijkje in haar smetteloos witte, minimalistisch ingerichte huis.

Haar mantra is: Refuse, Reduce, Reuse, Recycle, Rot (and only in that order). Ze probeert in de eerste plaats dus zo min mogelijk afval in huis te halen. Wat je niet hebt, hoef je ook niet weg te gooien. En, zegt Bea, wanneer je verpakte producten koopt geef je als consument het signaal: ik ben hier blij mee, produceer alsjeblieft meer plastic. Wanneer je ‘nee’ zegt, heeft de aanbieder juist de kans om het anders te doen. En hoe meer mensen ‘nee’ zeggen, hoe groter het effect is. Het geeft mij positieve energie, deze instelling. Want wanneer ik bezig ben met veranderingen op het gebied van bewust leven denk ik soms in een pessimistische bui: ‘ach, wat maakt het uit, ik maak in mijn eentje het verschil niet.’ Maar ik (en jij :)) maken het verschil juist wél.

Bea liet aan de hand van persoonlijke anekdotes zien hoe zij omgaat met een zero waste levensstijl. Je zult haar bijvoorbeeld nooit zien reizen zonder haar eigen thermosfles en katoenen zakje voor eten en ze is een groot fan van tweedehands shoppen. Haar outfit was geheel tweedehands en een dame uit het publiek vroeg haar in het vragenrondje: ‘koop je ook ondergoed tweedehands?’ Ja dus, wanneer ze het goede merk en maat tweedehands kan krijgen, koopt ze dat. Volgens Bea is dat echt niet ‘viezer’ dan nieuw ondergoed uit de winkel… Ook is ze een groot fan van producten met een unconditional lifetime warranty. Dat betekent dat wanneer iets stuk is, ze het naar de fabrikant terug kan sturen en een nieuwe krijgt. Ongeacht de reden waarom het artikel niet meer werkt. De fabrikant kan zo de grondstoffen hergebruiken en Bea heeft weer een goed werkend product en geen afval. Naar producten met zo’n garantie moet je wel goed zoeken; Bea noemde onder andere de rugtas van Jansport, sokken van Darn Tough en een koffer van Briggs & Riley.

Wat ik leuk vond aan Bea is haar nuchterheid over haar manier van leven. Ze laat duidelijk merken dat het haar persoonlijke keuzes zijn en dat kritiek daarop niet aan haar besteed is. Ze doet wat zij kan en wat bij haar en haar gezin past. Doordat ze zo in de aandacht staat, krijgt ze namelijk ook kritiek. Het is volgens sommige mensen nooit groen genoeg. Haar vleesconsumptie is bijvoorbeeld een terugkomende thema in kritische berichten. En haar vliegreizen om lezingen te geven in verschillende landen doet her en der ook wat wenkbrauwen fronsen. Een van de bezoekers in Amsterdam vroeg zich dat ook af: hoe verenigde Bea het reizen per vliegtuig met haar manier van leven? Haar antwoord was helder: dit is voor haar een manier om een zero waste levensstijl bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen. En als ze ook maar één iemand per lezing aanzet om daarin stappen te zetten, dan is dat het waard.

Een van Bea’s zonen laat zien hoe gelukkig je wordt van belevingen in plaats van spullen 🙂

En ons heeft ze zeker geïnspireerd! Tips die ik meeneem uit haar lezing:

    • Wij vinden het een grote uitdaging om ons huidige menu meer verpakkingsvrij te kopen. Bea bekijkt dit anders: probeer niet te focussen op het vinden van alternatieven voor wat je altijd kocht, maar kijk wat je gemakkelijk verpakkingsvrij kunt krijgen.
    • Kun je iets niet verpakkingsvrij kopen, koop het dan in een grootverpakking. Dat wordt een schuurtje naast het tiny house 😉
    • Een afvalvrij leven begint met ‘nee’ zeggen: nee tegen overbodige verpakkingen, nee tegen folders en ‘freebies’, nee tegen wegwerpproducten.
    • Recyclen is ok, maar is niet zaligmakend. Door te recyclen draag je nog steeds bij aan de productie van bijvoorbeeld plastic.
    • Maak dingen zelf, maar alleen als je je daar goed bij voelt en het geen extra verplichting of tijd opslokkende bezigheid wordt. Zo maakt Bea haar tomatensaus zelf, maar slechts één keer per jaar in een enorme hoeveelheid. Niet helemaal tiny house proof, wel inspirerend.
    • Afvalvrij leven moet niet voelen als een levensstijl waarin je niets meer ‘mag’, maar als iets dat je juist vrijer en gelukkiger maakt. Je concentreert je namelijk op belevingen in plaats van op (nog meer) spullen.
    • Doe wat je kunt op het gebied van groener leven en bepaal daarin je eigen koers. Laat je niet ontmoedigen door kritiek van mensen die vinden dat je het niet goed genoeg doet of die je een ‘rare vogel’ vinden. Als jij je fijn voelt bij jouw manier van leven, dan is dat goed.

Dank aan het Nederlandse zero waste blog Emma+John, duurzame community Opgemärkt en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor deze toffe avond! Op naar een meer afvalvrij leven 🙂

Afvalvrij [1] – waar beginnen we?

Plasticdieet, Plastic Free July

Afval scheiden hebben we al tot een kunst verheven. In de keuken staat een verzameling bakken en tassen: voor plastic afval, glas, papier en restafval. Op het aanrecht staat een glazen pot waarin ons groenafval gaat voor op de composthoop. En ook in de wc en badkamer staan zakken en bakjes voor plastic, rest- en papierafval. Het geeft al een beter gevoel dat ons afval (voor het grootste gedeelte) hergebruikt wordt, maar het is toch elke week weer schrikken hoeveel rotzooi wij met z’n tweetjes kunnen verzamelen. Vooral papier en plastic is met recht een afvalberg te noemen. Dat moet minder kunnen. In deze serie zoek ik uit: hoe kunnen we zo afvalvrij mogelijk leven?

Waar beginnen we? Al een tijdje nemen we ons voor om minder verpakkingen te kopen bij onze wekelijkse boodschappen. Maar dat blijkt steeds gemakkelijker gezegd dan gedaan. De katoenen tasjes voor fruit en groente vergeten we vaak mee te nemen (oeps!), als we boodschappen doen bij de kleine Albert Heijn om de hoek (voor de snelle tussendoorboodschapjes) kunnen we geen snoeptomaatjes zonder plastic emmer kopen. En elke ochtend kwark bij het ontbijt betekent elke dag een leeg plastic kwarkbakje. Ja, zo vullen de afvalbakken zich wel razendsnel. Eigenlijk zijn dit natuurlijk gewoon planningsproblemen en die zijn op te lossen. Tijd dus voor serious business: geen smoesjes meer! Stap voor stap willen we ons afval verminderen en om te kunnen zien hoe erg het nu precies is, keerde ik onze plastic-afvalbak om. Dit is het resultaat van één week:

De opbrengst van één week plastic afval. Het was een heerlijk klusje om dit zo uit te spreiden…

Verpakkingen van groente en fruit
Waarom zit zoveel groente en fruit in plastic verpakt? Soms zelfs met een bakje én een zakje? En als we dan voor biologisch kiezen, zit er vaak alsnog plastic omheen. Om de broccoli, per paprika, om een komkommer. Wortels in een plastic zak, tomaatjes in een emmer. Met ons vegetarische dieet stapelt de hoeveelheid afval van groente en fruit zich snel op. En het is zo onnodig en gemakkelijk te vermijden.
Kwarkbakjes en yoghurtverpakking
Ik geniet (al jaren) elke ochtend van mijn muesli (biologisch, van de Hema) met rozijnen, lijnzaad en kokos. Mét volle biologische kwark én een beetje biologische magere yoghurt. Maar die biologische kwark is er alleen in bakjes van 500 gram en die gaat elke ochtend op met twee personen. Hallo plasticberg!
Hummusbakjes
Ik ben hummusverslaafd, ik geef het toe. Ik gebruik het in de dressing voor mijn lunch, eet het graag met een stuk paprika of wortel en in het weekend doe ik het op brood.
Zakken van de rijst, pasta en dergelijke
Loopt toch aardig op, want we eten vaak wel iets van rijst of pasta bij het avondeten.
Verpakkingen van ons broodbeleg/salade-inhoud
Potjes, kaasverpakking (gewone kaas én feta), boterkuipjes, noem maar op.
Verpakkingen van ons brood
De zak. Vaak van plastic, soms gecombineerd met papier.
Zakjes van de nootjes
Elke dag een handje nootjes is gezond. Maar ja, weer zo’n zakje hè.
Blikjes kattenvoer
Onze drie harige huisgenoten krijgen elke dag 1/3 van een blikje nat voer. Elke dag een blikje bij het afval dus.

Pfoe, confronterend, om alles zo uitgespreid en opgesomd te zien! Geen wonder dat we elke week een vuilniszak vol plastic afval hebben 🙁 Voor elk van deze producten wil ik een alternatief vinden. Op een voor ons gemakkelijk te veranderen manier, zodat we het goed kunnen inpassen in ons dagelijks leven. Ik wil de producten in eerste instantie kunnen halen bij de supermarkt of een alternatief dat daar dichtbij is. In het weekend, want dan doen we de weekboodschappen. Voor ons betekent dit dat ik in deze eerste stap op zoek ga naar zoveel mogelijk verpakkingsvrije producten bij de Jumbo, Lidl en Albert Heijn. Als het niet lukt om daar iets verpakkingsvrij te kopen, ga ik op zoek naar een voordeelverpakking of een milieuvriendelijker alternatief.

Katoenen zakjes van Re-Sack.

Ik ben al enigszins voorbereid op meer afvalvrij kopen. Ik heb twee mooie katoenen zakjes van Re-Sack, gekocht bij Babongo. En in een creatieve bui naaide ik zelf een zakje van een oud kussensloop. Maar deze vergeet ik nog iets te vaak mee te nemen bij het boodschappen doen. En bij spontane, tussendoor-boodschappen heb ik ze al helemaal niet standaard in mijn tas. Dat is alvast één gemakkelijk verbeterpuntje: zakjes op een plek bewaren zodat ze bij de hand zijn.

Over een maand zie je in deel 2 van deze serie hoe het mij de eerste maand vergaan is. Welke alternatieven heb ik bij onze vaste supermarkten kunnen vinden? Of heb ik wellicht winkels gevonden die gemakkelijk per fiets bereikbaar zijn (we hebben geen auto) en waar verpakkingsvrij shoppen een stuk makkelijker is?

Ik ben benieuwd: let jij op de verpakking wanneer je iets koopt?